RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
Argonaut Advies B.V., Argonaut
Samenvatting
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/1819
(gemachtigde: mr. M. Bou-Asrar),
en
(gemachtigden: mr. A. Versloot en L. ten Hove).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een Hoog Persoonlijk Kilometerbudget (Hoog PKB). Zij is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
Zij komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt zij uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft op 26 maart 2025 een aanvraag ingediend voor een Hoog PKB. Argonaut heeft deze aanvraag met het besluit van 31 maart 2025 afgewezen. Met het besluit van 3 april 2025 op het bezwaar van eiseres is Argonaut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigden van Argonaut.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft een aantal gezondheidsproblemen. Zij heeft een Valys-pas voor maximaal 600 kilometer per jaar en een scootmobiel. Haar aanvraag heeft zij gedaan omdat zij één keer per week een medische behandeling ondergaat in Badhoevedorp (296 kilometer heen en terug). Met een Hoog PKB kan zij op jaarbasis maximaal 2.350 kilometer met Valys reizen tegen € 0,277 (in 2025) per kilometer. Zij heeft een verklaring van haar huisarts meegestuurd. Argonaut heeft de aanvraag van eiseres met toepassing van zijn Indicatieprotocol Hoog PKB 2024 (indicatieprotocol) afgewezen omdat zij een gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder (GPK-B) heeft. Verder kan eiseres, eventueel met een begeleider, met de trein reizen. Argonaut heeft zijn standpunt gebaseerd op een advies van de indicatieadviseur Sociaal Domein [indicatieadviseur]. Met het besluit van 3 april 2025 is Argonaut bij zijn besluit van 31 maart 2025 gebleven, onder verwijzing naar een advies van [arts], arts.
Wat moet de rechtbank beoordelen?
4. De rechtbank moet beoordelen of Argonaut de aanvraag van eiseres om een Hoog PKB terecht met toepassing van het indicatieprotocol heeft afgewezen.
Wat vinden partijen?
5. Eiseres voert aan dat vervoer per taxi voor haar veel minder belastend is dan reizen met het openbaar vervoer. Zij kan slechts met veel pijn in het openbaar vervoer reizen. Eiseres gebruikt morfinepleisters tegen de pijn. Naarmate de reis langer duurt wordt het voor haar steeds ondraaglijker. Een enkele reis naar Badhoevedorp duurt bijna 3,5 uur met twee overstappen. Een taxi kan pauzeren op een moment naar keuze voor een sanitaire stop. Het indicatieprotocol heeft in haar omstandigheden een onredelijke uitkomst. Er is ten slotte bij onderzoek in Badhoevedorp bij haar nieuwe medische problematiek ontdekt.
6. Verweerder wijst erop dat eiseres een GPK-B heeft. Volgens het indicatieprotocol is er dan geen recht op een Hoog PKB. Dit is de primaire afwijzingsgrond. Het hebben van een GPK-B betekent dat eiseres auto kan rijden, dat zij een geldig rijbewijs heeft en dat zij dus niet strikt aangewezen is op vervoer per Valys. Verder is de conclusie van [naam 1] dat eiseres met de trein kan reizen. [naam 2] concludeert vervolgens in bezwaar dat er op grond van de in bezwaar verstrekte informatie geen aanleiding is voor een ander oordeel. Eiseres kan, ondanks blijvende beperkingen, vanuit strikt medische optiek, al dan niet met begeleiding, met de trein reizen. Zij heeft geen relevante medische informatie aangeleverd waaruit iets anders blijkt. Verder heeft haar huisarts niet gemotiveerd waarom haar pijnklachten niet optreden bij taxivervoer en waarom vervoer per trein voor haar niet te doen is. Daarbij is van belang dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft geoordeeld dat reizen per trein niet méér belastend of vermoeiender is dan het reizen per (deel)taxi. Uiteraard is vervoer van deur tot deur met een taxi(busje) voor eiseres minder omslachtig, comfortabeler en sneller, maar dat is volgens Argonaut niet waar het hier om gaat.
Wat vindt de rechtbank?
Overweging vooraf
7. In de eerste plaats vindt de rechtbank dat de motivering van de besluiten niet uitblinkt in helderheid. Pas in het verweerschrift komt duidelijk naar voren dat het hebben van een GPK-B de eerste afwijzingsgrond is. In de adviezen van [naam 1] en [naam 2], die de motivering vormen voor de besluiten, wordt als vraagstelling alleen opgevoerd de vraag of eiseres met haar belemmeringen en beperkingen met de trein kan reizen. De adviseurs noemen de afwijzingsgrond dat eiseres een GPK-B heeft wel, maar gaan vervolgens uitgebreid in op de belemmeringen en beperkingen van eiseres om al dan niet per trein te reizen. De rechtbank laat dan nog daar dat Argonaut voor het eerst in het verweerschrift betoogt dat reizen voor een medische behandeling niet onder het Hoog PKB valt, maar onder de Zorgverzekeringswet. Omdat het verweerschrift uiteindelijk wel duidelijk heeft gemaakt wat van meet af aan de primaire afwijzingsgrond was en eiseres in de gelegenheid is geweest daarop te reageren, zal de rechtbank aan dit gebrek aan helderheid geen gevolgen verbinden.
De gevolgen van het hebben van een GPK-B
8. In de rechtspraak van de CRvB is uitgemaakt dat de toekenningcriteria uit het indicatieprotocol niet onredelijk zijn. Dit betekent dat Argonaut dit protocol bij het beoordelen van de aanvraag van eiseres mag toepassen.
Op pagina 2 van het indicatieprotocol staat dat een aanvrager in aanmerking komt voor een Hoog PKB als:
deze een Valys-vervoerpas of de Valys-toekenningsbrief heeft en
gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel, waarvan gewicht en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
door persoonsgebonden blijvende mobiliteitsbeperkingen vanuit strikt medische optiek niet in staat is, ook niet met begeleiding, met de trein te reizen.
Verder staat op pagina 3 van het indicatieprotocol dat als de aanvrager een GPK-B heeft, er geen recht is op een Hoog PKB. In dat geval wordt aangenomen dat de aanvrager voldoende vervoersalternatieven heeft om kritische keuzes te kunnen maken als het gaat om bovenregionaal reizen met een recreatieve bestemming.
9. Eerst op de zitting heeft eiseres gereageerd op deze afwijzingsgrond. Zij heeft verteld dat zij wel een GPK-B heeft, maar dat die op dit moment niet voldoende is. Zij kan de kaart eventueel gebruiken voor kortere stukken. Maar voor langere stukken lukt dat niet. Eiseres kan met haar eigen auto of met de auto van haar vriend, die ruimer is, rijden, als zij maar voorin kan zitten, maar de reis naar Badhoevedorp en terug is te ver. Argonaut heeft hierover op de zitting echter gezegd dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen de instantie is die moet beoordelen of eiseres kan autorijden of niet en dat de GPK-B overal in Nederland geldt. De rechtbank voegt hieraan toe dat eiseres haar stelling dat zij niet met eigen of andermans auto naar Badhoevedorp op en neer kan, niet met concrete medische gegevens heeft onderbouwd. Weliswaar rept het beroepschrift van nieuw gebleken medische problematiek, maar eiseres heeft daarover geen nieuwe informatie van bijvoorbeeld een arts ingebracht. Zij heeft daarvoor voldoende gelegenheid gehad. Kuijpers kende de informatie van de huisarts en vond deze onvoldoende.
Bovendien biedt het rijden in een eigen auto eiseres de mogelijkheid om wanneer zij dat maar wil, te stoppen voor een rustmoment. De rechtbank sluit zich aan bij de opmerking van Argonaut dat het eiseres vrijstaat om, met nieuwe, onderbouwde medische informatie, ook over de recent ontdekte nieuwe problematiek, een nieuwe aanvraag om een Hoog PKB in te dienen. Zij ziet zeker in dat eiseres flinke belemmeringen bij het reizen ervaart; wat zij heeft aangevoerd is echter geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat het hebben van een GPK-B een afwijzingsgrond is voor een Hoog PKB. Die afwijzing is dus terecht. Aan bespreking van de vraag of eiseres medisch gezien met de trein kan reizen komt de rechtbank daarom niet meer toe.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk en krijgt het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van mr. P.A. Schoenmakers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.