RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 30 april 2026
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/24/348 R
in de zaak van:
[schuldenaar] , geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 9 oktober 2024 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Door de bewindvoerder is op 5 februari 2026 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 12 maart 2026 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar plaatsgevonden.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 april 2026, alwaar de schuldenaar, de bewindvoerder en de heer [naam] , kennis van de schuldenaar, zijn verschenen en gehoord.
De rechtbank heeft de beslissing vervolgens aangehouden voor de duur van ten hoogste vier weken.
Vonnis is bepaald op heden.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de schuldenaar nog voor € 344,00 aan nieuwe schulden heeft openstaan bij de Belastingdienst en dat er sprake is van een achterstand in de verplichte boedelafdracht van € 2.818,63.
Ter zitting heeft de schuldenaar aangegeven dat een kennis van hem de boedelachterstand alsook de openstaande nieuwe schulden bij de Belastingdienst voor hem wil voldoen.
De bewindvoerder heeft ter zitting meegedeeld zich met de voorgestelde oplossing ter voldoening van de boedelachterstand en de nieuwe schulden bij de Belastingdienst te kunnen instemmen. De bewindvoerder heeft voorts aangegeven dat de voorgestelde oplossing binnen afzienbare tijd gerealiseerd kan worden. De bewindvoerder zal de rechtbank gaan berichten zodra de boedelachterstand en de nieuwe schulden zijn voldaan door de schuldenaar.
De rechtbank heeft vervolgens de behandeling ter zitting aangehouden voor de duur van ten hoogste vier weken teneinde de schuldenaar in de gelegenheid te stellen om de boedelachterstand en nieuwe schulden bij de Belastingdienst te voldoen.
Op 16 april 2026 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht dat de schuldenaar de volledige boedelachterstand en de nieuwe schulden bij de Belastingdienst heeft voldaan. De bewindvoerder heeft verzocht om de schuldsaneringsregeling thans te gaan beëindigen met het verlenen van de schone lei aan de schuldenaar.
Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar alsnog heeft voldaan aan zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank zal derhalve de schuldsaneringsregeling met ‘schone lei’ beëindigen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder bij nadere beschikking gaan vaststellen.
Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 820,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) zal de schuldsaneringsregeling van rechtswege geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Alsdan zijn de vorderingen die vallen onder de werking van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar krachtens artikel 358 lid 1 Fw niet langer afdwingbaar.
BESLISSING
De rechtbank:
beëindigt de schuldsaneringsregeling;
stelt vast dat de schuldenaar zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is nagekomen;
bepaalt dat het salaris voor de bewindvoerder bij nadere beschikking wordt vastgesteld.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op
30 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.