RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268675694
zaaknummer: 11825952 BU VERZ 25-1789
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘geen voortdurend zichtbaar wit/geellicht aan de voorzijde en/of zichtbaar roodlicht aan de achterzijde van fiets voeren’, verricht op 25 augustus 2024, om 22:12 uur, op de Leegeweg in Groningen, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat zijn achterlicht het wel deed. Hij heeft een fiets uit 1975 met een dynamo en ouderwetse gloeilampjes. Als men hier met een felle halogeenlamp op schijnt, is alleen de reflector zichtbaar. Betrokkene heeft direct na de gedraging een video gemaakt. De verbalisanten zaten in de auto met de lampen aan waardoor zij niet konden zien dat de lampen van betrokkene het wel deden. Betrokkene vraagt zich af waarom de agenten niet de tijd namen om te controleren of zijn achterlicht het deed. Zij gaven naar aanleiding van de klacht van betrokkene aan dat zij onderweg waren naar een melding. Zij hadden echter wel de tijd om twee fietsers te bekeuren.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter ziet aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. Betrokkene heeft op de zitting de video laten zien. Deze video is kort na de overtreding gemaakt en hierop is te zien dat het achterlicht van betrokkene het wel deed, maar slechts beperkt zichtbaar is als er met een lamp op wordt geschenen. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.