ECLI:NL:RBNNE:2026:198

ECLI:NL:RBNNE:2026:198

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 25/5543
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Verzoek niet-ontvankelijk. Bezwaar niet gericht tegen besluit inde zin van1:3, eerste lid, Awb.

Uitspraak

[naam 1 uit woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: [naam 2] ),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het besluit waarbij de Wmo -indicatie van verzoeker zou zijn ingetrokken wordt geschorst en dat de voorziening begeleid wonen wordt voorgezet tot op het bezwaar is beslist dan wel dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam wordt verplicht tijdelijk passende opvang en begeleiding te realiseren. Met het verzoekschrift is een bezwaarschrift meegezonden, gericht tegen het besluit van voornoemd college tot intrekking van de Wmo-indicatie van verzoeker.

3. Uit de stukken die de voorzieningenrechter heeft ontvangen blijkt dat aan verzoeker bij besluit van 5 augustus 2025 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam een maatwerkvoorziening Beschermd Wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is toegekend. Verzoeker ontvangt de voorziening Verblijf met toezicht nabij en op oproep voor zeven etmalen per week van 9 mei 2025 tot en met 8 mei 2027 bij zorgaanbieder De Bruggen in Veendam (hierna: De Bruggen ).

4. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is aangevoerd blijkt verder dat De Bruggen de zorg die aan verzoeker wordt geleverd op 30 december 2025 heeft beëindigd en dat verzoeker op dit moment overnacht/verblijft bij de daklozenopvang Wender in Groningen .

De gemeente Veendam heeft een brief van 8 december 2025 van de afdeling Contractering Maatschappelijke Ontwikkeling (hierna: afdeling CMO) van de gemeente Groningen aan De Bruggen overgelegd, waaruit blijkt dat De Bruggen de ondersteuning van verzoeker heeft willen beëindigen, omdat verzoeker een ernstige verstoring van de dagelijkse gang van zaken heeft veroorzaakt die de hulpverlening aan anderen in gevaar brengt: verzoeker heeft door het verschaffen/verhandelen van verboden middelen aan medebewoners op de woonlocatie zijn eigen begeleidingstraject en dat van medebewoners in gevaar gebracht. In de brief van 8 december 2025 van de afdeling CMO aan De Bruggen is gesteld dat de melding voldoet aan de grondslagen zoals vermeld in het Zorgbeëindigingsprotocol en dat de definitieve einddatum van de zorg afgestemd kan worden met de bij de zaak betrokken toegangsmedewerker van de gemeente Veendam.

5. De voorzieningenrechter is gebleken dat de gemeente Groningen conform de gemeenschappelijke regeling is gemandateerd als de inkopende organisatie en opdrachtgever voor Beschermd Wonen voor een aantal Groninger gemeentes, waaronder Veendam. Regiogemeentes waarvoor Beschermd Wonen is ingekocht voeren zelfstandig regie over de toegang tot Beschermd Wonen. Zij zijn verantwoordelijk voor het proces van binnenkomst van de meldingen Beschermd Wonen tot de afhandeling daarvan. Voor de uitvoering van Beschermd Wonen zijn overeenkomsten afgesloten met zorgaanbieders. Deze overeenkomsten worden beheerd en gemanaged door de afdeling CMO van de centrumgemeente Groningen. Voor de zorgaanbieder is de afdeling CMO het eerste aanspreekpunt en voor cliëntgebonden zaken zoals (uitvoering van) indicaties is de betreffende gemeente het aanspreekpunt. Een zorgovereenkomst kan vanwege bijzondere omstandigheden door de zorgaanbieder worden beëindigd. Daarvoor is een zorgbeëindigingsprotocol opgesteld. Ingevolge dit protocol dient een voorgenomen zorgbeëindiging aan degene wie het betreft en aan de afdeling CMO kenbaar te worden gemaakt.

6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Aan verzoeker is bij besluit van 5 augustus 2025 een voorziening Beschermd Wonen toegekend. Dit besluit is nog steeds van kracht. Niet gebleken is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb waarbij deze voorziening is ingetrokken. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam is derhalve nog steeds gehouden uitvoering te geven aan dat besluit van 5 augustus 2025. Het bezwaar dat namens verzoeker bij de gemeente Veendam is ingediend zal dan ook -naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter- nu het niet is gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, niet-ontvankelijk worden verklaard.

7. De voorzieningenrechter ziet om die reden geen grond om een voorlopige voorziening te treffen zoals verzocht namens verzoeker. De voorzieningenrechter wijst daarbij op het bepaalde in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, waaruit volgt dat de voorzieningenrechter enkel een voorlopige voorziening kan treffen in het geval er bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld tegen een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

8. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter nog op dat, voor zover verzoeker wenst op te komen tegen het (feitelijk) handelen van de gemeente en/of de zorgaanbieder, hij zich tot de civiele rechter zal moeten wenden.

Conclusie en gevolgen

9. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningen-rechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H. Siebers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?