ECLI:NL:RBNNE:2026:1920

ECLI:NL:RBNNE:2026:1920

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer 24/4110
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Varia. Dictum van het bestreden besluit is innerlijk tegenstrijdig. Het besluit wordt daarom vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/4110

en

(gemachtigde: mw. mr. A.H. Hulshof).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit op het verzoek van eiser om documenten openbaar te maken op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het niet eens met het besluit en voert een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. In de bijlage staan wetsartikelen die in deze uitspraak van belang zijn.

Procesverloop

2. Op 14 mei 2024 heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van zonnepanelen op het dak aan de voorzijde van de woning aan [adres] te [woonplaats] . Het betreft een twee-onder-één-kap-woning. Eiser woont in het andere deel, op [adres] . De voorzijde van de woning maakt deel uit van het beschermd dorpsgezicht.

Op 30 mei 2024 heeft eiser bij verweerder het volgende verzoek ingediend.

“Hiermee doe ik een beroep op de Wet open overheid ter verkrijging van documenten die ten grondslag liggen aan de aangevraagde en verleende omgevingsvergunning, respectievelijk gepubliceerd in de gemeentebladen (…). Graag zie ik in uw besluit ook de zoekslag vermeld die u bij de tracering van de documenten heeft gemaakt.” (Verzoek 1.)

Met het besluit van 25 juni 2024 heeft verweerder de met verzoek 1 gevraagde documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt (besluit 1).

Op 18 juli 2024 heeft eiser bij verweerder het verzoek ingediend om het besluit van 25 juni 2024 te ‘completeren’ door ontbrekende documenten alsnog openbaar te maken. Ook heeft eiser laten weten dat de brief moet worden aangemerkt als voorlopig bezwaar, in afwachting van de reactie van verweerder op zijn verzoek. Verder heeft eiser bij verweerder het verzoek ingediend om een toelichting te krijgen op het niet publiceren van de aanvraag van zonnepanelen in het gemeenteblad plús om de bijbehorende documenten openbaar te maken (verzoek 2 / voorlopig bezwaarschrift 1).

Op 7 augustus 2024 heeft eiser (opnieuw) bij verweerder een verzoek ingediend om openbaarmaking van de documenten die zien op dezelfde aanvraag van de zonnepanelen en om een toelichting over het niet publiceren ervan (verzoek 3).

Op 12 augustus 2024 heeft verweerder aan eiser verzocht om precisering van verzoek 2.

Op 24 augustus 2024 heeft eiser het verzoek gepreciseerd. Ook heeft hij laten weten dat het bezwaar wordt gehandhaafd (gehandhaafd bezwaar 1).

Met het besluit van 18 september 2024 heeft verweerder een gedeelte van de met verzoek 2 gevraagde documenten openbaar gemaakt (besluit 2).

Met het besluit van 27 september heeft verweerder het besluit van 18 september 2024 herzien en vervangen. Daarbij heeft verweerder opnieuw een gedeelte van de gevraagde documenten openbaar gemaakt (besluit 3).

Met het bestreden besluit van 7 oktober 2024 heeft verweerder het gehandhaafd bezwaar 1 van eiser ongegrond verklaard, wegens het ontbreken van een procesbelang (besluit 4).

Met de brief van 11 oktober 2024 heeft eiser beroep ingesteld tegen besluit 4.

Op 25 oktober 2024 heeft verweerder op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Op 3 november 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen besluit 2, en daarmee ook tegen besluit 3 (bezwaar 2).

Op 26 november 2024 heeft de hoorzitting plaatsgevonden met betrekking tot bezwaar 2.

Met het besluit van 13 december 2024 heeft verweerder bezwaar 2 van eiser ongegrond verklaard (besluit 5).

Met de brief van 15 januari 2025 heeft eiser zijn gronden van beroep aangevuld.

Met de brief van 17 januari 2026 heeft eiser zijn gronden van beroep aangevuld.

De rechtbank heeft het beroep op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Omvang van het geding

4. Uit het procesverloop blijkt dat er meerdere verzoeken zijn ingediend door eiser die over hetzelfde onderwerp gaan. Uit de besluiten die verweerder heeft genomen zijn verschillende procedures ontstaan. De gronden van eiser in beroep betreffen zowel besluit 4 als besluit 5. Voor wat betreft besluit 5 loopt een aparte procedure bij deze rechtbank. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak alleen de beroepsgrond die gaat over besluit 4 (het bestreden besluit).

Is het bestreden besluit rechtmatig?

Eiser voert aan dat uit het dictum van het bestreden besluit blijkt dat verweerder het bezwaarschrift inhoudelijk heeft behandeld. Eiser wijst erop dat hij in dat geval op zijn bezwaren moest worden gehoord. Dat heeft verweerder niet gedaan.

In het bestreden besluit en op de zitting heeft verweerder dit als volgt toegelicht. Met verzoek 3 heeft eiser zijn vraag specifieker geformuleerd dan hij heeft gedaan met verzoek 2. De procedure die daaruit is ontstaan betreft besluit 5 en is inmiddels ook onder de bestuursrechter. Omdat eiser nu geen belang heeft dat verder reikt dan het belang dat hij in de andere procedure kan verdedigen, is zijn procesbelang bij de huidige procedure komen te vervallen. Het bezwaarschrift is daarom niet inhoudelijk behandeld. Verweerder hoefde eiser dus niet te horen, zo stelt hij.

De rechtbank oordeelt als volgt. Aan de hand van de motivering van het bestreden besluit en zijn toelichting op de zitting, is vast komen te staan dat verweerder het bezwaarschrift van eiser niet inhoudelijk heeft behandeld. Ook heeft de rechtbank hieruit kunnen afleiden dat verweerder het bezwaarschrift van eiser niet-ontvankelijk heeft geacht. In dat geval hoefde eiser niet te worden gehoord.

In het dictum van het bestreden besluit staat dat het bezwaarschrift ongegrond wordt verklaard. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit innerlijk tegenstrijdig is en daarmee onrechtmatig. Het beroep van eiser is dus gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en het dictum ervan wijzigen.

7. Eiser heeft in beroep ook nog andere formele gronden aangevoerd waarom volgens hem het bestreden besluit onrechtmatig is. De rechtbank ziet geen reden hier nog op in te gaan, omdat zij al van oordeel is dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank laat dit daarom onbesproken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat het dictum van het bestreden besluit in strijd is met de bepalingen in de Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit in zoverre dat dat het dictum wordt gewijzigd in ‘niet-ontvankelijk’.

Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn reiskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van

K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 7:3

Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien:

a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,

b. het bezwaar kennelijk ongegrond is,

(…)

Artikel 8:72

1. Indien de bestuursrechter het beroep gegrond verklaart, vernietigt hij het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk.

2. De vernietiging van een besluit of een gedeelte van een besluit brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit of van het vernietigde gedeelte daarvan mee.

3. De bestuursrechter kan bepalen dat:

a. de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven, of

b. zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan.

Wet open overheid

Artikel 4.1. Verzoek

1. Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek.

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand