ECLI:NL:RBNNE:2026:1674

ECLI:NL:RBNNE:2026:1674

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer 23-3668
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

veranderingsvergunning mestvergister, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , te Hantumhuizen, eiseres,

het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân, het college,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 23/3668

(gemachtigde: mr. S. van Gent),

en

(gemachtigden: mr. J.A. Ponsen en mr. C.R. Post)

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [belanghebbende], te Hantumhuizen, de maatschap.

1. Deze uitspraak gaat over een omgevingsvergunning voor het verplaatsen en realiseren van bouwwerken en voorzieningen voor een co-/mestvergistingsinstallatie op het [adres] te Hantumhuizen (het perceel). Eiseres is het niet eens met deze omgevingsvergunning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden van eiseres niet slagen en dat de omgevingsvergunning in stand kan blijven. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. De maatschap drijft een melkveehouderij met een co-/mestvergistingsinstallatie op het perceel.

Op 20 februari 2010 is aan de maatschap een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend. Op 12 maart 2014 is een veranderingsvergunning verleend voor onder andere het realiseren van bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van de bestaande co-/mestvergistingsinstallatie.

Op 2 februari 2018 heeft de maatschap een aanvraag ingediend voor het verplaatsen en realiseren van nieuwe installaties voor de co-/mestvergister: de hydrolysesilo, co-productensilo en de digestaatdroger worden nu afgezogen door een te plaatsen (3-traps) luchtreinigingstechniek. De digestaatdroger wordt op een andere locatie geplaatst dan in 2014 is vergund. De luchtwasser wordt verplaatst, waarbij het emissiepunt wordt gewijzigd van 3 meter naar 7,8 meter hoogte. De veehouderijtak blijft ongewijzigd.

Het college heeft op 18 april 2019 een omgevingsvergunning verleend voor het verplaatsen en realiseren van nieuwe installaties voor de co-/mestvergister.

Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep is bij uitspraak van deze rechtbank van 19 oktober 2022 gegrond verklaard. In haar uitspraak heeft de rechtbank de omgevingsvergunning van 18 april 2019 vernietigd omdat onvoldoende was gemotiveerd dat het bouwplan niet in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. In de ruimtelijke onderbouwing was er ten onrechte van uitgegaan dat er geen sprake was van wijziging van de productie en verkeersbewegingen. De rechtbank heeft het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen.

Bij besluit van 26 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft het college opnieuw de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Het college heeft in het bestreden besluit overwogen dat de maatschap aanvullend onderzoek heeft laten verrichten naar de geluid- en geursituatie. In het geurraport van Noorman Bouw- en Milieu-advies (Noorman) van 20 januari 2023 staat expliciet dat wordt uitgegaan van maximaal 40% mest van derden en minimaal 60% eigen mest (per kalenderjaar). Uit dit geurrapport en uit het akoestisch onderzoek van Noorman van 25 mei 2023 blijkt volgens het college dat de verhouding eigen mest en mest van derden geen invloed heeft op de geur- en geluidsbelasting bij de omliggende geur- en geluidgevoelige objecten. Wel neemt het aantal aanvoerbewegingen van mest licht af, wat een positief effect heeft op de emissies van fijnstof en stikstofoxides. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning van 26 juli 2023.

De rechtbank heeft een deskundige, de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (de STAB) benoemd om de rechtbank te adviseren. Op 13 december 2024 heeft de STAB een advies uitgebracht. Eiseres en verweerder hebben gereageerd op het STAB-advies. De STAB heeft in een rapport van 14 maart 2025 op deze zienswijzen gereageerd.

De zaak is gevoegd met de zaken met nummers LEE 22/3632, LEE 22/3633 en 24/5024 behandeld op een zitting van 16 maart 2026. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. T. Dekker. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigden van het college] Namens derde-belanghebbende zijn [belanghebbende] verschenen.

Na de sluiting van het onderzoek zijn de zaken gesplitst. In de zaken met nummers LEE 22/3632, LEE 22/3633 en 24/5024 wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Toepasselijke regelgeving

Overgangsrecht Omgevingswet

3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht volgt dat in deze procedure het oude recht (waaronder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, hierna: Wabo) van toepassing is.

Beoordeling door de rechtbank

4. Eiseres woont op het adres [adres] in Hantumhuizen, op [adres] van het perceel van de maatschap. Zij is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend.

Eiseres heeft ter zitting, mede naar aanleiding van de advisering door de STAB, een aantal beroepsgronden ingetrokken. Dat zijn de grond dat de berekende geurconcentraties niet kunnen kloppen, de grond dat een geurberekening van het 99,99-percentiel moet worden gemaakt, de grond dat de te treffen maatregelen en voorzieningen de geuremissie niet beperken en de grond dat in de voorschriften van de omgevingsvergunning geurgrenswaarden hadden moeten worden opgenomen.

Eiseres handhaaft de grond die inhoudt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met cumulatie van geurhinder. De geur bij haar woning is volgens haar niet alleen afkomstig van de co-/mestvergister maar ook van de melkveehouderij van de maatschap. Het cumulatieve effect van beide geurbronnen is niet beoordeeld. Daarnaast stelt eiseres dat de verhouding eigen mest (minimaal 60%) en mest van derden (maximaal 40%) niet in de omgevingsvergunning is geborgd. Tot slot stelt eiseres dat de melkveehouderij van de maatschap onvoldoende mest produceert om aan het percentage van 60% eigen mest te kunnen voldoen. De rechtbank zal deze gronden hierna bespreken.

Cumulatie van geur

5. Eiseres ervaart geuroverlast. Die wordt volgens eiseres veroorzaakt door geuremissie van de co-/mestvergister en geuremissie door de melkveehouderij. Het college heeft volgens eiseres ten onrechte alleen de geurmissie van de co-/mestvergister onderzocht en beoordeeld. Dat is in strijd met de wet. Daarin staat dat het college bij de beslissing op de aanvraag de gevolgen voor het milieu, mede in hun onderlinge samenhang bezien, moet betrekken. Eiseres verwijst in dit verband onder meer naar uitspraken van de rechtbank Limburg. In die zaken was ook sprake van cumulatie van geur en in de laatste zaak adviseerde de STAB volgens eiseres wel om onderzoek te doen naar cumulatie.

De STAB heeft geadviseerd dat het in dit geval verdedigbaar is om de cumulatie met agrarische bronnen niet mee te nemen in het kwantitatieve geuronderzoek. Daarvoor is redengevend dat het melkveehouderij-deel van de inrichting niet wijzigt en dat de geur van de co-/mestvergister kwalitatief is beoordeeld. Daarbij is de situatie aanvaardbaar bevonden en vastgesteld dat de geursituatie door de vergunde wijzigingen aan de co-/mestvergister verbetert. De STAB wijst er op dat in het in deze zaak gaat over een veranderingsvergunning die alleen ziet op wijzigingen aan de co-/mestvergister. Dit is anders dan de situatie in de uitspraken die eiseres heeft genoemd, omdat daar sprake is van een oprichtings- of revisievergunning. Tot slot heeft de STAB erop gewezen dat het bepalen van de totale, hedonisch gewogen gecumuleerde geurbelasting van de co-/mestvergister en de melkveehouderij in dit geval niet zonder meer mogelijk is, omdat voor melkvee geen geuremissiefactoren (odourunits per dier) en ook geen hedonische waarden bekend zijn. Voor melkrundvee gelden de vaste afstanden op grond van de Wet geurhinder en veehouderij.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt dit STAB-advies en is, onder verwijzing daarnaar, van oordeel dat het college er in dit geval van af kon zien om de gecumuleerde geurhinder te onderzoeken en te beoordelen. De rechtbank vindt daarbij met name van belang dat het in dit geval gaat om een veranderingsvergunning waarbij de aanvraag enkel ziet op wijzigingen aan de co-/mestvergister én dat vaststaat dat met de aangevraagde veranderingen de geursituatie in zijn geheel verbetert.

Verhouding eigen mest en mest van derden

6. Eiseres stelt dat niet aannemelijk is gemaakt en niet is geborgd dat in de co-/mestvergister minimaal 60% mest van de maatschap en maximaal 40% mest van derden wordt verwerkt.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiseres wijst er terecht op dat verweerder ten onrechte veronderstelt dat die mestverhouding is voorgeschreven in voorschrift 8.3.1. Daarin staat dat de inrichting per kalender maximaal 7.500 ton drijfmest van het eigen bedrijf en 5.000 ton drijfmest van derden per jaar mag verwerken (en 12.500 ton co-producten). Dat voorschrift laat toe dat de maatschap in een kalenderjaar minder dan 7.500 ton eigen drijfmest verwerkt en dus minder dan 60% en borgt niet dat minimaal 60% van de mest in de co-/mestvergister afkomstig is van het eigen bedrijf. Maar in het geurrapport van Noorman van 20 januari 2023 staat expliciet dat in de inrichting maximaal 40% mest van derden wordt verwerkt. Dat betekent dat van de totale hoeveelheid te verwerken mest minimaal 60% van het eigen bedrijf afkomstig moet zijn. Het geurrapport van Noorman van 20 januari 2023 maakt onderdeel uit van de vergunning. Daarmee is de door verweerder beoogde mestverhouding voldoende geborgd.

Onvoldoende eigen mest?

7. Eiseres stelt dat de maatschap niet over minimaal 60% eigen mest kan beschikken ten behoeve van 12.500 ton mestinvoer. Daarbij verwijst zij naar berekeningen van “Optimus mineraal”. Het college is er daarom ten onrechte van uitgegaan dat de maatschap (minimaal) 60% eigen mest zal verwerken in de co-/mestvergister. Daarom is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiseres gaat er ten onrechte van uit dat de omgevingsvergunning de maatschap verplicht om 7.500 ton drijfmest van het eigen bedrijf te verwerken. In het voorschrift staat dat de maatschap maximaal 7.500 ton drijfmest van het eigen bedrijf mag verwerken. Dat mag dus ook minder zijn. Als minder dan 7.500 ton drijfmest van het eigen bedrijf beschikbaar is, zal de totale mestinvoer minder moeten zijn dan de maximaal vergunde 12.500 ton drijfmest. De STAB heeft dan ook geadviseerd dat het in feite niet uitmaakt als de inrichting over minder eigen mest beschikt. Als er minder mest is, kan en zal nog steeds worden voldaan aan het percentage 60% eigen mest en 40% mest van derden, maar zal de totale mestinvoer minder zijn dan 12.500 ton.

Conclusie en gevolgen

8. Uit het voorgaande volgt dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres krijgt geen gelijk. De bestreden omgevingsvergunning van 26 juli 2023 blijft in stand. Daarom is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en hoeft het college niet het door haar betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R. van der Velde, voorzitter, mr. C.S. Schür en

mr. G. Knuttel, leden, in aanwezigheid van mr. A.M. Veenstra als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.

De griffier De rechter

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak op het beroep kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Regelgeving

Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder a, c en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk,

c: het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.

e. het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk.

Ingevolge artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, kan de omgevingsvergunning, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, slechts worden verleend in strijd met het bestemmingsplan, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

Artikel 2.14 Wabo

Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e:

betrekt het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag in ieder geval:

Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 2.7a

1. Indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand