2. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feiten 1 en 2 in de periode van
6 september tot en met 10 oktober 2023. Hij heeft daartoe in het bijzonder het volgende aangevoerd.
Verdachte [verdachte] en medeverdachten zijn aangetroffen in een volledig operationeel drugslab. In het laboratorium zijn DNA-sporen van de verdachte aangetroffen op onder meer de binnenzijde van een handschoen. Hieruit blijkt de directe betrokkenheid van verdachte bij de productie van metamfetamine.
De labopstelling, de aanwezige voorraden en de gesprekken in de onderzochte telefoon van verdachte wijzen op gezamenlijke voorbereidingshandelingen en gezamenlijke uitvoering van de werkzaamheden en daarom is volgens hem sprake van medeplegen. De officier van justitie baseert tot slot de pleegperiode van 6 september tot 10 oktober 2023 op berichtenverkeer dat uit de onderzochte telefoon van verdachte [verdachte] naar voren is gekomen en op de melding van 6 oktober 2023 bij de politie.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van de pleegperiode. Volgens de raadsman kan niet worden vastgesteld dat verdachte
gedurende de gehele pleegperiode betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten. De gehanteerde periode is mede gebaseerd op berichten uit een telefoon, waarvan niet vaststaat dat deze exclusief door verdachte is gebruikt. Daarnaast blijkt uit overgelegde stukken dat verdachte tot 4 oktober 2023 in het buitenland verbleef. De raadsman heeft daarom partiele vrijspraak van de pleegperiode bepleit.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten. De bewijsmiddelen zijn in bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Bewijsoverwegingen
Op grond van het procesdossier, het verhandelde ter terechtzitting en de hieronder nader te noemen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.
Op 10 oktober 2023 heeft een instap ter aanhouding plaatsgevonden op het perceel
[adres] te [plaats ] . Daarbij is in de loods een operationeel synthetisch drugslab aangetroffen. Verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] bevonden zich ten tijde van de instap in het lab, terwijl medeverdachte [medeverdachte 2] aanwezig was in een aangrenzende slaapruimte. In het woonhuis werd medeverdachte [medeverdachte 3] , eigenaar van het perceel, aangetroffen. Alle verdachten zijn op heterdaad aangehouden. In de loods trof de politie onder meer laboratoriumapparatuur en grondstoffen aan, waaronder rvs-ketels, branders en (gevulde) jerrycans en vaten. Vervolgens is onderzoek verricht door het Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en is forensisch sporenonderzoek uitgevoerd.
Uit het onderzoek van het LFO volgt dat meerdere ruimtes in de loods ingericht en in gebruik waren voor de vervaardiging en/of bewerking van synthetische drugs. Uit de voorlopige interpretatie van het LFO blijkt dat de aangetroffen opstelling en chemicaliën passen bij de productie van metamfetamine volgens de zogenoemde kwik-amalgaanmethode. Daarnaast werd circa 4400 liter afval aangetroffen dat volgens het LFO kan worden gerelateerd aan dit productieproces. Met de aangetroffen 820 liter benzylmethylketon (BMK) kan volgens het LFO minimaal ongeveer 700 kilogram metamfetamine worden geproduceerd. In enkele vaten werden restanten aangetroffen van met kwik besmet afval en vloeistoffen die metamfetamine bevatten. Op het moment van de instap was bovendien een vacuümdestillatie-opstelling in werking, waarbij BMK werd gezuiverd en de gasbranders aan stonden.
Het NFI heeft vervolgens op basis van de resultaten van het laboratoriumonderzoek, de door het LFO verkregen informatie en de foto's van het onderzoek ter plaatse, vastgesteld dat in het onderzoeksmateriaal daadwerkelijk metamfetamine is aangetroffen, zijnde een stof vermeld op lijst I van de Opiumwet. Daarnaast zijn diverse stoffen aangetroffen die worden gebruikt bij de vervaardiging van synthetische drugs en die volgens het NFI kunnen worden gebruikt bij de productie van metamfetamine.
