RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271768268
zaaknummer: 11825958 BU VERZ 25-1790
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 18 januari 2025, om 14:22 uur, op de Aweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de gedraging plaatsvond op de Hoendiepskade, terwijl de politie hem staande heeft gehouden op de Verlengde Visserstraat. De officier van justitie gaat er vanuit dat de politie heeft gecontroleerd of de bebording aanwezig was. De staandehouding vond echter 350 meter verderop plaats en ze zijn niet teruggegaan naar de plaats van de gedraging om de bebording te controleren. Betrokkene heeft zijn perspectief uitgelegd aan de politie en de video van zijn auto aan de agenten laten zien. Ter plaatse is geen duidelijke bebording aanwezig. Betrokkene heeft foto’s bijgevoegd van 17 maart 2025. Toen was er nog steeds geen duidelijke indicatie dat sprake was van een busbaan. Betrokkene heeft bij het beroepschrift een USB-stick gevoegd met videobeelden en foto’s ter ondersteuning van zijn verweer.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter moet de vraag beantwoorden of de bebording deugdelijk aanwezig was.
6. Betrokkene reed vanuit westelijke richting op de Hoendiepskade in de richting van de kruising met de Westerhaven. Ter hoogte van Hoendiepskade nummer [nummer] gaat de weg over in een gewone rijbaan en een naastgelegen busstrook, die is aangeduid met een C1-bord en het wegteken “BUS”. Beide rijbanen lopen parallel en kruisen ongeveer dertig meter verderop de Westerhaven. Na dit kruispunt wordt de busstrook niet opnieuw aangegeven met een C1-bord of het wegteken “BUS”.
7. Het C1-bord is slechts van kracht voor het wegvak waarlangs het is geplaatst. Na een zijweg is sprake van een nieuw wegvak. Dit brengt mee dat het C1-bord dat voor het kruispunt staat, niet van toepassing is op het nieuwe wegvak na het kruispunt. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.
8 . Het wegteken “BUS” hoeft niet na elke zijweg herhaald te worden. In dit geval is het voor de weggebruiker echter onvoldoende duidelijk dat het om een busstrook gaat, omdat deze niet opnieuw is aangegeven met een C1-bord of het wegteken “BUS”. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.