RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271802782
zaaknummer: 11825964 BU VERZ 25-1791
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘signalen geven in een ander geval of op andere manier dan mag’, verricht op 4 februari 2025, om 07:34 uur, op de Rijksweg (A7) in Winschoten, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 199,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan de snelweg leeg was. De verbalisant bleef links rijden, terwijl de rechterbaan vrij was. Betrokkene probeerde niet rechts in te halen, maar reed rechts achter de auto van de verbalisant. Daarna is hij achter hem gaan rijden en gaan knipperen met groot licht zodat de verbalisant naar rechts zou gaan. Verder geeft betrokkene aan dat hij haast had, omdat hij de afslag had gemist en om acht uur in Winschoten moest zijn. Ook is hij niet staande gehouden. Tot slot bekent de verbalisant dat deze zelf ook onnodig links heeft gereden.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de boete terecht is uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De verbalisant vermeldt in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal dat betrokkene niet is staande gehouden, omdat de verbalisant in een privévoertuig reed, zonder enige stopmiddelen. Hij had daarom geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden.
6. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Je mag dit soort signalen alleen geven als er aanleiding voor is. De kantonrechter snapt betrokkenes frustratie wel, maar dan moet je naar de rechterstrook gaan, haast of geen haast. Betrokkene had dus op de rechterbaan kunnen blijven rijden. De verbalisant vond betrokkenes gedrag kennelijk wat agressief. Ook ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.