ECLI:NL:RBNNE:2026:1656

ECLI:NL:RBNNE:2026:1656

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer 26/900
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Vovo. Participatiewet. Verzoekers zijn er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij recht hebben op bijstand. In dat geval is het college verplicht de aanvraag af te wijzen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] en [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekers

het college van burgemeester en wethouders van Groningen, het college

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 26/900

(gemachtigde: mr. B. van Dijk),

en

(gemachtigde: G.A. Prins).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van een aanvraag om bijstand op grond van de Participatiewet (PW). Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Verzoekers hebben op 7 november 2025 een aanvraag ingediend om bijstand op grond van de PW. Met het besluit van 23 februari 2026 heeft het college deze aanvraag afgewezen.

Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoekers hebben sinds december 2023 geen bekende inkomstenbron. Zij worden verdacht van een strafbaar feit. Vanwege de verdenking heeft de officier van justitie eind 2023 conservatoir beslag gelegd op meerdere bankrekeningen van verzoekers. De behandeling van de strafzaak moet nog plaatsvinden.

Op 20 augustus 2025 hebben verzoekers een aanvraag om bijstand ingediend. Met het besluit van 16 september 2025 heeft het college deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Er werd voor honderden euro’s per maand online gegokt. Er waren bijschrijvingen van derden, stortingen van contanten en er werd voor honderden tot duizenden euro’s per maand contant gepind, aldus het college.

Op 7 november 2025 hebben verzoekers opnieuw een aanvraag om bijstand ingediend. Een consulent inkomen van het college heeft verzoekers, bijgestaan door een medewerker van het WIJ-team, op 13 januari 2026 gesproken. De medeweker van het WIJ-team heeft verklaard dat een fonds de huur grotendeels heeft betaald. Vervolgens heeft het college op 25 januari 2026 intern vernomen dat op 4 september 2025 voor het laatst een advertentie online gezien is op een escortsite die aan verzoekers is te relateren. Op 2 februari 2026 heeft politie-informatie het college bereikt dat verzoeker in januari eenmaal staande was gehouden met drugs en contanten en eenmaal aangehouden was met drugs en contanten. Om de aanvraag te kunnen beoordelen heeft het college vijfmaal gegevens en bewijsstukken van verzoekers opgevraagd. Verzoekers hebben een aantal van de gevraagde stukken ingediend.

Met het besluit van 23 februari 2026 heeft het college de aanvraag om bijstand van verzoekers afgewezen. Hieraan ligt ten grondslag dat het college het recht op uitkering niet heeft kunnen vaststellen, omdat verzoekers hun inlichtingenverplichting en medewerkingsverplichting hebben geschonden. Er is geen administratie overgelegd van de werkzaamheden op de escortsite en van de handelsactiviteiten in drugs, en informatie van hun PayPalaccount ontbreekt.

4. Tegen dit besluit hebben verzoekers op 17 maart 2026 bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben op dezelfde datum de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat het college een voorschot op de uitkering moet betalen tot zes weken nadat op het bezwaarschrift zal zijn beslist.

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Hij overweegt daartoe als volgt.

6. De voorzieningenrechter acht een voldoende spoedeisend belang bij het verzoek om een voorlopige voorziening aanwezig.

7. Op iemand die bijstand aanvraagt, zijn vanaf het moment dat hij zich heeft gemeld voor de aanvraag de inlichtingenverplichting en de medewerkingsverplichting van artikel 17, eerste en tweede lid, van de PW van toepassing. Als het college aannemelijk maakt dat een aanvrager de inlichtingenverplichting of medewerkingsverplichting heeft geschonden, is dit een grond voor afwijzing van de aanvraag als daardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

Iemand die bijstand aanvraagt, moet aannemelijk maken dat hij recht heeft op bijstand. De bewijslast van de bijstandbehoevendheid rust dus in beginsel op de aanvrager. Een aanvrager moet daarom feiten en omstandigheden aannemelijk maken die duidelijkheid geven over zijn financiële situatie. Het college heeft een onderzoeksplicht. Dat brengt mee dat het de inlichtingen van de aanvrager op juistheid en volledigheid moet controleren. Als de aanvrager niet aannemelijk maakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert, is dit een grond voor afwijzing van de aanvraag.

De bewijslast van de bijstandbehoevendheid rust in beginsel op verzoekers. Het is aan verzoekers om openheid van zaken te geven over de advertentie op de escortsite, over de handelsactiviteiten in drugs in de periode vanaf 1 augustus 2025 tot en met 23 februari 2026 en over het PayPalaccount. Zij stellen het college dan in staat om vast te stellen of zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden. Verzoekers hebben dat tot nu toe onvoldoende gedaan.

De advertentie op de escortsite stond online in de periode van drie maanden voorafgaand aan de bijstandsaanvraag. Deze periode is daarom niet zodanig gedateerd dat het college deze niet aan de afwijzing ten grondslag kan leggen.

De aanhouding en staande houding met drugs en contanten hebben in januari 2026 plaatsgevonden. Deze aanhouding en staande houding rechtvaardigen de vooronderstelling dat verzoeker in die hoedanigheid op geld waardeerbare activiteiten heeft verricht en dat de opbrengst hem ten goede is gekomen. Het is aan verzoekers om aannemelijk te maken dat het tegendeel het geval is of hier inzicht in te geven. Door het enkele ontkennen hiervan en het beroep op de onschuldpresumptie hebben verzoekers de vooronderstelling niet weerlegd.

Desgevraagd heeft verzoekster op de zitting toegelicht dat het niet gelukt is om het PayPalaccount te resetten ondanks telefonisch contact daartoe met PayPal. Zonder bewijsstukken is deze verklaring niet te controleren.

Verzoekers zijn er dus niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij recht hebben op bijstand. In dat geval is het college verplicht de aanvraag af te wijzen. Het gaat hier om een gebonden bevoegdheid die is gebaseerd op een wet in formele zin, de PW. De voorzieningenrechter toetst dan niet of een belangenafweging door het college ontbreekt.

Voor het treffen van een voorlopige voorziening is daarom geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoekers geen voorschot op een bijstandsuitkering krijgen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. O.J.J.C. Koopmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand