RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.296760.24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 mei 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd in de [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 mei 2026. Het onderzoek ter terechtzitting is vervolgens onderbroken tot de terechtzitting van 15 mei 2026, waarna het onderzoek is gesloten.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.J.R. Roethof, advocaat te Arnhem. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Pitstra.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 13 februari 2023 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in totaal 11, in elk geval een of meer keramieken va(as)zen en/of schotel(s) en/of kom(men), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam museum] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen keramieken va(as)zen en/of schotel(s) en/of kom(men) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
subsidiair
een of meer nog onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 13 februari 2023 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in totaal 11, in elk geval een of meer keramieken va(as)zen en/of schotel(s) en/of kom(men), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het [naam museum] , in elk geval aan een ander dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die nog onbekend gebleven perso(o)n(en) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen keramieken va(as)zen en/of schotel(s) en/of kom(men) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 13 februari 2023 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
althans dat hij, verdachte, op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft;
2 primair
hij in of omstreeks de periode van 12 februari 2023 tot en met 13 februari 2023 te Akkrum, in de gemeente Heerenveen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vanaf een personenauto, Renault Clio, 2 kentekenplaten (voorzien van kenteken
[kenteken] ), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen kentekenplaten onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair
een of meer nog onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 12 februari 2023 tot en met 13 februari 2023 te Akkrum, in de gemeente Heerenveen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vanaf een personenauto, Renault Clio, 2 kentekenplaten (voorzien van kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan onbekend gebleven perso(o)n(en) ) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 12 februari 2023 tot en met 13 februari 2023 te Akkrum, in de gemeente Heerenveen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
althans dat hij, verdachte, op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft;
3
hij op of omstreeks 13 februari 2023 te Tytsjerk, in de gemeente Tytsjerksteradiel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 2 kentekenplaten, voorzien van het kenteken [kenteken] , heeft/hebben weggemaakt.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig haar requisitoir veroordeling voor de feiten 1 primair, 2 primair en 3 gevorderd. Zij heeft daartoe -zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd.
Verdachte kan worden veroordeeld voor het medeplegen van de inbraak, waarvoor in totaal drie daders in beeld zijn gekomen. De duimafdruk van verdachte is aangetroffen op de duct tape waarmee de gestolen kentekenplaten zijn aangebracht op de auto waarmee de inbrekers naar en van het Keramiekmuseum zijn gereden. Dat kan maar één reden hebben, namelijk dat niet via het èchte kenteken van de auto de daders in beeld konden komen. Het èchte kenteken dat zo maar eens naar de grijze Renault Clio zou kunnen hebben geleid waarin verdachte op 24 maart 2023 is gecontroleerd. Verder heeft verdachte voorafgaand aan de inbraak in zijn telefoon informatie opgezocht, die verband houdt met het adres van de inbraak. Hij is ook geruime tijd ter plaatse geweest, getuige de verkeersgegevens van zijn telefoon. En hij heeft zich vervolgens ook weer ontdaan van de gestolen kentekenplaten.
Gelet op het voorgaande was de rol van verdachte in de voorbereiding, de uitvoering en de afhandeling van de inbraak zodanig dat zijn intellectuele en/of materiële bijdrage aan dat delict van voldoende gewicht is geweest om het als medeplegen te kunnen kwalificeren.
Ook de diefstal van de in Akkrum gestolen kentekenplaten kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, nu verdachte zo kort na die diefstal in het bezit was van die kentekenplaten en bovendien de diefstal van die kentekenplaten zo overduidelijk in het teken staat van de daarna door verdachte gepleegde inbraak in het Keramiekmuseum.
Voor het wegmaken van die kentekenplaten in Tytsjerk ligt er ook voldoende bewijs tegen
verdachte. Hij heeft de inbraak samen met anderen gepleegd. Hij en zijn mede-inbrekers zijn direct na de inbraak met de auto met daarop de gestolen kentekenplaten naar Tytsjerk gereden en daar zijn die kentekenplaten gedumpt.
Tot slot heeft de officier van justitie nog aangevoerd dat de algemene ontkenning van verdachte ter zitting dat hij niet betrokken is geweest bij de tenlastegelegde feiten, onvoldoende en niet verifieerbaar is.
Daarnaast heeft verdachte vragen over de duct tape op de kentekenplaat en de inhoud van zijn telefoon niet willen beantwoorden. Gelet op alle feiten en omstandigheden maakt dat echter niet dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat zijn betrokkenheid aan het ten laste gelegde kan worden vastgesteld.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft overeenkomstig haar pleitnota -zakelijk weergegeven- gemotiveerd betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van alle feiten. Zij heeft daartoe
-zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd.
ten aanzien van feit 1.
Het feit rust op een samenstel van vermoedens, indirecte aanwijzingen en achteraf geconstrueerde verbindingen. De objectieve vaststelling dát er een museuminbraak heeft plaatsgevonden, is sterk. Maar de persoonsgerichte koppeling aan verdachte is zwak en op meerdere cruciale punten onvolledig.
ten aanzien van feit 2.
De vingerafdruk op de duct tape is belastend, maar onvoldoende om zonder meer te
bewijzen dat verdachte de kentekenplaten in Akkrum heeft gestolen. Zonder een directe plaats-delictkoppeling, zonder een sluitende tijdsbepaling en zonder uitsluiting van alternatieve
contactscenarios kan dit feit niet wettig en overtuigend worden bewezen.
ten aanzien van feit 3.
Ook feit 3 kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. De aangetroffen
vingerafdruk op de duct tape is daarvoor onvoldoende.
ten aanzien van alle feiten
Alles afwegend resteert een dossier dat ernstig belastende vermoedens oproept, maar de strafrechtelijke bewijsdrempel niet haalt. Een veroordeling zou in deze zaak neerkomen
op het vullen van gaten met aannames. Dat mag niet en daarom moet verdachte worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank
Op basis van de voorhanden zijnde stukken stelt de rechtbank het volgende vast.
Op 13 februari 2023 vindt in het Keramiekmuseum aan [adres] in Leeuwarden een inbraak plaats. Daarbij worden diverse kunstobjecten weggenomen. In de zaal waar de voorwerpen staan, hangt een bewegingscamera. Deze heeft niets geregistreerd. Om 03:41 uur gaat de sensor op de trap bij een raam af. Het raam blijkt te zijn vernield.
Forensisch onderzoek bevestigt dat men via de regenpijp op het platte dak is geklommen en het raam heeft vernield om binnen te komen. Op het dak en in de toren worden verschillende voorwerpen zoals Ikea-tassen, een moker en een handdoek aangetroffen. Op straat wordt een handschoen gevonden. De bemonsteringen op de moker, de Ikea-tas op het platte dak en de betonschaar werden niet geschikt bevonden voor vergelijkend DNA-onderzoek. Op de handschoen wordt een DNA profiel aangetroffen van minimaal 3 donoren met het hoofprofiel van een onbekende vrouw. Op de Ikea-tas op de trap wordt een DNA-profiel aangetroffen van minimaal 4 donoren. Er is geen DNA match gevonden met het DNA van verdachte.
In het dossier bevinden zich verder (screenshots van) camerabeelden van cameras die in de omgeving van het museum hangen. Uit de beschrijving van de camerabeelden van [bedrijf] blijkt onder meer dat om 02:38 uur een grijze auto met een defect kenteken-lampje over de Boterhoek naar de [adres] rijdt.
Verbalisant meent een oud model Citroën C4 of ouder model Renault Scenic te herkennen. Op datzelfde moment wordt een lichtreflectie gezien bij het bovenraam van het museum. Op de beelden van Stadstoezicht wordt tussen 02:52:20 en 02:54:40 uur een lichtkleurige auto gezien. Deze komt vanaf de richting Groeneweg en gaat naar de achterzijde van het museum waar de auto een rondje maakt over het parkeerterrein. De auto staat even stil en rijdt vervolgens weer richting [adres] . Verder worden op de beelden om 03:44 uur drie rennende mannen gezien die richting de ingang van Stadstoezicht gaan. De mannen dragen donkerkleurige kleding en hebben donkerkleurige voorwerpen in hun handen.
Op 13 februari 2023 om 08:00 uur vindt de bewoner naast de oprit van zijn huis op [adres] in Tytsjerk twee kentekenplaten met het kenteken [kenteken] . Uit de camerabeelden van zijn schuurtje blijkt dat eerder die ochtend om 04:03 uur een auto stopt, iemand uitstapt en iets weggooit. Verbalisant ziet dat op de uiteinden van de kentekenplaten duct tape zit. Op de rugzijde van de duct tape op één van de kentekenplaten wordt later een duimafdruk van verdachte aangetroffen.
Net buiten Tytsjerk staat een benzinestation. Op de camerabeelden daarvan ziet verbalisant dat op 13 februari 2023 om 04:05 uur een grijze auto zonder kenteken uit de richting van Tytsjerk komt. De auto gaat richting Burgum. Monteurs van het betreffende benzinestation geven aan dat de auto lijkt op een Renault Clio.
Op 13 februari 2023 doet [slachtoffer] aangifte van diefstal van de kentekenplaten van zijn Renault Clio met het kenteken [kenteken] .
Op 24 maart 2023 wordt verdachte gecontroleerd terwijl hij in een grijze Renault Clio rijdt. In de kofferbak onder de bodemplaat ligt een tas met een donker regenpak en een hoop Ikea- achtige zakken.
Verdachte is op 14 januari 2024 aangehouden voor een ander feit. Daarbij is zijn telefoon onderzocht en uit de gegevens blijkt dat door de gebruiker van de telefoon in de nacht van 13 februari 2023 is gezocht op Leeuwarden en op [adres] .
Tot slot blijkt uit het dossier dat verdachte een ING bankrekening heeft. Aan die bankrekening is het telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld. Dat telefoonnummer staat op naam van zijn moeder. Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer zich in de nacht van 12/13 februari 2023 verplaatste van [plaats] naar Leeuwarden en zich ten tijde van de inbraak in de nabijheid van het Keramiekmuseum bevond.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of op basis van het voorliggende dossier geoordeeld kan worden dat verdachte als pleger dan wel medepleger dan wel medeplichtige betrokken is geweest bij de inbraak in het Keramiekmuseum, de diefstal van de kentekenplaten en het wegmaken daarvan.
Ten aanzien van het plegen dan wel medeplegen overweegt de rechtbank dat voor het plegen het uitgangspunt is dat het dossier bewijsmiddelen moet bevatten waaruit afgeleid kan worden dat de verdachte zelf de handelingen heeft verricht. De betrokkenheid aan een strafbaar feit als medepleger kan worden bewezenverklaard wanneer komt vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Daarvoor is niet perse nodig dat de verdachte zelf uitvoeringshandelingen heeft verricht. Bepalend is dat de materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit van voldoende gewicht moet zijn geweest. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.
Voor de onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid geldt dat bewezen dient te worden dat de verdachte behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft. De officier van justitie heeft ten laste gelegd dat verdachte dit gedaan zou hebben door een voertuig beschikbaar te stellen, onbekend gebleven personen naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of nabij de plaats delict te wachten om te waarschuwen bij onraad of de vlucht mogelijk te maken.
Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier verschillende aanwijzingen die kunnen duiden op de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten.
Het gaat daarbij in het bijzonder om de volgende omstandigheden:
- uit de verkeersgegevens van het telefoonnummer dat gekoppeld is aan verdachtes bankrekening blijkt dat dit nummer zich in de nacht van 12 op 13 februari 2023 heeft verplaatst van [plaats] (de verblijfplaats van verdachte) naar Leeuwarden en dat het nummer zich ten tijde van de inbraak bevond in de nabijheid van het Keramiekmuseum
- verdachte is op 24 maart 2023 gecontroleerd als bestuurder van een grijze Renault Clio, terwijl het dossier diverse aanwijzingen bevat voor de betrokkenheid van een lichtkleurig voertuig, mogelijk gelijkend op een Renault Clio, rond het tijdstip van de inbraak en later bij het benzinestation in Tytsjerk
Hoewel dit aanwijzingen zijn die kunnen duiden op betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten, stelt de rechtbank vast dat uit deze omstandigheden, op zichzelf en in onderlinge samenhang beschouwd, niet kan blijken van het verrichten van enige uitvoeringshandeling door verdachte zelf of van een intellectuele bijdrage van voldoende gewicht van hem die kan leiden tot een bewezenverklaring voor het plegen of medeplegen van een van de ten laste gelegde feiten.
Ten aanzien van de aangetroffen duimafdruk overweegt de rechtbank dat deze afdruk op de rugzijde van de duct tape is aangetroffen. Op de plakzijde is geen afdruk van verdachte aangetroffen. Duct tape is een verplaatsbaar object en er zijn ook overigens geen andere (DNA)sporen van verdachte op de kentekenplaten aangetroffen. De rechtbank ziet hierin evenmin bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij uitvoeringshandelingen ten aanzien van het wegnemen en wegmaken van de kentekenplaten en in het verlengde daarvan bij de inbraak.
Voornoemde aanwijzingen kunnen evenmin leiden tot de conclusie dat verdachte medeplichtig is geweest. Uit deze omstandigheden kan namelijk niet worden afgeleid dat verdachte een voertuig beschikbaar heeft gesteld, onbekend gebleven personen naar de plaats van het misdrijf heeft vervoerd of dat hij nabij de plaats delict heeft gewacht om te waarschuwen bij onraad of de vlucht mogelijk te maken.
Aan al het voorgaande kan niet afdoen dat verdachte zich grotendeels op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Het zwijgrecht kan weliswaar onder omstandigheden een rol spelen bij de bewijsmotivering, maar dan dient naar het oordeel van de rechtbank wel sprake te zijn van bewijsmiddelen waaruit kan blijken van handelingen van verdachte die duiden op directe betrokkenheid bij het delict en waarvoor de verdachte, door zich te beroepen op zijn zwijgrecht, geen verklaring wil geven. Die situatie doet naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak niet voor.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte integraal vrijspreken van het tenlastegelegde.
Benadeelde partijen
ten aanzien van parketnummer 18.296760.24, feit 1
Stichting [naam museum] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van
390.482,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
ten aanzien van parketnummer 18.296760.24, feit 2
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 80,00 ter vergoeding van materiële schade
vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
ten aanzien van feit 1
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet blijkt dat de indiener van de vordering daartoe bevoegd was en dat de vordering daarom niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
Inhoudelijk vormt de vordering, met uitzondering van de waarde van de gestolen collectie, een onevenredige belasting van het strafgeding. Dit zit met name in de beoordeling van de vraag of en in hoeverre de opgevoerde schadeposten nog zijn aan te merken als rechtstreekse schade, toegebracht door de inbraak. Dit deel van de vordering zou daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, waarbij de benadeelde zich ten aanzien van dat deel kan wenden tot de burgerlijke rechter.
De collectieschade is wel aan te merken als rechtstreekse schade, maar ten aanzien daarvan blijkt uit de door de benadeelde partij ingebrachte stukken dat die schade door de verzekeraar reeds is vergoed. Dit deel van de vordering zou dan ook moeten worden afgewezen.
ten aanzien van feit 2
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen, zulks met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
ten aanzien van feit 1
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair moet de vordering grotendeels, zo niet geheel, niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de vordering niet eenvoudig van aard is. Meer subsidiair zou de vordering op omvangrijke onderdelen moeten worden afgewezen en uiterst subsidiair zijn slechts die schadeposten te beoordelen die eenvoudig, rechtstreeks en onbetwist vast te stellen zijn, voor zover zij niet reeds door de verzekering zijn vergoed.
ten aanzien van feit 2
Ook ten aanzien van dit feit heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank
ten aanzien van feit 1 en feit 2
De rechtbank acht beide feiten niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1, feit 2 en feit 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Ten aanzien van de benadeelde partijen
ten aanzien van parketnummer 18.296760.24 feit 1
Verklaart de vordering van Stichting [naam museum] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
ten aanzien van parketnummer 18.296760.24 feit 2
Verklaart de vordering van [slachtoffer] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. G.C. Koelman en
mr. K. Offerein-Hulshoff, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.
Mr. Offerein-Hulshoff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.