Uit het forensisch sporenonderzoek is voorts gebleken dat DNA van de verdachten is aangetroffen op goederen in de loods. Ten aanzien van verdachte [verdachte] is onder meer DNA aangetroffen aan de binnenzijde van een handschoen. Daarnaast is bij verdachte [verdachte] een mobiele telefoon (paarse Oppo) in beslag genomen. In deze telefoon zijn chatgesprekken aangetroffen die kunnen duiden op betrokkenheid bij de productie en/of handel in harddrugs.
Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een operationeel drugslab waarin metamfetamine werd vervaardigd en aanwezig was. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, daarbij betrokken is geweest. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat in de loods een groot aantal goederen en stoffen aanwezig was die naar hun aard bestemd waren voor de (verdere) productie van metamfetamine. Nu verdachte zich in het lab bevond en tezamen met zijn medeverdachten over deze goederen en stoffen kon beschikken, is sprake van het voorhanden hebben daarvan in de zin van artikel 10a van de Opiumwet.
Ten aanzien van de pleegperiode overweegt de rechtbank het volgende. Uit de melding van 6 oktober 2023 volgt dat reeds een maand voorafgaand aan de instap verdachte activiteiten
rondom de loods werden waargenomen die duidden op de aanwezigheid van een drugslab. Deze melding vindt steun in de overige bevindingen in het dossier. Gelet hierop, en nu de rechtbank tot een bewezenverklaring van medeplegen komt, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om van de ten laste gelegde periode af te wijken. Daarbij overweegt de rechtbank dat voor medeplegen niet is vereist dat iedere betrokkene gedurende de gehele periode feitelijk aanwezig is geweest. De rechtbank gaat daarom uit van de gehele ten laste gelegde periode.
3. Bewezenverklaring
De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. hij in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats ] , gemeente Midden-Groningen, tezamen en in vereniging met anderen meermalen telkens opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt, een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2 hij in de periode van 6 september 2023 tot en met 10 oktober 2023 te [plaats ] , gemeente Midden-Groningen, in een loods behorend bij het perceel gelegen aan [adres] telkens tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
van een materiaal telkens bevattende metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, een groot aantal stoffen en materialen en goederen die gebruikt worden bij de vervaardiging van metamfetamine, te weten, onder meer
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
5. Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
6. Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en 2 wordt veroordeeld tot geheel voorwaardelijke een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met een proeftijd voor de duur van 3 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een geldboete van 50.000, waarvan 26.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Daarbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met het tijdsverloop en het advies van de reclassering.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ter terechtzitting aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie en in dat verband gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, diens positieve ontwikkeling en de overschrijding van de redelijke termijn.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft in de ten laste gelegde periode samen met anderen metamfetamine geproduceerd en voorbereidingshandelingen verricht die waren gericht op de (verdere) productie daarvan.
Algemeen bekend is dat de productie van synthetische drugs aanzienlijke risicos meebrengt voor mens en milieu. De chemische processen, de opslag van gevaarlijke stoffen en de dumping van drugsafval kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en ernstige milieuschade. Ook is bekend dat het gebruik van synthetische drugs ernstige gezondheidsrisicos oplevert en kan leiden tot verslaving. Verslaafde gebruikers plegen niet zelden strafbare feiten om hun gebruik te financieren. Daarnaast staat vast dat met de productie en handel in synthetische drugs grote winsten worden behaald, waarbij geweld en bedreiging met geweld niet worden geschuwd.
De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij aan dergelijke activiteiten heeft bijgedragen. Tegelijkertijd houdt de rechtbank rekening met de mate en duur van de feitelijke betrokkenheid van verdachte. Hoewel de rechtbank de gehele ten laste gelegde periode bewezen acht, is niet gebleken dat verdachte gedurende die gehele periode een actieve rol heeft vervuld. De rechtbank houdt daar bij de straftoemeting rekening mee.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van verdachte van 27 februari 2026. Daaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, maar niet voor overtredingen van de Opiumwet. Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 23 juni 2025. Daarin wordt vermeld dat het risico op recidive niet kan worden ingeschat, omdat verdachte bij de reclassering geen openheid van zaken heeft gegeven. Tegelijkertijd blijkt uit het rapport dat verdachte sinds het ten laste gelegde feit een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. In dat verband wordt gewezen op onder meer de komst van zijn dochter, zijn stabiele huisvesting, een zinvolle dagbesteding en een steunend sociaal netwerk.
Conclusie
Alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten voor (grootschalige) productie van harddrugs en de daarbij behorende voorbereidingshandelingen acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden.
De rechtbank ziet echter, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, aanleiding hiervan af te wijken. Daarbij weegt zij in het bijzonder mee dat verdachte niet eerder voor Opiumwetfeiten is veroordeeld en dat uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte sinds het ten laste gelegde feit een positieve wending aan zijn leven heeft gegeven. De rechtbank acht het, mede met het oog op het voorkomen van recidive, van belang dat deze ontwikkeling wordt voortgezet. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur zou dit doorkruisen. De rechtbank ziet aanleiding om naast de voorwaardelijke gevangenisstraf een onvoorwaardelijke geldboete op te leggen, zodat de strafoplegging in voldoende mate recht doet aan de aard en ernst van de feiten. Aan verdachte wordt daarom een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 18 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, en een onvoorwaardelijke geldboete van 50.000.
7 Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 47, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
betaling van een geldboete ten bedrage van 50.000 (zegge: vijftigduizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 225 dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 25 (vijfentwintig) termijnen van 1 maand, elke termijn groot 2.000 (tweeduizend euro).
Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. L.M. Praamstra, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2026.
Bijlage I
De bewijsmiddelen
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
11 oktober 2023, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023268004 d.d. 6 augustus 2024 inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :
Op vrijdag 6 oktober 2023 omstreeks 14:00 uur heb ik contact opgenomen met melder [naam 1] . Ik hoorde de melder zeggen dat hij bevriend is met personen ook woonachtig aan [adres] . Deze vrienden zouden al enige tijd, ongeveer een maand, verdachte activiteiten waarnemen rondom de schuur aan de [adres] . Melder zou zelf ook verdachte activiteiten hebben gezien. Deze verdachte activiteiten zouden volgens melder bestaan uit:
Er komen veelvuldig mensen af en aan;
Vreemde machine geluiden vanuit de schuur;
Vreemde geuren, waaronder 1x een sterke ammoniakgeur;
Een camper welke langere tijd bij de loods geparkeerd zou hebben gestaan, waarin personen met
Aziatisch uiterlijk zouden overnachten en aan het werk zouden zijn in de loods;
- Grote hoeveelheid isolatiemateriaal dat bij de loods naar binnen is gebracht.
Vervolgens hoorde ik de melder 4 kentekens van voertuigen opnoemen die regelmatig
rondom de loods gezien zouden zijn: [kenteken 1] : dit betreft de eerder genoemde camper, [kenteken 2] , [kenteken 3] en [kenteken 4] .
Bovenstaande ontvangen informatie heb ik vervolgens nader bekeken. [adres] :
Op dit adres staan ingeschreven: [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum] -1973 te [geboorteplaats] . [medeverdachte 3] is de eigenaar van de woning, staat te boek als harddrugsgebruiker (2001) en heeft relatief oude antecenten waaronder 1 voor de Opiumwet in 2012.
Kentekens:
[kenteken 2] ; een witte Ford Transit op naam van [bedrijf] .
[kenteken 3] ; een witte Volkswagen Caddy op naam van [bedrijf] .
Ik heb contact opgenomen met de dienstdoende OVD-R, [naam 2] . Bij het vertellen van bovenstaande informatie, hoorde ik [naam 2] zeggen dat voertuigen gehuurd bij [bedrijf] vaker voorkomen in verband met criminele activiteiten.
Dinsdag 9 oktober 2023 werd ik, verbalisant [verbalisant] , gebeld door collega [verbalisant] van de Districtsrecherche te Winschoten. Ik hoorde haar zeggen dat er zojuist informatie
binnen was gekomen dat een van de voertuigen op naam van [bedrijf] ook is
gezien bij een, vermoedelijk, drugslab in Bovensmilde . Ik hoorde [verbalisant] zeggen dat deze extra informatie vervolgens doen heeft besluiten om deze zelfde dag nog een instap te gaan doen op het adres [adres] .
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2023, opgenomen op pagina 22 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :
Op dinsdag 10 oktober 2023 om 14:08 uur, ben ik, tezamen met 14 collega's, ingezet bij de instap ter aanhouding op perceel [adres] . Tijdens de instap troffen wij een in werking zijnde synthetisch drugslab aan. In het lab werden door ons 3 verdachten op heterdaad aangehouden. Ter verduidelijking van de locatie van aantreffen van de verdachten, hebben wij onderstaande plattegrond getekend en locatie van de verdachten weergegeven.
[verdachte] [geboortedatum] -1989 [De rechtbank begrijpt in het lab]
[medeverdachte 1] [geboortedatum] -1988[De rechtbank begrijpt in het lab]
[medeverdachte 2] [geboortedatum] -1987[De rechtbank begrijpt in het slaapverblijf]
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
23 oktober 2023, opgenomen op pagina 70 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] :
Op dinsdag 10 oktober 2023 omstreeks 16:00 uur tot 22:30 uur en woensdag 11 oktober van 09:00 uur tot 15:00 uur, hebben wij een onderzoek ingesteld op het adres [adres]
. Dit in verband met het vermoedelijk aantreffen van een in werking zijnde productielocatie voor synthetische drugs.
In deze loods troffen wij diverse ruimtes aan welke gemaakt waren van houten panelen. In het voorportaal van de loods, aangeduid op onderstaande situatieschets als ruimte [A] zagen wij diverse klemdekselvaten aan. Tevens zagen wij diverse lege jerrycans aan en aanverwante artikelen die ons ambtshalve bekend zijn als gebruiksvoorwerp in dergelijke
locaties waar synthetische drugs wordt vervaardigd. Wij, verbalisanten, roken direct na het betreden van de loods de ons ambtshalve bekende geur van BMK (benzylmethylketon). Achter een dubbele deur bevond zich een gang, aangeduid als ruimte [HJ]. waarin onder andere 2 duizend liter IBCs (Intermediate Bulk Container) stonden. Links in de gang bevond zich een dubbele deur welke toegang gaf tot een ruimte, [O], waar twee stretcherbedden en diverse “schone” chemicaliën werden aangetroffen. Achter in deze ruimte bevond zich een afzuigruimte aangeduid als ruimte [Z]. Hierin bevonden zich diverse afzuigunits welke aan stonden ten tijde wij het pand betraden. Aan het einde van ruimte [H], bevond zich een deur welke uitkwam in ruimte [L]. In deze ruimte troffen wij diverse emmers met een heldere/gele vloeistof, ruikend naar BMK, aan. Ook stond in deze ruimte een grote RVS-productieketel en een RVS-destillatieopstelling.
Onder de laatste opstelling bevonden zich 2 branders welke aanstonden ten tijde wij deze ruimte betraden. Wij lazen van een digitale temperatuurmeter af dat de inhoud van de ketel een temperatuur had van 150 graden Celsius. Deze branders werden door ons gecontroleerd uitgezet en het afkoelproces werd door ons nauwlettend gemonitord. Achter in deze ruimte bevond zich een afzuigruimte met daarin diverse afzuigunits en koolstoffilters aangeduid als ruimte [AF]. Hierop werd de heterdaad situatie van deze locatie door ons fotografisch vastgelegd.
Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen.
SIN
LFO-code
omschrijving
A2
2 RVS pannen van 50 liter.
A5
2 blauwe jerrycans van 20 liter met onleesbaar etiket waarvan beide nagenoeg geheel gevuld met een
rokende zure vloeistof (=zoutzuur) en 1 blauwe jerrycan
van 20 liter met daarin 8 liter heldere vloeistof,
FD=methanol.
A6
1 zwarte speciekuip met daarin 1 grote en 1 kleine A6 vervuilde dompelpomp van het merk “Gamma”. 1 grote blauwe dompelpomp. 2 zwarte speciekuipen met daarin
een restant lichtzure vloeistof.
A7
1 vervuilde blauwe water-stofzuiger van het merk “Hyundai”. 1 witte Vacuümkast “SHZ-C.I
dompelpomp “LEO”, 1 ventilator merk “Ralight”, op een
houten blok.
A8
12 blauwe klemdekselvaten van 220 liter met divers
afval: [...]
AAQX9791NL
A8-A
Monster (doorsnede) vloeistof uit 1 van de drie klemdekselvaten gevuld met een onderlaag, een grijze sludge en een 40 liter rood/bruine olieachtige bovenlaag
40 (KWIK verdacht !)
AAQX9792NL
A8-B
Monster (doorsnede) vloeistof uit 1 van de drie klemdekselvaten gevuld met een onderlaag, een grijze sludge en een 50 liter rood/bruine olieachtige bovenlaag 40 (KWIK verdacht !) Bovenlaag FD=metamfetamine.
(KWIK!)
L3
4 zwarte geëmailleerde kookpannen van 20 liter.
Merk “Ries”
AAQX9820NL
L8 L8-A
8 blauwe klemdekselvaten van 220 liter gevuld met 380 liter aan zure vloeistof en 300 liter aan basisch vloeistof, totaal 680 liter. Dit betreft afval van de omzetting van een pre-precursor naar een grondstof (BMK). Monster vloeistof uit klemdekselvat met 120 liter basische
vloeistof.
AAQX9818NL
L12
1 refluxopstelling geschikt voor leuckart-loog methode bestaande uit een industriële en gemodificeerde RVS reactieketel met een hoogte van 1250 mm en een
doorsnede van 1250 mm (cap:1500 liter).
L13
1 RVS ketel met een hoogte van 820 mm en een doorsnede van 600 mm. (cap 231 liter). [...] Bovenop deze opvangketel was een slang aangesloten op een vacuümpomp (in werking
tijdens betreden pand).
H1
Een IBC van 1000 liter gevuld met 900 liter lichtzure blauwe/heldere vloeistof, FD=fosforzuur [...]
Een IBC van 1000 liter geheel gevuld met een
donkerbruine zure 2-laagse vloeistof. [...]
O5
29 witte zakken caustic soda flakes van 25 kg. Nr:
221218A1039, totaal 725 kilogram.
AAQX9812NL
O11
O11-A
3 blauwe klemdekselvaten van 200 liter alle gevuld met dezelfde basische en met (vermoedelijk) kwik besmet vloeistof en grijze sludge, respectievelijk 110, 90 en 50 liter 1 klemdekselvat van 200 liter met circa 40 liter basische vloeistof (afval).
Monster (doorsnede) vloeistof uit klemdekselvat met 90 liter vloeistof.
Voorlopige interpretatie LFO
De verschillende ruimtes van de loods gelegen aan de [adres] waren
ingericht en in gebruikt voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs, namelijk de vervaardig en bewerking van BenzylMethylKeton(BMK) vanuit een reprecursor
[het zout van BMK-glycidezuur] en een zuur [fosforzuur]. Met de ter plaatse vervaardigde BMK werd vervolgens middels de” kwik-amalgaan” methode metamfetamine vervaardigd.
Op het moment van ontdekking was de vacuümdestillatie opstelling in werking (gasbranders
aan) en werd eerder vervaardigde BMK gezuiverd. Ter plaatse werd door ons, verbalisanten, circa 4400 liter afval aangetroffen verdeeld over diverse klemdekselvaten en IBC's. Dit afval is te relateren aan de omzetting van BMK en de productie van metamfetamime.
In sommige klemdekselvaten werden restanten van met kwik besmet afval/vloeistofen
restanten met metamfetamine houdende vloeistof aangetroffen. In totaal werd er circa 820 liter BMK-olie en 1000 liter methylamine aangetroffen. Tevens werd er door ons kwik(II)chloride en klemdekselvaten met een grote hoeveelheid snippers aluminiumfolie aangetroffen.
Ons is ambtshalve bekend dat deze goederen en chemicaliën worden gebruikt voor de vervaardiging van metamfetamine middels de zogenaamde “kwik-amalgaan methode”
hetgeen een methode betreft waarbij kwik houdend afval ontstaat. Met 820 liter BMK kun je, middels de kwik-almagaan methode, minimaal 700 kg metamfetamine HCL (kristallen) produceren.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 22 december 2023, opgenomen op pagina 116 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :
Op vrijdag 22 december 2023 heb ik de inhoud van de inbeslaggenomen telefoon van verdachte [verdachte] onderzocht. Dit betreft een paarse (parelmoerkleurige) OPPO,
model CPH2195.
Gekoppelde accounts in deze telefoon is [mailadres]
In de chats kwam ik enkele gesprekken tegen die kunnen duiden op het produceren/verkopen van harddrugs.
Een gesprek vindt plaats tussen vermoedelijk de partner van de gebruiker (P) van de telefoon en de gebruiker (G). Dit gesprek loopt van 5 oktober 2023 tot en met 10 oktober 2023. In dit gesprek geeft G aan dat het nu eindelijk begint te lopen, dat hij gisteren te weinig gas had en nu elk moment af kunnen gooien. Een paar uur later zegt G dat het voor geen meter loopt. G geeft aan dat het nog steeds niet loopt, maar het niet af krijgt. Smelten lukte wel, maar kon niet alles trekken. P vraagt of het smelten wel goed gaat. G geeft aan wat anders te proberen, maar dat het smelten wel goed gaat, heeft bijna 800 klaar. P zegt op een gegeven moment: “wil je wel vragen als die andere vertrekt dat je dan gewoon mee gaat je je geld krijgt en lekker na huis komt. Om 11.15 uur heeft G gebeld naar P, daarna reageert deze niet meer op de appjes en oproepen van [naam 3] is op 10 oktober 2023 tussen 14 en 15 uur aangehouden.
In verschillende gesprekken gebruikt gebruiker (G) het woord kale. Meestal in de context waarop het - lijkt dat G “kale” is en dat dit zijn nieuwe nummer is. Op de foto in SKDB is te zien dat verdachte [verdachte] kaal is.
5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, d.d. 29 november 2024 opgemaakt door dr. J.D.J. van den Berg, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Resultaten
De resultaten van het onderzoek zijn vermeld in tabel 1. Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat
Kenmerk
Omschrijving
Resultaat
AAQX9791NL/ A8-A
bruine olieachtige vloeistof op een gele vloeistof met grijs bezinksel, volgens opgave “3 klemdekselvaten gevuld met een onderlaag, een grijze sludge en een rood/ bruine olieachtige bovenlaag, respectievelijk. 20, 50 en 40 liter; KWIK verdacht Van het vat met een 40 liter bovenlaag werd een monster
genomen”
bevat metamfetamine en BMK op een sterk alkalisch mengsel van methanol en water; het bezinksel is niet onderzocht.
AAQX9792NL/ A8-B
bruine olieachtige vloeistof op een gele vloeistof met grijs bezinksel, volgens opgave “3 klemdekselvaten gevuld met een onderlaag, een grijze sludge en een rood/ bruine olieachtige bovenlaag, respectievelijk. 20, 50 en 40 liter; KWIK verdacht Van het vat met een 50 liter bovenlaag werd een monster
genomen”
bevat metamfetamine en BMK op een sterk alkalisch mengsel van methanol en water; het bezinksel is niet onderzocht.
AAQX9820NL/ L8-A
bruine olieachtige vloeistof op een gele vloeistof, volgens opgave “8 blauwe klemdekselvaten van 220 liter gevuld met 380 liter aan zure vloeistof en 300 liter aan basisch vloeistof, totaal 680 liter. Dit betreft afval van de omzetting van een pre-precursor naar een grondstof (BMK). Monster vloeistof uit klemdekselvat met
120 liter basische vloeistof.”
bevat metamfetamine en BMK in een mengsel van aceton/water op een sterk alkalische waterige vloeistof.
AAQX9812NL/O11-A
bruine olieachtige vloeistof op lichtgele vloeistof,
volgens opgave “3 blauwe klemdekselvaten van 200 liter alle gevuld met dezelfde basische en met (vermoedelijk) kwik
besmet vloeistof en grijze sludge, respectievelijk 110,
90 en 50 liter 1 klemdekselvat van 200 liter met circa 40 liter basische
vloeistof (afval). Monster (doorsnede) vloeistof uit klemdekselvat met 90
liter vloeistof.”
bevat metamfetamine en BMK op een sterk alkalische waterige vloeistof
Conclusie
Vraagstelling 1
In het onderzoeksmateriaal is metamfetamine aangetoond. Metamfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict
( [adres] ) d.d. 15 november 2023, opgenomen op pagina 145 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Op dinsdag 10 oktober 2023 om 17:15 uur kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] . Het drugslab is door ons, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , onderzocht op de aanwezigheid van sporen.
Overige veiliggestelde sporen:
- Twee blikjes Coca Cola in het lab (ruimte L). De drinkopening is bemonsterd voor een DNA vergelijkend
onderzoek SIN: AAQM9601NL.
- Een Hertog Jan bierflesje in ruimte L. De drinkopening is bemonsterd voor een DNA vergelijkend
onderzoek SIN: AAQM9600NL.
- Een Hertog Jan bierflesje in ruimte O. De drinkopening is bemonsterd voor een DNA vergelijkend
onderzoek SIN:AAQM9607NL.
- Een tandenborstel in een sporttas in ruimte O. Mogelijk is deze tandenborstel van iemand die werkzaam
en/of aanwezig was in het lab. SIN: AAQM9606.
- Twee handschoenen in ruimte O. Mogelijk zijn deze gedragen door iemand die werkzaam en/of
aanwezig was in het lab. SIN: AAQM9609NL.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 29 januari 2024, opgenomen op pagina 172 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :
In verband met een onderzoek naar een vervaardigen harddrugs (lijst I) werd door mij een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager:
Goednummer: PL0100-2023268004-1650097 SIN: AAQM9606NL
Object: Persoonlijke V (Tandenborstel)
Ik heb de sporen veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAQW4310NL en AAQW4311NL, verpakt ven verzegeld.
Veiliggestelde sporen:
Spoornummer: PL0100-2023268004-91359 SIN: AAQW4310NL
Relatie met SIN: AAQM9606NL
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 29 januari 2024, opgenomen op pagina 176 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verbalisant [verbalisant] :
In verband met een onderzoek naar een vervaardigen harddrugs (lijst I) werd door mij een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager:
Goednummer: PL0100-2023268004-1650089 SIN: AAQM9609NL
Object: Handschoen
Ik heb afzonderlijk de binnenzijde van de binnenste handschoen bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb de sporen veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AARH8802NL, verpakt en verzegeld.
Veiliggestelde sporen:
Spoornummer: PL0100-2023268004-93484 SIN: AARH8802NL
Relatie met SIN: AAQM9609NL
9. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, opgenomen op pagina 241 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 25 maart 2024 opgemaakt door J.M.A. Kruithof - van Esch, MSc LLM, op de door haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als haar verklaring:
Resultaten, interpretatie en conclusie van het onderzoek
In onderstaande tabel staan de resultaten van het DNA-onderzoek. Naast het betreffende SIN met omschrijving staat vermeld van wie het DNA in de bemonstering afkomstig kan zijn. In deze tabel zijn ook de resultaten van de berekende bewijskracht vermeld.
SIN
Resultaat
AARH8802NL
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
AARH8802NL#01
Minimaal twee personen
binnenzijde bij aantreffen
- Verdachte [verdachte] meer dan 1 miljard
binnenste handschoen
- Verdachte [medeverdachte 1] . meer dan 1
miljard
10. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.01.23.074, opgenomen op pagina 211 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 1 februari 2024 opgemaakt door W.A. Kanhai, MSc, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
SIN en omschrijving
Code
Beschrijving DNA-
profiel
Celmateriaal kan
afkomstig zijn van
Matchkans
AAQM9600NL#01
Speeksel
Ja
DNA-profiel van een
man
[verdachte]
Kleiner dan één op
één miljard.
AAQM9601NL#01
Ja
[verdachte]
Speeksel
DNA-profiel van een man
Kleiner dan één op één miljard.
11. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.12.08.147, opgenomen op pagina 219 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 1 februari 2024 opgemaakt door ing. S. Tuinman, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
SIN en omschrijving
Code
Beschrijving DNA-
profiel
Celmateriaal kan
afkomstig zijn van
Matchkans
AAQM9607NL#01
Speeksel
Ja
DNA-profiel van een
man
[verdachte]
Kleiner dan één op
één miljard.
12. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2023.11.10.112, opgenomen op pagina 226 e.v. van voornoemd dossier, d.d. 22 november 2023 opgemaakt door ing. S. Tuinman, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn verklaring:
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
SIN en omschrijving
Code
Beschrijving DNA-
profiel
Celmateriaal kan
afkomstig zijn van
Matchkans
AAQW4310NL#01
Speeksel
Ja
DNA-profiel van een
man
[verdachte]
Kleiner dan één op
één miljard.