ECLI:NL:RBNNE:2026:1750

ECLI:NL:RBNNE:2026:1750

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 18.124381.23
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Veroordeling voor (gewoonte)witwassen op basis van een eenvoudige kasopstelling. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden en 2 weken passend en geboden. Beslissing op beslag, beslissing na voorwaardelijke veroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.124381.23

vorderingen na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18.127585.21 en 21-000033-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van 17 februari 2026 en 10 maart 2026 (sluiting). Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B. Hartman, advocaat te Diemen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 16 mei 2018 tot en met 22 november 2023 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, (van) een voorwerp, althans een of meer voorwerpen, te weten onder andere een geldbedrag en/of kleding en/of elektronica en/of sieraden (van een totale waarde van ongeveer 123.976,68 euro),

Sub b

misdrijf

- en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit. De officier van justitie is daarbij uitgegaan van een lager witwasbedrag dan aanvankelijk berekend. Hij sluit voor de leasekosten aan bij scenario 2 en gaat daarmee uit van de contant betaalde bedragen zoals die blijken uit het handgeschreven betalingsoverzicht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Daartoe is, op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord, in de kern het volgende aangevoerd. Verdachte heeft ter terechtzitting een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven voor de herkomst van de onder hem aangetroffen goederen en contanten. Volgens de verdediging heeft verdachte aanzienlijke gokwinsten behaald in het casino en via TOTO. Ter onderbouwing zijn ter terechtzitting zogenoemde pay-outs van Fair Play Casino overgelegd, die als bijlage bij de pleitnota zijn gevoegd. De verdediging heeft aangevoerd dat deze gokwinsten, die betrekking hebben op de periode van 12 juli 2016 tot en met 11 oktober 2017, representatief zijn voor de gokwinsten die verdachte in de jaren daarna heeft behaald. De verdediging is (primair) van mening dat het inkomen van verdachte hiermee voor een bedrag van 118.800 is verantwoord. De verdediging heeft de rechtbank verzocht dit bedrag aan gokwinsten in mindering te brengen op het berekende witwasbedrag.

Daarnaast heeft de verdediging de berekening van de leasekosten betwist en een alternatieve berekening gepresenteerd. Indien de leasekosten overeenkomstig de berekening van de verdediging worden bijgesteld en de gestelde gokwinsten worden meegerekend, is volgens de raadsman geen sprake van onverklaarbaar vermogen, zodat vrijspraak dient te volgen. Subsidiair heeft de raadsman de berekening van het onverklaarbare vermogen in verband met de kosten van levensonderhoud betwist.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. ​De door verdachte ter zitting van 17 februari 2026 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:

Het klopt dat ik een Wajong-uitkering had en nog steeds heb. Het klopt ook dat ik twee leaseautos had, maar daarvan was er één van mijn ex-vriendin. Zij betaalde die auto ook zelf. Er zijn spullen bij mij in beslag genomen, waaronder veel merkkleding. De merkkleding heb ik over een hele lange periode aangeschaft, sommige kledingstukken kocht ik tweedehands of kreeg ik cadeau. Ik kon dit betalen vanuit mijn gokwinsten. Van het gokken kon ik rondkomen. Dat heb ik bij de politie ook aangegeven. Ik had op dat moment geen zin om een verklaring te geven, vandaar dat ik die winsten toen niet heb onderbouwd. Maar vandaag hebben we wel bewijs mee.

2. ​ ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal financieel onderzoek d.d. 10 januari 2024, opgenomen op pagina 15 e.v. (aanvullend proces-verbaal) van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023097483 (onderzoek appelboom) d.d. 29 januari 2024, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Hoofdstuk 2 De verdenking

Vanaf 28 augustus 2020 wordt verdachte [verdachte] regelmatig gecontroleerd in een personenauto van het merk Volkswagen, type Polo, kleur wit, gekentekend [kenteken 1] . Dit betreft een leaseauto. De controlerende politieambtenaren constateren dat beide mannen gekleed zijn in dure merkkleding en een Louis Vuitton tasje dragen. In het voertuig liggen nog een aantal dure (merk) kledingstukken. Verdachte [verdachte] was in het bezit van

850 aan contant geld. Vervolgens wordt [verdachte] herhaaldelijk gesignaleerd en gecontroleerd in genoemd voertuig. Tijdens de controles wordt een aantal keren vastgesteld dat verdachte [verdachte] beschikt over contante geldbedragen resp. 850, 765 en

500 (ook dure merkkleding en gouden sieraden).

De leaseprijs van de Volkswagen Polo waar de verdachte in rijdt, komt over de periode (augustus 2020 t/m januari 2023) op een totaalbedrag van 30 (maanden) x 399= 11.970.

Uit onderzoek is gebleken dat er in een jaar tijd 63.000 kilometer is gereden met genoemd voertuig. Een Volkswagen Polo heeft een verbruik van ongeveer 5,2 liter per 100 kilometer. 100: 5,2 = 19,23 kilometer. 63.000: 19,23 = 3.276 liter brandstof. 3.276 :12 = 273 liter brandstof maandelijks. Uitgaande van de 30 maanden, betekent dit 30 x 273 = 8.190 liter. Rekening houdend met een gemiddelde benzineprijs betekent dit 8.190 liter x 1,79 =

14.660. Verdachte [verdachte] heeft dus over 30 maanden in totaal 11.970 + 14.660 = 26.630 uitgegeven aan de door hem geleasede/gehuurde auto.

Verdachte [verdachte] heeft met betrekking tot zijn inkomen verklaard dat hij de laatste jaren een Wajong-uitkering van ongeveer 1.000 per maand heeft ontvangen. Dat betekent over genoemde periode

augustus 2020 (start lease/huurovereenkomst) t/m januari 2023 (laatste controle) een totaal inkomen van 30 x 1.000= 30.000.

Samengevat heeft verdachte [verdachte] van zijn verklaarde inkomen van 30.000, 26.630 uitgegeven aan het huren/leasen van de Volkswagen Polo.

Als daarnaast rekening wordt gehouden met andere lasten zoals, woonlasten, abonnementen, vaste lasten, verzekeringspremies etc., blijkt dat verdachte [verdachte] vermoedelijk de beschikking had over een andere, onbekende bron van inkomsten.

Hoofdstuk 3 Onderzoek bankrekeningen

Voor dit proces-verbaal is de onderzoeksperiode 16-05-2018 tot en met 16-05-2023.

Conclusie

[verdachte] ontvangt een laag inkomen, onder bijstandsniveau. Daarnaast heeft hij in de

onderzoeksperiode 2.597 (crypto/winst gokken) aan ontvangsten en 2.898 ontvangsten van derden. Hij geeft nauwelijks geld uit aan kosten levensonderhoud, ondanks een zelfstandige huishouding. [verdachte] heeft 1 maand een auto op naam gehad. Dit was in december 2019. In 2021 besteedde hij in totaal 1.681 aan vervoer overige. Dit duidt erop dat [verdachte] wel degelijk over een auto beschikte, die dan niet op zijn eigen naam stond.

Uit de boekhouding van [naam] blijkt dat [verdachte] binnen de onderzoeksperiode twee leasecontracten heeft afgesloten. (Zie 4.4. Bron 3: Excessieve uitgaven) De kosten van de lease zijn niet terug te zien op zijn bankrekeningen.

Hoofdstuk 4 Contant witwassen

Bron 1: Contanten

Uit onderzoek van de bankrekeningen van [verdachte] blijkt het volgende met betrekking tot de opgenomen en gestorte contanten. De verdachte heeft 11.713 euro gestort en 11.468 opgenomen. Het verschil van 245 is nihil.

Bron 2: Nibud

Huishoudelijke uitgaven

Als het Nibud wordt vergeleken met de uitgaven van [verdachte] over de onderzoeksperiode dan blijkt het volgende. De verdachte geeft per bank 1.531 aan deze kosten uit. Een vergelijkbaar huishouden geeft hier 18.820 aan uit. Het saldo van 17.289 houdt in dat de verdachte dit verschil in contanten zal hebben betaald.

Inventaris, onderhoud huis en tuin

Als het Nibud wordt vergeleken met de uitgaven over de onderzoeksperiode dan blijkt het volgende. De verdachte geeft per bank 3.443 aan deze kosten uit. Een vergelijkbaar huishouden geeft hier 4.941 aan uit. Het saldo van 1.498 houdt in dat de verdachte dit verschil in contanten zal hebben betaald.

Kleding, schoenen en accessoires

Tijdens de doorzoeking werd een slaapkamer een grote hoeveelheid merkkleding en schoenen waarvan de aanschafwaarde op 37.647,68 wordt geschat. In het voertuig van [verdachte] werd een zonnebril van het merk Cartier aangetroffen. Deze heeft een waarde schatting van 1.300. Gezien de omvang van het bedrag valt de aanschafwaarde van deze goederen onder de excessieve contante uitgaven.

Vrijetijdsuitgaven

Als het Nibud wordt vergeleken met de uitgaven over de onderzoeksperiode dan blijkt het volgende. De verdachte geeft per bank 4.123 aan deze kosten uit. Een vergelijkbaar huishouden geeft hier 7.653 aan uit. Het saldo van 3.694 houdt in dat de verdachte dit verschil in contanten zal hebben betaald.

Diverse uitgaven

In totaal is 4.305 niet nader geduid, zodat deze kosten in theorie volledig betrekking kunnen hebben op kleding, vrije tijd, huishouden, vervoer of inboedel. Daarom wordt het gehele bedrag op de berekening in de kasopstelling in mindering gebracht.

Bron 3: Excessieve uitgaven

Brandstof

Uitgaande van het feit dat [verdachte] in ieder geval een auto van 28-8-2020 tot met 12-01-2023 heeft geleased, moet hij op basis van afgelezen tellerstanden, minimaal 14.660 hebben betaald aan brandstof. Er wordt per bank in totaal 1.489 aan brandstof uitgegeven. Dit houdt in dat hij 14.660 - 1.489 (bank) = 13.171 in contanten aan brandstof zal

hebben betaald.

Leasevoertuigen

Scenario 2:

Naast de factuurhistorie is er ook een handmatig geschreven betalingsoverzicht aangetroffen bij [bedrijf 1] . Hieruit is op te maken dat verdachte [verdachte] vanaf 15-05-2020 tot en met 12-06- 2023 in totaal 52.389 contant heeft betaald. Hij heeft dan nog een bedrag van 10.245,46 open staan bij het bedrijf.

Hoofdstuk 5 Conclusie witwassen

Kasopstelling

Als de bronnen 1 tot en met 3 (contanten + de NIBUD-uitgaven + de excessieve uitgaven) getotaliseerd worden, dan blijkt het volgende:

Bron 1: Contanten

Beginsaldo contanten

-

Opname contanten

11.468

Storting contanten

11.713

Eindsaldo contanten

245

Bron 2: Nibud

Inboedel, huis en tuin

1.498

Huishoudelijk

17.289

Vrije tijd

3.530

Diverse uitgaven Nibud

4.305 -

Eindsaldo Nibud

18.012

Bron 3: Excessieven

Leaseauto

53.601

Brandstof

13.171

Kleding

38.947,68

Eindsaldo excessieven

105.719,68

Onverklaarbare contanten

123.976,68

Voorgaande betekent dat verdachte [verdachte] een voorlopig onverklaarbaar vermogen heeft van 123.976,68. Het contante witwasbedrag kan op 123.976,68 worden gesteld. Uit alle feiten

en omstandigheden in dit proces-verbaal kan worden opgemaakt dat het niet anders kan zijn dan dat dit uit enig misdrijf afkomstig is.

4. ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2023, opgenomen op pagina 10 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Holland Casino

Ik vroeg de verdachte of hij naar aanleiding van de gewonnen bedragen bij het Holland Casino te [plaats] bonnen, betaalbewijzen of iets dergelijks had. De verdachte verklaarde hierover dat dit op zijn pasje van het Holland Casino zou moeten staan. Hij verklaarde verder dat als je boven een bepaald bedrag zou winnen, dan zou dit geregistreerd worden op dat pasje. Volgens de verdachte zou op dit pasje te zien moeten zijn dat hij op die dag geld had gewonnen.

TOTO bonnen

Wij, verbalisanten, vroegen de verdachte of hij, naar aanleiding van zijn winsten de TOTO, hier nog afschriften, bonnen of iets van dien aard had en of hij deze nog had en of deze in zijn woning zouden moeten liggen. De verdachte verklaarde dat deze bonnen in een kluis liggen. Op de vraag welke kluis, gaf hij aan dat deze als afbeeldingen op zijn telefoon staan. De verdachte verklaarde vervolgens dat de afbeeldingen opgeslagen zijn op een schijf in een bestand. Op de vraag waar wij, verbalisanten, deze schijf of bestanden konden zien gaf hij aan: Dat ga ik niet zeggen.

5. ​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 december 2023, opgenomen op pagina 218 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Naar aanleiding van de gedane vordering historische gegevens bij Holland Casino, ontving ik vervolgens onderstaande reactie: Holland Casino houdt niet structureel winsten c.q. verliezen bij van haar gasten. Wij willen hierbij wel benadrukken dat uitbetalingen gedaan door Holland Casino niet automatisch speelwinsten betreffen. Gasten kopen bij aanvang van hun bezoek speelchips of waarde tickets waarmee de gast in ons casino kan spelen. Aan het einde van het bezoek wisselt de gast deze speelchips of tickets weer in voor contant geld. Hierbij kan het zijn dat de gast winst, verlies heeft gemaakt of gelijk is geëindigd. Het is dus niet zo dat alle uitbetalingen die door Holland Casino in contanten wordt verricht automatisch gewonnen geld bedraagt.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder b Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen bestanddeel afkomstig uit enig misdrijf, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf.

Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Als door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Witwasvermoeden

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden, zoals die blijken uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting. Verdachte had in de ten laste gelegde periode een laag geregistreerd inkomen uit een Wajong-uitkering. Op 20 november 2023 is bij de doorzoeking van zijn woning een aanzienlijk contant geldbedrag aangetroffen en ook lag daar een grote hoeveelheid merkkleding uit het hogere segment. Daarnaast blijkt uit gegevens van autoverhuurbedrijven dat verdachte meerdere keren autos heeft gehuurd en dat op zijn naam twee autos voor langere duur waren geleaset. Deze uitgaven en bezittingen passen niet bij het bekende legale inkomen van verdachte. In samenhang bezien leveren deze omstandigheden een vermoeden van witwassen op. Van de verdachte mag daarom worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare, niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft omtrent de herkomst van deze goederen en bedragen.

Verklaring van verdachte

De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte gegeven verklaring niet kan worden aangemerkt als een concrete en verifieerbare verklaring voor de herkomst van het geld en de goederen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat het aangetroffen contante geld bestond uit spaargeld, geld van zijn vriendin en gokwinsten. Hij heeft deze verklaring echter op geen enkele wijze met controleerbare gegevens onderbouwd. Zo heeft hij gesteld dat zijn winsten werden bijgehouden op een pas van Holland Casino, maar uit onderzoek van de politie is gebleken dat dit niet juist is. Met betrekking tot vermeende winsten via TOTO heeft verdachte niet willen aangeven waar deze gegevens zouden zijn terug te vinden.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij heeft geprobeerd bewijsstukken te verkrijgen van de door hem gestelde winsten in de ten laste gelegde periode, maar dat dit niet is gelukt.

Wel heeft de verdediging een aantal kasbonnen van Fair Play Casino overgelegd, waaruit zou blijken dat de gokwinsten van verdachte contant aan hem zijn uitbetaald. De rechtbank ziet in deze bonnen geen onderbouwing van de gestelde herkomst van het geld. Deze bonnen hebben immers betrekking op een periode voorafgaand aan de ten laste gelegde periode en zeggen daarom niets over de herkomst van geld in de ten laste gelegde periode. Het is algemeen bekend dat gokken afhankelijk is van toeval; eventuele eerdere winsten bieden geen inzicht in latere inkomsten. Daarbij is onduidelijk gebleven wat de inleg van verdachte is geweest. Zonder inzicht in de bedragen die hij zou hebben ingezet, kan niet worden vastgesteld of, en in hoeverre, daadwerkelijk sprake is geweest van nettowinst. Voorts blijkt uit de overgelegde bonnen niet dat de uitbetalingen daadwerkelijk aan verdachte hebben plaatsgevonden. De bonnen bevatten geen persoonsgegevens en de daarop geplaatste parafen verschillen onderling en komen niet overeen met de paraaf van verdachte op bijvoorbeeld het leasecontract.

Het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen geeft onvoldoende aanleiding tot een nader onderzoek door het openbaar ministerie. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat de ten laste gelegde voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Hoogte van het witwasbedrag

De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen door het voorhanden hebben, omzetten of gebruik maken van een geldbedrag, kleding, elektronica en sieraden.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het contante witwasbedrag op een lager bedrag moet worden vastgesteld. Zo zal de rechtbank bij de bepaling van de leasekosten, net als de officier van justitie, uitgaan van scenario 2. Uit het bij het leasebedrijf aangetroffen handgeschreven betalingsoverzicht blijkt dat verdachte in de periode van 15 mei 2020 tot en met 12 juni 2023 in totaal 52.389 contant heeft betaald en dat daarnaast nog een bedrag openstond. Dit overzicht geeft naar het oordeel van de rechtbank het beste inzicht in de feitelijke geldstroom. De verdediging heeft daarnaast verzocht de leasekosten

verder te verlagen, omdat de tweede leaseauto (een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] ) volgens verdachte feitelijk door zijn toenmalige vriendin werd gebruikt en betaald.

Verdachte heeft deze verklaring op geen enkele wijze onderbouwd en de juistheid van deze verklaring volgt ook overigens niet uit het dossier. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de leasekosten op dit punt verder te corrigeren.

De rechtbank zal bij de bepaling van de waarde van de aangetroffen kleding aansluiten bij het standpunt van de verdediging. Ten aanzien van de in beslag genomen merkkleding overweegt de rechtbank dat de door de politie opgestelde, gespecificeerde goederenlijst te summier is om als voldoende onderbouwing voor de waardebepaling te dienen. In veel gevallen wordt slechts een merk vermeld, zonder nadere omschrijving van het type kledingstuk, de staat waarin het verkeert of de collectie waarvan het afkomstig is. Evenmin zijn fotos aan het dossier toegevoegd. Hierdoor kan niet nauwkeurig worden vastgesteld om welke concrete kledingstukken het gaat en wat daarvan de waarde is. De rechtbank stelt, in het voordeel van verdachte, de waarde vast op het door de verdediging genoemde bedrag van 25.000.

De rechtbank ziet tot slot geen aanleiding om, zoals door de verdediging is verzocht, het bedrag onder de post contanten levensonderhoud te matigen of buiten beschouwing te laten. Het standpunt van de verdediging dat verdachte gedurende een bepaalde periode geen vaste woon-of verblijfplaats had en daarom minder kosten zou hebben gemaakt, is onvoldoende onderbouwd. Niet duidelijk is gemaakt op welke periode dit precies ziet en in hoeverre dit daadwerkelijk tot lagere uitgaven heeft geleid.

Conclusie

De rechtbank komt op basis van de bewijsmiddelen tot de volgende berekening van het witwasbedrag.

Bron 1: Contanten

Beginsaldo contanten

-

Opname contanten

11.468

Storting contanten

11.713

Eindsaldo contanten

245

Bron 2: Nibud

Inboedel, huis en tuin

1.498

Huishoudelijk

17.289

Vrije tijd

3.530

Diverse uitgaven Nibud

4.305 -

Eindsaldo Nibud

18.012

Bron 3: Excessieven

Leaseauto

52.389

Brandstof

13.171

Kleding

25.000

Eindsaldo excessieven

90.560

Onverklaarbare contanten

108.817

Uit bovenstaande volgt dat de verdachte ten aanzien van een bedrag van 108.817,00 geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring heeft gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank kan het daarom niet anders zijn dan dat dit onverklaarbaar contant vermogen, bij gebreke van een dergelijke verklaring, uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit wist. Gelet op de omvang van het bedrag aan onverklaarbaar contant vermogen en de pleegperiode is de rechtbank van oordeel dat sprake is van gewoontewitwassen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 16 mei 2018 tot en met 22 november 2023 te Groningen, voorwerpen, te weten onder andere een geldbedrag en kleding en elektronica (van een totale waarde van 108.817,- euro), Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft omgezet, en gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, wist, dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf

- en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden en twee weken, met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de officier dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, gelet op het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een taakstraf moet worden opgelegd eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen moeten worden afgewezen

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van vijfenhalf jaar schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van een totaalbedrag van 108.817,00. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. Bovendien heeft het in omloop zijn van witgewassen geldbedragen een sterk corrumperende werking en faciliteert dit veelal ander strafbaar handelen. Het plegen van criminele activiteiten wordt daardoor in stand gehouden en indirect ook bevorderd. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. Als strafverzwarende omstandigheid weegt de rechtbank de omvang en de continuïteit van het witwassen mee.

Bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank als uitgangspunt genomen wat doorgaans wordt opgelegd voor het begaan van soortgelijke delicten en heeft zij aansluiting gezocht bij de hoogte van het bewezen verklaarde witwasbedrag. Daarbij weegt mee dat sprake is van gewoontewitwassen en ook houdt de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat hij eerder, onder meer voor witwassen, onherroepelijk is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Dat heeft hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.

Gelet op het voorgaande en rekening houdende met de strafoplegging in soortgelijke zaken,

acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank zal conform de eis van de officier van justitie een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 9 maanden en twee weken, met aftrek van voorarrest. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om de inbeslaggenomen telefoons verbeurd te verklaren en om de inbeslaggenomen auto terug te geven aan de rechthebbende.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de inbeslaggenomen telefoons vatbaar voor verbeurdverklaring nu met betrekking tot of met behulp van deze voorwerpen het bewezen verklaarde is begaan en deze voorwerpen toebehoren aan verdachte, te weten:

De rechtbank zal de teruggave aan [bedrijf 2] gelasten van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto (PL0100-2023097483-G1312172).

Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

Ten aanzien van de vordering met parketnummer 18-127585-21

Bij onherroepelijk vonnis van 18 januari 2022 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is verdachte veroordeeld tot - onder meer - een gevangenisstraf van 3 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 2 februari 2022. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 22 januari 2026 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.

Nu veroordeelde het bewezenverklaarde heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.

Ten aanzien van de vordering met parketnummer 21-000033-20

Bij onherroepelijk arrest van 14 april 2021 van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De proeftijd is ingegaan op 18 oktober 2022. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 22 januari 2026 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.

Nu veroordeelde het bewezenverklaarde heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 63, 420bis, 420ter van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden en 2 weken

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen goederen:

Gelast de teruggave aan [bedrijf 2] , ( [adres] ) van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto (PL0100-2023097483-G1312172).

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18. 127585-21:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen van 18 januari 2022, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

21. 000033-20:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 april 2021, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. C. Brouwer en mr. S. Zoer, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.W. Janssen
  • mr. C. Brouwer
  • mr. S. Zoer

Griffier

  • mr. M. Raven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand