RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11746105 \ CV EXPL 25-3544
Vonnis van 27 januari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,
tegen
ONLINEVEILINGMEESTER.NL B.V.,
te Groningen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Onlineveilingmeester,
gemachtigde: mr. P.J. Fousert.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de conclusie van antwoord met producties,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek met producties,- de akte uitlating producties van [eiser] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Onlineveilingmeester is een onderneming die zich - zoals zij in haar conclusie van antwoord stelt - bezig houdt met ‘het voor opdrachtgevers (online) veilen van goederen’.
[eiser] heeft op 9 augustus 2024 via de website van Onlineveilingmeester een gouden ring met daarop aangebracht diverse diamanten gekocht (de ring), welke ring werd aangeboden door het bedrijf [bedrijfsnaam] te Amsterdam ( [bedrijfsnaam] ). De overeenkomst is tot stand gekomen nadat [eiser] voor de ring het hoogste bod had uitgebracht. Na het sluiten van de koopovereenkomst heeft [eiser] daarvoor een bedrag van € 2.365,63 aan Onlineveilingmeester betaald. De ring is vervolgens op 12 september 2024 bij [eiser] bezorgd.
Op 18 en 20 september 2024 heeft [eiser] Onlineveilingmeester bericht de koopovereenkomst - op grond van, zo begrijpt de kantonrechter, zijn herroepingsrecht dan wel non-conformiteit - te (willen) ontbinden en terugbetaling van de koopprijs te wensen. Hij heeft de ring daarna teruggestuurd naar Onlineveilingmeester.
Onlineveilingmeester is niet overgegaan tot terugbetaling van de koopprijs.
3. Het geschil
[eiser] vordert in deze procedure - samengevat - een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst met betrekking tot de ring door hem buitengerechtelijk is ontbonden, althans dat de kantonrechter deze overeenkomst zal ontbinden, en veroordeling van Onlineveilingmeester tot terugbetaling van het bedrag van € 2.365,63, vermeerderd met rente en kosten.
Onlineveilingmeester voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
[eiser] baseert zijn vorderingen primair op het wettelijk herroepingsrecht zoals dat is opgenomen in artikel 6:230o BW. Volgens hem betreft het in dit geval een ‘koop op afstand’ als hierin aangeduid en heeft hij zich tijdig beroepen op het hem toekomende recht de koopovereenkomst binnen 14 dagen na ontvangst van de ring zonder opgave van redenen te ontbinden.
Onlineveilingmeester betwist - onder meer - dat [eiser] het herroepingsrecht jegens haar toekomt. De koopovereenkomst is niet gesloten tussen [eiser] en Onlineveilingmeester, maar tussen [eiser] en [bedrijfsnaam] , zoals dat ook is neergelegd in artikel 2.15 van de op de veiling toepasselijke Algemene Voorwaarden. Bovendien is volgens haar artikel 6:230o BW in dit geval niet van toepassing omdat de ring door [eiser] is gekocht op een openbare veiling in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW. Daarop is het herroepingsrecht niet van toepassing (artikel 6:230p sub c BW).
Tegenover deze betwistingen door Onlineveilingmeester heeft [eiser] gesteld dat de door Onlineveilingmeester genoemde algemene voorwaarden niet op de overeenkomst van toepassing zijn, alsook dat van een openbare veiling in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW geen sprake is geweest omdat, kort gezegd, hij niet fysiek (lees: persoonlijk) op de veiling aanwezig is geweest en daartoe ook niet in de gelegenheid is gesteld.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat hij de diverse bepalingen van het consument-beschermende recht ambtshalve dient toe te passen. De eerste vraag die in dit verband ter beantwoording voorligt, is de vraag tussen welke partijen de koopovereenkomst is gesloten (met daaraan gekoppeld de vraag jegens wie [eiser] zijn - eventuele - herroepingsrecht kan inroepen). De kantonrechter overweegt daartoe het navolgende.
In het arrest van het Hof van Justitie van 24 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:112, C-536/20 (Tiketa) heeft dit Hof geoordeeld dat het begrip ‘handelaar’ breed moet worden uitgelegd en dat als handelaar in de zin van artikel 2, punt 2, van richtlijn 2011/83 niet alleen moet worden begrepen de natuurlijke of rechtspersoon die handelt in het kader van zijn eigen handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, maar ‘ook de natuurlijke of rechtspersoon die als tussenpersoon optreedt namens of voor rekening van die handelaar’. Het Hof voegt daar nog met zoveel woorden aan toe dat voor deze kwalificatie als handelaar ‘evenmin van belang [is] of deze persoon de consument ervan in kennis heeft gesteld dat hij in die hoedanigheid handelde’. De kantonrechter verbindt hieraan de conclusie dat van de handelaarshoedanigheid van de tussenpersoon (in dit geval: Onlineveilingmeester) niet bij Algemene Voorwaarden kan worden afgeweken. Het gaat hier immers om dwingend recht dat ertoe strekt de consument te beschermen en - in dat verband - niet op te zadelen met allerlei perikelen die betrekking hebben op de vraag wie als zijn of haar wederpartij bij de overeenkomst heeft te gelden. Dit betekent dan ook dat moet worden geoordeeld dat [eiser] het herroepingsrecht in beginsel ook in zijn relatie met Onlineveilingmeester kon inroepen. Voor zover andersluidende Algemene Voorwaarden van toepassing zijn geweest, komen deze op dit punt voor vernietiging in aanmerking.
De volgende vraag is of het bepaalde in artikel 6:230p sub c BW in de weg staat aan een geslaagd beroep op het herroepingsrecht. Dat zou het geval zijn wanneer de veiling waarvan in deze zaak sprake is geweest, moet worden aangemerkt als ‘openbare veiling’ in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW. Hierin wordt een openbare veiling gedefinieerd als:
‘een verkoopmethode waarbij zaken of diensten door middel van een transparante competitieve biedprocedure onder leiding van een veilingmeester door de handelaar worden aangeboden aan consumenten, die persoonlijk aanwezig zijn op de veiling of daartoe de mogelijkheid hebben, en waarbij de winnende bieder zich verbindt de zaken of diensten af te nemen.’
In deze zaak staat tussen partijen als zodanig vast dat [eiser] niet op de veiling aanwezig is geweest. Volgens Onlineveilingmeester is hem echter wèl de mogelijkheid daartoe geboden, zodat daarom al met al is voldaan aan de begripsomschrijving in het voornoemde artikel. Er is sprake geweest van een zogenaamde hybride veiling, waarbij zowel online als fysiek kan worden geboden. Zij verwijst daartoe meer in het bijzonder naar de door haar als productie 13 bij de conclusie van antwoord overgelegde ‘Bijzondere veilingvoorwaarden/Online veilingvoorwaarden: VERSIE 1.4 bezorgveiling’. Hierin valt - voor zover van belang - te lezen:
‘De Wet Koop op afstand is niet van toepassing op de dienstverlening van Onlineveilingmeester.nl. Het betreft hier een gecombineerde online en openbare veiling. Dit betekent dat u als consument de gelegenheid heeft om de veiling in persoon bij te wonen bij ons op kantoor: Onlineveilingmeester.nl – De Hallen 1 9723 TW Groningen. U dient hiervoor geregistreerd te zijn op onze website: www.onlineveilingmeester.nl.
Voor het bijwonen van de veilingsluiting dient u zich uiterlijk 3 werkdagen voor de sluiting aan te melden op het volgende e-mailadres: aanmelding@onlineveilingmeester.nl o.v.v. veilingnummer en uw klantnummer. U ontvang hierna per e-mail een bevestiging met tijdstip van ons.’
Onlineveilingmeester stelt dat dit een en ander eveneens wordt vermeld op de omschrijving op de kavelpagina (productie 22 CvD) en de Bvv (bijzondere veilingvoorwaarden, overgelegd als productie 23 CvD). [eiser] stelt daartegenover dat hij deze informatie niet heeft gezien en ook pas de avond vóór de veiling kennis heeft genomen van het evenement, dat voor hem feitelijk volledig digitaal is verlopen.
De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechtspraak vooralsnog verdeeld lijkt over de vraag of en onder welke voorwaarden zogenaamde hybride veilingen zijn aan te merken als openbare veiling in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW. Zo heeft de rechtbank Noord-Holland in haar vonnis van 13 mei 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:3549, geoordeeld dat het aanbieden van de mogelijkheid tot fysieke aanwezigheid op grond van de tekst van deze bepaling in beginsel volstaat, maar heeft de rechtbank Overijssel in een vonnis van 11 augustus 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:2643 - onder verwijzing naar de considerans van de Richtlijn Consumentrechten en het oorspronkelijke voorstel voor deze Richtlijn - geoordeeld dat de EU-regelgeving ertoe strekt dat het gebruik van online-platforms, ook wanneer daarbij tevens de mogelijkheid wordt geboden fysiek te bieden, niet onder het begrip ‘openbare veiling’ moet worden geschaard.
De kantonrechter is in dit specifieke geval van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat de veiling waarop [eiser] zijn bod heeft uitgebracht als openbare veiling in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW valt aan te merken. De kantonrechter heeft de stellige indruk dat de website van Onlineveilingmeester - nomen est omen - er met name toe strekt om online veilingen te organiseren waarbij fysieke aanwezigheid bijzaak en ook uitzondering is. Dat weliswaar een mogelijkheid wordt geboden om de bieding ook fysiek te doen plaatsvinden maakt, mede gelet op alle bijzondere omstandigheden die zich in deze zaak voordoen, niet dat daarom sprake is geweest van een openbare veiling in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW. Zo valt op dat de aanmelding van fysieke aanwezigheid uiterlijk 3 dagen voor de veiling moet worden gedaan. Dit brengt mee dat degenen die daartoe niet tijdig zijn overgegaan of niet hebben kunnen overgaan (bijvoorbeeld omdat ze pas kort voor het evenement van de veiling kennis nemen) slechts nog online kunnen meebieden, waartoe zij dan kennelijk wel in de gelegenheid worden gesteld: voor deze groep(en) bieders is er dus feitelijk uitsluitend (nog) sprake van een online-veiling. Dat er ook zonder aanmeldingen vooraf tegelijk online en in de fysieke omgeving een veiling plaatsvindt, is daarbij gesteld noch gebleken en lijkt ook niet aannemelijk. Dit is echter wel het uitgangspunt van de wetgever (Kamerstukken TK 33520, nr. 3). Bovendien kon de ring zelf - wanneer de kantonrechter het goed begrijpt - enkel fysiek worden beoordeeld op de aan de veiling zelf voorafgaande kijkdagen te Amstelveen (productie 22 bij conclusie van dupliek waarin dit als ‘het kijkmoment’ wordt gepresenteerd), terwijl de fysieke aanwezigheid van de consument juist weer zou moeten plaatsvinden op het kantoor van Onlineveilingmeester te Groningen. Gelet op al deze beperkingen en het hoge beschermingsniveau dat de Richtlijn consumenten wil bieden, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] zich in dit geval met recht kan beroepen op zijn herroepingsrecht. Zijn daarop ziende vorderingen komen daarom voor toewijzing in aanmerking. De vraag of de ring al dan niet non-conform was behoeft daarom geen beantwoording.
[eiser] vordert tevens vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 354,84 worden toegewezen.
Onlineveilingmeester.nl B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
510,00
(2,5 punten × € 204,00)
- nakosten
€
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.017,04
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Onlineveilingmeester om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.365,63, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 17 december 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Onlineveilingmeester om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 354,84 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Onlineveilingmeester in de proceskosten van € 1.017,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Onlineveilingmeester niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Onlineveilingmeester tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Kremer en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
62553