ECLI:NL:RBNNE:2026:209

ECLI:NL:RBNNE:2026:209

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer LEE 24/2571 en LEE 24/3421
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Naheffingsaanslagen parkeerbelastingbelasting terecht opgelegd. Eiseres heeft een verguning voor enkel vergunningshoudersplekken en niet ook voor parkeerapparatuurplaatsen. Beroepen ongegrond.

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Leeuwarden, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 mei 2024 en 9 juli 2024.

De heffingsambtenaar heeft eiseres op 10 april 2024 en op 8 juni 2024 naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd (de naheffingsaanslagen).

De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen gehandhaafd.

De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de beroepen op 7 januari 2026 gelijktijdig op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar partner, en namens de heffingsambtenaar [naam] .

Feiten

2. Eiseres heeft een parkeervergunning voor vergunningshoudersplekken binnen Zone 1 in Leeuwarden voor het jaar 2024.

De heffingsambtenaar heeft aan eiseres twee naheffingsaanslagen opgelegd omdat haar auto met kenteken [kenteken] op 27 maart 2024 en op 2 april 2024 in de [adres] (binnen Zone 1 gelegen) in Leeuwarden geparkeerd stond terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was betaald.

Op de website van de gemeente staat met betrekking tot de vergunningen – voor zover hier van belang – het volgende vermeld:

Parkeervergunning/ -ontheffing

per jaar

Zone 1 tot en met 5

Op naam van een inwoner in de vestigingszone binnen het centrum, voor het parkeren in de vakken op vergunninghoudersplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.

€ 248,-

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslagen parkeerbelasting heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

4. De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Hierna legt zij uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Is de naheffing parkeerbelasting terecht opgelegd?

5. Eiseres stelt dat haar vergunning voor alle betaald parkeerplekken in Zone 1 geldig is, dus dat zij ook mocht parkeren op een parkeerapparatuurplaats. Eisers verwijst naar de tekst op de website van de gemeente (2.2), waar volgens haar staat dat zij óók op parkeerapparatuurplaatsen mocht parkeren. De heffingsambtenaar brengt daartegen in dat de vergunning van eiseres enkel geldig is voor de vergunningshoudersplekken binnen Zone 1 en niet voor een parkeerapparatuurplaats.

6. Vaststaat dat eiseres een parkeervergunning voor vergunningshoudersplekken in Zone 1 had voor het jaar 2024 (2.). Tussen partijen is verder niet in geschil dat de parkeerplaats waar eiseres in de [adres] geparkeerd stond een zogeheten parkeerapparatuurplaats is. Partijen verschillen van mening over de vraag of de vergunning van eiseres óók geldig is voor parkeerapparatuurplaatsen.

Dat is niet zo. Anders dan bij de oplegging van een boete, waarbij opzet en mate van schuld een rol spelen, doet de intentie van de parkeerder voor de heffing van parkeerbelasting er niet toe. Dat eiseres zich misschien niet volledig bewust was of een andere interpretatie had van het feit dat haar vergunning voor Zone 1 niet geldig was voor deze specifieke parkeerplaats in Zone 1, maakt niet dat de naheffingsaanslag niet opgelegd mocht worden. Slechts in bijzondere gevallen kan strikte naleving van de regels met betrekking tot de verschuldigdheid van parkeerbelasting redelijkerwijs niet van de parkeerder worden gevraagd (zogenoemde overmacht). Van overmacht is in dit geval geen sprake. Eiseres heeft daarvoor ook niets aangevoerd. Haar verwijzing naar de website van de gemeente brengt de rechtbank niet tot het oordeel dat de naheffingsaanslagen onterecht zijn opgelegd. De rechtbank wijst erop dat in het geval een auto wordt geparkeerd op de parkeerder een onderzoeksplicht rust om zich te verdiepen in de lokale parkeersituatie vóór of op het moment dat het voertuig wordt geparkeerd. Eiseres was vóór het parkeren in de [adres] op de hoogte van het feit dat in die straat betaald parkeren voor parkeerapparatuurplaatsen geldt en niet voor vergunningshoudersplekken. Gelet op het feit dat eiseres een vergunning heeft voor enkel vergunningshoudersplekken, maakt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.

Is het vertrouwensbeginsel geschonden?

7. Op de zitting heeft eiseres naar voren gebracht dat er in een eerdere periode rond 2018 door Buitengewoon Opsporingsambtenaren van de gemeente (boa’s) geen naheffingen parkeerbelasting werden opgelegd. Eiseres gaf ook aan dat hierover communicatie met de gemeente is geweest. Zij was gelet op de eerdere handelingen van de boa’s en de communicatie met de gemeente in de veronderstelling dat zij met haar vergunning mocht parkeren in de [adres] . Voor zover eiseres hiermee een beroep doet het vertrouwensbeginsel volgt de rechtbank haar niet. Eiseres heeft haar stelling op geen enkele manier onderbouwd. De enkele stelling dat boa’s eerder (tijdelijk) geen naheffingen oplegden en dat hierover gecommuniceerd is met de gemeente is onvoldoende voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen in stand blijven. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Schultinga, griffier.

Uitgesproken op 29 januari 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.G. Wijtsma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?