ECLI:NL:RBNNE:2026:1814

ECLI:NL:RBNNE:2026:1814

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer 24/4737
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Omgevingsvergunning voor het bouwen van een kapschuur en bedrijfsloods. Met die uitbreiding is sprake van een bedrijf met milieucategorie 3.1. Milieucategorie 2 is maximaal op het perceel toegestaan. Dat strijdig gebruik is bij vergunningverlening ten onrechte niet onderkend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen

[eisers] , uit Burgum, eisers

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/4737

(gemachtigde: mr. J.J.J. de Rooij),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel, het college

(gemachtigde: J.A. Folkerts, J.H. Jonker).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Frisia Bergum B.V. uit Burgum (vergunninghoudster)

(gemachtigde: mr. A.J. Spoelstra).

1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van een kapschuur en een bedrijfsloods. Eisers zijn het daar niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verleende omgevingsvergunning.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de verleende omgevingsvergunning in strijd met het recht is genomen. Het college heeft niet onderkend dat ook het gebruik van de kapschuur en bedrijfsloods in strijd is met de geldende planregels. Daarom is de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen niet rechtmatig. Eisers krijgen dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 8 februari 2023 heeft vergunninghoudster een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Als projectomschrijving staat vermeld dat de aanvraag ziet op de nieuwbouw van een kapschuur en een bedrijfsloods (het project).

De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel heeft op 17 oktober 2024 een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgegeven. Met het bestreden besluit van 12 november 2024 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten ‘bouwen’ gecombineerd met ‘handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening’.

De rechtbank heeft het beroep van eisers op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigden van het college vergezeld door R.M.O. Tap (geluidadviseur bij FUMO), [naam] en [naam] namens vergunninghoudster, vergezeld door hun gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Omdat de aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreden van de Omgevingswet, blijft de Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing.

Het aangevraagde project is gelegen aan de [adres] [nummer] in Burgum (perceel). Hier geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ (bestemmingsplan). Voor dit perceel gelden de bestemmingen ‘Bedrijf – 2’, ‘Waarde – Landschap (Woudenlandschap)’ en deels ook ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’.

Indien een bouwactiviteit niet (geheel) voldoet aan de planregels kan deze alleen worden verleend indien het college ook vergunning verleent voor de afwijking van die planregels. Een aanvraag voor een project dat niet voldoet aan de planregels moet worden opgevat als een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het ‘handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening’. De bouwactiviteit kan dan alleen vergund worden indien wordt afgeweken van de planregels waarvan het project afwijkt. Dit volgt uit artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo.

Met de verleende omgevingsvergunning heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de bouw in afwijking van de bouwregels uit het bestemmingsplan. Hierbij heeft het college besloten af te wijken van de op grond van de planregels maximaal toegestane bebouwing van 15% van het bouwvlak en ook van de maximaal toegestane bouw- en goothoogte.

Bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, komt aan het bevoegde bestuursorgaan beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

Had het college ook moeten afwijken van de gebruiksregels van het bestemmingsplan?

4. Eisers voeren aan dat de afwijking van het planologisch regime groter is dan waarvan het college is uitgegaan. Zij betogen dat het project ook in strijd is met de gebruiksregel van artikel 9.1, sub a, onder 1, van de planregels. Het project zorgt voor een uitbreiding van het bedrijf. De totale grootte van het bedrijf gaat het in bijlage 1 bij het bestemmingsplan genoemde aantal toegestane vierkante meters (500 m²) voor plantsoendiensten en hoveniersbedrijven van een bedrijf met categorie 2 te boven. Daarom is sprake van een bedrijf van categorie 3.1 en dat is hoger dan de categorie 2 die de planregels toestaan. Ook kan het bedrijf volgens eiseres niet gelijkgesteld worden aan een categorie 2-bedrijf. Bij de afwijking van het bestemmingsplan is dat ten onrechte niet onderkend.

Het college stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van strijd met artikel 9.1, sub a, onder 1, van de planregels. Het gebruik van het perceel is toegestaan op grond van het overgangsrecht. Het gebruik verandert volgens het college niet met het vergunde project. Voor het gebruik hoeft daarom niet te worden afgeweken van de planregels.

Het college heeft verder gesteld dat bedrijf van vergunninghoudster een categorie 2-bedrijf is. De ruimtelijke uitstraling van het bedrijf is volgens het college naar aard en invloed gelijk te stellen met een categorie 2-bedrijf. Dit kan volgens het college worden afgeleid uit de maatwerkvoorschriften die aan vergunninghoudster zijn opgelegd.

5. Deze beroepsgrond van eisers slaagt. De rechtbank licht dat hierna verder toe.

Uit de aanvraag en de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing volgt dat het bedrijf van vergunninghoudster een hoveniers- en groenvoorzieningsbedrijf is. Voor de realisatie van het project is 1.764 m2 aan bebouwing aanwezig. Verder is in de ruimtelijke onderbouwing vermeld dat het hoveniersbedrijf hard aan het groeien is en daarom wil uitbreiden op de huidige locatie (paragraaf 2.1). De vergunde kapschuur en de loods worden toegevoegd op deze locatie waarmee 3.018 m2 ontstaat aan bedrijfsbebouwing.

De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 9.1, aanhef, sub a, en onder 1 van de planregels op de locatie van het project gebouwen zijn toegelaten ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd onder de categorieën 1 en 2 van de bijlage 1 bij de planregels (Bedrijvenlijst). Uit de tekst van deze bijlage volgt dat plantsoendiensten en hoveniersbedrijven met een bedrijfsoppervlakte van minder dan 500 m² onder categorie 2 vallen. Plantsoendiensten en hoveniersbedrijven met een bedrijfsoppervlakte van 500 m² of meer zijn in de bijlage uitdrukkelijk genoemd onder categorie 3.1. Tussen partijen is niet in geschil dat het bedrijf van vergunninghoudster voor vergunningverlening groter was dan 500 m². Ook is niet in geschil dat met het project een uitbreiding van 1.254 m² gemoeid is. Het bedrijf van vergunninghoudster valt daarmee zowel voor als na vergunningverlening niet onder categorie 2 van de Bedrijvenlijst.

Voor zover het college aanvoert dat het bedrijf valt onder het overgangsrecht van artikel 59.2, onderdeel a, van de planregels, doet het een beroep op het gebruiksovergangsrecht. Nog daargelaten of het gebruik valt onder het gebruiksovergangsrecht, is voor de vraag of voor een bouwplan vergunning kan worden verleend het gebruiksovergangsrecht niet relevant. Uitsluitend het bouwovergangsrecht zou van belang kunnen zijn. Dat is in dit geval niet zo, omdat het bouwovergangsrecht geen betrekking heeft op de aangevraagde bouwwerken (maar op situaties van vernieuwing of verandering die hier niet aan de orde zijn).

De rechtbank stelt verder vast dat artikel 9.1, aanhef, sub a, en onder 1, van de planregels gebouwen toestaat ten behoeve van bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn. Voor zover het college zich op het standpunt stelt dat het bedrijf van vergunninghoudster daaronder valt, volgt de rechtbank dat niet. De activiteiten van het bedrijf van vergunninghoudster zijn uitdrukkelijk genoemd in de bedrijvenlijst en daaraan is de categorie 3.1 toegekend. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat planvoorschriften omwille van de rechtszekerheid letterlijk moeten worden uitgelegd. De rechtbank is van oordeel dat dat ook geldt voor de Bedrijvenlijst die hoort bij de planregels. Uit de formulering van de bedrijvenlijst vloeit voort dat plantsoendiensten en hoveniersbedrijven met een bedrijfsoppervlakte van 500 m² of meer vallen onder categorie 3.1 en niet onder categorie 2. Nu deze bedrijven al uitdrukkelijk door de planwetgever zijn gecategoriseerd, is de regeling om bedrijven onder voorwaarden bij recht gelijk te stellen met bedrijven van de categorie 3 hiervoor naar het oordeel van de rechtbank niet bedoeld. De gestelde maatwerkvoorschriften, wat daar verder van zij, doen daar niet aan af.

Tussenconclusie; overige beroepsgronden

6. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat met het bestreden besluit niet is onderkend dat voor vergunningverlening voor het project ook dient te worden afgeweken van artikel 9.1, aanhef, sub a, en onder 1, van de planregels. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Het bestreden besluit is daarmee in strijd met artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo genomen. Nu met het bestreden besluit niet is afgeweken van de genoemde planregel over het gebruik, is de (ruimtelijke) afweging die ten grondslag ligt aan het bestreden besluit onvolledig en ook niet gebaseerd op juiste uitgangspunten. Ten onrechte is in de afweging ervan uitgegaan dat alleen hoefde te worden afgeweken van enkele bouwregels. Er zal alsnog een volledige afweging moeten worden gemaakt waarbij moet worden betrokken dat ook dient te worden afgeweken van de gebruiksregels.

Gelet op het feit dat de uitgangspunten van die afweging daarmee veranderen, ziet de rechtbank aanleiding om de beroepsgronden van eisers over onder meer de nut en noodzaak van de uitbreiding en de mogelijke geluid- en verkeershinder niet te bespreken. Daarover zal een nieuwe afweging moeten worden gemaakt, uitgaande van de juiste uitgangspunten. Die afweging is nog niet gemaakt. Bovendien zal moeten worden beoordeeld of de raad hiervoor een verklaring van geen bedenkingen moet en kan afgeven.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank het college niet op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen, te meer ook omdat er een nieuwe afweging zal moeten worden gemaakt waarbij wordt betrokken dat ook van de gebruiksregels moet worden afgeweken. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat het college een nieuw besluit moet nemen op de aanvraag van vergunninghoudster met inachtneming van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht (€ 187) aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding van hun proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen eisers een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en is niet verschenen ter zitting. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het besluit van 12 november 2024;

draagt het college op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van vergunninghoudster met inachtneming van deze uitspraak;

bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden;

veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hardenberg, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.K. Veenstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wabo

Artikel 2.10

1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien:

(…);

c. de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan, of de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, tenzij de activiteit niet in strijd is met een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12;

(…);

2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’

Artikel 9 Bedrijf - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bedrijf – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. gebouwen ten behoeve van:

1. bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven;

Artikel 59 Overgangsrecht

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

Bijlage 1 bij het bestemmingsplan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand