RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/2914
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen, verweerder
(gemachtigde: mr. E. Olthof).
1. Deze uitspraak gaat over het besluit om de aanvraag van eiseres voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een passagier af te wijzen. Eiseres is het hier niet mee eens. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Op 26 oktober 2023 heeft eiseres bij verweerder een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart passagier (GPK-P).
Met het primaire besluit van 17 november 2023 heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een GPK-P als passagier afgewezen.
Met het bestreden besluit van 7 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Partijen hebben hierna nog nadere stukken ingediend en op elkaar gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar zoon en tevens de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft verweerder de aanvraag op juiste gronden afgewezen?
Eiseres voert aan dat verweerder onvoldoende rekening gehouden heeft met haar persoonlijke omstandigheden. Zij heeft altijd hulp nodig bij het in- en uitstappen van de auto. Ter onderbouwing van haar standpunt overlegt eiseres verklaringen van haar huisarts d.d. 18 juni 2024 en 17 juli 2024, waarin staat dat zij lijdt aan ernstige polyartrose. Hierdoor wordt haar beweging erg beperkt en kan zij niet zelfstandig de auto in en uit komen. Op de zitting licht eiseres toe hoe haar situatie inmiddels verder is verslechterd sinds een nare val. Zij kan nu nog amper lopen en zit veel in een rolstoel. Eiseres wijst erop dat andere gemeenten, zoals Ermelo, er wel voor kiezen om bij dergelijke omstandigheden een GPK-P af te geven. Eiseres is dan ook van mening dat het beleid van de gemeente Heerenveen bijdraagt aan een sociaal isolement.
Verder voert eiseres aan dat de adviezen van de deskundigen niet deugdelijk zijn. Zo hebben de deskundigen verklaard dat eiseres zelfstandig de auto in en uit kan komen, terwijl zij dit niet hebben waargenomen. Het gesprek met de artsen was binnen, maar eiseres moest daarvoor door een derde buiten, uit en in de auto worden geholpen.
4. Verweerder blijft bij zijn standpunt en voert daartoe het volgende aan. De verklaringen van de huisarts zijn niet van de periode van geding en kunnen daarom niet worden meegenomen in de beoordeling van het bestreden besluit. Verder merkt hij op dat hulp van de bestuurder van de auto bij het in- en uitstappen geen criterium is voor afgifte van de GPK-P. Voorts verwijst verweerder naar de adviezen van de bezwaaradviescommissie en de medisch deskundigen. Al deze adviezen zijn negatief en dus bieden deze voor verweerder geen aanleiding om zijn standpunt te wijzigen.
De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van eiseres niet slagen. Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat de beroepsgrond van eiseres dat zij hulp nodig heeft bij het in en uit de auto stappen, niet wordt genoemd als criterium voor afgifte van een GPK-P in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (de Regeling). Deze beroepsgrond slaagt dus alleen daarom al niet. Uit de Regeling volgt dat een criterium voor afgifte van een GPK-P is dat eiseres in redelijkheid niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en dat zij voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder. De rechtbank oordeelt dat uit de bewoordingen van de medisch deskundigen wel blijkt dat eiseres niet in staat is om 100 meter te voet te overbruggen, maar dat niet blijkt dat eiseres continu afhankelijk is van hulp van de bestuurder. Weliswaar spreekt eiseres de conclusies van de deskundigen tegen, maar een concrete onderbouwing heeft zij hiervoor niet gegeven. De brieven van de huisarts zijn van een latere datum dan het bestreden besluit. Dat in andere gemeenten andere keuzes worden gemaakt, maakt niet dat de gemeente Heerenveen dat ook moet doen. Het betreft hier dan ook een politieke keuze. Wanneer eiseres het niet eens is met deze keuze, dan is niet verweerder haar aanspreekpunt, maar de gemeenteraad van Heerenveen.
Voor wat betreft eiseres haar argument over de deugdelijkheid van de rapportages van de deskundigen, het volgende. Volgens vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan afgaan op een rapport dat aan hem is uitgebracht, mits is nagegaan dat dit rapport op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. De inhoud van de rapporten is naar het oordeel van de rechtbank op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. De deskundigen hebben de conclusie dat eiseres niet in aanmerking komt voor een GPK-P begrijpelijk toegelicht en onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de adviezen deugdelijk en heeft verweerder de adviezen dus aan zijn besluitvorming ten grondslag mogen leggen.
Alles overwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat het betoog van eiseres niet kan leiden tot de conclusie dat de afwijzing toentertijd ten onrechte was. Het bestreden besluit is dus niet onrechtmatig. Het college heeft de GPK-P destijds af mogen wijzen.
Ten behoeve van eiseres voegt de rechtbank hier nog het volgende aan toe. Als de brieven van haar (huis)arts of andere medische stukken inhouden dat haar situatie is veranderd en dat zij voor het vervoer van deur tot deur inmiddels continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder, dan kan eiseres een nieuwe aanvraag indienen bij verweerder.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent voor eiseres dat zij geen gehandicaptenkaart voor een passagier krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Broere, rechter, in aanwezigheid van
K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:9
Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient het bestuursorgaan zich ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
Artikel 49
1. Aan een gehandicapte kan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als ingezetene met een adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt.
Regeling gehandicaptenparkeerkaart
Paragraaf 1. Criteria voor de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten
Artikel 1
1. Voor een gehandicaptenparkeerkaart kunnen in aanmerking komen:
a. bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen;
b. passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder;
c. bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek permanent rolstoelgebonden zijn;
d. bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, andere dan bedoeld onder a en b, die ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen hebben;
e. het bestuur van instellingen ten behoeve van het personeel belast met het vervoer van bewoners die voldoen aan de criteria onder b, c of d.
2 Op de gehandicaptenparkeerkaart wordt met een hoofdletter B aangegeven of het een gehandicapte bestuurder betreft en een hoofdletter P of het een gehandicapte passagier betreft. Een combinatie van beide is mogelijk. Een gehandicaptenparkeerkaart, bestemd voor een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt aangeduid met een hoofdletter I.
3 De afgifte van de gehandicaptenparkeerkaart geschiedt niet elektronisch.
Paragraaf 2. Geneeskundig onderzoek
Artikel 2
1. Een gehandicaptenparkeerkaart wordt niet afgegeven alvorens een geneeskundig onderzoek heeft plaatsgehad met betrekking tot de handicap van de aanvrager.
2 Een geneeskundig onderzoek kan achterwege worden gelaten, indien:
a. aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en aan de verstrekkende instantie bekend is dat de aanvrager nog steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria;
b. aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en de keurende instantie van oordeel is dat de aanvrager nog steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria;
c. op grond van artikel 49, derde lid, van het BABW een gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt in verband met een kortstondig verblijf.
3 Een geneeskundig onderzoek wordt achterwege gelaten indien een gehandicaptenparkeerkaart is aangevraagd door het bestuur van een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e.
Artikel 3
1. Ingeval de gehandicaptenparkeerkaart wordt afgegeven door het gemeentelijk gezag, bedoeld in artikel 49 van het BABW, wordt het geneeskundig onderzoek verricht door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst dan wel - bij externe advisering - door een vanwege het gemeentelijk gezag aangewezen deskundige.