ECLI:NL:RBNNE:2026:2005

ECLI:NL:RBNNE:2026:2005

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 26/1351
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Mondelinge uitspraak. Intrekking uitkering PW.

Uitspraak

[naam uit plaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân

(gemachtigde: M. van der Heide).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de intrekking van zijn uitkering ingevolge de Participatiewet (PW).

Met het bestreden besluit van 17 maart 2026 heeft het college de aan verzoeker toegekende uitkering ingevolge de Participatiewet (PW) met ingang van 18 februari 2026 ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.

3. Het college heeft verzoekers uitkering ingevolge de PW ingetrokken, omdat verzoeker -tot twee keer toe- niet binnen de hem gestelde termijn gegevens heeft overgelegd. Het gaat daarbij om bankafschriften van alle betaal- en spaarrekeningen en bewijsstukken van een internetbankrekening en/of creditcard op verzoekers naam over de periode van 1 november 2025 tot en met 1 februari 2026.

4. Verzoeker heeft in bezwaar aangevoerd dat hij de gevraagde gegevens tijdig via e-mail heeft overgelegd. Hij heeft de voorzieningenrechter gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat zijn uitkering wordt hersteld tot op het bezwaar is beslist.

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat het college het recht op bijstand van verzoeker met toepassing van artikel 54, derde lid, van de PW heeft ingetrokken, omdat verzoeker niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 17, tweede lid, van de PW. In dat artikellid is bepaald dat verzoeker het college de medewerking dient te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

6. De voorzieningenrechter is in deze zaak niet anders gebleken dan dat verzoeker gegevens waarom het college heeft gevraagd niet heeft overgelegd. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij de gevraagde gegevens tijdig via e-mail heeft overgelegd, maar dat blijkt nergens uit. Het college heeft ontkend de gegevens te hebben ontvangen. Op de zitting heeft de gemachtigde van het college nog verklaard dat hij de ochtend van de zitting nog alle systemen van het college heeft nagekeken en een e-mail met de gevraagde stukken van verzoeker niet heeft gevonden. Verzoeker heeft zijn stelling dat hij de gegevens heeft overgelegd op geen enkele wijze onderbouwd. In dat verband merkt de voorzieningenrechter op dat de gemachtigde van het college op de zitting ook heeft verklaard dat verzoeker een ontvangstbevestiging moet hebben ontvangen als hij daadwerkelijk via e-mail gegevens bij het college heeft ingediend. De voorzieningenrechter overweegt nog dat het college een onderzoek naar de situatie van verzoeker mocht instellen en voorts dat het college gegevens kon opvragen die inzicht geven in de financiële situatie van verzoeker.

7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college verzoeker dan ook kunnen tegenwerpen dat hij niet heeft voldaan aan zijn plicht om aan een onderzoek van het college mee te werken en op die grond de uitkering van verzoeker kunnen intrekken.

8. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit van 17 maart 2026 in de daartegen door verzoeker bij het college aangespannen procedure naar het zich thans laat aanzien in rechte stand zal kunnen houden.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026 door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H. Siebers, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand