RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266784083
zaaknummer: 11778145 BU VERZ 25-1393
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 maart 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 29 mei 2024, om 15:40 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat zijn auto niet op een trottoir stond, maar op een plein. Hij stond hier om zijn winkel te bevoorraden. Er komen hier dagelijks vrachtauto’s en busjes om te laden en lossen. Betrokkene heeft ook een foto bij het beroepschrift gevoegd waaruit blijkt dat ter plaatse een onderbord ‘bevoorradingsverkeer toegestaan’ is aangebracht. Verder voert hij aan dat hij niemand in de weg stond en dat hij rustig heeft gereden. Daarnaast had de verbalisant ook naar hem toe kunnen komen.
3. De vertegenwoordiger is van mening dat de boete gematigd moet worden naar € 30,00. Ter plaatse was bevoorradingsverkeer toegestaan, maar met ‘bevoorrading’ wordt ‘laden en lossen’ bedoeld. Betrokkene heeft zijn auto iets te lang laten staan.
Overwegingen
4. De gronden slagen. Allereerst is het voor de kantonrechter niet duidelijk of het weggedeelte waar betrokkene stond een voetpad of een fietspad is. Daarnaast acht de kantonrechter aannemelijk dat betrokkene valt onder bevoorradingsverkeer. Het is namelijk niet gebleken dat ‘laden en lossen’ en ‘bevoorradingsverkeer’ hetzelfde betekenen. Betrokkene heeft overtuigend aangetoond dat hij ter plaatse was om de winkel te bevoorraden. Het onderbord ‘bevoorradingsverkeer toegestaan’ is daarom op hem van toepassing. De gedraging kan niet worden vastgesteld en het beroep wordt gegrond verklaard.
5. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, moet de officier van justitie de reiskosten van betrokkene betalen. Deze voert aan dat hij € 51,80 aan reiskosten heeft gemaakt (185 km x € 0,28). Hij heeft deze kosten onderbouwd en de kantonrechter vindt deze redelijk.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.