ECLI:NL:RBNNE:2026:2107

ECLI:NL:RBNNE:2026:2107

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 01-06-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 18-239052-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het overtreden van artikel 6 WVW, waarbij het slachtoffer is komen te overlijden. Verdachte reed met hoge snelheid af op een kruispunt met meerdere oversteekplaatsen voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Bij het verspringen van het stoplicht naar oranje gaf verdachte extra gas waardoor hij twee keer de maximum toegestane snelheid reed. Door met een forse snelheid als bestuurder van een personenauto een kruispunt te naderen heeft hij onvoldoende overzicht kunnen houden op de overige verkeersdeelnemers en heeft hij het slachtoffer niet op tijd gezien. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat dit fatale ongeval voorkomen had kunnen worden als verdachte zich aan de verkeersregels had gehouden, omdat hij dan voldoende tijd zou hebben gehad om te reageren op andere verkeersdeelnemers. Op grond van de ernst van het feit en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een forse taakstraf op te leggen. Verdachte is nog jong en heeft ter terechtzitting zichtbaar blijk gegeven van berouw en lijdensdruk ten gevolge van het ongeval. De rechtbank neemt daarbij tevens in overweging dat het slachtoffer voor verdachte zeer waarschijnlijk pas op het laatste moment zichtbaar is geweest door de donkere kleding en het ontbreken van fietsverlichting. De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , wonende te de [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 mei 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.E. Versluis, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D.P. Menting.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 maart 2025 te Leeuwarden als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Dammelaan en/of Jelsumerstraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als beginnend bestuurder, bij benadering van de kruising van de Dammelaan met de Jelsumerstraat (waarbij voetgangers en/of fietsers zijn weg kunnen kruisen), terwijl hij de wegsituatie niet goed kon overzien,

als gevolg waarvan hij in botsing is gekomen met een overstekende fietser, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 maart 2025 te Leeuwarden als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Dammelaan en/of Jelsumerstraat, als beginnend bestuurder, bij benadering van de kruising van de Dammelaan met de Jelsumerstraat (waarbij voetgangers en/of fietsers zijn weg kunnen kruisen), terwijl hij de wegsituatie niet goed kon overzien,

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde feit, waarbij ten aanzien van de mate van schuld is gesteld dat verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van het bestanddeel roekeloosheid heeft zij aangevoerd dat de overschrijding van de maximumsnelheid, gelet op de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, niet kan worden aangemerkt als een in ernstige mate overtreden van de verkeersregels. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen sprake is van een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid of onoplettendheid. De in de tenlastelegging geconcretiseerde gedragingen zien in de kern op het overschrijden van de maximumsnelheid, waardoor verdachte niet meer in staat was het voertuig tijdig tot stilstand te brengen en te stoppen voor een oranje verkeerslicht. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het enkel overschrijden van de toegestane snelheid onvoldoende is om te spreken van een aanmerkelijke onvoorzichtigheid in de zin van artikel 6 WVW.

De raadsvrouw heeft tevens aangevoerd dat er geen causaal verband kan worden aangetoond tussen het rijgedrag van verdachte en het ongeval, omdat het plotseling oversteken van een onverlichte niet zichtbare fietser bij een voetgangersovergang met een rood stoplicht geen aspect is waar een gemiddeld oplettend automobilist rekening mee hoeft te houden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit de paginas van het proces-verbaal met het nummer PL0100-2025187005, afgesloten op 25 juli 2025, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 187).

1. De door verdachte ter zitting van 18 mei 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Op 15 maart 2025 reed ik als bestuurder in een auto op de Dammelaan in Leeuwarden. Voor het kruispunt waar het ongeval plaatsvond, heb ik een auto ingehaald, daarom reed ik harder dan was toegestaan. Ik wist dat ik te hard reed. De verkeerslichten gingen toen op oranje en ik dacht oranje net te kunnen halen en heb toen nog gas bij gegeven.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 25 juli 2025, opgenomen op pagina 12 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Locatie ongeval Datum: 15 maart 2025

Tijdstip: 22:28 uur Adres: Dammelaan

Op de kruising met Adres: Jelsumerstraat

Maximumsnelheid: 50 km/u Binnen bebouwde kom

Personenauto Bestuurder: [verdachte] Rijbewijs: AM, B

Datum eerste afgifte: 26 september 2023 Beginnende bestuurder

Bij of kort na het ongeval is onderstaand persoon overleden. Achternaam: [slachtoffer]

Voornamen: [slachtoffer]

Rol in relatie tot aanrijding: Bestuurder van fiets

De bestuurder van de fiets stak op zaterdag 15 maart 2025, de Dammelaan over via een voetgangersoversteek.

3. Het proces-verbaal analyse VRI data, opgemaakt op 4 juni 2025, opgenomen op pagina 76

e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant] :

De bestuurder van de Peugeot was voorafgaande aan het verkeersongeval, het kruispunt genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid, die had gelegen tussen de 101 km/h en 105 km/h.

4. Het proces-verbaal FO Verkeer, opgemaakt op 7 juli 2025, opgenomen op pagina 18 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Zowel uit de beeldanalyse als uit de analyse van de verkeersregelinstallatie bleek dat de bestuurder van de Peugeot fors de maximum toegestane snelheid had overschreden. Tevens bleek dat de bestuurder van de Peugeot, indien hij 50 km/u. had gereden, hij zijn voertuig eenvoudig tot stilstand had kunnen brengen vóór de stopstreep toen het verkeerslicht voor hem op geel sprong. Bij de door de bestuurder gereden snelheid had dat alleen gekund als hij een noodstop had gemaakt.

Het ongeval had niet plaatsgevonden, bij dezelfde voorrangsfout van de fietser als de bestuurder van de Peugeot zich had gehouden aan de maximum toegestane snelheid. In dat geval had de bestuurder van de Peugeot het door hem bestuurde voertuig tijdig tot stilstand kunnen brengen.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Artikel 6 WVW

De rechtbank overweegt dat voor een veroordeling van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) moet worden vastgesteld dat verdachte zich in het verkeer zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Bij de beantwoording van de vraag of het verkeersongeval te wijten is aan de schuld van verdachte, komt het volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Onder de omstandigheden van het geval kan ook de aard van de verkeerssituatie worden gerekend die speciale aandacht vergt in het verkeer.

Het gedrag van verdachte

Op 15 maart 2025, omstreeks 22:30 uur heeft er een dodelijk verkeersongeval plaatsgevonden tussen een personenauto en een fietser. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte in de personenauto met een snelheid van ten minste 101 kilometer per uur binnen de bebouwde kom reed, waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur geldt. Het was ten tijde van het ongeval donker en verdachte reed in de richting van het kruispunt bij de Dammelaan en Jelsumerstraat te Leeuwarden. Op het moment dat verdachte het kruispunt naderde sprong het stoplicht op oranje. In plaats van zijn voertuig af te remmen en tot stilstand te brengen, heeft verdachte extra gas gegeven terwijl hij op dat moment al te hard reed vanwege het inhalen van een andere auto om het oranje stoplicht nog te kunnen passeren. Met zijn handelen heeft verdachte onvoldoende kunnen anticiperen op de verkeerssituatie ter plaatse. Ondanks dat verdachte mogelijk verrast werd door het plotseling oversteken van een fietser op een voor fietsers doorgaans ongebruikelijke plaats, mocht van hem worden verwacht dat hij bij een kruispunt met een voetgangersovergang alert zou zijn op overstekende kwetsbare verkeersdeelnemers zoals voetgangers en fietsers.

Causaal verband

De rechtbank is verder van oordeel dat er causaal verband bestaat tussen de snelheidsovertreding van verdachte en het ongeval. Uit het dossier blijkt immers dat, bij dezelfde voorrangsfout van de fietser, het ongeval niet had plaatsgevonden indien verdachte zich had gehouden aan de maximumsnelheid, omdat hij dan de auto tijdig tot stilstand had kunnen brengen.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat verdachte het verkeersongeval heeft veroorzaakt door een zeer forse overschrijding van de maximumsnelheid in de bebouwde kom. Het verkeersongeval is dus aan zijn schuld te wijten.

Mate van schuld

Bij de vaststelling van de mate waarin een verdachte schuld heeft aan een ongeval, wordt onderscheid gemaakt tussen i) roekeloos, ii) zeer onvoorzichtig en onoplettend en iii) aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Roekeloosheid is de zwaarste vorm van schuld.

Roekeloosheid

Van roekeloosheid als bedoeld in artikel 6 WVW 1994 in verbinding met artikel 175, tweede lid, WVW 1994 is sprake indien zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat hiervan geen sprake is.

Zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag

Wel komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De rechtbank stelt voorop dat bij het naderen van een kruispunt door alle verkeersdeelnemers bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid is geboden. In onderhavige zaak betrof het een kruispunt met verkeerslichten zodat verkeersdeelnemers dienen te anticiperen op de mogelijkheid dat het licht elk moment kan verspringen naar oranje of rood, in welk geval verkeersdeelnemers dienen te remmen. Verdachte heeft ter zitting ook verklaard dat hem is geleerd dat kruispunten behoedzaam moeten worden benaderd, zodat overige verkeersdeelnemers goed kunnen worden gezien. Verdachte was bovendien ter plaatse bekend, nu hij in de directe omgeving woont. Verdachte kon daarom weten dat hij afreed op een kruising met onder meer voetgangers- en fietsoversteekplaatsen. Daarbij was het donker, wat het zicht verminderde, waardoor extra voorzichtigheid was geboden. Onder die omstandigheden had van verdachte mogen worden verwacht dat hij zijn snelheid zou aanpassen en zeker niet harder zou rijden dan de maximumsnelheid. In plaats daarvan gaf verdachte juist extra gas om het oranje verkeerslicht nog te halen waardoor hij twee keer de maximum toegestane snelheid reed, hetgeen een forse snelheidsovertreding is.

Op grond van vorenstaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, in die zin dat een aan de schuld van verdachte te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor het slachtoffer is komen te overlijden. De rechtbank merkt het rijgedrag van verdachte aan als zeer onvoorzichtig en onoplettend, zodat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 15 maart 2025 te Leeuwarden als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmede rijdende over de weg, de Dammelaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door, zeer onvoorzichtig en onoplettend, als beginnend bestuurder, bij benadering van de kruising van de Dammelaan met de Jelsumerstraat waarbij voetgangers en/of fietsers zijn weg kunnen kruisen, terwijl hij de wegsituatie niet goed kon overzien,

als gevolg waarvan hij in botsing is gekomen met een overstekende fietser, waardoor een ander, genaamd [slachtoffer] , werd gedood.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren. Daarnaast heeft de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair gepleit voor vrijspraak. Subsidiair heeft zij verzocht de gevorderde taakstraf te matigen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft, verantwoordelijkheid neemt voor het ongeval en kampt met een enorme lijdensdruk. Ten aanzien van de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft de raadsvrouw verzocht deze tot een minimum te beperken, omdat verdachte een opleiding wil volgen tot vrachtwagenchauffeur.

Oordeel van de rechtbank

Algemeen

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig verkeersfeit. Door met een forse snelheid als bestuurder van een personenauto een kruispunt te naderen heeft hij onvoldoende overzicht kunnen houden op de overige verkeersdeelnemers en heeft hij het slachtoffer niet op tijd gezien. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat dit fatale ongeval voorkomen had kunnen worden als verdachte zich aan de verkeersregels had gehouden, omdat hij dan voldoende tijd zou hebben gehad om te reageren op andere verkeersdeelnemers.

Verdachte heeft door zijn gedragingen een overstekende fietser aangereden en het slachtoffer is daarbij om het leven gekomen. Deze onomkeerbare situatie heeft bij de nabestaanden onherstelbaar leed veroorzaakt. Uit de slachtofferverklaringen van de zus en overige familieleden van het slachtoffer blijkt dat zij nog iedere dag geconfronteerd worden met het gemis. De familie van het slachtoffer heeft ter zitting een beeld gegeven van wie hij was als mens, zoon, broer en oom en wat hij voor hen en anderen heeft betekend. De rechtbank is zich ervan bewust dat geen enkele uitspraak het verdriet en gemis van de nabestaanden kan compenseren.

Documentatie

De rechtbank heeft acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 7 april 2026 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.

LOVS oriëntatiepunten

Voor de bepaling van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (verder: LOVS).

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 21 januari 2026, opgesteld door mevrouw [naam] . De reclassering concludeert dat er geen sprake is van problemen binnen de onderzochte leefgebieden. Zij signaleren echter dat verdachte kampt met lijdensdruk als gevolg van het ongeluk. Verdachte heeft herbelevingen, slaapt weinig, is somber en heeft geen zin en energie om dingen te ondernemen, waardoor hij in de ziektewet is geraakt. De reclassering acht de gevoelens van spijt en inzicht in de gevolgen van het ongeval oprecht en verdachte lijkt open te staan voor hulp in de vorm van traumaverwerking. Er zijn geen aanwijzingen voor problemen op het gebied van financiën, problematisch middelengebruik of een pro-criminele leefstijl. De reclassering ziet voorts geen indicaties voor het toepassen van het adolescentenstrafrecht. Het risico op recidive, kans op letsel of het onttrekken aan voorwaarden kan volgens de reclassering vanwege de aard van de verdenking niet worden ingeschat. De reclassering ziet geen aanleiding tot het inzetten van reclasseringsinterventies. Zij adviseren bij het opleggen van een straf dan ook geen bijzondere voorwaarden op te leggen.

Strafoplegging

Op grond van de ernst van het feit en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een forse taakstraf op te leggen. Verdachte is nog jong en heeft ter terechtzitting zichtbaar blijk gegeven van berouw en lijdensdruk ten gevolge van het ongeval. Het is duidelijk dat ook verdachte dit ongeval nooit heeft gewild. De rechtbank neemt daarbij tevens in overweging dat het slachtoffer voor verdachte zeer waarschijnlijk pas op het laatste moment zichtbaar is geweest door de donkere kleding en het ontbreken van fietsverlichting. Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, acht de rechtbank het wel passend en geboden om aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen gelijk aan de eis van de officier van justitie, gelet op de forse snelheidsovertreding en de mate van schuld.

Alles overwegend legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Met het opleggen van het voorwaardelijke deel wil de rechtbank verdachte ervan doordringen voorzichtiger aan het verkeer deel te nemen en zich niet nogmaals schuldig te maken aan verkeersovertredingen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c Sr, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

en

een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen-voor de duur van 2 jaren.

Bepaalt dat van deze bijkomende straf een gedeelde, groot 1 jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door drs. mr. M.M. Spooren, voorzitter, mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga en mr. S.R. Huisman, rechters, bijgestaan door mr. E.A. Gaastra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2026.

Mr. S.R. Huisman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.M. Spooren
  • mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga
  • mr. S.R. Huisman

Griffier

  • mr. E.A. Gaastra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand