RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Groningen
Zaaknummers: C/18/256347 / FA RK 26-3093 en C/18/256236 / JE RK 26-847
Beschikking van 13 mei 2026 over de schorsing van het gezag en de voorlopige voogdij
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Noord Nederland, locatie Groningen,
die hierna 'de Raad' wordt genoemd,
over
[naam kind] ,
die is geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
en die hierna ' [naam kind] ' wordt genoemd.
De kinderrechter wijst als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
die woont in [woonplaats] ,
en die hierna 'de moeder' wordt genoemd,
advocaat mr. F. Pool, die kantoor houdt in Rotterdam,
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,
die is gevestigd in Groningen,
en die hierna 'de GI' wordt genoemd.
1. Het (verdere) verloop van de procedure
Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit:
de beschikking van deze rechtbank van 4 mei 2026;
de beschikking van deze rechtbank van 8 mei 2026.
Op 11 mei 2026 heeft de (kinder)rechter de zaken gelijktijdig mondeling behandeld. Hij heeft toen gesproken met de moeder, haar advocaat, [namen vertegenwoordigers] , die de Raad vertegenwoordigen, en [naam vertegenwoordiger] , die de GI vertegenwoordigt.
Ten slotte is bepaald dat vandaag deze beschikking wordt gegeven.
2. De feiten
De (kinder)rechter kan bij de beoordeling van de verzoeken uitgaan van de volgende feiten.
De moeder is de alleen verzorgende ouder van haar zevenjarige zoon, [naam kind] . Tot voor kort verbleef [naam kind] bij haar in de woning. Op dit moment is hij op grond van een daartoe strekkende kinderbeschermingsmaatregel uit huis geplaatst.
De moeder onderhield een intensieve vriendschappelijke relatie met vriendin [voorletter vriendin] . Vriendin [voorletter vriendin] . verbleef samen met haar dochter met grote regelmaat in de woning van de moeder.
Vriendin [voorletter vriendin] . heeft aan de betrokken instanties en de (kinder)rechter verteld dat zij haar zesjarige dochter gedurende langere tijd stelselmatig ernstig heeft mishandeld. Volgens haar vonden deze mishandelingen veelal plaats in de woning van de moeder en handelde zij daarbij onder sterke invloed van, en op instigatie van, de moeder.
Volgens de verklaring van vriendin [voorletter vriendin] . werd haar dochter door haar en/of door de moeder meermalen met kabelbinders vastgebonden en langdurig opgesloten in de kelder van de woning van de moeder. De kelder zou daarbij als strafruimte zijn gebruikt.
Daarnaast heeft vriendin [voorletter vriendin] . verteld dat haar dochter op aanwijzing van de moeder als straf eten werd onthouden. Volgens vriendin [voorletter vriendin] . leidde dit tot ernstige vermagering, ondervoeding en meerdere ziekenhuisopnames. Tevens heeft zij verklaard dat haar dochter, nadat zij voedsel had overgegeven, werd gedwongen haar braaksel opnieuw op te eten.
Uit de verklaringen van vriendin [voorletter vriendin] . volgt verder dat de invloed van de moeder zich niet beperkte tot gebeurtenissen binnen haar woning. Volgens vriendin [voorletter vriendin] . gaf de moeder ook telefonisch en digitaal concrete aanwijzingen over de wijze waarop de dochter moest worden mishandeld en vernederd. Deze gedragingen zouden onder meer hebben plaatsgevonden tijdens het verblijf van vriendin [voorletter vriendin] . in een ouder-kind-huis. Daarbij is onder andere genoemd het afscheren van het hoofdhaar van de dochter en het door vriendin [voorletter vriendin] . urineren over speelgoed.
Voorts zijn er aanwijzingen dat de moeder druk en bedreigingen heeft geuit richting het ouder-kind-huis en de daar werkzame medewerkers. Ook zou vanuit of via het account van vriendin [voorletter vriendin] . beeldmateriaal van de dochter en van medewerkers zijn verspreid.
Uit het dossier ontstaat daarnaast het beeld dat de moeder een vergaande mate van controle uitoefende over het leven van vriendin [voorletter vriendin] . Zo zou zij toegang hebben gehad tot en feitelijke zeggenschap hebben uitgeoefend over haar e-mailaccount, bankpas en bankrekening. Tevens zouden aanzienlijke geldbedragen zijn overgemaakt naar de moeder, haar familieleden en kennissen. Verder zou op de telefoon van vriendin [voorletter vriendin] . software zijn geïnstalleerd waarmee op afstand kon worden meegekeken en gestuurd. Volgens de beschikbare informatie vormde dit een context van afhankelijkheid, druk en mogelijke chantage, onder meer met compromitterend beeldmateriaal.
Tegen deze achtergrond acht de Raad het aannemelijk dat [naam kind] meermalen getuige is geweest van de beschreven mishandelingen, nu deze volgens de verklaringen grotendeels plaatsvonden in de woning waar hij verbleef. De Raad gaat er daarom van uit dat [naam kind] ten minste als oor- en/of ooggetuige is blootgesteld aan ernstig huiselijk geweld en kindermishandeling, hetgeen op zichzelf reeds kan worden aangemerkt als een vorm van kindermishandeling.
Daar komt bij dat vriendin [voorletter vriendin] . heeft verklaard dat ook [naam kind] zelf fysiek door de moeder zou zijn mishandeld. Volgens haar werd hij geslagen wanneer hij een “grote mond” had en werd ook hij soms als straf opgesloten in de kelder.
Gelet op de ernst en duur van de door vriendin [voorletter vriendin] . beschreven mishandelingen, de rol van de woning van de moeder, de sturende en controlerende rol die de moeder zou hebben gehad ten aanzien van vriendin [voorletter vriendin] . en haar dochter en de aanwijzingen dat [naam kind] zowel getuige als direct slachtoffer van mishandeling is geweest, komt de Raad tot de conclusie dat er een ernstig vermoeden bestaat dat [naam kind] ernstig en acuut in zijn ontwikkeling wordt bedreigd.
Omdat [naam kind] ten tijde van de melding nog bij de moeder verbleef, zijn met spoed kinderbeschermingsmaatregelen getroffen, aanvankelijk in de vorm van een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing en vervolgens in de vorm van een schorsing van het gezag en een voorlopige voogdijmaatregel. Deze maatregelen zijn genomen met het doel [naam kind] onmiddellijk in veiligheid te brengen en vervolgens nader onderzoek te verrichten naar de aard, omvang en impact van de beschreven gebeurtenissen, alsmede naar de mogelijkheden voor een veilige opvoed- en verzorgingssituatie.
3. De beoordeling
De kinderrechter overweegt in aanvulling op wat is overwogen in de tussenbeschikkingen van 4 en 8 mei 2026, als volgt.
Uit de stukken kan worden afgeleid dat de moeder gedurende langere tijd een dominante en sturende rol heeft gespeeld in de levens van vriendin [voorletter vriendin] . en haar dochter. Vriendin [voorletter vriendin] . heeft verklaard over een patroon waarbij op instigatie en onder druk van de moeder ernstige vormen van mishandeling en verwaarlozing hebben plaatsgevonden in de woning van de moeder.
Vriendin [voorletter vriendin] . heeft onder meer verklaard dat haar dochter bij herhaling met kabelbinders is vastgebonden, langdurig in de kelder van de woning van de moeder is opgesloten en structureel te weinig eten en drinken kreeg. Daarnaast beschrijft zij dat haar dochter op aanwijzing van de moeder gedwongen werd grote hoeveelheden voedsel te eten, bij braken het braaksel opnieuw moest opeten, en dat koude douches, vernederende opdrachten en fysieke straffen (slaan en schoppen, ook met voorwerpen zoals een bezemsteel) onderdeel waren van een stelselmatig straf‑ en mishandelingspatroon. Een belangrijk deel van deze handelingen vond plaats in de woning van de moeder, waar ook [naam kind] woonde.
Voorts blijken uit het dossier aanwijzingen dat de moeder niet alleen fysiek aanwezig was bij deze handelingen, maar ook op afstand (via telefoon, berichten en het (op afstand) kunnen meekijken op de telefoon van de moeder) opdrachten gaf over de wijze waarop de dochter behandeld en gestraft moest worden, ook gedurende de periode in het ouder-kind-huis. Vriendin [voorletter vriendin] . stelt dat de moeder beschikte over substantiële invloed op haar leven, onder meer doordat zij toegang had tot haar e‑mail, pinpas en bankrekening, gebruikmaakte van chantage met beeldmateriaal en haar sociaal en financieel afhankelijk hield.
In het rapport van de Raad wordt vermeld dat [naam kind] bij de moeder in huis woonde, waar de beschreven mishandelingen grotendeels hebben plaatsgevonden. De Raad gaat er, gelet op de locatie, de duur en de frequentie van de beschreven gebeurtenissen, van uit dat hij meermalen getuige is geweest van de mishandelingen van de dochter van vriendin [voorletter vriendin] . en dat hij daarmee zelf slachtoffer is geworden van kindermishandeling in de zin van het herhaaldelijk moeten aanschouwen van ernstig geweld in zijn directe leefomgeving.
Voorts blijken uit het dossier aanknopingspunten om aan te kunnen nemen dat ook [naam kind] zelf fysiek is gestraft en mishandeld. Hij zou door de moeder worden geslagen wanneer hij een “grote mond” had en hij zou, net als de dochter van vriendin [voorletter vriendin] ., met enige regelmaat als straf in de kelder zijn opgesloten. Tegen deze achtergrond moet worden aangenomen dat [naam kind] is opgegroeid in een opvoedingsklimaat waarin ernstige gewelds‑ en machtsmiddelen jegens kinderen zijn gehanteerd, waarbij de kelder als straf‑ en opsluitingsruimte is gebruikt en waarin fysieke en emotionele onveiligheid structureel aanwezig was.
De (kinder)rechter acht het, gezien de ernst en de consistentie van de door vriendin [voorletter vriendin] . afgelegde verklaringen en de ondersteuning die deze vinden in andere dossierstukken, aannemelijk dat de moeder actief en gedurende langere tijd een aansturende rol heeft gehad in de mishandeling van de dochter van vriendin [voorletter vriendin] . en dat haar woning daarvoor structureel is gebruikt. [naam kind] heeft in diezelfde woning gewoond en is naar het oordeel van de (kinder)rechter daardoor zowel als getuige als, althans deels, direct slachtoffer van een gewelddadig en onveilig opvoedingsklimaat te beschouwen.
Aan het voorgaande doet niet af dat de moeder de feiten waarover vriendin [voorletter vriendin] . verklaart, erkent als het gaat om de mishandeling van de dochter van vriendin [voorletter vriendin] ., maar weerspreekt als het gaat om haar betrokkenheid, direct of indirect, daarbij. De moeder voert aan dat zij juist zorgen had over de mishandelingen door vriendin [voorletter vriendin] . en dat zij daar ook aandacht voor heeft gevraagd bij hulpverlenende instanties. De moeder schetst een zorgelijk beeld over het functioneren van vriendin [voorletter vriendin] ., waarbij middelengebruik op de voorgrond staat en een totaal onvermogen van vriendin [voorletter vriendin] . om op een normale wijze met haar dochter om te gaan. Op dit moment blijken er echter onvoldoende concrete, feitelijke, aanknopingspunten te zijn om de grote zorgen van de Raad over niet alleen vriendin [voorletter vriendin] . en haar dochter, maar ook [naam kind] weg te nemen.
Op grond van het voorgaande de (kinder)rechter vast dat de ontwikkeling van [naam kind] ernstig en acuut wordt bedreigd zolang hij aan de zorg van zijn moeder is toevertrouwd. De combinatie van (i) de aanwijzingen dat door de moeder geweld tegen een ander kind is geïnitieerd, mede georganiseerd dan wel gefaciliteerd, (ii) de aanwijzingen dat ook [naam kind] is mishandeld, doordat hij oor- en ooggetuige is geweest van geweld en vernedering van een ander kind en ook zelf fysiek is mishandeld, en (iii) het ontbreken van enige zichtbare beschermende factoren in het netwerk, maakt dat ingrijpende kinderbeschermingsmaatregelen noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn om de veiligheid van [naam kind] te waarborgen.
Gelet op de ernst van de beschreven feiten, de noodzaak om de feitelijke toedracht nader te laten onderzoeken en de omstandigheid dat de moeder in het recente verleden niet in staat is gebleken de veiligheid van [naam kind] te waarborgen, acht de (kinder)rechter het op dit moment nog noodzakelijk en proportioneel dat het gezag van de moeder over [naam kind] wordt geschorst.
Deze schorsing van het gezag is ook vereist om te borgen dat de GI en de medisch‑forensische deskundigen zonder belemmering en zonder vertraging alle voor [naam kind] noodzakelijke beslissingen kunnen nemen, waaronder het (doen) verrichten van (aanvullend) forensisch medisch onderzoek, diagnostiek en behandeling. Alleen indien de beslissingsbevoegdheid tijdelijk bij de GI wordt gelegd, kan worden voorkomen dat toestemming van de moeder wordt onthouden of vertraagd, en kan de veiligheid van [naam kind] en de noodzakelijke waarheidsvinding omtrent de aard en omvang van de risico’s in voldoende mate worden gewaarborgd
Gelijktijdig heeft de (kinder)rechter ook oog voor de positie van de moeder en haar verweer. Tijdens de mondelinge behandeling op 11 mei 2026 is besproken dat nog veel onduidelijk is, er nader onderzoek moet worden gedaan naar wat zich precies heeft afgespeeld en wat de rol van de moeder en vriendin [voorletter vriendin] . daarin is geweest, en er bovendien ook een strafrechtelijk onderzoek loopt. Daarom is afgesproken dat de (kinder)rechter regie blijft voeren op de te nemen maatregelen. Er is een nieuwe datum en tijd gepland voor een volgende mondelinge behandeling.
Over het verdere verloop van de procedure(s) geeft de (kinder)rechter de navolgende informatie:
De schorsing van de moeder in het gezag leidt tot een voorlopige voogdijmaatregel die maximaal drie maanden kan duren. De schorsing is ingegaan op 8 mei 2026 en eindigt daarom, voor zover die niet eerder door de (kinder)rechter wordt beëindigd, op 8 augustus 2026. Wanneer de Raad meent dat de schorsing langer moet duren, dient hij voor 8 augustus 2026 een definitieve voorziening in het gezag te verzoeken.
Wanneer dat verzoek niet wordt gedaan en de (kinder)rechter de schorsing niet eerder beëindigt, eindigt de schorsing van rechtswege op 8 augustus 2026. Als ook nadien kinderbeschermingsmaatregelen moeten worden genomen, dient voor die tijd de definitieve ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te worden verzocht.
4. De beslissing
De kinderrechter:
schorst de moeder in het gezag over [naam kind] ;
bepaalt dat de schorsing voor zover die niet eerder door de (kinder)rechter wordt beëindigd, ook na 8 augustus 2026 doorloopt, wanneer voor die datum bij de rechtbank een verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag is ingediend. De schorsing loopt dan door totdat op dit verzoek tot beëindiging van het gezag is beslist;
belast de GI met de voorlopige voogdij over [naam kind] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat het verzoek mondeling wordt behandeld op woensdag 10 juni 2026 om 14.00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen;
wijst betrokkenen erop dat deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling op 10 juni 2026 dat zij voor deze mondelinge behandeling geen nadere oproep zullen ontvangen.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door mr. B.R. Tromp, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Bernard, griffier.
Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.