ECLI:NL:RBNNE:2026:1971

ECLI:NL:RBNNE:2026:1971

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer LEE 25/224
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Proceskostenveroordeling

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekers om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekers hebben hun beroep ingetrokken omdat het college het bestreden besluit heeft ingetrokken. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen

1. [verzoeker 1] (de maatschap), gevestigd te [vestigingsplaats],

en

2. [verzoeker 2] ,

3. [verzoeker 3]

4. [verzoeker 4] ,

5. [verzoeker 5] ,

6. [verzoeker 6] , allen uit [woonplaats], gezamenlijk aangeduid als verzoekers

(gemachtigde: mr.drs. D.B. Pors),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel

(gemachtigde: H.E. Benjamins).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Hotel Nijeveen uit Nijeveen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekers om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekers hebben dit verzoek gedaan tijdens een digitale zitting op 7 mei 2026 bij de rechtbank, tegelijk met het intrekken van hun beroep tegen het bestreden besluit van het college. Zij hebben het beroep ingetrokken omdat het college op 4 mei 2026 het bestreden besluit heeft ingetrokken.

De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat het bereid is een proceskostenvergoeding van € 1.868 toe te kennen voor het indienen van het beroepschrift en het bijwonen van de eerste zitting, op 14 april 2026. Ook heeft het college aangegeven het griffierecht van € 385 aan verzoekers te vergoeden. Het college vindt echter dat de tweede zitting, van 7 mei 2026, niet (volledig) moet worden meegewogen bij de proceskostenvergoeding. Ten eerste omdat deze zitting het gevolg was van het onterecht niet uitnodigen van de derde-belanghebbende voor de eerste zitting op 14 april 2026 door de rechtbank. Ten tweede omdat verzoekers hun beroep hadden kunnen intrekken voorafgaand aan de tweede zitting of hadden kunnen afzien aan deelname aan deze zitting. Het college heeft de rechtbank gevraagd, indien wel een vergoeding voor de tweede zitting wordt toegekend, deze te waarderen tot maximaal 0,5 punt.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is het college aan verzoekers tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen.

Op 7 januari 2025 hebben verzoekers beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 11 december 2024. Met dat besluit heeft het college het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard, omdat zij volgens het college geen belanghebbenden zijn bij het door hen ingediende handhavingsverzoek. Het college heeft op 4 mei 2026 het bestreden besluit ingetrokken, omdat verzoekers wel zijn aan te merken als belanghebbenden bij het handhavingsverzoek. Het is namelijk niet uitgesloten dat verzoekers feitelijke gevolgen kunnen ondervinden van het gebruik van het hotel. In het intrekkingsbesluit heeft het college laten weten dat het handhavingsverzoek van verzoekers op een zo kort mogelijke termijn inhoudelijk zal worden beoordeeld en een nieuw besluit op bezwaar zal worden genomen. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekers.

Verzoekers hebben naar aanleiding van de intrekking van het bestreden besluit door het college hun beroep tegen dat besluit ingetrokken. Dit hebben zij gedaan tijdens een digitale zitting bij de rechtbank op 7 mei 2026. Daarbij hebben zij aangegeven dat zij het beroep intrekken ondanks dat zij weinig vertrouwen hebben in hoe snel en zorgvuldig het college het handhavingsverzoek zal onderzoeken.

Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoekers vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek om een vergoeding van proceskosten als kennelijk gegrond toe. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. Verzoekers hebben in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. Op dat verzoek dient het college in een nieuwe beslissing op bezwaar te besluiten. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en aan twee zittingen van de rechtbank deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.802,-.

Voor zover het college stelt dat verzoekers geen omstandigheden naar voren hebben gebracht die deelname aan de tweede zitting noodzakelijk maakten en dat verzoekers het beroep voorafgaand aan deze zitting hadden kunnen intrekken, overweegt de rechtbank als volgt. Op 23 april 2026 heeft de rechtbank telefonisch en per brief contact opgenomen met partijen omdat duidelijk werd dat de derde-belanghebbende ten onrechte niet was uitgenodigd voor de eerste zitting. Aan partijen is medegedeeld dat het onderzoek werd heropend en dat een digitale zitting zou worden gepland. Op 28 april 2026 zijn partijen uitgenodigd voor een digitale zitting op 7 mei 2026. Op 4 mei 2026 heeft het college besloten het bestreden besluit in te trekken. Uit het intrekkingsbesluit volgt dat hetgeen is besproken op de zitting van 14 april 2026 aanleiding is geweest voor deze intrekking. Het college heeft geen omstandigheden naar voren gebracht waaruit blijkt dat het bestreden besluit niet sneller na de zitting op 14 april 2026 kon worden ingetrokken. Als het college het besluit eerder had ingetrokken hadden verzoekers de gelegenheid gehad om, voorafgaand aan de geplande tweede zitting, een weloverwogen keuze te maken over het handhaven of intrekken van hun beroep. Naar het oordeel van de rechtbank kon, gelet op de korte termijn, niet van verzoekers worden verwacht dat zij hun beroep voorafgaand aan de zitting zouden intrekken.

Voor zover het college de rechtbank verzoekt de tweede zitting te waarderen tot 0,5 punt stelt de rechtbank vast dat het forfaitaire stelsel in de bijlage van het Besluit proceskosten bestuursrecht daarvoor geen mogelijkheid biedt. Op grond van deze bijlage wordt aan het bijwonen van een zitting 1 punt toegekend. Slechts aan het bijwonen van een nadere zitting op grond van artikel 8:64 van de Awb wordt 0,5 punt toegekend. In dit geval is echter geen sprake van een nadere zitting op grond van artikel 8:64 van de Awb, omdat geen sprake is van een nadere zitting naar aanleiding van de schorsing van het onderzoek ter zitting.

Krijgen verzoekers een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoekers betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.Verzoekers moeten zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan verzoekers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Broere, rechter, in aanwezigheid van E.D.M. Nijbroek, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Broere

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand