ECLI:NL:RBNNE:2026:2001

ECLI:NL:RBNNE:2026:2001

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 08-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 26/1293
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Buiten zitting. Bijzondere bijstandsaanvraag gedetineerde. Beleid verweerder.

Uitspraak

[naam uit plaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (PW). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 27 januari 2026 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Verzoeker is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om in de onderhavige procedure griffierecht te betalen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker woont sinds januari 2022 op het adres [adres] . Verzoeker zat in de periode 11 juni 2024 tot 1 augustus 2025 in detentie. Met ingang van 1 augustus 2025 is verzoeker in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de PW. Verzoeker zit sinds 19 december 2025 opnieuw in detentie.

3. Verzoeker heeft op 20 januari 2026 een aanvraag voor bijzondere bijstand bij het college ingediend. Verzoeker heeft verzocht om bijzondere bijstand voor doorbetaling van zijn vaste lasten tijdens detentie.

4. Het college heeft deze aanvraag van verzoeker bij besluit van 27 januari 2026 afgewezen. Het college heeft daartoe overwogen dat verzoeker, omdat hij gedetineerd is, geen recht heeft op bijstand.

Het college heeft verder aangegeven dat het beleid heeft vastgesteld dat daarop een uitzondering maakt, maar dat verzoeker ook op grond van dat beleid niet in aanmerking komt voor bijzondere bijstand. Ingevolge dat beleid kan in een periode van vijf jaar maximaal één keer gebruik gemaakt worden van de regeling en verzoeker heeft eerder al bijzondere bijstand ontvangen voor doorbetaling van zijn vaste lasten gedurende detentie.

5. Verzoeker heeft op 18 januari 2026 tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt.

6. Verzoeker heeft op 14 april 2026 de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hem een voorschot wordt verleend in de vorm van een lening om zijn vaste lasten in de bezwaarfase te kunnen voldoen. Verzoeker heeft er daarbij op gewezen dat hij zijn huur voor de maand april al niet meer heeft kunnen betalen en dat hij zijn woning zal verliezen als hij zijn huur langere tijd niet betaalt.

7. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a. van de PW komt degene aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen niet in aanmerking voor (algemene en bijzondere) bijstand. In de noodzakelijke kosten van het bestaan van deze personen wordt voorzien door het ministerie van Justitie. Voor de kosten van het aanhouden van woonruimte in de periode dat de betrokkene rechtens zijn vrijheid is ontnomen kan in de regel geen bijzondere bijstand worden verleend. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkene om ter zake een afdoende regeling te treffen.

8. De voorzieningenrechter stelt vast dat het college beleid heeft gemaakt dat een uitzondering maakt op het bepaalde in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a. van de PW. Ingevolge de Beleidsregel doorbetalen vaste lasten tijdens kortdurende detentie (hierna: de beleidsregel) kunnen inwoners van de gemeente voor de betaling van vaste lasten wonen tijdens detentie onder voorwaarden in aanmerking komen voor bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze lening. Eén van de voorwaarden is dat in een periode van vijf jaar maximaal één keer van de regeling gebruik gemaakt kan worden.

9. Niet in geschil is dat verzoeker al een keer in aanmerking is gebracht voor bijzondere bijstand op grond van de beleidsregel. Dit in verband met zijn detentie in de periode 11 juni 2024 tot 1 augustus 2025. Voorts is niet in geschil dat verzoeker nu voor de tweede keer in een periode van vijf jaar gebruik wenst te maken van de beleidsregel.

10. Verzoeker voldoet daarmee niet aan de voorwaarden om op grond van de beleidsregel voor bijzondere bijstand in aanmerking te komen.

11. De voorzieningenrechter stelt vast dat in de beleidsregel een hardheidsclausule is opgenomen en dat het college in het geval van verzoeker daaraan heeft getoetst. Het college heeft geconcludeerd dat de situatie van verzoeker niet zo uitzonderlijk is dat van het beleid afgeweken zou moeten worden. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het college daarin niet te volgen.

Verzoeker heeft erop gewezen wat de gevolgen kunnen zijn als hij zijn woonruimte kwijtraakt, maar, zoals de voorzieningenrechter eerder in deze uitspraak al heeft vermeld, het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van degene die gedetineerd raakt om voor de kosten van het aanhouden van woonruimte een afdoende regeling te treffen.

12. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het besluit van 27 januari 2016 in de daartegen door verzoeker bij het college aangespannen procedure naar het zich thans laat aanzien in rechte stand zal kunnen houden. Gelet hierop komt het verzoek om een voorlopige voorziening niet voor inwilliging in aanmerking en dient het te worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

13. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H. Siebers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand