ECLI:NL:RBNNE:2026:1811

ECLI:NL:RBNNE:2026:1811

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer 25/1817
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Beroep tegen een omgevingsvergunning die is verleend voor een rijksmonumentactiviteit en een omgevingsplanactiviteit. Voor de omgevingsplanactiviteit is sprake van een gebonden beschikking. De beroepsgronden leiden daarom niet tot een vernietiging van de verleende omgevingsvergunning. Voor de rijksmonumentactiviteit heeft de adviescommissie positief geoordeeld over het bouwplan. Het belang van de monumentenzorg verzet zich daarom niet tegen vergunningverlening. Daarom kon de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentactiviteit in redelijkheid worden verleend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit Gasselternijveen, eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/1817

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze, het college

(gemachtigde: C. Boverhof).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] uit Gasselternijveen (vergunninghouder).

1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het realiseren van twee woningen in het oude gemeentehuis aan [adres] in Gasselternijveen, twee woningen in een aanbouw daaraan en drie woningen op het achtererf van het oude gemeentehuis. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verleende omgevingsvergunning.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Vergunninghouder heeft op 15 november 2024 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van twee woningen in een rijksmonument, het oprichten van twee aangebouwde rijwoningen en drie rijwoningen op het achtererf aan [adres] in Gasselternijveen.

In het bestreden besluit heeft het college de omgevingsvergunning verleend voor een ‘rijksmonumentenactiviteit’, een ‘bouwactiviteit’ (technisch) en een ‘omgevingsplanactiviteit’.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van het college met J. ten Cate (projectcoördinator) en M. de Groot (vergunningverlener) en de vergunninghouder. Eiseres is niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het toetsingskader?

3. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (Ow) en de daarop gebaseerde regelingen in werking getreden. De aanvraag is op 15 november 2024 ingediend, waardoor de Ow van toepassing is.

Op het perceel is het Bestemmingsplan ‘Vaart 7, 9 en 11 Gasselternijveen’ (bestemmingsplan) als tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Aa en Hunze van toepassing (omgevingsplan). Aan het perceel zijn de bestemming ‘Wonen - 2’, ‘Waarde - Archeologie 6’ en ‘Waarde - Beschermwaardig Houtopstand’ toegekend.

Wordt de cultuurhistorische waarde van het monument aangetast?

5. Eiseres betoogt dat het bouwplan het monumentale karakter van het oude gemeentehuis aantast. De belangenafweging is ontoereikend en onvoldoende gemotiveerd.

Het college stelt zich op het standpunt dat de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Drentse gemeenten (adviescommissie) en adviseurs van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed betrokken zijn geweest bij het bouwplan en dat de procedure zorgvuldig is geweest. De adviescommissie heeft positief geadviseerd over het bouwplan.

De rechtbank geeft eiseres geen gelijk en overweegt het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit net als voorheen kan worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.

De rechtbank stelt vast dat de adviescommissie heeft beoordeeld wat de invloed is van het bouwplan op het rijksmonument. De adviescommissie heeft positief geadviseerd over het bouwplan. Uit het advies volgt dat de nieuwe functie zal bijdragen aan de langjarige instandhouding en het gebruik van het rijksmonument. Verder staat beschreven dat op zorgvuldige wijze met het rijksmonument wordt omgegaan en dat de monumentwaarden als uitgangspunt hebben gediend. Ook is rekening gehouden met de adviezen van de adviescommissie. Het college mocht zich naar het oordeel van de rechtbank op dit advies baseren.

Eiseres heeft verder niet toegelicht waarom de cultuurhistorische waarde van het rijksmonument volgens haar onvoldoende wordt beschermd.

Hoewel in de verleende omgevingsvergunning voor deze activiteit staat vermeld dat voor de activiteit ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’ een omgevingsvergunning wordt verleend, is op de zitting toegelicht dat dit een kennelijke verschrijving is.

De rechtbank concludeert dat het college in redelijkheid een omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit heeft mogen verlenen. Het betoog slaagt daarom niet.

Wordt het historisch straatbeeld aangetast?

6. Eiseres stelt dat het bouwplan het historisch straatbeeld aantast.

Het college stelt dat het bouwplan voldoet aan de welstandseisen en dat in het bestemmingsplan een onderbouwing is opgenomen voor deze bebouwing.

De rechtbank volgt eiseres niet en overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de adviescommissie heeft beoordeeld wat de invloed van het bouwplan is op de omgevingskwaliteit. De adviescommissie heeft positief geadviseerd. Het college mocht zich op dit advies baseren. Daar komt bij dat het college op de zitting heeft toegelicht dat het monument aan de voorkant (straatkant) in originele staat wordt teruggebracht. De aanbouw krijgt een daarbij passende uitstraling. De bebouwing op het achtererf krijgt een meer hedendaagse uitstraling, maar gebleken is dat die bebouwing aan het straatzicht wordt onttrokken. Eiseres heeft niet toegelicht waarom het bouwplan het historisch straatbeeld aantast. Gelet daarop is er geen grond voor het oordeel dat het historisch straatbeeld wordt aangetast en de omgevingsvergunning om die reden geweigerd had moeten worden. Het betoog slaagt daarom niet.

Wordt de landschappelijke waarde aangetast door de kap van de haag?

7. Eiseres voert aan dat de kap van een historisch waardevolle haag een aantasting vormt van de landschappelijk waarde. De kap is onvoldoende gemotiveerd en wordt ten onrechte behandeld in een aparte procedure.

Het college stelt zich op het standpunt dat er geen omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van een haag, wel voor het plaatsen van een schutting. Daarnaast gaat het niet om een historisch waardevolle haag en is de haag niet van invloed op de landschappelijke waarde.

De rechtbank volgt eiseres niet en overweegt als volgt.

Op de zitting is duidelijk geworden dat het (waarschijnlijk) gaat om een beukenhaag op de erfgrens tussen Vaart 11 en 13 op de noordzijde (achterzijde) van het perceel. Het college heeft toegelicht dat het verwijderen van de haag geen onderdeel vormt van het bestreden besluit. Voor het verwijderen van de haag is geen omgevingsvergunning vereist. Hieruit concludeert de rechtbank dat de kap van de haag niet ter beoordeling aan de rechtbank voorligt. De rechtbank leidt uit de plankaart af dat alleen de houtopstand aan de voorzijde van het perceel beschermenswaardig is. Niet is gebleken dat die door het bouwplan wordt aangetast. De beroepsgrond slaagt niet.

Wordt de ecologische balans aangetast?

8. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het bouwplan de ecologische balans aantast door de verstoring van de leefgebieden van beschermde soorten, zoals vleermuizen en bosmuizen.

Het college stelt dat aan het bestemmingsplan een ecologisch onderzoek ten grondslag ligt en dat de omgevingsvergunning in overeenstemming met het bestemmingsplan is verleend.

De rechtbank geeft eiseres geen gelijk gelet op het volgende.

De rechtbank stelt vast dat het bestemmingsplan is vastgesteld met inachtneming van het onderzoek van ‘Eco-groen’. Het staat tussen partijen niet ter discussie dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk kan in dat geval alleen geweigerd worden - voor zover relevant - als het bouwwerk in strijd is met de regels in het omgevingsplan over bouwen of met de redelijke eisen van het welstand. Een omgevingsvergunning moet dus worden verleend als er geen strijd is met de regels in het omgevingsplan over bouwen en de redelijke eisen van welstand. Er is in dat geval sprake van een gebonden beschikking, waarbij het college geen ruimte heeft om ruimtelijke belangen af te wegen. De grond die eiseres aanvoert over de verstoring van de ecologische balans, kon het college daarom niet betrekken in het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de vergunninghouder op de zitting heeft toegelicht dat de provincie Drenthe hem een omgevingsvergunning heeft verleend voor een ‘flora en fauna-activiteit’, waaraan voorschriften zijn verbonden.

Brengt het bouwplan verkeers- en parkeerproblemen met zich mee?

9. Eiseres heeft aangevoerd dat het bouwplan problemen met zich meebrengt voor het parkeren en de verkeersdruk.

Het college stelt zich op het standpunt dat de aspecten verkeer en parkeren zijn onderzocht en beoordeeld bij het voorbereiden en opstellen van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning is in overeenstemming met het bestemmingsplan verleend.

De rechtbank volgt eiseres niet en overweegt het volgende.

Zoals de rechtbank onder overweging 8.2.1. heeft overwogen is sprake van een gebonden beschikking. Dat betekent dat het college ook de aspecten parkeren en verkeer niet kon betrekken in het bestreden besluit. De ruimtelijke gevolgen van het bouwplan voor het parkeren en het verkeer zijn namelijk al bij de vaststelling van het bestemmingsplan betrokken. Het betoog van eiseres slaagt niet.

Zorgt het bouwplan voor schade aan het eigendom en de bedrijfsvoering van eiseres?

10. Eiseres stelt dat de werkzaamheden negatieve gevolgen hebben voor haar eigendom en bedrijfsvoering door fysieke belemmeringen, overlast en schade.

Het college stelt dat het perceel Vaart 11 zelfstandig en rechtstreeks bereikbaar is. Verder zijn alle omgevingsaspecten in het kader van het bestemmingsplan onderzocht en meegenomen en is de omgevingsvergunning overeenkomstig het bestemmingsplan verleend.

De rechtbank volgt eiseres niet en overweegt als volgt.

Ook op dit punt geldt dat sprake is van een gebonden beschikking. De ruimtelijke aspecten, en dus ook mogelijke (geluids)overlast, zijn al bij de vaststelling van het bestemmingsplan betrokken. Verder heeft het college toegelicht dat het perceel Vaart 11 zelfstandig en rechtstreeks bereikbaar is. Eiseres heeft niet toegelicht waar de fysieke belemmeringen uit bestaan. Voor zover eiseres stelt dat zij schade aan haar woning vreest door de werkzaamheden, heeft het college toegelicht dat de aard van de werkzaamheden daar geen aanleiding toe geven. Zo zal er niet worden geheid. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft het college voldoende aan participatie gedaan?

11. Eiseres vindt dat zij als omwonende onvoldoende in de planvorming is betrokken. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.

Het college stelt dat voldoende gelegenheid voor participatie is gegeven. Eiseres heeft een zienswijze kunnen indienen, maar heeft geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid.

De rechtbank geeft eiseres geen gelijk op grond van het volgende.

Volgens het systeem van de Ow moet een aanvrager bij de aanvraag aangeven of aan participatie is gedaan. Vergunninghouder heeft aan dit vereiste voldaan.

Het uitgangspunt is verder dat participatie door de aanvrager bij een omgevingsvergunning vrijwillig is, maar dat de gemeenteraad gevallen kan aanwijzen waarin participatie verplicht is. Voor de aanvraag in deze zaak geldt geen verplichte participatie.

Verder is de rechtbank van oordeel dat omwonenden voldoende bij het bouwplan zijn betrokken. Het college heeft een informatiebijeenkomst over het bouwplan gehouden. Daar komt bij dat het concept-besluit zes weken ter inzage heeft gelegen. Eiseres heeft de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen. Eiseres heeft dat niet gedaan. Gelet daarop is er geen grond voor het oordeel dat het college omwonenden, in het bijzonder eiseres, onvoldoende bij het bouwplan heeft betrokken en dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht een omgevingsvergunning heeft verleend. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.K. Veenstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Omgevingswet

Artikel 1.1. (begripsbepalingen)

1. De bijlage (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2032-01-01) bij deze wet bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen.

(…)

Artikel 5.1

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

a. een omgevingsplanactiviteit,

b. een rijksmonumentenactiviteit,

Artikel 5.18. (beoordelingsregels aanvraag artikel 5.1-activiteiten bij algemene maatregel van bestuur)

1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 5.1.

Artikel 5.21. (artikel 5.18 beoordelingsregels aanvraag omgevingsplanactiviteit)

a. de omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van daarvoor in het omgevingsplan gestelde regels,

(…)

Artikel 5.22. (artikel 5.18 beoordelingsregels aanvraag rijksmonumentenactiviteit)

Voor een rijksmonumentenactiviteit worden de regels, bedoeld in artikel 5.18, gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed en in dat kader tot:

Artikel 16.55

(…)

7. De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.

Bijlage bij artikel 1.1 van deze wet

A. Begrippen

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende:

een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan,

(…)

rijksmonument: rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

rijksmonumentenactiviteit: activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht;

(…)

Besluit kwaliteit leefomgeving

Artikel 8.0a. (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen)

1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning.

(…)

Artikel 8.80

a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten;

b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten;

c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en

d. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.

Artikel 22.1

In deze afdeling wordt onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan verstaan het deel van het omgevingsplan dat bestaat uit:

(…)

de regels waarvoor op grond van artikel 22.2, eerste lid, is bepaald dat ze tijdelijk deel uitmaken van het omgevingsplan.

Omgevingsbesluit

Artikel 10.24

1. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om, wijziging van of intrekking van een omgevingsvergunning, als de aanvraag, wijziging of intrekking geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de volgende activiteiten:

a. een rijksmonumentenactiviteit als het gaat om een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, onder a of b;

(…)

Bruidsschat

Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen

1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:

a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4;

b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en

c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:

1°. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of

2°. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand