ECLI:NL:RBNNE:2026:1713

ECLI:NL:RBNNE:2026:1713

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer LEE 26/1037
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Uitspraak zonder zitting. Geen spoedeisend belang. Er is geen reden om aan te nemen dat betrokkene in een financiële noodsituatie komt te verkeren. Afwijzing verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 april 2026 in de zaak tussen

[naam uit woonplaats] , verzoeker,

Inleiding

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 26/1037

(gemachtigde: mr. J.E.A. Egers),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen, het college,

(gemachtigde: E. Olthof).

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beslissing van het college om bijstand terug te vorderen.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 12 februari 2026 heeft het college besloten om de bijstandsuitkering, die verzoeker ontving op grond van de Participatiewet (Pw), met ingang van 1 januari 2026 te beëindigen. Verder heeft het college besloten om het recht op de uitkering in te trekken vanaf 22 maart 2022 tot en met 31 december 2025. Verzoeker moet een bedrag van € 83.770,97 aan teveel betaalde uitkering terugbetalen. Verzoeker heeft hiertegen op 12 februari 2026 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter op 26 maart 2026 gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist. Het is aan verzoeker om aannemelijk te maken dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Er is sprake van een spoedeisend belang als aannemelijk is dat het bestreden besluit leidt tot een dreigende noodsituatie of dreigende onomkeerbare gevolgen voor verzoeker, waardoor de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs niet kan worden afgewacht.

Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift aangegeven dat de uitvoering van het besluit

ernstige en onomkeerbare financiële gevolgen voor hem heeft. Zijn belang bij een voorlopige voorziening is gelegen in de directe vordering van het zeer substantiële bedrag van € 83.770,97. Hij beschikt niet over de financiële middelen om dit bedrag op korte termijn terug te betalen.

De voorzieningenrechter ziet geen reden om aan te nemen dat het besluit leidt tot een dreigende (financiële) noodsituatie. In het bestreden besluit staat dat de hoofdregel is dat het bedrag binnen 6 weken moet worden terugbetaald, maar er staat ook vermeld dat er nog contact met verzoeker wordt opgenomen over de terugbetaling van de schuld. In reactie op het verzoekschrift heeft het college aangegeven dat iemand die bezwaar maakt tegen een terugvorderingsbesluit om uitstel van betaling kan vragen. De invordering wordt dan opgeschort tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Dit volgt uit het gemeentelijk beleid “Beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente Heerenveen”. Het college heeft verder aangegeven dat er nog geen invorderingsmaatregelen zijn genomen die voor verzoeker tot onomkeerbare gevolgen zouden leiden. Verzoeker kan na afhandeling van het bezwaar direct een verzoek doen voor een passende betalingsregeling, waarbij het college rekening houdt met zijn financiële situatie en draagkracht. De voorzieningenrechter concludeert hieruit dat er geen reden is om aan te nemen dat verzoeker in een financiële noodsituatie komt te verkeren. Er is daarom geen spoedeisend belang waardoor verzoeker niet kan wachten op de beslissing op zijn bezwaarschrift.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M. Lammerts-Rannenburg, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand