RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Zittingsplaats Groningen
Zaak- /rolnummer: 331/2026
BR.nr.: 72538
Beschikking van 8 april 2026
inzake de nalatenschap van:
[erflater] ,
geboren op [geboortedatum] 10941 te [geboorteplaats] ,
overleden op [overlijdensdatum] 2025 te Stadskanaal,
laatste woonplaats: Stadkanaal,
hierna te noemen erflater.
1. Motivering
Op 6 februari 2026 heeft [bewindvoerder] (hierna: de bewindvoerder), ten deze handelend in de hoedanigheid van bewindvoerder over de vermogensbestanddelen die (zullen) toebehoren aan [naam] (hierna: [naam] ) een schriftelijke verklaring afgelegd bij de griffie van deze rechtbank om de nalatenschap van erflater namens [naam] beneficiair te aanvaarden. De akte van beneficiaire aanvaarding is opgemaakt ter griffie op 17 februari 2026 en vervolgens ingeschreven in het boedelregister.
Bij brieven (met bijlagen) ontvangen op 26 februari 2026 en 20 maart 2026 heeft de bewindvoerder kenbaar gemaakt dat, naar nu blijkt, [naam] geen erfgenaam is maar een legaat verkrijgt. Ter onderbouwing daarvan heeft de bewindvoerder het testament van erflater overgelegd. De bewindvoerder wil daarom de beneficiaire aanvaarding intrekken.
Het uitbrengen van een keuze voor (beneficiaire) aanvaarding of verwerping is een (eenzijdige) rechtshandeling in de zin van artikel 3:32 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW), die onherroepelijk is en terugwerkende kracht heeft. Uit het overgelegde testament blijkt echter dat [naam] geen erfgenaam is van erflater, maar een bedrag gelegateerd heeft gekregen. De akte van beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap die de griffier op 17 februari 2026 heeft opgemaakt zal daarom ambtshalve nietig worden verklaard. Daarnaast zal de verbetering van het boedelregister worden gelast in die zin dat de registratie beneficiaire aanvaarding nalatenschap van 17 februari 2026 wordt doorgehaald.
Verder verzoekt de bewindvoerder de factuur waarin de griffiekosten in rekening zijn gebracht in te trekken. Dat verzoek zal worden afgewezen. Het ligt op de weg van [naam] , althans op de weg van haar bewindvoerder, om voordat een verklaring inzake een nalatenschap wordt uitgebracht zich ervan te vergewissen of sprake is van een erfgenaamschap. Dat na het uitbrengen van de verklaring tot beneficiaire aanvaarding blijkt dat zij geen erfgenaam is, komt derhalve voor haar rekening en risico. De griffiekosten die in rekening zijn gebracht voor het opmaken van de akte en het registreren van de verklaring in het boedelregister blijven daarom verschuldigd.
2. De beslissing
De rechtbank
verklaart nietig de akte van beneficiaire aanvaarding opgemaakt door de griffier van deze rechtbank op 17 februari 2026, aktenummer 331/2026,
gelast de verbetering van het boedelregister in die zin dat de registratie beneficiaire aanvaarding nalatenschap van 17 februari 2026 wordt doorgehaald,
wijst af het overige verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.T. de Jonge en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
c: 401