ECLI:NL:RBNNE:2026:1743

ECLI:NL:RBNNE:2026:1743

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 18.260950.24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Drugslab in loods. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan (het voorbereiden van) de productie van metamfetamine. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden en een voorwaardelijke geldboete van 30.000 euro passend en geboden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.260950.24

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 mei 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 april 2026.

Verdachte is niet verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1. hij in of omstreeks de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk

heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2 hij in of omstreeks de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen, althans in Nederland, in een loods behorend bij het perceel gelegen aan de [adres] (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

van een materiaal (telkens) bevattende metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, een groot aantal stoffen en/of materialen en/of goederen die gebruikt worden bij de vervaardiging van metamfetamine, althans de vervaardiging van harddrugs te

weten, (onder meer)

voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit.

2. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feiten 1 en 2 in de periode van

6 september tot en met 10 oktober 2023. Hij heeft daartoe in het bijzonder het volgende aangevoerd.

Verdachte [verdachte] en medeverdachten zijn aangetroffen in een volledig operationeel drugslab. In het laboratorium zijn DNA-sporen van de verdachte aangetroffen op onder meer de binnenzijde van een gasmasker. Hieruit blijkt de directe betrokkenheid van verdachte bij de productie van metamfetamine.

De labopstelling, de aanwezige voorraden en de gesprekken in de onderzochte telefoon van verdachte wijzen op gezamenlijke voorbereidingshandelingen en gezamenlijke uitvoering van de werkzaamheden en daarom is volgens hem sprake van medeplegen. De officier van justitie baseert tot slot de pleegperiode van 6 september tot 10 oktober 2023 op berichtenverkeer dat uit de onderzochte telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] naar voren is gekomen en op de melding van 6 oktober 2023 bij de politie.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten. De bewijsmiddelen zijn in bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Bewijsoverwegingen

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 10 oktober 2023 heeft een instap ter aanhouding plaatsgevonden op het perceel [adres] . Daarbij is in de loods een operationeel synthetisch drugslab aangetroffen.

Medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] bevonden zich ten tijde van de instap in het lab, terwijl verdachte [verdachte] aanwezig was in een aangrenzende slaapruimte. In het woonhuis werd medeverdachte [medeverdachte 3] , eigenaar van het perceel, aangetroffen. Alle verdachten zijn op heterdaad aangehouden. In de loods trof de politie onder meer laboratoriumapparatuur en grondstoffen aan, waaronder rvs-ketels, branders en (gevulde) jerrycans en vaten. Vervolgens is onderzoek verricht door het Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en is forensisch sporenonderzoek uitgevoerd.

Uit het onderzoek van het LFO volgt dat meerdere ruimtes in de loods ingericht en in gebruik waren voor de vervaardiging en/of bewerking van synthetische drugs. Uit de voorlopige interpretatie van het LFO blijkt dat de aangetroffen opstelling en chemicaliën passen bij de productie van metamfetamine volgens de zogenoemde kwik-amalgaanmethode. Daarnaast werd circa 4.400 liter afval aangetroffen dat volgens het LFO kan worden gerelateerd aan dit productieproces. Met de aangetroffen 820 liter benzylmethylketon (BMK) kan volgens het LFO minimaal ongeveer 700 kilogram metamfetamine worden geproduceerd. In enkele vaten werden restanten aangetroffen van met kwik besmet afval en vloeistoffen die metamfetamine bevatten. Op het moment van de instap was bovendien een vacuümdestillatie-opstelling in werking, waarbij BMK werd gezuiverd en de gasbranders aan stonden.

Het NFI heeft vervolgens op basis van de resultaten van het laboratoriumonderzoek, de door het LFO verkregen informatie en de foto's van het onderzoek ter plaatse, vastgesteld dat in het onderzoeksmateriaal daadwerkelijk metamfetamine is aangetroffen, zijnde een stof vermeld op lijst I van de Opiumwet. Daarnaast zijn diverse stoffen aangetroffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van synthetische drugs en die volgens het NFI kunnen worden gebruikt bij de productie van metamfetamine.

Uit het forensisch sporenonderzoek is voorts gebleken dat DNA van de verdachten is aangetroffen op goederen in de loods. Ten aanzien van verdachte [verdachte] is onder meer DNA aangetroffen aan de binnenzijde van een gasmasker. Daarnaast is bij verdachte [medeverdachte

1] een mobiele telefoon (paarse Oppo) in beslag genomen. Uit het onderzoek naar deze telefoon blijkt dat daarin chatgesprekken zijn aangetroffen die kunnen duiden op betrokkenheid bij de productie en/of handel in harddrugs.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een operationeel drugslab waarin metamfetamine werd vervaardigd en aanwezig was. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, daarbij betrokken is geweest. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat in de loods een groot aantal goederen en stoffen aanwezig was die naar hun aard bestemd waren voor de (verdere) productie van metamfetamine. Nu verdachte zich in het lab bevond en tezamen met zijn medeverdachten over deze goederen en stoffen kon beschikken, is sprake van het voorhanden hebben daarvan in de zin van artikel 10a van de Opiumwet.

3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. hij in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen, tezamen en in vereniging met anderen meermalen telkens opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt, een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2 hij in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen, in een loods behorend bij het perceel gelegen aan de [adres] telkens tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten

van een materiaal telkens bevattende metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, een groot aantal stoffen en materialen en goederen die gebruikt worden bij de vervaardiging van metamfetamine, te weten, onder meer

voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

5. Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

6. Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden en een geldboete van

30.000. Daarbij heeft de officier van justitie rekening gehouden het tijdsverloop.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, het uittreksel uit de justitiële documentatie en de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft in de ten laste gelegde periode samen met anderen metamfetamine geproduceerd en voorbereidingshandelingen verricht die waren gericht op de (verdere) productie daarvan.

Algemeen bekend is dat de productie van synthetische drugs aanzienlijke risicos meebrengt voor mens en milieu. De chemische processen, de opslag van gevaarlijke stoffen en de dumping van drugsafval kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en ernstige milieuschade. Ook is bekend dat het gebruik van synthetische drugs ernstige gezondheidsrisicos oplevert en kan leiden tot verslaving. Verslaafde gebruikers plegen niet zelden strafbare feiten om hun gebruik te financieren. Daarnaast staat vast dat met de productie en handel in synthetische drugs grote winsten worden behaald, waarbij geweld en bedreiging met geweld niet worden geschuwd..

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij aan dergelijke activiteiten heeft bijgedragen. Tegelijkertijd houdt de rechtbank rekening met de mate en duur van de feitelijke betrokkenheid van verdachte. Hoewel de rechtbank de gehele ten laste gelegde periode bewezen acht, is niet gebleken dat verdachte gedurende die gehele periode een actieve rol heeft vervuld. De rechtbank houdt daar bij de straftoemeting rekening mee.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft verder gekeken naar het strafblad van verdachte van 27 februari 2026.

Daaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit in Nederland. Voor het overige is er weinig bekend over de persoonlijke omstandigheden van verdachte, aangezien de reclassering verdachte inhoudelijk niet heeft kunnen spreken en hij ook niet ter terechtzitting is verschenen.

Conclusie

Alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten voor (grootschalige) productie van harddrugs en de daarbij behorende voorbereidingshandelingen acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. In afwijking van de eis van de officier van justitie ziet de rechtbank evenwel aanleiding een lagere gevangenisstraf en een voorwaardelijke geldboete op te leggen. Daarbij weegt de rechtbank onder meer het aanzienlijke tijdsverloop sinds het plegen van de feiten mee. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 18 maanden. Voorts zal de rechtbank, gelet op het evidente winstoogmerk waarmee de feiten zijn gepleegd, een geldboete van 30.000 opleggen, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. Toepassing van wetsartikelen

23 oktober 2023, opgenomen op pagina 70 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] :

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 47, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

betaling van een geldboete ten bedrage van 30.000 (zegge: dertigduizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 158 dagen hechtenis.

Bepaalt dat deze geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. L.M. Praamstra, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2026.

Bijlage I

De bewijsmiddelen

1. ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

11 oktober 2023, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023268004 d.d. 6 augustus 2024 inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :

Op vrijdag 6 oktober 2023 omstreeks 14:00 uur heb ik contact opgenomen met melder [naam 1] . Ik hoorde de melder zeggen dat hij bevriend is met personen ook woonachtig aan de [adres] . Deze vrienden zouden al enige tijd, ongeveer een maand, verdachte activiteiten waarnemen rondom de schuur aan de [adres] . Melder zou zelf ook verdachte activiteiten hebben gezien. Deze verdachte activiteiten zouden volgens melder bestaan uit:

Aziatisch uiterlijk zouden overnachten en aan het werk zouden zijn in de loods;

- Grote hoeveelheid isolatiemateriaal dat bij de loods naar binnen is gebracht.

Vervolgens hoorde ik de melder 4 kentekens van voertuigen opnoemen die regelmatig

rondom de loods gezien zouden zijn: [kenteken 1] : dit betreft de eerder genoemde camper, [kenteken 2] , [kenteken 3] en [kenteken 4] .

Bovenstaande ontvangen informatie heb ik vervolgens nader bekeken. [adres] :

Op dit adres staan ingeschreven: [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] . [medeverdachte 3] is de eigenaar van de woning, staat te boek als harddrugsgebruiker (2001) en heeft relatief oude antecenten waaronder 1 voor de Opiumwet in 2012.

Kentekens:

Ik heb contact opgenomen met de dienstdoende OVD-R, [naam 2] . Bij het vertellen van bovenstaande informatie, hoorde ik [naam 2] zeggen dat voertuigen gehuurd bij [bedrijfsnaam] vaker voorkomen in verband met criminele activiteiten.

Dinsdag 9 oktober 2023 werd ik, verbalisant [verbalisant] , gebeld door collega [naam 3] van de Districtsrecherche te Winschoten. Ik hoorde haar zeggen dat er zojuist informatie

binnen was gekomen dat een van de voertuigen op naam van [bedrijfsnaam] ook is gezien bij een, vermoedelijk, drugslab in Bovensmilde. Ik hoorde [naam 3] zeggen dat deze extra informatie vervolgens doen heeft besluiten om deze zelfde dag nog een instap te gaan doen op het adres [adres] .

2. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2023, opgenomen op pagina 22 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :

Op dinsdag 10 oktober 2023 om 14:08 uur, ben ik, tezamen met 14 collega's, ingezet bij de instap ter aanhouding op perceel [adres] . Tijdens de instap troffen wij een in werking zijnde synthetisch drugslab aan. In het lab werden door ons 3 verdachten op heterdaad aangehouden. Ter verduidelijking van de locatie van aantreffen van de verdachten, hebben wij onderstaande plattegrond getekend en locatie van de verdachten weergegeven.

3. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

Op dinsdag 10 oktober 2023 omstreeks 16:00 uur tot 22:30 uur en woensdag 11 oktober van 09:00 uur tot 15:00 uur, hebben wij een onderzoek ingesteld op het adres [adres]

. Dit in verband met het vermoedelijk aantreffen van een in werking zijnde productielocatie voor synthetische drugs.

In deze loods troffen wij diverse ruimtes aan welke gemaakt waren van houten panelen. In het voorportaal van de loods, aangeduid op onderstaande situatieschets als ruimte [A] zagen wij diverse klemdekselvaten aan. Tevens zagen wij diverse lege jerrycans aan en aanverwante artikelen die ons ambtshalve bekend zijn als gebruiksvoorwerp in dergelijke

locaties waar synthetische drugs wordt vervaardigd. Wij, verbalisanten, roken direct na het betreden van de loods de ons ambtshalve bekende geur van BMK (benzylmethylketon). Achter een dubbele deur bevond zich een gang, aangeduid als ruimte [HJ]. waarin onder andere 2 duizend liter IBCs (Intermediate Bulk Container) stonden. Links in de gang bevond zich een dubbele deur welke toegang gaf tot een ruimte, [O], waar twee stretcherbedden en diverse “schone” chemicaliën werden aangetroffen. Achter in deze ruimte bevond zich een afzuigruimte aangeduid als ruimte [Z]. Hierin bevonden zich diverse afzuigunits welke aan stonden ten tijde wij het pand betraden. Aan het einde van ruimte [H], bevond zich een deur welke uitkwam in ruimte [L]. In deze ruimte troffen wij diverse emmers met een heldere/gele vloeistof, ruikend naar BMK, aan. Ook stond in deze ruimte een grote RVS-productieketel en een RVS-destillatieopstelling.

Onder de laatste opstelling bevonden zich 2 branders welke aanstonden ten tijde wij deze ruimte betraden. Wij lazen van een digitale temperatuurmeter af dat de inhoud van de ketel een temperatuur had van 150 graden Celsius. Deze branders werden door ons gecontroleerd uitgezet en het afkoelproces werd door ons nauwlettend gemonitord. Achter in deze ruimte bevond zich een afzuigruimte met daarin diverse afzuigunits en koolstoffilters aangeduid als ruimte [AF]. Hierop werd de heterdaad situatie van deze locatie door ons fotografisch vastgelegd.

Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen.

Voorlopige interpretatie LFO

De verschillende ruimtes van de loods gelegen aan de [adres] waren

ingericht en in gebruikt voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, namelijk de vervaardig en bewerking van BenzylMethylKeton(BMK) vanuit een reprecursor

[het zout van BMK-glycidezuur] en een zuur [fosforzuur]. Met de ter plaatse vervaardigde BMK werd vervolgens middels de” kwik-amalgaan” methode metamfetamine vervaardigd.

Op het moment van ontdekking was de vacuümdestillatie opstelling in werking (gasbranders

aan) en werd eerder vervaardigde BMK gezuiverd. Ter plaatse werd door ons, verbalisanten, circa 4400 liter afval aangetroffen verdeeld over diverse klemdekselvaten en IBC's. Dit afval is te relateren aan de omzetting van BMK en de productie van metamfetamime.

In sommige klemdekselvaten werden restanten van met kwik besmet afval/vloeistofen

restanten met metamfetamine houdende vloeistof aangetroffen. In totaal werd er circa 820 liter BMK-olie en 1000 liter methylamine aangetroffen. Tevens werd er door ons kwik(II)chloride en klemdekselvaten met een grote hoeveelheid snippers aluminiumfolie aangetroffen.

Ons is ambtshalve bekend dat deze goederen en chemicaliën worden gebruikt voor de vervaardiging van metamfetamine middels de zogenaamde “kwik-amalgaan methode”

hetgeen een methode betreft waarbij kwik houdend afval ontstaat. Met 820 liter BMK kun je, middels de kwik-almagaan methode, minimaal 700 kg metamfetamine HCL (kristallen) produceren.

4. ​ ​Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, d.d. 29 november 2024 opgemaakt door dr. J.D.J. van den Berg, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:

Resultaten

De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat

Conclusie

Vraagstelling 1

In het onderzoeksmateriaal is metamfetamine aangetoond. Metamfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet.

5. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict

( [adres] ) d.d. 15 november 2023, opgenomen op pagina 145 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Op dinsdag 10 oktober 2023 om 17:15 uur kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] , 9619 PK [plaats] . Het drugslab is door ons, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , onderzocht op de aanwezigheid van sporen, hierbij hebben wij rekening gehouden met de rollen die over het algemeen vaak gezien worden in een drugslab.

Sporen die mogelijk leiden naar de kok in het lab:

- Een gasmaker onder een tafel in het lab (ruimte L). Vermoedelijk is dit gasmasker

gedragen tijdens het produceren van de precursoren. Mogelijk is er DNA achtergebleven op het gasmasker. Het gasmasker is bemonsterd voor DNA vergelijkend onderzoek. SIN AAQM9625NL

Overige veiliggestelde sporen:

6. ​ ​Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, d.d. 17 november 2023 opgemaakt door ing. S. Tuinman, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:

Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek

DNA-databank

In tabel 2 staat vermeld welke DNA-profielen zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken.

Tabel 2 Overzicht opgenomen en vergeleken DNA-profielen

7. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 2 november 2023, opgenomen op pagina 172 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :

In verband met een onderzoek naar een vervaardigen harddrugs (lijst I) werd door mij een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager:

Goednummer: PL0100-2023268004-1650084 SIN: AAQM9625NL

Object: Masker (gasmasker)

Ik heb de binnenkant van het masker ter hoogte van het uitblaasventiel en de rand die

tegen het gezicht zit bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAQW4308NL, verpakt en verzegeld.

Veiliggestelde sporen:

Spoornummer: PL0100-2023268004-91356 SIN: AAQW4308NL

Relatie met SIN: AAQM9625NL

8. ​ ​Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, opgenomen op pagina 226 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 22 november 2023 opgemaakt door ing. S. Tuinman, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:

Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek

DNA-databank

In Tabel 2 staat vermeld welke DNA-profielen zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. In de laatste kolom staat vermeld of, en zo ja onder welk DNA-profielcluster, matches met dit DNA-profiel zijn geregistreerd. Wanneer er een match is gevonden met het DNA-profiel van een persoon, dan staat de naam van deze persoon vermeld in de kolom Celmateriaal kan afkomstig zijn van.

Tabel 2 Overzicht opgenomen en vergeleken DNA-profielen

Bijlage DNA-profielcluster [nummer]

Overzicht van de matchende DNA-profielen die bij het NFI zijn geregistreerd onder DNA-profielcluster [nummer] . Toekomstige matches met dit DNA-profielcluster krijgen hetzelfde DNA-profielclusternummer toegewezen.

DNA-identiteitszegel AAQW4308NL#01

Datum opname DNA-databank 21 november 2021

DNA-identiteitszegel AAQE7340NL#01

Datum opname DNA-databank 13 november 2021

9. ​ ​Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, opgenomen op pagina 233 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 19 december 2023 opgemaakt door ing. J. Harteveld, op de door haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als haar verklaring:

Gegevens verdachte Achternaam [verdachte] Voornamen [verdachte]

DNA-onderzoek

Aan de referentiekaart [nummer] van de verdachte [verdachte] is DNA-onderzoek verricht. Van het DNA in dit referentiemonster is een DNA-profiel verkregen.

DNA-databank

Het DNA-profiel [nummer] van de verdachte [verdachte] is op 12 december 2023 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking zijn tot op heden twee matches gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn geregistreerd onder DNA-

profielcluster [nummer] .

Bovenstaande betekent dat DNA in het sporenmateriaal met de identiteitszegels

AAQE7340NL#01 en AAQW4308NL#01, uit DNA-profielcluster [nummer] , afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte] .

Voor de gegevens van deze zaken en de matchkans van de DNA-profielen wordt verwezen naar DNA-profielcluster [nummer] dat als bijlage aan dit rapport is toegevoegd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand