RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265994816
zaaknummer: 11680831 BU VERZ 25-918
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 mei 2026
in de zaak van
Appjection B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
als gestelde gemachtigde van:
Mobility Service Nederland B.V.,
gevestigd in Eelde.
Inleiding
1. Aan Mobility Service Nederland is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R315B – ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 24 april 2024, om 17:23 uur, in de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat in Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Appjection heeft namens Mobility Service Nederland beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft Appjection beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 12 mei 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. F.F. Buddingh aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
2. De kantonrechter constateert dat geen deugdelijke machtiging is overgelegd. De machtiging bij het beroepschrift bij de kantonrechter is niet ondertekend door een natuurlijke persoon, terwijl Mobility Service Nederland zichzelf niet kan vertegenwoordigen. De machtiging bij het administratief beroepschrift is wel ondertekend door een bestuurder van Mobility Service Nederland (h.o.d.n. MHC Mobility B.V./Hitachi Capital Mobility Netherlands), maar had een geldigheidsduur van één jaar. Op het moment van indienen van het kantonberoep was deze machtiging al niet meer geldig.
De gestelde gemachtigde is tweemaal in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen, namelijk op 2 mei 2025 en 2 april 2026. Op beide brieven is niet gereageerd, terwijl is gewaarschuwd voor het mogelijke gevolg. Aangezien het verzuim niet is hersteld, zal de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.