RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18-325788-23
Beslissing van de meervoudige kamer ex art. 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 4 mei 2026
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans verblijvende: [instelling 1] , hierna te noemen: veroordeelde.
Procesverloop
Bij arrest van 7 februari 2025 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aan veroordeelde de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd voor de duur van twee jaren (hierna: de ISD-maatregel). Het gerechtshof heeft daarbij beslist tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van deze maatregel, twaalf maanden na de aanvang daarvan. De ISD-maatregel is aangevangen op 29 maart 2025.
De behandeling ter zitting heeft in het openbaar plaatsgevonden op 21 april 2026, waarbij veroordeelde, zijn raadsman mr. B.P.M. Canoy, de officier van justitie mr. A.J. Kemkers en de deskundige mevrouw L. Possel aanwezig waren.
Beoordeling
De rapportage van [instelling 1]
In de rapportage van 14 april 2026 opgesteld door L. Possel, senior casemanager ISD, en [directeur] , ten behoeve van de tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt geadviseerd tot voortzetting van deze maatregel. In deze rapportage is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Het karakter van de ISD-maatregel is enerzijds gericht op beveiliging van de maatschappij door middel van langdurige insluiting en anderzijds is deze gericht op gedragsbeïnvloeding. Veroordeelde veroorzaakt op vrijwel alle locaties waar hij in het kader van de maatregel verblijft overlast. Het functioneren van betrokkene is omgeven door problemen. Dit is het beeld dat hij laat zien zowel voor de extramurale plaatsingen als tijdens de meerdere terugplaatsingen binnen de PI. Veroordeelde vertoont onder andere agressief gedrag richting groepsgenoten, medegedetineerden en de begeleiding. Er lijkt daarnaast bij hem sprake te zijn van drugsgebruik en handel hierin binnen de verschillende instellingen. Het delictpatroon van veroordeelde is met name gericht op geweldsdelicten en verwervingscriminaliteit. Voorts is er sprake van problemen op alle leefgebieden. Een klinische opname is noodzakelijk om het recidiverisico te kunnen beperken. Gelet op zijn geringe motivatie en hoge mate van onmacht, heeft dit echter mogelijk een geringe kans van slagen. De kans op recidive blijft vooralsnog onverminderd hoog. Veroordeelde verblijft momenteel in de [instelling 1] naar aanleiding van zijn terugplaatsing vanuit de Forensische [instelling 2] . Op vrijdag 17 april 2026 vindt er met de kliniek een evaluatiegesprek plaats om te bezien of er nog behandelperspectief is en hij hier weer zou kunnen worden opgenomen. De mate van openheid van veroordeelde zal tijdens dit gesprek een grote rol spelen.
De deskundigen binnen de [instelling 1] stellen zich op het standpunt dat voortzetting van de maatregel noodzakelijk is om het primaire doel, te weten beveiliging van de maatschappij, te kunnen waarborgen. Voorts is de behandeling van de problematiek van veroordeelde ter voorkoming van recidive vanwege zijn houding nog niet tot nauwelijks van de grond gekomen. Geadviseerd is daarom om de ISD-maatregel voort te zetten.
De deskundige L. Possel heeft tijdens de zitting van 21 april 2026 het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Veroordeelde heeft drugs gebruikt binnen de [instelling 1] en hier is bewijs van. Als wij veroordeelde hier vervolgens mee confronteren, verklaart hij dat het slechts een incident is. De verdenkingen waarvoor wij geen concreet bewijs hebben, blijft hij echter ontkennen. Dit zorgt voor problemen binnen de instellingen en hierdoor werkt een behandeling vooralsnog niet voor hem.
Ik heb nog geen uitslag van het evaluatiegesprek met [instelling 2] . Als de kliniek concludeert dat er geen behandelperspectief voor hem is binnen deze kliniek dan zullen we nader met een psycholoog in gesprek gaan.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient te beoordelen of de voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is.
De maatregel strekt primair tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive. De rechtbank moet in het kader van de huidige procedure beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel vereist is. Daarbij zal de rechtbank moeten:
De rechtbank overweegt als volgt.
Uit de rapportage van de PI en de toelichting van de deskundige daarop ter zitting volgt dat als gevolg van de houding van veroordeelde, een behandeling om gedragsverandering te bewerkstellingen nog nauwelijks van de grond is gekomen. Hierdoor is het risico op recidive nog onverminderd hoog. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat beëindiging van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid en overlast. De voortzetting van de ISD-maatregel is daarom vereist.
De rechtbank heeft gelet op artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.
Beslissing
De rechtbank:
- bepaalt dat voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is vereist.
Deze uitspraak is gegeven door mr. C.A.M. Veenbaas, voorzitter, mr. M.M. Spooren en mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Klungel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 mei 2026.
mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.