Zaaknummer LEE 25/1894
Is sprake van een goede ruimtelijke ordening?
7. Eiseres stelt dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank zal hierna ingaan op de beroepsgronden die hierover gaan. De rechtbank toetst in dit kader alleen of de punten waarop het project afwijkt van het bestemmingsplan leiden tot strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voor de delen van het project die passen binnen het bestemmingsplan, is deze afweging namelijk al gemaakt bij de vaststelling van het bestemmingsplan.
8. Ter verduidelijking verwijst de rechtbank in haar oordeel naar de overzichtskaart in bijlage 1 van deze uitspraak. Aan die kaart zijn nummers toegevoegd om de plekken aan te geven waarover partijen het niet eens zijn en die op de zitting zijn besproken.
Privacy
9. Eiseres voert aan dat haar privacy door het project onevenredig wordt geschaad. Aan haar belang is ten onrechte minder gewicht toegekend dan aan de belangen van het project.
Het college stelt dat de privacy van eiseres niet onevenredig wordt geschaad. De ramen op de westgevel die rechtstreeks uitzicht bieden op het perceel van eiseres worden geblindeerd. Op de plek waar buiten het bouwvlak wordt gebouwd wordt een blinde muur geplaatst. Op de plek waar wel ramen worden geplaatst, zijn die nu ook al aanwezig. De noodtrap wordt alleen in noodsituaties gebruikt en die grenst ook niet direct aan het perceel van eiseres.
De rechtbank geeft eiseres geen gelijk en overweegt het volgende.
Het college mocht concluderen dat de privacy van eiseres niet onevenredig wordt geschaad. Het college heeft op de zitting toegelicht dat op de plek van de overschrijding van het bouwvlak bij nummer 6 op de overzichtskaart een blinde muur wordt geplaatst. Verder komt bij nummer 5 op de overzichtskaart een noodtrap. Het college heeft daarover opgemerkt dat dit een dichte deur is die alleen in noodsituaties zal worden gebruikt. De privacy van eiseres wordt door deze onderdelen niet of in geringe mate geschaad. Op de plek bij nummer 7 is sprake van een overschrijding van het bouwvlak met ongeveer een meter. Weliswaar worden op die plek ramen geplaatst, maar die plek is niet direct achter de woning van eiseres gelegen. Bovendien zijn in de bestaande bebouwing op die plek al ramen aanwezig. Gelet daarop, wordt de privacy van eiseres daar in geringe mate geschaad. De beroepsgrond slaagt niet.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat de ramen in het deel van de westgevel dat binnen het bouwvlak wordt gebouwd en dat rechtstreeks zicht biedt op het perceel van eiseres, geblindeerd worden om de privacy van eiseres te waarborgen.
Uitzicht
10. Eiseres stelt dat het project haar uitzicht vermindert. De verbindingsgang neemt haar uitzicht op de kerk weg.
Het college stelt dat sprake is van enige aantasting van het uitzicht, omdat de verbindingsgang voor de kerk komt te staan. Het grootste deel van de verbindingsgang is echter planologisch toegestaan. De belemmering van het uitzicht vindt met name plaats op een plek waar de bouw binnen het bouwvlak plaatsvindt. De verbindingsgang is verder 6 meter hoog en dat valt binnen de toegestane bouwhoogte. Dit staat de omgevingsvergunning voor het project daarom niet in de weg.
De rechtbank oordeelt dat het college mocht concluderen dat het project geen onevenredige aantasting van het uitzicht van eiseres met zich meebrengt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank stelt vast dat de bouw van de verbindingsgang voor zover die ligt aan het Laag Bolwerk niet in strijd is met het bestemmingsplan. Uit de overzichtskaart leidt de rechtbank af dat de verbindingsgang daar niet buiten het bouwvlak wordt gebouwd. Op de zitting is verder besproken dat ook de bouwhoogte van 6 meter van de verbindingsgang planologisch is toegestaan. Het college hoeft dit onderdeel van de verbindingsgang daarom niet in de belangenafweging te betrekken.
Hoewel het uiterste deel van de verbindingsgang wel buiten het bouwvlak wordt geplaatst en daar een noodtrap wordt aangebracht, maakt dat niet dat het uitzicht onevenredig wordt belemmerd. De rechtbank constateert dat op die plek een boom staat, die al zorgt voor een belemmering van het uitzicht. De belemmering van het uitzicht door de verbindingsgang op het perceel blijft daarom beperkt. Bovendien bestaat er geen recht op blijvend vrij uitzicht en des te minder nog in een binnenstad. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Bezonning
11. Eiseres voert aan dat door het project de daglichttoetreding zal verminderen. Er komt minder (ochtend)zon in de tuin, omdat aan de oostkant van het perceel van eiseres de bebouwing wordt verhoogd. Dit werkt door in de woning.
Het college stelt dat de mate waarin de ochtendzon wordt beperkt zeer gering is. Het college wijst erop dat het grootste deel van de verbindingsgang voldoet aan de regels van het bestemmingsplan. De schaduwwerking van het project is beperkt omdat het project aan de noordwestzijde van het perceel van eiseres wordt gesitueerd.
De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Eiseres heeft op de zitting erkend dat het project een beperkte vermindering van zonlicht meebrengt. Eiseres heeft ook erkend dat de TNO-norm voor bezonning niet wordt geschonden. De geringe vermindering van ochtendzon, kan daarom niet tot het oordeel leiden dat de omgevingsvergunning geen stand kan houden. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Parkeren
12. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het project onaanvaardbare gevolgen meebrengt voor het parkeren voor haarzelf en de omgeving. Eiseres kan haar achterom niet meer gebruiken door de parkeerplaatsen die daar zijn ingetekend en die haar doorgang blokkeren. Eiseres heeft in de aanvullende beroepsgronden gewezen op een notariële akte van erfdienstbaarheid waaruit volgens haar volgt dat aan de achterzijde van het zorgcomplex geen auto’s mogen worden geparkeerd. Het college heeft daarom ten onrechte rekening gehouden met tien parkeerplaatsen op eigen terrein. Verder staat het pand al enkele jaren (gedeeltelijk) leeg en daarom mag er volgens de Parkeernormennota Súdwest-Fryslân (parkeernormennota) niet meer gesaldeerd worden.
Het college stelt dat het project geen problemen voor parkeren met zich meebrengt. Tussen de achterom van eiseres en de beoogde parkeerplekken zit voldoende ruimte. Eiseres kan daarom van haar achterom gebruik blijven maken. Volgens het college vormt de notariële akte van erfdienstbaarheid geen evidente privaatrechtelijke belemmering die aan het verlenen van de omgevingsvergunning in de weg staat. Los daarvan, kan de totale parkeervraag die het project oproept in de omgeving worden gesaldeerd, omdat die lager is dan de parkeervraag van het voormalige gebruik van het pand.
De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Het college mocht concluderen dat het project voor het parkeren niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat haar beroepsgrond over de bestaande erfdienstbaarheid niet ziet op een evidente privaatrechtelijke belemmering, maar op strijd met de parkeernormennota. De rechtbank zal deze beroepsgrond daarom beoordelen in het licht van de vraag of sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank oordeelt dat het college mocht concluderen dat acht parkeerplekken op het eigen perceel kunnen worden gerealiseerd. De rechtbank begrijpt de notariële akte van erfdienstbaarheid zo dat op een gedeelte van het perceel [nummer 2] privaatrechtelijk geen auto’s mogen worden geplaatst. Dit gedeelte is de in-/ uitrit naar het Laag Bolwerk en het gedeelte dat nodig is om de percelen [nummer 2] en [nummer 2] te bereiken. De rechtbank leidt dat af uit de volgende zin in de akte:
(…)
“ wat perceel [nummer 2] betreft: voor zover dit de in-uitrit naar het Laag Bolwerk betreft en erf voor wat betreft dat gedeelte dat nodig is om het heersend erf te bereiken.”
(…)
Dit is anders voor de twee parkeerplaatsen op perceelnummer [nummer 2]. De rechtbank begrijpt de notariële akte zo dat op dit perceel privaatrechtelijk gezien geen auto’s mogen worden geplaatst, waarmee de achterom van eiseres behouden zou blijven.
Dit maakt echter niet dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat het college in het kader daarvan de parkeerbehoefte beoordeelt en niet de parkeerplaatsen.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geconcludeerd dat er geen extra parkeerbehoefte van het project valt te verwachten. Partijen zijn het erover eens dat met het project een parkeerbehoefte van twaalf parkeerplaatsen ontstaat. Weliswaar kunnen geen tien maar acht parkeerplekken op eigen terrein worden gerealiseerd, maar de rechtbank volgt het college in het standpunt dat de resterende vier parkeerplekken in de omgeving kunnen worden opgevangen door te salderen met toepassing van de parkeernormennota. Het college mocht salderen, ook al staat het pand op het perceel sinds september 2024 leeg. Uit de parkeernormennota volgt namelijk dat alleen bij langdurige leegstand niet gesaldeerd mag worden. Gelet op de toelichting van het college dat het pand tot september 2024 werd verhuurd aan anti-krakers, de Werkgroep Historisch Bolsward en de Inboedelbank is daar geen sprake van. Verder heeft het college uiteengezet dat de parkeerbehoefte van het voormalige gebruik van het pand op grond van de parkeernormennota groter is dan de parkeerbehoefte van het project. Dat op zichzelf heeft eiseres niet betwist. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college mocht salderen en mocht concluderen dat het project voor het parkeren geen strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening. De beroepsgrond slaagt niet.
Zaaknummer LEE 25/1943
Is sprake van een goede ruimtelijke ordening?
13. Eiser stelt dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank zal hierna ingaan op de beroepsgronden die hierover gaan. De rechtbank toetst in dit kader alleen of de punten waarop het project afwijkt van het bestemmingsplan leiden tot strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voor de delen van het project die passen binnen het bestemmingsplan, is deze afweging namelijk al gemaakt bij de vaststelling van het bestemmingsplan.
14. Ter verduidelijking verwijst de rechtbank in haar oordeel ook hier naar de overzichtskaart in bijlage 1 bij deze uitspraak. Aan die kaart zijn nummers toegevoegd om de plekken aan te geven waarover partijen het niet eens zijn en die op de zitting zijn besproken.
Privacy
15. Eiser stelt dat zijn privacy onevenredig wordt aangetast door de zorgappartementen die buiten het bouwvlak worden gebouwd. Dit wordt namelijk dicht op de grens van zijn tuin gebouwd. Er is onvoldoende rekening gehouden met zijn belangen.
Het college stelt zich op het standpunt dat de aantasting van de privacy van eiser beperkt is. In de belangenafweging is voldoende rekening gehouden met zijn belangen.
De rechtbank geeft eiser geen gelijk en overweegt het volgende.
Het college mocht concluderen dat de privacy van eiser niet onevenredig wordt geschaad. Het college heeft op de zitting toegelicht dat bij nummer 2 op de overzichtskaart een blinde muur komt. Verder worden weliswaar op de plek van de overschrijding van het bouwvlak bij nummer 1 op de overzichtskaart ramen geplaatst, maar die ramen bieden geen rechtstreeks zicht vanuit de zorgappartementen op het perceel van eiser. De noodtrap die bij nummer 3 wordt geplaatst heeft een dichte deur en wordt alleen in noodsituaties gebruikt. De gevolgen voor eiser zijn in zoverre daarom beperkt. Voor zover de overschrijding van het bouwvlak ziet op nummer 4 op de overzichtskaart heeft het college toegelicht dat de overschrijding van het bouwvlak daar ongeveer 0,6 meter bedraagt. Daar worden overlopen gerealiseerd. Weliswaar worden daar ramen geplaatst met deels uitzicht op het perceel van eiser, maar door het college is toegelicht dat de ramen binnen twee meter van de perceelsgrens worden geblindeerd. Bovendien is vast komen te staan dat de bestaande bebouwing daar ook al ramen heeft. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Geluid
16. Eiser stelt dat hij door het project onevenredig nadelige gevolgen door overlast van geluid zal ondervinden. Voorheen was het gebouw een kantoorpand, dat na 17:00 uur geen geluid veroorzaakte. Nu het project een verzorgingshuis mogelijk maakt, zal dit meer overlast van geluid met zich meebrengen.
Het college stelt dat van een verzorgingshuis niet meer geluid valt te verwachten dan de bestemming nu toestaat.
De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat ten aanzien van het geluid geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Eiser heeft op de zitting toegelicht dat het hem met name gaat om de delen van de begane grond en de eerste verdieping die buiten het bouwvlak worden gebouwd aan de zijde van zijn perceel. De rechtbank stelt vast dat dit twee zorgappartementen en twee overlopen zijn. Eiser stelt dat de geluidsoverlast hierdoor toeneemt.
Het college heeft mogen concluderen dat de functiewijziging van het pand niet zal leiden tot een onaanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Het college stelt terecht dat moet worden gekeken naar de planologische mogelijkheden van het pand en niet naar wat eiser gewend was. Het staat tussen partijen vast dat het verzorgingshuis past binnen de bestemming ‘Gemengd – 1’. Op de begane grond zijn onder meer horecabedrijven en bedrijven tot categorie 2 toegestaan, ook na 17.00 uur. Op de eerste verdieping is wonen toegestaan. Gelet hierop, heeft het college mogen concluderen dat het geluid dat van het zorgcomplex is te verwachten niet meer zal zijn dan van wat planologisch al is toegestaan. De beroepsgrond slaagt niet.
Parkeren
17. Eiser stelt dat het project onaanvaardbare gevolgen voor parkeren met zich meebrengt. Er is ten onrechte aansluiting gezocht bij de norm voor een serviceflat/ aanleunwoning. Verder is het onduidelijk of het gebruik van parkeerplaatsen door het personeel bij het benodigd aantal parkeerplaatsen is inbegrepen. Daarnaast is geen rekening gehouden met de bestaande parkeerproblemen in de omgeving.
Het college stelt dat het project geen problemen voor parkeren met zich meebrengt. De norm van 0,5 parkeerplaats per wooneenheid is gebaseerd op de CROW-norm en het personeel is daarin inbegrepen. Verder blijven bestaande parkeertekorten bij de beoordeling of het project voorziet in voldoende parkeergelegenheid buiten beschouwing.
De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Het college mocht concluderen dat het project voor verkeer en parkeren niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank stelt vast dat het college voor het aantal motorvoertuigbewegingen heeft aangesloten bij de norm voor een serviceflat/ aanleunwoning, niet voor het parkeren. Het college verwacht dat de verkeersgeneratie geen knelpunten zal opleveren, gelet op het aantal motorvoertuigbewegingen dat wordt verwacht. Eiser heeft dit niet betwist.
De rechtbank oordeelt verder dat het college voor het parkeren mocht aansluiten bij de norm voor een zorgcomplex uit de parkeernormennota. Eiser heeft dat ook niet betwist. De rechtbank stelt vast dat de norm van 0,5 parkeerplaats per wooneenheid is gebaseerd op de CROW-norm. Het is gangbaar dat in die norm het personeel is inbegrepen. Verder hoeft alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project ten opzichte van de bestaande parkeerbehoefte. Het college hoeft dus geen rekening te houden met al bestaande parkeerproblemen. Overigens heeft het college toegelicht dat er een nieuw parkeerterrein wordt gerealiseerd aan de Harlingerstraat 1 in Bolsward. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
18. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning die aan vergunninghoudster is verleend, blijft bestaan.
19. Omdat de rechtbank toepassing heeft gegeven aan artikel 6:22 van de Awb bepaalt de rechtbank dat het college de door eiseres (€ 194) en eiser (€ 194) betaalde griffierechten vergoedt.
20. Verder veroordeelt de rechtbank het college in de door eiseres en eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten voor eiseres en eiser apart vast op € 1.868, omdat hun gemachtigden beroepschriften hebben ingediend en op de zitting zijn verschenen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen ongegrond.
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194 aan eiseres te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.K. Veenstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage 1: overzichtskaart
Bijlage 2: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 6:22
Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Artikel 2.12
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening:
(…)
3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;
(…)
Artikel 2.27
1. In bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen wordt een omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Bij een maatregel als bedoeld in de eerste volzin worden slechts categorieën gevallen aangewezen waarin voor het verrichten van de betrokken activiteit een afzonderlijke toestemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is gezien de bijzondere deskundigheid die dat orgaan ten aanzien van die activiteit bezit of de verantwoordelijkheid die dat orgaan draagt voor het beleid dat betrekking heeft op de betrokken categorie activiteiten. Bij die maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan categorieën gevallen kan aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist.
Crisis- en herstelwet (Chw)
Artikel 1.1
1. Afdeling 2 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) is van toepassing op:
a. alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) bij deze wet bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten dan wel voor de in bijlage II (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten;
(…)
Bijlage I Chw. Catgorieën ruimtelijke infrastructurele projecten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid
3. Gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang
Ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden
Besluit omgevingsrecht (Bor)
Artikel 6.5
1. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, wordt de omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, niet verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft, tenzij artikel 3.2, aanhef en onder b, van dit besluit of artikel 3.36 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is.
(…)
3. De gemeenteraad kan categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist.
(…)
Bestemmingsplan ‘Bolsward – Binnenstad’
Artikel 1 Begrippen
34. eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond;
66. maatschappelijke voorzieningen:
educatieve, informatieve, (sociaal-)medische, levenbeschouwelijke, sociaalculturele,
sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen op het gebied
van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte horeca ten dienste
van deze voorzieningen;
93. woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één
afzonderlijk huishouden c.q. een daarmee gelijk te stellen samenhangende
groep van personen;
94. wooncentrum:
een accommodatie met bijbehorende voorzieningen voor de huisvesting
van personen die bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke,
sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven,
zoals bejaarden of gehandicapten;
Artikel 11
Gemengd - 1
1. Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor:
(…)
f. maatschappelijke voorzieningen;
g. bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven;
h. het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
(…)
met daaraan ondergeschikt:
(…)
k. parkeervoorzieningen;
(…)
2. Bouwregels
2. 1. Op en in de gronden als bedoel in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd:
a. gebouwen ten dienste van de bestemming zoals kantoren, praktijkruimten, bedrijfsgebouwen snackbars, restaurants, winkels, kerken en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen voorzover het de eerste bouwlaag betreft, alsmede voor woningen voorzover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft;
2. 2. Voor het bouwen van de in lid 2.1. onder a genoemde gebouwen gelden
de volgende regels:
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;
de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.
3. Specifieke gebruiksregels
3. 1. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:
(…)
het gebruik van gebouwen voor de in lid 1 onder a t/m f genoemde functies, voorzover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft;
het gebruik van gebouwen voor bewoning, voorzover het de eerste bouwlaag betreft;
Parkeernormennota Súdwest-Fryslân