ECLI:NL:RBNNE:2026:1941

ECLI:NL:RBNNE:2026:1941

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 16-03-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer C/18/253057 / FA RK 26-1085
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

-

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rekestnummer: C/18/253057 / FA RK 26-1085 (G&O)

C/18/254153 / JE RK 26-489 (VOTS)

beschikking van 16 maart 2026

in de zaak van

[naam vader] ,

die woont in [plaatsnaam] ,

en die hierna "de vader" wordt genoemd,

advocaat: mr. [naam advocaat vader], die kantoor houdt in [plaatsnaam],

en

[naam moeder] ,

die woont in [plaatsnaam] ,

en die hierna "de moeder" wordt genoemd.

advocaat: mr. [naam advocaat moeder], die kantoor houdt in [plaatsnaam].

1. Het procesverloop

In de zaak met het zaak-/rekestnummer C/18/253057 / FA RK 26-1085

Deze procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de vader, dat door de rechtbank is ontvangen op 17 februari 2026. Daarin verzoekt de vader tussen hem en de dochter van partijen, [naam dochter ] , een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling) vast te stellen.

Op 6 maart 2026 heeft de rechter met [naam zoon] gesproken over het verzoek.

Op 9 maart 2026 heeft de rechtbank het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, van de moeder ontvangen.

Op 13 maart 2026 heeft de rechtbank de geboorteakten van de kinderen ontvangen.

In de zaak met het zaak-/rekestnummer C/18/254153 / JE RK 26-489

Deze procedure is ingeleid met eerst mondeling en daarna schriftelijk bevestigd verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) om beide kinderen voorlopig onder toezicht te stellen van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: de WSG).

In beide zaken

Op 16 maart 2026 heeft de rechter de verzoeken gevoegd mondeling behandeld. De rechter heeft toen gesproken met de ouders, hun advocaten en [naam vertegenwoordiger] namens de Raad.

De rechter heeft direct na de mondelinge behandeling uitspraak gedaan. Hij heeft beide kinderen voorlopig onder toezicht gesteld en iedere verdere beslissing aangehouden. De rechter heeft aangekondigd dat hij zijn beslissing schriftelijk zal uitwerken in deze vandaag te geven beschikking.

Omdat de wet “de kinderrechter” aanwijst een beslissing te nemen over de voorlopige ondertoezichtstelling en “de rechtbank” om het verzoek over de zorgregeling, moet steeds in deze beschikking waar “de rechter” staat dit worden gelezen als “de kinderrechter” of “de rechtbank” al naar gelang het verzoek dat wordt behandeld.

2. De feiten

De rechter kan bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten.

Uit de inmiddels verbroken relatie tussen de ouders zijn de dertienjarige [naam zoon] (hierna " [naam zoon] ") en de zesjarige [naam dochter ] (hierna " [naam dochter ] ") geboren. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.

Er zijn bij de hulpverlenende instanties, zorgverleners en de politie, grote zorgen opgekomen over de ontwikkeling en welzijn van de kinderen van de ouders. Als voorbeeld kan worden genoemd dat over [naam zoon] wordt gerapporteerd dat hij (tegen zijn zin in) aanwezig is geweest toen zijn toenmalige stiefmoeder (de vrouw met wie zijn vader op dat moment een relatie had) gemeenschap had met een man, waarbij hij moest toekijken en hij ook uiteindelijk ertoe is bewogen om zelf met zijn stiefmoeder gemeenschap te hebben. Ook zijn er overigens grote zorgen over de ontwikkeling van [naam zoon] , ontbrekende of niet aansluitende hulpverlening bij een jongen die in toenemende mate gedragsproblematiek ontwikkelt en laat zien.

Ook ten aanzien van [naam dochter ] zijn grote zorgen opgekomen. [naam dochter ] is zeer recent langdurig opgenomen in het ziekenhuis. Tot zo ver is niet gebleken wat ertoe heeft geleid dat zij ernstige en levensbedreigende, klachten heeft ontwikkeld die met zich hebben gebracht dat zij ingrijpende chirurgie heeft ondergaan, langdurig op de intensive care is opgenomen, waarbij ook bleek dat zij ernstig is ondervoed.

[naam dochter ] is ontslagen uit het ziekenhuis met een mededeling aan de moeder dat van een en ander een melding zal worden gedaan aan Veilig Thuis.

De moeder verblijft inmiddels met [naam dochter ] in een moeder- en kindhuis waar de vraag kan worden gesteld in hoeverre de plaatsing vrijwillig is geweest. De moeder heeft ermee ingestemd in de wetenschap dat haar geen mogelijkheid zou worden geboden om zelf voor [naam dochter ] na ontslag uit het ziekenhuis te zorgen.

3. De beoordeling

De rechter heeft de stukken gelezen en geluisterd naar wat tijdens de mondelinge behandeling is verteld. De rechter heeft ook met [naam zoon] gesproken. Op grond van een en ander maakt de rechter zich grote zorgen over [naam zoon] en [naam dochter ] en hun ontwikkeling. Uit wat de rechter heeft gelezen begrijpt de rechter dat zij een belaste voorgeschiedenis hebben en beide in een verwaarlozende opvoedsituatie terecht zijn gekomen waar zij veel hebben gemist en ook het nodige is overkomen wat schadelijk is voor de ontwikkeling van de kinderen. De rechter ziet ook dat de ouders op zich van goede wil zijn en ook wel bereid zijn hulpverlening te accepteren maar tot zover niet in staat zijn gebleken van die hulpverlening te profiteren. Wat de rechter in het bijzonder zorgen baart is het seksuele misbruik van [naam zoon] door zijn toenmalige stiefmoeder en het gebrek aan trauma verwerkende hulpverlening. De rechter maakt zich ook grote zorgen over [naam dochter ] omdat zij, voor zover nu bekend is, met niet verklaarbare levensbedreigende klachten langdurig opgenomen is geweest in het ziekenhuis. Wat mist voor beide ouders en beide kinderen is dat informatie samenkomt en adequate hulpverlening wordt ingezet. Het in stand laten van de situatie die zo veel vragen oproept over de veiligheid en welzijn van kinderen is niet verantwoord.

De Raad ziet dat niet anders. De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling ook verwoord dat hij zich grote zorgen maakt over de ontwikkeling van beide kinderen. De Raad vindt dat beide kinderen op grond van wat tot nu toe over hun achtergrond, ontwikkeling en opvoedsituatie bekend is geworden ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De Raad heeft uitgelegd dat de ouders wel samenwerken met de hulpverlening, maar er niet van profiteren in die zin dat de ontwikkelingsbedreigingen zijn weggenomen. De Raad vindt dat een onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is en heeft daarom de rechter verzocht om beide kinderen onder toezicht te stellen van de WSG. Die maatregel maakt volgens de Raad mogelijk dat informatie op één punt samenkomt en regie kan worden gevoerd op de hulpverlening, wat volgens de Raad dringend noodzakelijk is.

Het verzoek van de Raad is met instemming van de ouders en de advocaten direct door de rechter behandeld. Zij begrijpen waarom de Raad dit verzoek heeft gedaan en dat de rechter dat verzoek toewijst.

De rechter zal daarom in deze beschikking beide kinderen voorlopig onder toezichtstellen van de GI. De rechter hoopt dat die maatregel ertoe leidt dat alle relevante info over de kinderen op korte termijn door jeugdbeschermer van de GI wordt verzameld en in kaart wordt gebracht wat beide kinderen nodig hebben voor een gezonde en optimale ontwikkeling. Vervolgens kan worden gekeken of hulpverlening in een vrijwillig kader mogelijk is of dat een ondertoezichtstelling voor langere tijd passend en geboden is.

In verband met deze beslissing en onduidelijkheid over wat er precies in het leven van de kinderen speelt, houdt de rechter de beslissingen over het contact aan en houdt daarbij in overweging dat niet eerder afspraken zijn overeengekomen tussen de ouders of vastgesteld door de rechter, zodat de GI in eigen inzicht contact tussen [naam dochter ] en de vader mogelijk te maken, waarbij het belang van [naam dochter ] leidend moet zijn. Hetzelfde geldt voor het contact tussen de moeder en [naam zoon] .

De rechter zal aan [naam zoon] een kindbrief sturen waarin hij uitlegt welke beslissingen hij heeft genomen. De brief wordt hierna opgenomen in de beschikking.

Beste [naam zoon] ,

Ik ben de rechter met wie je op 6 maart 2026 hebt gesproken over het contact tussen jouw vader en [naam dochter ] en ook over het contact tussen jou en je moeder. Ik heb inmiddels ook gesproken met je ouders en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Ik heb gehoord wat er over jou en je zusje [naam dochter ] is verteld. Ook heb ik allerlei stukken gelezen over hoe het met je gaat op school en over wat jij en [naam dochter ] hebben meegemaakt.

Je hebt mij verteld dat het goed met jou gaat, maar ik maak mij wel zorgen over jou. Ook maak ik mij zorgen over je zusje, [naam dochter ] .

Ik heb beslist dat er een voorlopige ondertoezichtstelling komt. Dat betekent dat er een jeugdbeschermer komt die ervoor zorgt dat jullie hulp krijgen.

Ik snap dat dit niet is wat je had verwacht, maar ik vind het nodig dat jij, [naam dochter ] en jouw ouders meer hulp krijgen. Ik heb nog niets beslist over het contact tussen jou, je moeder en [naam dochter ] . Als je graag hulp bij dat contact wil, kan je dit aangeven bij je jeugdbeschermer.

Ik wens je alle goeds!

Hoogachtend,

mr. Bart R. Tromp, kinderrechter

Eén en ander brengt met zich dat de volgende beslissing wordt genomen.

4. De beslissing

De rechter:

stelt [naam zoon] en [naam dochter ] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot 16 juni 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt een verdere mondelinge behandeling op 10 juni 2026 om 15:00 uur, welke zal worden gehouden in het gerechtsgebouw in Groningen, Guyotplein 1;

wijst de ouders, hun advocaten, de Raad en de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering erop dat deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling op 10 juni 2026 en dat zij geen nadere oproep zullen ontvangen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gegeven door mr. B.R. Tromp, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. M.A. Knottnerus, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026. De schriftelijke uitwerking van de uitspraak in deze beschikking is vastgesteld op 20 maart 2026. De beschikking is op diezelfde datum ondertekend.

Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.

Voor de Raad geldt dat hij zelf hoger beroep kan instellen.

MAK

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A. Knottnerus

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand