2. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3. Hij heeft daartoe in het bijzonder het volgende aangevoerd.
Ten aanzien van feiten 1 en 2 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte wetenschap moet hebben gehad van de aanwezigheid van een drugslab in de loods op zijn perceel.
Daarbij heeft hij gewezen op de aanwezigheid van de medeverdachten in de loods ten tijde van de instap, de voortdurende aanloop van personen naar de loods en de duidelijke geur die met het lab gepaard ging. Volgens de officier van justitie heeft verdachte het drugslab in ieder geval gefaciliteerd door de loods ter beschikking te stellen. Voor een bewezenverklaring van medeplegen ontbreekt echter voldoende bewijs. De officier van justitie heeft daarom vrijspraak gevorderd van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde en bewezenverklaring van de onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid.
Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte de in zijn woning aangetroffen hennep aanwezig heeft gehad, nu deze op meerdere zichtbare plaatsen in de woning lag, waaronder de slaapkamer en woonkamer, en verdachte hiervoor geen verklaring heeft gegeven.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
De rechtbank acht feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten. De bewijsmiddelen zijn in bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Bewijsoverwegingen
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.
Feiten en omstandigheden
Op 6 oktober 2023 ontving de politie een melding over verdachte activiteiten bij de loods op het perceel [adres] . De melder verklaarde dat gedurende ongeveer een maand voorafgaand aan de melding veelvuldig personen af en aan kwamen bij de loods, dat er vreemde machinegeluiden werden gehoord en dat er sterke geuren werden waargenomen, waaronder eenmaal een ammoniakgeur. Ook werden regelmatig meerdere voertuigen, waaronder gehuurde voertuigen, bij de loods gezien. Eén van deze voertuigen betrof een Volkswagen (VW) Caddy.
Op 10 oktober 2023 een instap ter aanhouding plaatsgevonden op het perceel. Daarbij werd in de loods een operationeel synthetisch drugslab aangetroffen. Op dat moment bevonden zich drie personen in de loods, terwijl verdachte [verdachte] in het woonhuis werd aangetroffen. Alle verdachten zijn op heterdaad aangehouden.
Verdachte is eigenaar van het perceel waarop zijn woning staat, met daarachter een vrijstaande loods. Deze loods is uitsluitend bereikbaar via de oprit langs de woning, waarbij de woning steeds moet worden gepasseerd. Vanuit zowel het keukenraam aan de voorzijde als het keukenraam aan de achterzijde van de woning bestaat direct zicht op de oprit en op de voorzijde van de loods, waaronder de grote roldeur daarvan. Bij doorzoeking van het woonhuis trof de politie op de keukentafel de sleutels aan van de eerder genoemde VW Caddy. In deze auto namen verbalisanten bovendien een chemische geur waar. Daarnaast werd in de woning een aanzienlijke hoeveelheid hennep aangetroffen.
In de loods trof de politie onder meer laboratoriumapparatuur en grondstoffen aan, waaronder rvs-ketels, branders en (gevulde) jerrycans en vaten. Uit het onderzoek van het LFO volgt dat meerdere ruimtes in de loods waren ingericht en in gebruik voor de vervaardiging en/of bewerking van synthetische drugs. Volgens de voorlopige interpretatie van het LFO pasten de aangetroffen opstelling en chemicaliën bij de productie van metamfetamine volgens de zogenoemde kwik-amalgaanmethode. Met de aangetroffen circa 820 liter benzylmethylketon (BMK) kon volgens het LFO minimaal ongeveer 700 kilogram metamfetamine worden geproduceerd.
Het NFI heeft vervolgens vastgesteld dat in het onderzoeksmateriaal daadwerkelijk metamfetamine is aangetroffen, zijnde een stof vermeld op lijst I van de Opiumwet. Daarnaast zijn diverse stoffen aangetroffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van synthetische drugs en die volgens het NFI kunnen worden ingezet bij de productie van metamfetamine.
Uit het forensisch sporenonderzoek is voorts gebleken dat DNA van de verdachten is aangetroffen op goederen in de loods. Ten aanzien van verdachte [verdachte] is DNA aangetroffen op een blikje drinken in het slaapvertrek van de loods.
Vrijspraak feiten 1 en 2 primair
De rechtbank stelt vast dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte zelf rechtstreeks betrokken is geweest bij de productie van metamfetamine in de door hem ter beschikking gestelde loods. Evenmin kan op basis van het dossier worden vastgesteld dat sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering van die productie met een of meer anderen. Ook ontbreekt bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de inrichting van het drugslab of bij vergelijkbare voorbereidende handelingen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde.
Bewezenverklaring feiten 1 en 2 subsidiair
Onder 1 subsidiair is de medeplichtigheid aan het medeplegen van de productie dan wel het aanwezig hebben van metamfetamine ten laste gelegd. Onder 2 subsidiair is de medeplichtigheid
aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen ten laste gelegd.
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid is vereist dat het opzet van verdachte niet alleen was gericht op de behulpzaamheid zelf in deze zaak het beschikbaar stellen van de loods maar ook, al dan niet in voorwaardelijke vorm, op het door de daders gepleegde gronddelict, te weten de (voorbereiding van de) productie van metamfetamine.
Gelet op de eerder geschetste feiten en omstandigheden waaronder de ligging van de loods ten opzichte van het woonhuis, de aanloop van personen, de waarneembare chemische geuren en het aantreffen van zijn DNA op een blikje in het slaapvertrek van de loods is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat zich in de loods een drugslaboratorium bevond en dat daar metamfetamine werd geproduceerd. Door zijn loods desondanks voor deze activiteiten beschikbaar te stellen, heeft verdachte de personen die zich daar met de productie van metamfetamine bezighielden opzettelijk gefaciliteerd. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank zowel het opzet op de behulpzaamheid als het opzet op het gronddelict komen vast te staan. De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 subsidiair ten laste gelegd. Zoals hiervoor is overwogen, moet verdachte geweten hebben dat de loods die hij ter beschikking stelde werd gebruikt voor de vervaardiging van synthetische drugs. In die loods bevonden zich tevens diverse goederen en stoffen die bestemd waren voor de verdere productie van metamfetamine. Door de loods desondanks beschikbaar te stellen, heeft verdachte ook deze voorbereidingshandelingen bewust gefaciliteerd.
Bewezenverklaring feit 3
In de woning van verdachte is op meerdere plaatsen een hoeveelheid hennep aangetroffen. Deze hennep is door de politie gewogen en door verbalisanten ambtshalve herkend als hennep. De hennep lag onder meer in de woonkamer en de slaapkamer, op plaatsen die voor verdachte als bewoner direct toegankelijk en zichtbaar waren. Gelet op de verschillende locaties in de woning waar de hennep is aangetroffen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid daarvan. Verdachte heeft bovendien geen verklaring willen afleggen over de herkomst of aanwezigheid van de hennep.
De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.
3. Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen tezamen en in vereniging meermalen telkens opzettelijk hebben bereid, en bewerkt en verwerkt, een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest
- door zijn loods (behorende bij het perceel [adres] ) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , althans op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest en gelegenheid heeft verschaft;
2. [ [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen, in een loods behorend bij het perceel gelegen aan de [adres] tezamen en in vereniging, meermalen, telkens opzettelijk om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
van een materiaal telkens bevattende metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, een groot aantal stoffen en materialen en goederen die gebruikt worden bij de vervaardiging van metamfetamine, te
weten, onder meer
voorhanden hebben gehad, waarvan die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest
- door zijn loods (behorende bij het perceel [adres] ) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , althans op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest en gelegenheid heeft verschaft;
3
hij op 10 oktober 2023 te [plaats] , gemeente Midden-Groningen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 442,2 gram, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1. subsidiair Medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
2. Subsidiair medeplichtigheid aan het medeplegen van het voorbereiden van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door zich of een ander gelegenheid te verschaffen, meermalen gepleegd;
3. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
5. Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
6. Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 subsidiair, 2 subsidiair en feit 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden en een geldboete van
15.000. Daarbij heeft de officier van justitie rekening gehouden het tijdsverloop.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, het uittreksel uit de justitiële documentatie en de vordering van de officier van justitie.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte is, door zijn loods ter beschikking te stellen, behulpzaam geweest bij (de voorbereiding van) de productie van metamfetamine.
Algemeen bekend is dat de productie van synthetische drugs aanzienlijke risicos meebrengt voor mens en milieu. De chemische processen, de opslag van gevaarlijke stoffen en de dumping van drugsafval kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en ernstige milieuschade. Ook is bekend dat het gebruik van synthetische drugs ernstige gezondheidsrisicos oplevert en kan leiden tot verslaving. Verslaafde gebruikers plegen niet zelden strafbare feiten om hun gebruik te financieren. Daarnaast staat vast dat
met de productie en handel in synthetische drugs grote winsten worden behaald, waarbij geweld en bedreiging met geweld niet worden geschuwd.
De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij aan dergelijke activiteiten heeft bijgedragen.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft verder gekeken naar het strafblad van verdachte van 31 maart 2026.
Daaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Voor het overige is er weinig bekend over de persoonlijke omstandigheden van verdachte, aangezien de reclassering verdachte inhoudelijk niet heeft kunnen spreken en hij ook niet ter terechtzitting is verschenen.
Conclusie
Alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten voor (grootschalige) productie van harddrugs en de daarbij behorende voorbereidingshandelingen, is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. Nu sprake is van medeplichtigheid, zal de rechtbank bij de straftoemeting rekening houden met het daarvoor geldende lagere strafmaximum.
De rechtbank zal, conform de eis van de officier van justitie, aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 10 maanden. In afwijking van de eis van de officier van justitie zal de rechtbank geen geldboete opleggen. Daarbij wordt onder meer het aanzienlijke tijdsverloop sinds het plegen van de feiten meegewogen, evenals het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
7. Inbeslaggenomen goederen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen telefoons en de goederen die als hulpstukken hebben gediend bij het drugslab verbeurd te verklaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de hennep en de goederen die direct verband houden met de productie van harddrugs aan het verkeer te onttrekken. Ten aanzien van het inbeslaggenomen sleutelkistje heeft de officier van justitie gevorderd dit terug te geven aan verdachte [verdachte] .
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt allereerst vast dat er geen beslaglijst aan het dossier is toegevoegd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt echter dat de rechtbank een beslissing over ex artikel 94 Sv in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, dient te nemen als ter terechtzitting blijkt dat op die voorwerpen nog beslag rust, ook als de beslaglijst geen melding van die voorwerpen maakt.1 Uit het dossier blijkt dat op de onderstaande voorwerpen nog beslag rust en de rechtbank beslist daarom als volgt.
Teruggave
De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een sleutelkistje (goednummer 1650867), moet worden teruggegeven aan verdachte [verdachte] nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.
Verbeurdverklaren
De rechtbank acht de volgende inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring nu met betrekking tot of met behulp van deze voorwerpen het bewezen verklaarde onder 1 en 2 is begaan en deze voorwerpen toebehoren aan verdachte, te weten:
Onttrekken aan het verkeer
De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende onderstaande inbeslaggenomen voorwerpen, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu zij bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang.
8. Toepassing van wetsartikelen
23 oktober 2023, opgenomen op pagina 70 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] :
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 48, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair en feit 2 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 subsidiair, onder 2 subsidiair en onder 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen goederen:
Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen goederen:
Gelast de teruggave aan [verdachte] (24-12-1973) van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven sleutelkistje (goednummer 1650867).
Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. L.M. Praamstra, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2026.
Bijlage I
De bewijsmiddelen
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
11 oktober 2023, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023268004 d.d. 6 augustus 2024 inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :
Op vrijdag 6 oktober 2023 omstreeks 14:00 uur heb ik contact opgenomen met melder [naam 1] . Ik hoorde de melder zeggen dat hij bevriend is met personen ook woonachtig aan de [adres] te [plaats] . Deze vrienden zouden al enige tijd, ongeveer een maand, verdachte activiteiten waarnemen rondom de schuur aan de [adres] . Melder zou zelf ook verdachte activiteiten hebben gezien. Deze verdachte activiteiten zouden volgens melder bestaan uit:
Aziatisch uiterlijk zouden overnachten en aan het werk zouden zijn in de loods;
- Grote hoeveelheid isolatiemateriaal dat bij de loods naar binnen is gebracht.
Vervolgens hoorde ik de melder 4 kentekens van voertuigen opnoemen die regelmatig
rondom de loods gezien zouden zijn: [kenteken 1] : dit betreft de eerder genoemde camper, [kenteken 2] , [kenteken 3] en [kenteken 4] .
Bovenstaande ontvangen informatie heb ik vervolgens nader bekeken. [adres] [plaats] :
Op dit adres staan ingeschreven: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1973 te [geboorteplaats] . [verdachte] is de eigenaar van de woning, staat te boek als harddrugsgebruiker (2001) en heeft relatief oude antecenten waaronder 1 voor de Opiumwet in 2012.
Kentekens:
Ik heb contact opgenomen met de dienstdoende OVD-R, [naam 2] . Bij het vertellen van bovenstaande informatie, hoorde ik [naam 2] zeggen dat voertuigen gehuurd bij [bedrijf] vaker voorkomen in verband met criminele activiteiten.
Dinsdag 9 oktober 2023 werd ik, verbalisant [verbalisant] , gebeld door collega [verbalisant] van de Districtsrecherche te Winschoten. Ik hoorde haar zeggen dat er zojuist informatie
binnen was gekomen dat een van de voertuigen op naam van [bedrijf] ook is
gezien bij een, vermoedelijk, drugslab in Bovensmilde. Ik hoorde [verbalisant] zeggen dat deze extra informatie vervolgens doen heeft besluiten om deze zelfde dag nog een instap te gaan doen op het adres [adres] .
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2023, opgenomen op pagina 34 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Het perceel aan de [adres] betreft een perceel van 1105m2 waarop
een vrijstaande woning staat met daarachter een grote vrijstaande schuur. De vrijstaande schuur enkel kan worden bereikt door de oprit die grenst aan de woning. Bij het benaderen van de schuur wordt daardoor de woning gepasseerd. Het keukenraam van de woning geeft zicht op de oprit en de voordeur van de woning is aangrenzend aan de oprit. Het keukenraam aan de achterzijde van woning geeft zicht op de voorzijde van de schuur, de zijde waar zich tevens de grote roldeur bevind van de loods. Zie voor overzicht perceel bijlage foto's.
Op dinsdag 10 oktober 2023, om 18:59 uur, betraden wij perceel [adres]
. Wij betraden dit perceel ter doorzoeking in verband met een in werking
zijnde drugslab in een loods behorend bij [adres] . Door ons werden de volgende goederen aangetroffen en in beslag genomen: 2 ziplock zakken met daarin zeer droge henneptoppen danwel gruis/resten. Eén zak is maar voor een derde gevuld en de andere is voor twee derde gevuld. Daaronder lag nog een zwarte plastic zak. In deze zwarte zak zitten onderin gedroogde henneptoppen en nog een ziplock zak met daarin een beetje henneptoppen. Al deze zakken werden aangetroffen in de slaapkamer achter (ruimte B009). Ze lagen in een lade van een dressoir/ladekast die tegen de zijgevel aan stond. Ook was in die ruimte op de vloer op het tapijt te zien dat er hennepresten hebben gelegen. Een yoghurt bakje van het merk Milbona met daarin henneptoppen. Dit bakje werd aangetroffen op het bed in de slaapkamer voorzijde (ruimte B006). Eén ziplock zak, voor de helft gevuld, met henneptoppen. Deze zak werd aangetroffen in een houten beeld dat in de woonkamer stond.
Daarnaast werd ook nog een klein gripzakje aangetroffen met daarin hennepresten en shag. Deze werd aangetroffen in de woonkamer in een klein bakje dat op een dekenkist stond. Op de eettafel in de woonkamer lagen drie autosleutels waarvan één van het merk Volkswagen en twee van het merk Renault. Bij controle bleek de sleutel van het merk Volkswagen te passen op de Volkswagen Caddy die voor de loods geparkeerd stond. Dit betreft een witte Volkswagen Caddy voorzien van kenteken [kenteken 3] Dit kenteken werd genoemd in de melding voorafgaand aan het aantreffen van het drugslab. De Volkswagen Caddy werd doorzocht maar er werden geen bijzonderheden in aangetroffen. Wel werd er een chemische lucht door de verbalisanten waargenomen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2025, opgenomen op pagina 1 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023268004 (aanvullend pv), inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :
Er werd op diverse plekken in de woning hennep aangetroffen. De verschillende hoeveelheden hennep werden onder andere aangetroffen in ziplock zakken, kleine gripzakjes, een zwarte zak en een yoghurtbakje en door mij in beslag genomen. Ik herkende de inhoud van deze verschillende verpakkingen ambtshalve als zijnde hennep. Ik herkende de, mij ambtshalve, bekende geur van hennep. Het gaat om de volgende goednummers:
PL0100-2023268004-1650215, 35,5 gram (KVI-volgnummer 53)
PL0100-2023268004-1650240, 226,6 gram (KVI-volgnummer 54)
PL0100-2023268004-1650256, 129, 6 gram (KVI-volgnummer 57)
PL0100-2023268004-1650264, 4,6 gram (KVI-volgnummer 59)
PL0100-2023268004-1650270, 45,9 gram (KVI-volgnummer 60)
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
Op dinsdag 10 oktober 2023 omstreeks 16:00 uur tot 22:30 uur en woensdag 11 oktober van 09:00 uur tot 15:00 uur, hebben wij een onderzoek ingesteld op het adres [adres]
. Dit in verband met het vermoedelijk aantreffen van een in werking zijnde productielocatie voor synthetische drugs.
In deze loods troffen wij diverse ruimtes aan welke gemaakt waren van houten panelen. In het voorportaal van de loods, aangeduid op onderstaande situatieschets als ruimte [A] zagen wij diverse klemdekselvaten aan. Tevens zagen wij diverse lege jerrycans aan en aanverwante artikelen die ons ambtshalve bekend zijn als gebruiksvoorwerp in dergelijke
locaties waar synthetische drugs wordt vervaardigd. Wij, verbalisanten, roken direct na het betreden van de loods de ons ambtshalve bekende geur van BMK (benzylmethylketon). Achter een dubbele deur bevond zich een gang, aangeduid als ruimte [HJ]. waarin onder andere 2 duizend liter IBCs (Intermediate Bulk Container) stonden. Links in de gang bevond zich een dubbele deur welke toegang gaf tot een ruimte, [O], waar twee stretcherbedden en diverse “schone” chemicaliën werden aangetroffen. Achter in deze ruimte bevond zich een afzuigruimte aangeduid als ruimte [Z]. Hierin bevonden zich diverse afzuigunits welke aan stonden ten tijde wij het pand betraden. Aan het einde van ruimte [H], bevond zich een deur welke uitkwam in ruimte [L]. In deze ruimte troffen wij diverse emmers met een heldere/gele vloeistof, ruikend naar BMK, aan. Ook stond in deze ruimte een grote RVS-productieketel en een RVS-destillatieopstelling.
Onder de laatste opstelling bevonden zich 2 branders welke aanstonden ten tijde wij deze ruimte betraden. Wij lazen van een digitale temperatuurmeter af dat de inhoud van de ketel een temperatuur had van 150 graden Celsius. Deze branders werden door ons gecontroleerd uitgezet en het afkoelproces werd door ons nauwlettend gemonitord. Achter in deze ruimte bevond zich een afzuigruimte met daarin diverse afzuigunits en koolstoffilters aangeduid als ruimte [AF]. Hierop werd de heterdaad situatie van deze locatie door ons fotografisch vastgelegd.
Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen.
Voorlopige interpretatie LFO
De verschillende ruimtes van de loods gelegen aan de [adres] waren
ingericht en in gebruikt voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, namelijk de vervaardig en bewerking van BenzylMethylKeton(BMK) vanuit een reprecursor
[het zout van BMK-glycidezuur] en een zuur [fosforzuur]. Met de ter plaatse vervaardigde BMK werd vervolgens middels de” kwik-amalgaan” methode metamfetamine vervaardigd.
Op het moment van ontdekking was de vacuümdestillatie opstelling in werking (gasbranders
aan) en werd eerder vervaardigde BMK gezuiverd. Ter plaatse werd door ons, verbalisanten, circa 4400 liter afval aangetroffen verdeeld over diverse klemdekselvaten en IBC's. Dit afval is te relateren aan de omzetting van BMK en de productie van metamfetamine.
In sommige klemdekselvaten werden restanten van met kwik besmet afval/vloeistof en
restanten met metamfetamine houdende vloeistof aangetroffen. In totaal werd er circa 820 liter BMK-olie en 1000 liter methylamine aangetroffen. Tevens werd er door ons kwik(II)chloride en klemdekselvaten met
een grote hoeveelheid snippers aluminiumfolie aangetroffen.
Ons is ambtshalve bekend dat deze goederen en chemicaliën worden gebruikt voor de vervaardiging van metamfetamine middels de zogenaamde “kwik-amalgaan methode”
hetgeen een methode betreft waarbij kwik houdend afval ontstaat. Met 820 liter BMK kun je, middels de kwik-almagaan methode, minimaal 700 kg metamfetamine HCL (kristallen) produceren.
5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, d.d. 29 november 2024 opgemaakt door dr. J.D.J. van den Berg, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Resultaten
De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat
Conclusie
Vraagstelling 1
In het onderzoeksmateriaal is metamfetamine aangetoond. Metamfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict ( [adres] [plaats] ) d.d. 15 november 2023, opgenomen op pagina 145 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Op dinsdag 10 oktober 2023 om 17:15 uur kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] . Het drugslab is door ons, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , onderzocht op de aanwezigheid van sporen.
Overige veiliggestelde sporen:
- Meerderde blikje drinken (Coca cola, Fanta en Cassis) in ruimte V. De blikjes waren geopend. De drinkopening is bemonsterd voor een DNA vergelijkend onderzoek SIN:AAQW3310NL.
7. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.11.03.044, opgenomen op pagina 219 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 17 november 2023 opgemaakt door ing. S. Tuinman, op de door haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
DNA-databank
In Tabel 2 staat vermeld welke DNA-profielen zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. In de laatste kolom staat vermeld of, en zo ja onder welk DNA-profielcluster, matches met dit DNA-profiel zijn geregistreerd. Wanneer er een match is
gevonden met het DNA-profiel van een persoon, dan staat de naam van deze persoon vermeld in de kolom Celmateriaal kan afkomstig zijn van.
Tabel 2 Overzicht opgenomen en vergeleken DNA-profielen
8. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, opgenomen op pagina 238 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 19 december 2023 opgemaakt door ing. J. Harteveld, op de door haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als haar verklaring:
DNA-onderzoek
Aan de referentiekaart [nummer] van de verdachte [verdachte] is DNA-
onderzoek verricht. Van het DNA in dit referentiemonster is een DNA-profiel verkregen.
DNA-databank
Het DNA-profiel [nummer] van de verdachte [verdachte] is op 12 december 2023 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn geregistreerd onder DNA-profielcluster [nummer] .
Bovenstaande betekent dat DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel AAQW3310NL#01, uit DNA-profielcluster [nummer] , afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte] (zie kader Aandachtspunt bij een DNA-databankmatch'). Voor de
gegevens van deze zaken en de matchkans van de DNA-profielen wordt verwezen naar DNA-profielcluster [nummer] dat als bijlage aan dit rapport is toegevoegd.
1. ECLI:NL:HR:2012:BW1486