RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269916426
zaaknummer: 11827775 BU VERZ 25-1861
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 maart 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats]
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl).
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘zonder ontheffing/vergunning een voertuig laten staan of parkeren in een park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook’, verricht op 26 september 2024, om 14:40 uur, op de Sluisdijk in Joure, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl, en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Gemachtigde voert aan dat geen sprake is van een van gemeentewege aangelegde groenstrook. De verbalisant stelt slechts dat het stuk groen eigendom van de gemeente is. Daarnaast doet deze plaats zich voor de gemiddelde weggebruiker niet voor als groenstrook, maar als parkeerhaven. Het is meer zand dan gras en er groeit geen beplanting. Bovendien gaat het om een hondentoilet.
3. Verder voert gemachtigde aan dat betrokkene een parkeerplek heeft die naast de groenstrook ligt. Betrokkene stond niet op die parkeerplek, omdat haar nieuwe keuken werd uitgeladen. De menselijke maat zou coulance met zich mee moeten brengen, omdat het een bijzondere dag was voor betrokkene. Daarnaast was het Jouster Merke die dag. Het was daardoor vele malen drukker dan anders. Betrokkene verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
4. De vertegenwoordiger is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. Het grasveld doet zich voor de gemiddelde weggebruiker voor als groenstrook. Het gaat om een grasveld binnen de bebouwde kom met kort gemaaid gras. Daarnaast wordt het met een tegelrand gescheiden van de rijbaan en is het duidelijk te onderscheiden van de naastgelegen parkeerhaven. Vervolgens kan ook worden vastgesteld dat deze groenstrook van gemeentewege is aangelegd. De vertegenwoordiger heeft namelijk een reactie van de gemeente overgelegd waarin zij aangeeft dat het grasveld eigendom is van de gemeente en ook door haar wordt onderhouden. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
6. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
7. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet eenvoudig anders had kunnen handelen. Bijvoorbeeld door haar auto op een plek te parkeren waar dat wel is toegestaan.
8. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren. De proceskosten komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.