ECLI:NL:RBNNE:2026:2089

ECLI:NL:RBNNE:2026:2089

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 01-06-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 18-152465-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van haar vier kinderen door drie van hen fysiek te mishandelen en door de gezondheid van alle vier de kinderen opzettelijk te benadelen. Verdachte heeft de kinderen in de bewezen verklaarde periode in een vervuilde en onhygiënische woning laten leven, slapen en verblijven. Daarnaast heeft verdachte de kinderen regelmatig alleen gelaten waardoor zij de kinderen de benodigde aandacht en zorg heeft onthouden. Ook heeft verdachte de kinderen onvoldoende lichamelijke verzorging geboden en heeft zij de kinderen de noodzakelijke medische en tandheelkundige zorg onthouden. De kinderen zagen er onverzorgd uit, droegen vieze kleren, stonken en hadden last van schurft en luizen. Het gebit van alle vier de kinderen verkeerde in matige staat. Verdachte heeft niet alleen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van haar kinderen, maar ook hun gezondheid aangetast en daarmee hun groeiproces verstoord. De gezondheidsbenadeling vond bovendien thuis plaats, terwijl dit juist een plek is waar de kinderen zich geborgen, gezond en veilig zouden moeten kunnen voelen. De rechtbank neemt het verdachte daarbij kwalijk dat zij niet adequaat om hulp heeft gevraagd en aangeboden hulp om de situatie van de kinderen te verbeteren, onvoldoende voortvarend heeft aangenomen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 78 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 mei 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 oktober 2024 tot en met 16 mei 2025 te Drachten, althans in Nederland, haar kinderen [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 2013) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] 2015) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum] 2016) en/of [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum] 2021) heeft mishandeld door [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

- te slaan, tegen de billen en/of het lichaam, waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] pijn en/of (psychisch) letsel hebben bekomen,

en/of

waardoor de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] opzettelijk is benadeeld.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat bewezen kan worden dat verdachte de lichamelijk gezondheid van haar kinderen opzettelijk heeft benadeeld in de periode van 9 november 2024 tot en met 16 mei 2025. De kinderen van verdachte verbleven en sliepen gedurende een langere periode in een ernstig vervuilde en onhygiënische omgeving. Daarnaast heeft verdachte de kinderen onvoldoende lichamelijke verzorging geboden. Alle kinderen hadden schurft, luizen en een slecht gebit. Ook was verdachte veel van huis en liet

zij de kinderen, ook in de avonden, alleen thuis. Verdachte heeft daarbij de verantwoordelijkheid voor de zorg van de kinderen bij haar oudste dochter, [slachtoffer 1] , neergelegd. Terwijl verdachte veelal in de coffeeshop zat en op stap ging, moest [slachtoffer 1] voor de andere kinderen zorgen. Op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en de WhatsApp-berichten die in het dossier zitten, kan ook bewezen worden dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tegen de billen en het lichaam heeft geslagen. Daarentegen kan op basis van het dossier niet bewezen worden dat verdachte de gezondheid van de kinderen heeft benadeeld door hen getuige te laten zijn van huiselijk geweld, zodat zij van dat onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte de kinderen heeft geslagen. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] verklaren weliswaar dat er zou zijn geslagen maar aan de verklaring van [slachtoffer 2] dient niet te veel waarde te worden gehecht. [slachtoffer 2] wilde graag bij haar vader wonen. Mogelijk heeft dit ertoe geleid dat zij dingen heeft verklaard die niet kloppen. Ook kan niet bewezen worden dat de kinderen getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Verdachte ontkent niet dat zij de kinderen, ook in de avonden, alleen heeft gelaten en [slachtoffer 1] op de andere kinderen liet passen. Zij overlegde dit wel altijd met [slachtoffer 1] en zij betaalde [slachtoffer 1] altijd voor het oppassen. Verdachte ontkent ook niet dat de kinderen in een onhygiënische, rommelige en onveilige woning verbleven. Verdachte heeft de kinderen echter geen medische en psychische zorg onthouden.

Verdachte heeft onder andere bij de school van de kinderen om hulp gevraagd. Wel kan gesteld worden dat verdachte de kinderen de benodigde tandheelkundige zorg heeft onthouden. Verdachte ontkent ook niet dat zij de kinderen onvoldoende lichamelijke verzorging heeft geboden. Zij ziet in dat zij de kinderen hierin meer had moeten sturen. Verdachte werd overvraagd door de zorg voor haar vier kinderen. Zij heeft veelvuldig bij haar ex-partner, de vader van de kinderen, aangegeven dat zij zijn hulp nodig had maar die hulp heeft zij nooit gekregen. Daarnaast had de situatie met haar ex-partner veel impact op haar leven en daarmee ook op de verzorging en opvoeding van de kinderen. In de ten laste gelegde periode heeft hij haar namelijk meerdere keren ernstig mishandeld. Tot slot ontkent verdachte dat de kinderen onvoldoende en regelmatig ongezond te eten kregen. Het dossier bevat daar ook geen bewijs voor.

Oordeel van de rechtbank 1

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Bewijsmiddelen

Verbalisanten krijgen op 16 mei 2025 de opdracht om naar een woning aan [adres] te gaan naar aanleiding van een melding dat er jonge kinderen alleen thuis zouden zijn gelaten. De moeder zou al enkele uren van huis zijn. Ter plaatse zien verbalisanten dat er allerlei afval in de tuin ligt en dat het raam in de voordeur met tape is vastgeplakt. Een meisje van 10 jaar doet de deur open voor verbalisanten. Het meisje vertelt dat ze [slachtoffer 2] heet en dat haar moeder in de middag was weggegaan. Ook vertelt ze dat haar moeder naar de coffeeshop zou gaan en dat ze daarna op stap zou gaan. Ze vertelt dat zij nu verantwoordelijk is voor haar broertje en zusje. Verbalisanten zien dat de kleding van [slachtoffer 2] vies is en ruiken dat de kleding stinkt. Als verbalisanten de woning ingaan, valt het hen op dat de vloer plakt, de muren vies zijn en er overal spullen liggen. In de woonkamer ligt een jongen op de bank te slapen onder een vieze deken. Rondom de jongen zien verbalisanten etensresten, een pan, kledingstukken, tassen en afval liggen. Tegen het plafond zitten oude spinnenwebben en dikke zwarte vliegen.

Verbalisanten zien dat het ook in de keuken vies is. Het aanrecht staat vol met afval, de vaatwasser stinkt naar riool, de vloer ligt vol met etensresten en afval en de kastjes zijn zeer vies. [slachtoffer 2] vertelt de verbalisanten dat haar jongere zusje boven ligt te slapen. Verbalisant [verbalisant] loopt naar boven en

ziet dat het boven net zo vies is als beneden. Hij ziet dat het jongste meisje lag te slapen in een kamer waarin allemaal vieze matrassen op de grond liggen. Er zit geen hoes over de matrassen, de matrassen zitten vol met vlekken en het stinkt in de kamer en op de overloop naar ontlasting. In een andere slaapkamer staan een stapelbed en een ingezakt bed. Ook in de matrassen van deze bedden zitten allemaal vlekken en op één van de matrassen ligt hondenpoep. Op de overloop treffen verbalisanten volle wasmanden aan. Uit die wasmanden komt een penetrante lucht. Op de tegels in de douche is schimmelvorming te zien en de tandenborstels liggen op de grond. Verbalisanten besluiten de kinderen mee te nemen naar het politiebureau.2 Hetgeen verbalisanten over de staat van de woning hebben geverbaliseerd wordt bevestigd door de fotos in het dossier, waarop de staat van de ernstig vervuilde woning te zien is.3 Verdachte is, nadat de kinderen door de politie zijn meegenomen naar het bureau en zij daarna was thuisgekomen, aangehouden door de politie.4

De politie heeft, voorafgaand aan de aanhouding van verdachte, meerdere meldingen geregistreerd ten aanzien van verdachte en de kinderen. Zo treffen verbalisanten op 9 november 2024 een enorme bende aan in de woning van verdachte. Er wordt een zorgmelding opgemaakt vanwege een onleefbare situatie voor de kinderen. De kinderen waren op dat moment niet in de woning. Ook op 17 april 2025 komen verbalisanten ter plaatse bij de woning van verdachte naar aanleiding van een melding. Verbalisanten worden door de kinderen binnengelaten, verdachte is op dat moment niet thuis. Verbalisanten zien dat de woning vuil en verwaarloosd is.5

Op 20 mei 2025 is in het Frisius MC [plaats] een top-teen-onderzoek uitgevoerd bij alle vier de kinderen. De onderzoeken zijn verricht door kinderarts dr. [arts] . Ten aanzien van [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2013, beschrijft de kinderarts dat sprake is van een matig verzorgde tiener met obesitas. Daarnaast zijn er verschijnselen van scabiës (de rechtbank begrijpt: schurft), tekenen van automutilatie en er is sprake van een matige staat van het gebit.6 Ook ten aanzien van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2015, beschrijft de kinderarts dat sprake is van een matig verzorgde tiener met verschijnselen van scabiës en hoofdluis en een matig verzorgd gebit.7 Ten aanzien van [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2016, wordt beschreven dat er sprake is van een matig verzorgde jongen met verschijnselen van scabiës en hoofdluis. Het gebit van [slachtoffer 3] is in matige staat.8 De kinderarts beschrijft ten aanzien van [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2021, dat sprake is van een onverzorgde kleuter met uitgebreide verschijnselen van scabiës en hoofdluis. Ook wordt beschreven dat er sprake is van uitgebreide cariës (de rechtbank begrijpt: gaatjes) in het gebit.9

[getuige] , directeur van de basisschool van de kinderen, is op 27 mei 2025 als getuige gehoord. [getuige] verklaart dat het bij de school bekend is dat het al langere tijd niet goed gaat met de kinderen. De school heeft daarom op 19 november 2024 en op 3 april 2025 een melding gedaan bij Veilig Thuis. Ook heeft de school een dossier opgemaakt ten aanzien van de kinderen.10 Dit dossier is aan de getuigenverklaring gehecht.11 Ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wordt het volgende beschreven. De hygiëne van de kinderen is onder de maat. De kinderen douchen vaak niet en hebben al tijden last van schurft.

Hun kleren zijn vies en ruiken niet fris. Daarnaast hebben de kinderen vaak last van luizen.12 De leerkracht van [slachtoffer 3] beschrijft dat gezien wordt dat [slachtoffer 3] op 16 april 2025 een rotte/ontstoken kies heeft. [slachtoffer 3] geeft aan dat dit pijn doet en dat hij niet kan eten. Gezien wordt dat de kies bruin/zwart is. De leerkracht heeft het advies gegeven de tandarts te bellen. [slachtoffer 3] geeft de volgende dag op school aan dat hij niet naar de tandarts is geweest en dat verdachte de tandarts ook niet heeft gebeld.13 Ten aanzien van [slachtoffer 4] wordt beschreven dat zij vaak huiduitslag heeft. Haar kleding is vaak vies, te klein of te groot. [slachtoffer 4] ziet er onverzorgd uit en heeft een slecht gebit. In maart 2025 heeft zij een aantal dagen schmink op haar gezicht, haar gezicht is niet gewassen. [slachtoffer 4] wordt meestal door haar zus naar school gebracht en ook weer door haar zus opgehaald.

Daarnaast heeft [slachtoffer 4] een forse spraak- en taalachterstand. Er is een verwijsbrief van de huisarts maar verdachte is nog niet met [slachtoffer 4] bij een logopedist geweest.14

Op 18 mei 2025 is [slachtoffer 2] in een kindvriendelijke studio als getuige gehoord.15 In dit gesprek heeft [slachtoffer 2] verteld hoe de situatie thuis was. [slachtoffer 2] verklaart daarover onder meer dat verdachte elke dag weg is. Zij gaat dan naar de coffeeshop. Verdachte gaat in de avond weg en ook als de kinderen uit school komen.16 Als verdachte weggaat, zijn de kinderen alleen thuis.17 [slachtoffer 1] past dan op de andere kinderen.18 Verdachte heeft ter zitting erkent dat zij [slachtoffer 1] op de andere kinderen liet passen en dat dit soms meerdere keren per week, ook in de avonduren, gebeurde. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij meerdere keren per week naar de coffeeshop ging.19 [slachtoffer 2] heeft ook verklaard dat verdachte haar heeft geslagen op haar schouder en op haar handen. Verdachte heeft dit vaker gedaan.20 Verder verklaart [slachtoffer 2] dat ze niet vaak douchen21, dat ze zelf bijna nooit doucht22 en dat ze niet tandenpoetsen23.

[slachtoffer 1] is op 21 mei 2025 in een kindvriendelijke studio als getuige gehoord.24 Ook [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte haar, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wel eens heeft geslagen. Verdachte sloeg dan op de billen. 25

Ook de telefoon van verdachte is onderzocht. In die telefoon zijn een aantal WhatsApp-gesprekken aangetroffen die als bijlagen aan het proces-verbaal zijn toegevoegd. Er is onder meer een WhatsApp-gesprek tussen verdachte en een contactpersoon genaamd “Mijn bestie” aangetroffen.26 Verdachte heeft ter zitting bevestigd dat dit [slachtoffer 1] betreft.27 [slachtoffer 1] stuurt op 15 mei 2025 rond 21:31 uur een bericht naar verdachte waarin zij onder meer aangeeft “jij zou ze al lang geklapt hebben”.28 Op de telefoon van verdachte is ook een WhatsApp-gesprek met een contactpersoon genaamd “ [naam] ” aangetroffen.29 Ter zitting heeft verdachte verklaard dat [naam] een vriendinnetje is van [slachtoffer 1] en dat [naam] doordeweeks ook in de woning van verdachte verbleef.30 Op 6 mei 2025 stuurt verdachte rond 22:15 uur meerdere berichten naar [naam] , waaronder “Ze mogen niet schreeuwen anders pak ik ze er hard voor net zoals gister” en “Wacht maar als ik zo thuis kom en ze slapen niet dan sla ik ze zo hard”. Ook stuurt verdachte “Bekken houden of klappen” en “Pak ze zo hard aan hiervoor hun krijgen hun karma wel”.31 Tevens blijkt uit de (spraak)berichten dat [slachtoffer 1] regelmatig s avonds alleen is met haar broertje en zusjes. Zo krijgt [slachtoffer 1] op 9 april 2025 om 20:55 uur de opdracht om de kinderen naar bed te sturen32, stuurt verdachte op 10 april 2025 om 19:25 uur dat [slachtoffer 1] de volgende avond op moet passen, omdat verdachte naar [café] gaat33, stuurt [slachtoffer 1] op 10 april 2025 om 21:39 uur en 21:51 uur een bericht dat verdachte naar huis moet komen34, vraagt [slachtoffer 1] op 17 april 2025 om 21:49 uur of verdachte hard wil kloppen, omdat [slachtoffer 1] op de bank ligt en wil gaan slapen35 en vraagt [slachtoffer 1] op 14 mei 2025 om 21:18 uur en 21:21 uur of verdachte alsjeblieft naar huis wil komen omdat ze niet meer kan.36

Overwegingen

De ten laste gelegde handelingen

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in ieder geval gedurende de periode van 9 november 2024 tot en met 16 mei 2025 hebben moeten leven, slapen en verblijven in een sterk vervuilde woning. Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte de kinderen onvoldoende lichamelijke verzorging heeft geboden en de kinderen de noodzakelijke medische en tandheelkundige zorg heeft onthouden. Dit heeft ertoe geleid dat alle vier de kinderen onverzorgd waren, regelmatig in vieze en stinkende kleding rondliepen, last hadden van schurft en luizen en dat hun gebitten in slechte staat waren. Ook is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen voldoende volgt dat verdachte de kinderen regelmatig alleen liet, ook in de avonden.

Verdachte ontkent dat zij de kinderen vaak voor langere tijd alleen liet en verklaart dat als dit gebeurde dat dit geen probleem was omdat [slachtoffer 1] , die erg verantwoordelijk is, aanwezig was. De rechtbank

is echter van oordeel dat uit de genoemde bewijsmiddelen het tegendeel blijkt. Zo heeft [slachtoffer 2] verklaart dat verdachte elke dag weg was, ook in de avonden. Dit wordt ondersteund door de vele berichten waaruit blijkt dat verdachte s avonds niet thuis is en [slachtoffer 1] op de kinderen past.

Daarnaast is de politie op verschillende momenten bij de woning van verdachte geweest. De politie trof de kinderen op die momenten alleen thuis aan.

Op basis van de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en de verschillende WhatsApp-berichten die in de telefoon van verdachte zijn aangetroffen, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in bovengenoemde periode heeft geslagen. De rechtbank schuift het standpunt van de verdediging dat aan de verklaring van [slachtoffer 2] weinig waarde moet worden gehecht terzijde. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 2] voldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen. Ook [slachtoffer 1] verklaart immers dat zij, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wel eens werden geslagen door verdachte. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] steun vinden in de hierboven genoemde WhatsApp-berichten waarin verdachte, in verschillende bewoordingen aangeeft, dat de kinderen klappen hebben gekregen of zullen krijgen.

De rechtbank acht op basis van het dossier niet bewezen dat verdachte de kinderen getuige heeft laten zijn van huiselijk geweld en dat verdachte de kinderen onvoldoende en/of onregelmatig (gezond) eten gaf.

Benadeling van de gezondheid

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van het ten laste gelegde feit dient allereerst vastgesteld te worden of er sprake is geweest van benadeling van de gezondheid van de kinderen door de bewezenverklaarde handelingen.

De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat het voor de gezondheid van ieder mens benadelend is om, zeker gedurende een periode van ruim een half jaar, te moeten leven, verblijven en slapen in zeer onhygiënische omstandigheden. Dit wordt nog versterkt als er onvoldoende lichamelijke verzorging en medische en tandheelkundige zorg wordt geboden en er sprake is van fysieke mishandeling. Dit geldt des te meer voor jonge kinderen, zoals [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . Zij zitten midden in een groeiproces, dat ernstig verstoord kan worden door het leven in dergelijke omstandigheden. Daar komt bij dat de kinderen sterk afhankelijk waren van verdachte als het gaat om hun verzorging en ontwikkeling en het voorzien in hun primaire levensbehoeftes. Doordat de kinderen veelvuldig (s avonds) alleen werden gelaten, moesten ze grotendeels zichzelf zien te redden zonder begeleiding of sturing van een volwassene. [slachtoffer 1] , die toen 11 jaar oud was, kon en mocht de grote verantwoordelijkheid van het zo vaak zorgen voor en oppassen op haar zusjes en broertje niet worden toebedeeld, ook omdat zon grote verantwoordelijkheid op die jonge leeftijd haar eigen ontwikkeling kan belemmeren. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van benadeling van de lichamelijke gezondheid van de kinderen.

Opzet

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte opzet heeft gehad op voornoemde benadeling. De rechtbank stelt in dit kader voorop dat niet bewezen kan worden dat verdachte zogenaamd vol opzet heeft gehad op de benadeling van de gezondheid van haar kinderen. Bij de rechtbank is de indruk ontstaan dat verdachte veel houdt van haar kinderen. Verschillende bij elkaar komende omstandigheden, waaronder ook de mishandelingen van verdachte door haar ex-partner, hebben er echter toe geleid dat verdachte de verzorging en opvoeding van haar vier kinderen niet meer aan kon. Hierdoor is

een situatie ontstaan waarin de kinderen ernstig werden verwaarloosd en verdachte niet meer bij machte was om de situatie, zelfstandig of met behulp van anderen, te verbeteren voor de kinderen.

De rechtbank is echter wel van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de benadeling van de lichamelijke gezondheid van de kinderen. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier de benadeling van de gezondheid van de kinderen - is aanwezig indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit gevolg zal intreden. Het zal hierbij moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

Zoals hierboven overwogen is het een feit van algemene bekendheid dat het voor de gezondheid van jonge kinderen benadelend is om, zeker gedurende een langere periode, te moeten leven, verblijven en slapen in een ernstig vervuilde en onhygiënische omgeving. Dat geldt temeer als zij daarnaast onvoldoende lichamelijke verzorging en medische- en tandheelkundige zorg geboden krijgen, vaak alleen worden gelaten en ook fysiek worden mishandeld. Er is dan ook sprake van een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid van jonge kinderen als die een langere periode onder dergelijke omstandigheden moeten leven. Nu het hier een feit van algemene bekendheid betreft, kan het niet anders zijn dan dat ook verdachte de wetenschap heeft gehad van het bestaan van de aanmerkelijke kans dat de gezondheid van haar kinderen door haar handelen en nalaten zou worden benadeeld. Verdachte heeft ter zitting bovendien aangegeven zich ervan bewust te zijn dat het in huis niet veilig en gezond was voor de kinderen. Door desondanks niet in te grijpen door (onder andere) de situatie in huis en de lichamelijke verzorging van de kinderen te verbeteren, en niet om hulp te vragen of aangeboden hulp te accepteren, kan het niet anders zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de benadeling van de gezondheid van haar kinderen bewust heeft aanvaard.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

zij in de periode van 9 november 2024 tot en met 16 mei 2025 te Drachten haar kinderen [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 2013), [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] 2015), [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum] 2016) en [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum] 2021) heeft mishandeld door

- [ [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te slaan tegen het lichaam, waardoor die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] pijn en/of letsel hebben bekomen,

en [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]

waardoor de lichamelijke gezondheid van die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] opzettelijk is benadeeld.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten 12 dagen, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat de proeftijd op drie jaren wordt gesteld en dat een aantal bijzondere voorwaarden aan verdachte worden opgelegd die, kort gezegd, inhouden dat verdachte onder toezicht wordt gesteld van de reclassering en meewerkt aan diagnostiek en eventueel daaruit voortvloeiende behandeling.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat met oplegging van een deels voorwaardelijke taakstraf kan worden volstaan.

Oordeel van de rechtbank

Algemeen

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van Reclassering Nederland van 8 augustus 2025, de justitiële documentatie van verdachte, de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van haar vier kinderen door drie van hen fysiek te mishandelen en door de gezondheid van alle vier de kinderen opzettelijk te benadelen. Verdachte heeft de kinderen in de bewezen verklaarde periode in een vervuilde en onhygiënische woning laten leven, slapen en verblijven. Daarnaast heeft verdachte de kinderen regelmatig alleen gelaten waardoor zij de kinderen de benodigde aandacht en zorg heeft onthouden. Op die momenten paste de oudste dochter van verdachte, op dat moment nog maar 11 jaar oud, op de andere kinderen en daarmee droeg zij ook de verantwoordelijkheid voor haar broertje en zusjes. Ook heeft verdachte de kinderen onvoldoende lichamelijke verzorging geboden en heeft zij de kinderen de noodzakelijke medische en tandheelkundige zorg onthouden. De kinderen zagen er onverzorgd uit, droegen vieze kleren, stonken en hadden last van schurft en luizen. Verdachte (en haar ex-partner) was daarnaast al jaren niet meer met de kinderen naar de tandarts geweest waardoor het gebit van alle vier de kinderen in matige staat verkeerde. Zelfs nadat bij haar zoon een bruin/zwarte kies was gezien die hem pijn deed, heeft zij nagelaten om met hem naar de tandarts te gaan. Daarnaast heeft verdachte nagelaten om met haar jongste dochter naar de logopedist te gaan terwijl er bij haar sprake was van een forse spraak- en taalachterstand. Verdachte heeft hierdoor niet alleen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van haar kinderen, maar ook hun gezondheid aangetast en daarmee hun groeiproces verstoord. De gezondheidsbenadeling vond bovendien thuis plaats, terwijl dit juist een plek is waar de kinderen zich geborgen, gezond en veilig zouden moeten kunnen voelen. De rechtbank neemt het verdachte daarbij kwalijk dat zij niet adequaat om hulp heeft gevraagd en aangeboden hulp om de situatie van de kinderen te verbeteren, onvoldoende voortvarend heeft aangenomen.

Justitiële documentatie

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Persoon van verdachte

De reclassering heeft op 8 augustus 2025 een rapport opgemaakt over verdachte. De reclassering beschrijft dat er sprake is van een verstoorde relatie tussen verdachte en haar ex-partner. De reclassering sluit niet uit dat dit heeft geleid tot aanhoudende stress en overbelasting bij verdachte. De reclassering veronderstelt dat verdachte hierdoor, en door het feit dat zij er na de scheiding van haar ex-partner, als moeder alleen voor kwam te staan, niet meer in staat was haar kinderen naar behoren te verzorgen. De draaglast van verdachte bleek groter dan de draagkracht. De reclassering beschrijft dat het middelengebruik van verdachte hierin evenmin helpend is geweest.

De reclassering schat het risico op herhaling in als gemiddeld. Bij verdachte is sprake van een emotionele disbalans en in de periode voorafgaand aan het delictgedrag zijn er problemen op meerdere leefgebieden ontstaan. De reclassering adviseert de rechtbank een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen aan verdachte. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig, omdat verdachte zich intrinsiek gemotiveerd toont om hulp te (blijven) aanvaarden in het vrijwillig kader.

Ter zitting is gebleken dat de kinderen uit huis zijn geplaatst. [slachtoffer 1] verblijft bij de moeder van verdachte en de andere drie kinderen wonen bij hun vader en zijn partner. Op dit moment heeft verdachte alleen contact met [slachtoffer 1] . Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat de andere drie kinderen eind vorig jaar hebben aangegeven haar niet meer te willen zien, hetgeen haar veel verdriet geeft. Verder is ter zitting gebleken dat verdachte op dit moment geen werk heeft. Verdachte heeft traumatherapie gevolgd en heeft dit onlangs afgerond. Daarnaast is maatschappelijke ondersteuning ingezet.

De gezinsvoogden van de kinderen hebben ter zitting naar voren gebracht dat het naar omstandigheden goed gaat met de kinderen. Wel bestaan er nog zorgen over de kinderen door wat zij allemaal hebben meegemaakt. Er wordt gewerkt aan de inzet van hulpverlening voor alle vier de kinderen. Het contact met verdachte is goed maar de gezinsvoogden merken wel dat verdachte overal een weerwoord op heeft.

Daarnaast komt de hulpverlening die wordt aangeboden maar moeizaam van de grond en het is lastig om tot de kern te komen bij verdachte. Hierdoor is niet precies duidelijk waar het gedrag van verdachte vandaan is gekomen en hoe de situatie zo lang heeft kunnen voortduren.

Op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit een deels voorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt en dat dus niet, zoals de raadsman heeft bepleit, kan worden volstaan met een (deels voorwaardelijke) taakstraf. De rechtbank heeft daarbij ook in aanmerking genomen dat het algemeen bekend is dat de gevolgen van fysieke mishandeling en benadeling van de lichamelijke gezondheid nog lang kunnen doorwerken en dat de kinderen hier de rest van hun leven last van kunnen ondervinden.

De rechtbank houdt in strafmatigende zin rekening met het feit dat er sprake is geweest van een situatie van onvermogen bij verdachte. Zij droeg alleen de zorg voor vier jonge kinderen en daarnaast is verdachte in de bewezen verklaarde periode meerdere keren slachtoffer geworden van mishandelingen door haar ex-partner. Dit heeft een grote impact op haar gehad. Daarnaast houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat de kinderen uit huis zijn geplaatst en dat verdachte geen contact meer heeft met haar jongste drie kinderen.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het passend en geboden is om een gevangenisstraf van 78 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, aan verdachte op te leggen. De rechtbank heeft het voorarrest berekend op 18 dagen. De rechtbank ziet in hetgeen de gezinsvoogden ter zitting naar voren hebben gebracht aanleiding om, in tegenstelling tot het advies van de reclassering, wel bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen. De gezinsvoogden hebben onder meer naar voren gebracht dat de hulpverlening moeizaam van de grond komt. Verdachte lijkt mee te werken aan de hulpverlening die zij zelf nodig en praktisch acht. Zij lijkt echter niet mee te willen werken op het moment dat er hulpverlening wordt aangeboden die zij zelf niet noodzakelijk acht. De rechtbank acht het wenselijk dat er diagnostiek wordt uitgevoerd bij verdachte en dat zij meewerkt aan behandeling indien uit de diagnostiek naar voren komt dat dit nodig is. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte moet meewerken aan diagnostiek en aan eventueel daaruit voorvloeiende behandeling. De rechtbank stelt de proeftijd vast op drie jaren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 78 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, te weten 60 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarde niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan diagnostiek en eventueel daaruit voortvloeiende behandeling bij een door de reclassering te bepalen instelling, indien de reclassering dit nodig vindt. De veroordeelde houdt zich daarbij aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

Geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, voorzitter, mr. K. Bunk en

mr. M.M. Spooren, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Boskma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2026.

1. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpaginas, zijn dit paginas uit het dossier van de politie

Eenheid Noord-Nederland, Districtsrecherche Fryslân, met het proces-verbaal nummer NN1R025067 (onderzoek KOP), doorgenummerd 1 tot en met 551. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.

2 Pagina 53 en 54.

3 Pagina 60 tot en met 93.

4 Pagina 29.

5 Pagina 103.

6 Een schriftelijk bescheid, te weten de uitkomsten van het top-teen-onderzoek, opgemaakt door kinderarts

dr. [arts] op 11 juni 2025, pagina 484 tot en met 486.

7 Een schriftelijk bescheid, te weten de uitkomsten van het top-teen-onderzoek, opgemaakt door kinderarts

dr. [arts] op 11 juni 2025, pagina 472 en 473.

8 Een schriftelijk bescheid, te weten de uitkomsten van het top-teen-onderzoek, opgemaakt door kinderarts

dr. [arts] op 11 juni 2025, pagina 480 en 481.

9 Een schriftelijk bescheid, te weten de uitkomsten van het top-teen-onderzoek, opgemaakt door kinderarts

dr. [arts] op 11 juni 2025, pagina 476 en 477.

10 Pagina 327 en 328.

11 Pagina 330 tot en met 333.

12 Pagina 333.

13 Pagina 330.

14 Pagina 331 tot en met 333.

15 Pagina 346.

16 Pagina 356.

17 Pagina 366.

18 Pagina 365.

19 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 mei 2025.

20 Pagina 372.

21 Pagina 366.

22 Pagina 384.

23 Pagina 378.

24 Pagina 393.

25 Pagina 405.

26 Pagina 115.

27 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 mei 2025.

28 Pagina 191.

29 Pagina 116.

30 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 mei 2025.

31 Pagina 202.

32 Pagina 115.

33 Pagina 122.

34 Pagina 125 en 126.

35 Pagina 116.

36 Pagina 190.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga
  • mr. K. Bunk
  • mr. M.M. Spooren

Griffier

  • mr. E.M. Boskma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand