ECLI:NL:RBNNE:2026:1671

ECLI:NL:RBNNE:2026:1671

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/18/255178 / JE RK 26-662
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Ondertoezichtstelling en machtiging voor plaatsing in een accomodatie voor gesloten jeugdhulp van 17- jarige. Vervanging GI omdat na de spoedplaatsing geen regie is gevoerd en nagenoeg geen enkele betrokkenheid is geweest (art 1:259 BW). De rechtbank neemt dit de GI ten zeerste kwalijk, omdat daarmee kostbare tijd verloren is gegaan en bij een vergaande maatregel als gesloten plaatsing van groot belang is dat hulpverlening voor de minderjarige direct op gang komt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Assen

Zaaknummer: C/18/255178 / JE RK 26-662

Datum uitspraak: 28 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Noord-Nederland, locatie Groningen,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] ,

advocaat mr. M.A.E. Dekens uit Assen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam 1] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[naam 2] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

hierna gezamenlijk te noemen de ouders,

en

Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,

locatie Assen, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (hierna: GI of JBN).

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 9 april 2026;

een brief van mr. Dekens, ontvangen op 23 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

[minderjarige] met haar advocaat;

de vader;

- de moeder;

- [vertegenwoordiger van de raad 1] namens de Raad;

[vertegenwoordiger van de GI] namens de GI;

[naam 3] , coach van [minderjarige] vanuit Elker Plus.

2. De feiten

De ouders oefenen de voogdij uit over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij Elker Plus in Groningen (hierna: Elker).

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 februari 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 13 mei 2026. Daarnaast heeft de kinderrechter bij deze beschikking een spoedmachtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp tot 13 maart 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 februari 2026 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp tot 13 mei 2026.

3. De verzoeken

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen tot aan haar meerderjarigheid. Ook verzoekt de Raad een machtiging te verlenen om [minderjarige] te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Tijdens de zitting heeft de Raad het verzoek tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige] te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp gewijzigd in die zin dat wordt verzocht deze te verlenen voor de duur van drie maanden in plaats van voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De Raad verwijst voor de onderbouwing van het verzoek naar het raadsrapport van 9 april 2026, waarin is geconcludeerd dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] heeft langdurig situaties van onveiligheid gekend, waardoor zij een manier heeft gevonden om te 'overleven'. Dit maakt dat zij gevoelig is voor invloeden van buitenaf en dat zij daardoor keuzes heeft gemaakt die problemen hebben veroorzaakt. Zo liep zij weg, gebruikte zij drugs, deed zij zichzelf pijn en stopte zij haar emoties weg. Door de beschermde setting bij Elker loopt zij niet meer weg, bouwt zij haar vrijheden op en is zij gestopt met het beschadigen van zichzelf en het gebruiken van drugs. De 'kern' die maakt dat [minderjarige] aan het overleven is, is echter nog niet aangepakt. Dit maakt de situatie erg fragiel en kwetsbaar. Hierdoor bestaat het risico dat zij terugvalt als zij niet de juiste begeleiding en behandeling krijgt. De ouders van [minderjarige] en [minderjarige] zelf zijn op dit moment onvoldoende bereid en/of in staat onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelings-bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Door het gedrag en de houding van [minderjarige] en de verstoorde dynamiek met haar ouders is het in het vrijwillige kader niet gelukt de zorgen te keren. [minderjarige] is op dit moment alleen gemotiveerd voor hulpverlening waarvan zij de meerwaarde inziet. Bij [minderjarige] ontbreekt de motivatie en/of het inzicht dat er meer hulpverlening nodig is dan zij wenst of nodig acht. Daarnaast is de onderlinge relatie tussen [minderjarige] en haar ouders kwetsbaar. De Raad heeft er geen vertrouwen in dat [minderjarige] met haar ouders op dit moment, in het vrijwillig kader, tot een gezamenlijk plan kan komen waar iedereen achter kan staan. Dit leidt tot een groot risico op een herhaling van de zorgen. Ondanks dat [minderjarige] al meerdere jaren niet meer thuis woont en de leeftijd nadert waarop zij meerderjarig wordt, vindt de Raad een ondertoezichtstelling de meest passende maatregel. Binnen dit kader kunnen de belangen van [minderjarige] voldoende worden geborgd. Daarnaast vindt de Raad een langere plaatsing in een gesloten jeugdzorginstelling voor [minderjarige] noodzakelijk, omdat zij ernstige opgroei- en opvoedproblemen heeft die haar ontwikkeling ernstig belemmeren. In de gesloten jeugdzorg kan [minderjarige] profiteren van de hulp en toewerken naar meer vrijheden en een vervolgplek. Er moet een duidelijk plan gemaakt worden waarin [minderjarige] gedrag kan laten zien dat de zorgen doet verminderen. Voor [minderjarige] zijn op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. Een plaatsing in een open setting is gezien de zorgen niet passend en toereikend. De Raad benoemt hierbij wel dat [minderjarige] , zodra zij gedrag laat zien dat nodig is om door te stromen, zo snel mogelijk naar een andere plek dient te gaan.

Tijdens de zitting heeft de Raad nog naar voren gebracht dat de Raad achter het verzoek van de advocaat van [minderjarige] kan staan. Het is zorgelijk dat er de afgelopen weken geen betrokkenheid vanuit de GI is geweest en dat het de hulpverlening niet is gelukt met JBN in contact te komen. Daarnaast heeft [minderjarige] aangegeven dat zij geen vertrouwen meer heeft in JBN. De Raad vindt dat een reden te meer om JBN te vervangen door het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, omdat de toekomst van [minderjarige] in handen van de GI ligt en zij wel bij hen terecht moet kunnen met haar zorgen. Het is van belang dat er vanuit de nieuwe GI zo snel mogelijk een vaste gezinsvoogd betrokken raakt, zodat op korte termijn een startgesprek met [minderjarige] en de ouders kan plaatsvinden. Daarbij moet ook worden bekeken welke zaken geregeld moeten worden, waarbij de Raad denkt aan het aanmelden van [minderjarige] bij een vervolgplek.

4. De standpunten

Het standpunt van [minderjarige]

heeft tijdens de zitting verteld dat het goed met haar gaat. Zij heeft bij Elker haar eigen plek en zij kan goed met de begeleiding en haar coach opschieten. Zij vindt het vervelend dat de gezinsvoogd te laat kwam op de enige geplande afspraak, zonder dit te laten weten. Sindsdien heeft [minderjarige] niets meer van haar gehoord, terwijl de gezinsvoogd wel heeft toegezegd dat zij dingen voor haar ging regelen.

De advocaat van [minderjarige] heeft de kinderrechter verzocht bij toewijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling in plaats van JBN het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering als GI te benoemen. Dit omdat tijdens de voorlopige ondertoezichtstelling is gebleken dat JBN haar opdracht dusdanig heeft verwaarloosd dat daarmee de belangen van [minderjarige] ernstig zijn geschaad. [minderjarige] verblijft sinds 18 februari 2026 bij Elker en er is vanuit JBN eigenlijk geen enkele betrokkenheid geweest. De gezinsvoogd die in eerste instantie betrokken was, is niet aanwezig geweest bij het plaatsingsgesprek en bij evaluatiegesprekken. Ook geplande afspraken zijn afgezegd. Sinds de plaatsing bij Elker heeft [minderjarige] de gezinsvoogd slechts eenmaal gezien, waarbij de gezinsvoogd bijna 1,5 uur te laat verscheen op de geplande afspraak. Inmiddels is duidelijk dat de eerdere gezinsvoogd niet meer betrokken is, maar er is géén vervanger aangesteld. Een plaatsing in een gesloten instelling is een zeer ingrijpende maatregel waarbij van een GI mag worden verwacht dat er adequaat wordt gehandeld om de noodzakelijke hulpverlening zo spoedig mogelijk in te schakelen. In dit geval is er geen enkele regievoering geweest vanuit JBN, ondanks meerdere dringende verzoeken daartoe van Elker. Doordat JBN haar taak niet heeft opgepakt, heeft Elker geen kaders om tot passende vervolgstappen te kunnen overgaan. Een dergelijk handelen van een GI is bijzonder kwalijk. [minderjarige] heeft hierdoor, begrijpelijkerwijs, weinig vertrouwen in JBN. Reden waarom een andere GI met de uitvoering van de ondertoezichtstelling moet worden belast. [minderjarige] vindt een ondertoezichtstelling namelijk wel wenselijk, omdat zij geen vertrouwen in het vrijwillig kader heeft en zij ook inziet dat er zorgen zijn. Daarnaast ziet [minderjarige] in dat zij op dit moment goed bij Elker zit, wat maakt dat zij ook achter de machtiging gesloten jeugdhulp kan staan.

Het standpunt van ouders

De moeder heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij ondanks de positieve stappen die [minderjarige] heeft gezet, zich over veel dingen nog zorgen maakt. Het ontbreken van regievoering vanuit JBN is niet helpend, omdat er duidelijke doelen moeten worden gesteld.

Het standpunt van de GI

De GI kan zich in het verzoek van de advocaat van [minderjarige] vinden. Het is heel spijtig en onprofessioneel dat er vanuit JBN geen regie is gevoerd.

5. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De kinderrechter constateert dat [minderjarige] de [land] nationaliteit heeft. Dit brengt mee zich mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de kinderrechter ambtshalve moet beoordelen of zij in deze zaak rechtsmacht heeft en zo ja welk recht van toepassing is.

In zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid (bijvoorbeeld kinderbeschermings-zaken) zijn bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] al lange tijd in Nederland woont, wat maakt dat haar gewone verblijfplaats in Nederland is. Dit maakt dat de Nederlandse kinderrechter rechtsmacht toekomt. Nu de Nederlandse kinderrechter bevoegd is op het verzoek te beslissen, zal het Nederlandse recht op het verzoek worden toegepast.

Inhoudelijke beoordeling ondertoezichtstelling

Op grond van de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting naar voren is gekomen, is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Gebleken is dat [minderjarige] de afgelopen periode bij Elker een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zij is gestopt met het gebruiken van drugs en het beschadigingen van zichzelf. Zij is goed in contact met haar coach en de begeleiding, loopt niet meer weg, en bouwt vrijheden op. Ook geeft zij aan uit haar netwerk te zijn gestapt en is zij gemotiveerd om te werken aan haar emotieregulatieproblematiek door middel van het volgen van cognitieve gedragstherapie. Verder zijn er stappen gezet in het verbeteren van het contact tussen [minderjarige] en haar ouders.

Ondanks dat deze positieve veranderingen zijn er nog wel steeds ernstige zorgen over [minderjarige] haar welzijn en ontwikkeling. [minderjarige] kent een belast verleden en heeft meerdere ingrijpende gebeurtenissen, waaronder seksueel misbruik, meegemaakt. Deze gebeurtenissen heeft zij nog niet, althans onvoldoende, verwerkt. Dit heeft tot gevolg dat zij slecht slaapt, piekert, en herbelevingen heeft. Daarnaast zijn er zorgen of [minderjarige] inziet wie goed en slecht voor haar is en voldoende weerbaar is om weg te blijven van mensen die geen goede invloed op haar hebben. Ook is er nog onvoldoende zicht op haar (criminele) netwerk om te kunnen inschatten of haar veiligheid in het geding is. Zo is nog onduidelijk of het gevolgen voor [minderjarige] heeft dat zij uit dit netwerk is gestapt. Verder zijn er zorgen over het contact tussen [minderjarige] en haar ouders, omdat er weinig onderling vertrouwen is door alles wat er in het verleden is gebeurd. Tot slot is het zorgelijk dat [minderjarige] geen vaste daginvulling heeft en dat haar dag- en nachtritme is omgedraaid.

De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] zijn:

- haar emotieregulatieproblematiek;

- onverwerkt trauma;

- zorgelijke/ risicovolle contacten;

- het ontbreken van een daginvulling en/of schoolgang;

- het ontbreken van onbelast contact met haar ouders;

- het ontbreken van duidelijkheid over haar woonperspectief.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. [minderjarige] is op dit moment alleen gemotiveerd voor hulpverlening waarvan zij zelf de toegevoegde waarde inziet. Zij ziet (nog) niet in dat zij ook traumatherapie nodig heeft om de ingrijpende gebeurtenissen te kunnen verwerken en te kunnen komen tot een blijvende positieve verandering. Hierdoor bestaat het risico dat zij opnieuw afglijdt en in onveilige situaties terechtkomt die haar (nog meer) schade toebrengen. Daar komt bij dat [minderjarige] en haar ouders door hun verstoorde relatie op dit moment onvoldoende in staat zijn onder eigen verantwoordelijkheid tot een plan te komen waar iedereen achter kan staan.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat een gezinsvoogd de regie voert en toezicht houdt, zodat de noodzakelijk geachte hulpverlening (verder) wordt ingezet en gemonitord en het belang van [minderjarige] voorop wordt gesteld. Daarnaast moet er een gedegen plan komen, zodat [minderjarige] weet waar zij aan toe is en wat zij moet laten zien om te kunnen doorstromen naar een vervolgplek.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot 10 november 2026.

Vervanging JBN

De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat JBN als GI wordt vervangen door het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom.

De kinderrechter is van oordeel dat JBN laakbaar heeft gehandeld door:

[minderjarige] geen uitleg te geven over de abrupte plaatsing bij Elker één dag voor de zitting van 19 februari 2026, terwijl haar was toegezegd dat zij tot aan deze zitting bij haar vriendin A mocht verblijven;

zowel het plaatsings- als het evaluatiegesprek bij Elker af te zeggen;

zonder voorafgaande kennisgeving 1,5 uur te laat te verschijnen op de geplande afspraak met [minderjarige] ;

geen akkoord te geven op de inhoud en de weergave van het gesprek met de Raad met als gevolg dat geen input van de GI in het rapport van de Raad kon worden verwerkt;

geen visie en/of plan op te stellen ondanks meerdere verzoeken daartoe vanuit de Raad en Elker;

geen nieuwe vaste gezinsvoogd aan te stellen nadat de eerdere vaste gezinsvoogd was uitgevallen.

De kinderrechter begrijpt tot op zekere hoogte dat JBN het druk heeft wegens een tekort aan gezinsvoogden, maar in dit geval is sprake van een plaatsing van een minderjarige in een gesloten instelling. Dit maakt dat werkzaamheden voor [minderjarige] prioriteit hadden moeten hebben. Een plaatsing in een gesloten instelling is immers een ingrijpende en vergaande maatregel die niet langer moet duren dan noodzakelijk is en waardoor van belang is dat direct hulpverlening op gang komt. Van een GI mag dan ook worden verwacht dat er bij gesloten plaatsingen adequaat wordt gehandeld en dat de noodzakelijke hulpverlening zo snel mogelijk wordt ingezet. In dit geval is er vanuit JBN geen regie gevoerd en ook nagenoeg geen enkele betrokkenheid geweest. Hierdoor is kostbare tijd verloren gegaan. Dit klemt des te meer nu [minderjarige] bijna 17,5 jaar oud is en er nog weinig tijd resteert tot het moment dat zij meerderjarig wordt. De kinderrechter neemt JBN dit gebrek aan regie en inzet daarom ten zeerste kwalijk. Van een professioneel handelende GI mag worden verwacht dat zij haar wettelijke taken uitvoert en minderjarigen, zeker minderjarigen in een gesloten setting, niet aan hun lot overlaat. De kinderrechter merkt daarbij tot slot nog op dat JBN voor de uitvoering van die wettelijke taken gemeenschapsgelden ontvangt. De vergoeding voor de ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] is blijkbaar niet doelmatig aangewend, aangezien JBN daarvoor geen tot nagenoeg geen werkzaamheden heeft verricht.

Ondanks de ernstige tekortkomingen van de GI, heeft [minderjarige] positieve stappen gezet, wat mede aan de inzet van Elker is te danken. De kinderrechter wil Elker daarvoor graag complimenteren. Elker heeft nu echter een duidelijke visie en kaders vanuit een GI nodig om tot passende vervolgstappen te komen. Gelet hierop, en ook op de naderende meerderjarigheid van [minderjarige] , is het van groot belang dat er met grote voortvarendheid regie wordt gevoerd en een plan wordt opgesteld. [minderjarige] heeft terecht opgemerkt dat haar toekomst in handen van de GI ligt. JBN is hierin zeer onbetrouwbaar gebleken. De rechtbank heeft er daarom alle begrip voor dat het vertrouwen van [minderjarige] (en de ouders) in JBN ernstig is geschaad. Gelet op dit alles acht de kinderrechter het in het belang van [minderjarige] dat JBN wordt vervangen door het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering. De kinderrechter hoopt dat het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering haar wettelijke taak spoedig oppakt en met grote voortvarendheid regie gaat voeren en een plan gaat opstellen, zodat alle betrokkenen, in het bijzonder [minderjarige] , weten waar zij aan toe zijn.

Inhoudelijke toetsing machtiging gesloten jeugdhulp

De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen worden onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter legt hierna uit waarom.

Gebleken is dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] . Zij heeft nog onvoldoende kunnen profiteren van de noodzakelijk geachte hulpverlening om de bestaande patronen te kunnen doorbreken en een blijvende positieve verandering te bewerkstelligen. Dit maakt dat zij op dit moment nog onvoldoende weerbaar is en nog niet beschikt over voldoende coping-vaardigheden om met haar belaste verleden om te gaan. Hierdoor bestaat het risico dat [minderjarige] hulpverlening uit de weg gaat en opnieuw in ongezonde en onveilige situaties terechtkomt als zij in een open setting met meer vrijheden zou worden geplaatst. Daarbij komt dat nog onduidelijk is in hoeverre het verlaten van haar (criminele) netwerk gevolgen heeft voor de veiligheid van [minderjarige] . De kinderrechter acht het dan ook in het belang van [minderjarige] dat haar verblijf bij Elker voorlopig wordt voortgezet, zodat zij zich niet aan de hulpverlening kan onttrekken. In die gesloten setting is haar veiligheid gewaarborgd, kan zij goed toegerust de stap naar een vervolgplek maken en zich zo optimaal mogelijk richting volwassenheid ontwikkelen. Omdat plaatsing in een gesloten setting voor [minderjarige] niet langer moet duren dan strikt noodzakelijk is, zal de kinderrechter een machtiging verlenen tot plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing om [minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter zal het verzoek van de Raad om de beslissing ten aanzien van de machtiging gesloten jeugdhulp (ook) uitvoerbaar bij voorraad te verklaren afwijzen, omdat uit de wet volgt dat deze beslissing van rechtswege al uitvoerbaar bij voorraad is.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , onder toezicht van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (ter vervanging van Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen) met ingang van 28 april 2026 tot 10 november 2026;

verleent een machtiging om [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp met ingang van 28 april 2026 tot 28 juli 2026;

verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 door mr. M. van den Bosch, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L. Rozendal als griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L. Rozendal als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand