ECLI:NL:RBNNE:2026:1996

ECLI:NL:RBNNE:2026:1996

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 18.313365.25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Veroordeling, partiële vrijspraak, seksuele gedraging, bezit kinderporno, vervaardigen kinderporno, heimelijk filmen, recidive, LOVS, deels voorwaardelijke gevangenisstraf, bijzondere voorwaarden, taakstraf.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18.313365.25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 mei 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 mei 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.F. Klunder, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 2 juli 2023 tot en met 25 oktober 2024 te Leeuwarden en/of Drachten, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 2 juli 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken in bezit heeft gehad

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbare seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad

te weten een Samsung Flip 3 en/of HP computer Compac 6200 en/of een Sandisk usb-stick en/of een camera met micro SD-kaart, (bevattende afbeeldingen) of visuele weergaven waarop te zien is dat: die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon zich in opeenvolgende fragmenten/afbeeldingen van haar kleding ontdoet

en/of

door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de afbeelding/film nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeeldingen beschreven op p.54 en p.101 van het procesdossier);

2

hij op of omstreeks 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024 te Leeuwarden en/of Drachten, althans in Nederland, meermalen, opzettelijke en wederrechtelijk van een persoon een visuele weergave van seksuele aard, te weten badgasten van het zwembad de Blauwe Golf en/of de Welle, waarop te zien is dat vrouwen zich ontkleden en/of waarop ontblote billen en/of borsten en/of vaginas zijn te zien, heeft vervaardigd;

3

hij op of omstreeks 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024 te Leeuwarden en/of Drachten, althans in Nederland, meermalen, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt opzettelijk en wederrechtelijk in op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten zwembad de Blauwe Golf en zwembad de Welle, een afbeelding heeft vervaardigd van bezoekende gasten.

De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 1, de eerste regel, verzocht de tenlastelegging verbeterd te lezen in die zin dat de datum 24 oktober 2024, 25 oktober 2024 moet zijn. De rechtbank volgt de officier van justitie hierin.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat ten aanzien van de periode 2 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 en de aangetroffen afbeeldingen de dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard omdat de uitdrukking afbeeldingen van seksuele of ontuchtige gedraging onvoldoende feitelijk zijn en niet nader in de tenlastelegging zijn uitgewerkt.

Ten aanzien van de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024 en de 14 bestanden beschreven op pagina 101 van het dossier heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de omschrijving in de tenlastelegging eveneens onvoldoende feitelijk is. De dagvaarding moet daarom ook in zoverre partieel nietig worden verklaard.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het verweer van de raadsvrouw moet worden verworpen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Een redelijke uitleg van de tenlastelegging brengt mee dat de tekst van de tenlastelegging ziet op twee periodes, te weten de periode voor 1 juli 2024 en de periode na 1 juli 2024, zijnde het tijdstip waarop de Wet seksuele misdrijven in werking is getreden. De feitelijke omschrijving in de laatste twee alineas van de tenlastelegging heeft betrekking op deze beide periodes. De rechtbank is verder van oordeel dat de geldigheid van de dagvaarding niet alleen moet worden beoordeeld op grond de tekst van de tenlastelegging maar in combinatie met de inhoud van het dossier en de behandeling ter zitting. Niet alleen uit het dossier blijkt voldoende duidelijk waar de dagvaarding betrekking op heeft, ook uit de bekennende verklaring van verdachte ter zitting is de rechtbank gebleken dat verdachte duidelijk op de hoogte is van de inhoud van de tenlastelegging. De dagvaarding ten aanzien van feit 1 is dus geldig voor zowel de periode 2 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 en de periode 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de feiten 1, 2 en 3 op grond van het procesdossier en de bekennende verklaring van verdachte. Er is, aldus de officier van justitie, geen sprake van eendaadse samenloop omdat de artikelen 139f Wetboek van Strafrecht (hierna Sr.) en 254ba Sr. een ander beschermend belang bevatten.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft overeenkomstig haar pleitnota -zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd.

ten aanzien van feit 1

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak verzocht omdat uit de omschrijving onvoldoende duidelijk wordt of het gaat om een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard. Daarbij heeft de raadsvrouw verwezen naar twee arresten van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2010:B06446 en ECLI:NL:HR:2014:1359).

ten aanzien van de feiten 2 en 3

De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van eendaadse samenloop.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat de rechtbank verstaat dat de tenlastelegging zo wordt bedoeld dat het gaat om niet minderjarige vrouwen die in het zwembad worden gefilmd. Omdat de rechtbank ten aanzien daarvan alleen beschikt over de verklaring van verdachte, is dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht de feiten 1 en 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

[verbalisant] ;

5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 31 oktober 2024, opgenomen op pagina 45 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant

[verbalisant] ;

6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 26 oktober 2024, opgenomen op pagina 52 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant

[verbalisant] ;

7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 30 september 2025, opgenomen op pagina 100 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1

De rechtbank overweegt het volgende.

De Hoge Raad heeft zich meermalen uitgelaten over de vraag wat onder een “seksuele gedraging” in de zin van artikel 240b Sr. (oud) moet worden verstaan. Artikel 240b Sr. (oud) ziet vooreerst op een

afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, zoals die aan de hand van de afbeelding zelf kan worden vastgesteld, waaronder begrepen het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen of de schaamstreek. Het gaat hierbij om een gedraging die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling.

Voorts ziet artikel 240b Sr. (oud) op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is totstandgekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden “onschuldig” zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft. In aansluiting op de jurisprudentie van de Hoge Raad is in de Wet seksuele misdrijven de wetsterm seksuele gedraging vervangen door (visuele weergave van) seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking. Daarmee is geen inhoudelijke wijziging ten opzichte van art. 240b (oud) Sr. beoogd.

Hoewel de raadsvrouw geen verweer heeft gevoerd met betrekking tot de screenshots die zijn aangetroffen op de Samsung Flip 3, overweegt de rechtbank daarover het volgende. Uit het proces-verbaal van bevindingen op pagina 43 e.v. blijkt dat deze drie afbeeldingen zijn gemaakt op 2 juli 2023. De afbeeldingen betreffen een jong meisje, vermoedelijk tussen de 6 en 11 jaar oud. Het meisje staat naakt onder een douche. De afbeeldingen lijken van onder naar boven te zijn genomen. Het bezit van deze beelden heeft naar het oordeel van de rechtbank geen ander doel gehad dan het opwekken van een seksuele prikkeling en daarmee is sprake van kinderpornografie.

Ten aanzien van de 14 afbeeldingen die zijn aangetroffen op een usb-stick heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de beschrijving op pagina 101 niet volgt dat dat het gaat om bestanden met een expliciet seksuele aard. De rechtbank overweegt het volgende. In voornoemd proces-verbaal van bevindingen heeft verbalisant Dijkinga gerelateerd dat de afbeeldingen en videos door een gecertificeerd zeden- en kinderrechercheur zijn geclassificeerd als kinderpornografisch materiaal. Ook heeft verbalisant Dijkinga in dat proces-bevindingen gerelateerd dat het allemaal videos betrof waarbij jonge meisjes van onderen werden gefilmd tijdens het omkleden in een kleedhokje. Verdachte heeft verklaard dat hij met een geheime camera in zijn tas meerdere filmpjes heeft gemaakt van jonge meisjes. Daarbij werden soms de borsten en soms de vagina van de meisjes gefilmd waarbij de meisjes naakt dan wel (deels) gekleed waren.

Die beelden zijn door verdachte van de micro SD-kaart van zijn camera op een Scandisk usb-stick gezet zodat hij de beelden op zijn computer kon bekijken. Ook heeft verdachte verklaard dat hij van het filmen van die beelden een kick kreeg. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat de vervaardiging en het bezit van de afbeeldingen van de meisjes in de kleedhokjes geen ander doel heeft gehad dan het opwekken van een seksuele prikkeling. De rechtbank komt daarmee tot de conclusie dat de 14 afbeeldingen op de usb-stick kinderporno zijn. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1

hij in de periode van 2 juli 2023 tot en met 25 oktober 2024 in Nederland, meermalen,

(in de periode van 2 juli 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken in bezit

heeft gehad

en

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven met onmiskenbare seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad

te weten een Samsung Flip 3 en een HP computer Compac 6200 en een Sandisk usb-stick en een camera met micro SD-kaart, (bevattende afbeeldingen) of visuele weergaven waarop te zien is dat:

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon zich in opeenvolgende fragmenten/afbeeldingen van haar kleding ontdoet

en/of

door het camerastandpunt nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht;

3

hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024 in Leeuwarden, meermalen, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt opzettelijk en wederrechtelijk op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten zwembad de Blauwe Golf, een afbeelding heeft vervaardigd van bezoekende gasten.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

in de periode van 2 juli 2023 tot en met 30 juni 2024

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 oktober 2024

een visuele weergave met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en/of in bezit hebben, meermalen gepleegd.

3.

Gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, rekening houdend met het taakstrafverbod, gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1, 2 en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 weken waarvan 12 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Reclassering Nederland. Daarnaast heeft zij oplegging van een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit het advies van de reclassering tot oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden te volgen. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het feit dat hij zelf direct hulp heeft gezocht na de aanhouding en het advies van de reclassering heeft de raadsvrouw verder verzocht af te wijken van de oriëntatiepunten en aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan wel één dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportage van Reclassering Nederland d.d. 28 april 2026, de mail van [naam] van [instelling] van 29 april 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan een jaar schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. Ook heeft hij gedurende zon drie maanden kinderporno vervaardigd door in kleedhokjes van een zwembad heimelijk meisjes te filmen die zich aan het omkleden waren. Door deze meisjes heimelijk te filmen in een afgeschermde ruimte heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit. Iedere vorm van vervaardiging van kinderpornografisch beeldmateriaal is aan te merken als uiterst laakbaar en verwerpelijk en de rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

Persoon van verdachte

Verdachte heeft na zijn aanhouding direct openheid van zaken gegeven en medewerking verleend aan het onderzoek. Ook heeft hij hulp gezocht en is hij in behandeling gegaan. Verdachte neemt verantwoordelijkheid voor zijn gedrag en erkent zijn problematiek. Uit het rapport van Reclassering Nederland volgt onder meer dat verdachte beschikt over belangrijke beschermende factoren. Zo staat hij open voor ambulante woonbegeleiding van [instelling] en heeft hij een baan via een sociale werkvoorziening. De reclassering ziet geen aanwijzingen voor financiële problemen en er lijkt geen sprake van middelenafhankelijkheid. Wel is verdachte bekend met incidenteel overmatig alcoholgebruik, mogelijk om spanningen te reguleren en/of negatieve stemmingen te kunnen dempen. De reclassering schat het risico op recidive in als gemiddeld-hoog. De risicos op letsel en het onttrekken aan voorwaarden worden ingeschat als laag. De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik en ambulante woonbegeleiding. Verdachte heeft te kennen gegeven zich aan de geadviseerde voorwaarden te willen houden.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor de artikelen 139f en 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

Op te leggen straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS), waarin uitgangspunten voor strafoplegging voor soortgelijke strafbare feiten zijn opgenomen. Bij het vervaardigen van kinderporno is volgens de oriëntatiepunten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren het uitgangspunt. De rechtbank neemt als strafverzwarende omstandigheid mee dat sprake is van recidive. Ten gunste van verdachte zal bij het bepalen van de strafmaat rekening worden gehouden met de volgende omstandigheden. Zonder op wat voor manier af te doen aan de ernst van de feiten gaat het in dit geval gelet op de hoeveelheid en de inhoud van de afbeeldingen niet om de meest ernstige vorm van kinderporno. Er is geen sprake geweest van ontuchtige handelingen waarbij aanrakingen en contact is geweest met de slachtoffers.

Alles overwegend vindt de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 13 weken waarvan 12 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf van 120 uren een passende straf en zal deze straf ook opleggen. Daaraan kan niet afdoen dat de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van feit 2. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf worden verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 139f, 240b oud en 252 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 13 weken.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 weken, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

1. zich binnen 5 dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, [adres]. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren.

2. zich laat behandelen door de forensische polikliniek van Trajectum, of een soortgelijke zorgverlener, ook als dat een dagbehandeling inhoudt, te bepalen door de reclassering. De (dag)behandeling is o.a. gericht op nader diagnostisch onderzoek, delict-analyse en het opstellen van een signalerings- en terugvalpreventieplan. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

3. meewerkt aan ambulante woonbegeleiding door [instelling] , of een soortgelijke instantie te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de instantie geeft voor de begeleiding.

digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogrammas (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a. en b. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.

De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.

De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.

De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) drie keer per aantal jaren proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Offerein-Hulshoff, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 mei 2026.

Mr. Offerein-Hulshoff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. K. Offerein-Hulshoff
  • mr. W.S. Sikkema
  • mr. G.C. Koelman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand