ECLI:NL:RBNNE:2026:2109

ECLI:NL:RBNNE:2026:2109

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer LEE 25/2781
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de hoogte van de toegekende bedragen voor schadevergoedingen voor waardedaling van twee objecten. De rechtbank oordeelt dat het Instituut de WOZ-waarden van de objecten met peildatum 1 januari 2019 mocht gebruiken om de waarden vast te stellen. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

[naam] , uit [woonplaats] , eiser

en

Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut

(gemachtigde: mrs. C.L. Kuipers en L. Wenniger).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de toegekende bedragen voor schadevergoedingen voor waardedaling van de percelen [adres 1] en [adres 2] (de objecten).

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Instituut de

WOZ-waarden van de objecten met peildatum 1 januari 2019 mocht gebruiken om de waarden vast te stellen. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en verloop van de procedure

2. Eiser was van 4 mei 1992 tot 21 juli 2023 eigenaar van de objecten aan de [adres 1] en [adres 2] . Op 30 mei 2022 heeft eiser een aanvraag voor vergoeding van waardedaling gedaan voor beide objecten.

Omdat het object aan [adres 1] naast een woonfunctie ook een andere functie heeft, is voor dit object een advies door een onafhankelijk deskundige uitgebracht over de dubbelfunctie van dit object. Het object is beoordeeld als een bedrijf met woonhuis, waardoor het niet volledig als woonhuis is aangemerkt en de waardedalingsvergoeding alleen over de waardedaling van het woongedeelte is berekend.

Het Instituut heeft met de besluiten van 14 en 19 juli 2022 schadevergoedingen toegekend aan eiser voor de [adres 1] en [adres 2] . Voor [adres 1] is een waardedalingsvergoeding van € 3.830,12, exclusief wettelijke rente, toegekend. Bij de vaststelling van de waardedaling is uitgegaan van de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 2019. Deze bedroeg € 80.000. Aan de hand van de methode van Atlas is een waardedalingspercentage van 4,56891% toegepast. Voor [adres 2] is een waardedalingsvergoeding van € 47,88, exclusief wettelijke rente, toegekend. Bij de vaststelling van de waardedaling is eveneens uitgegaan van de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 2019. Deze bedroeg € 1.000,-. Aan de hand van de methode van Atlas is eveneens een waardedalingspercentage van 4,56891% toegepast.

Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het Instituut is met het besluit van 3 januari 2023 op de bezwaren van eiser voor [adres 2] bij het primaire besluit gebleven en voor [adres 1] heeft het Instituut een aanvullende waardedalingsvergoeding toegekend omdat ten onrechte geen rekening is gehouden met de correctie van de WOZ-waarde in verband met aardbevingsschade. Hierdoor komt de waardedalingsvergoeding voor dat adres uit op € 9.527,43.

3. Tegen deze beslissingen op bezwaar heeft eiser beroep ingesteld omdat hij stelde dat het Instituut had moeten uitgaan van de getaxeerde waarden in plaats van de WOZ-waarden van de woningen. Het beroep is op 25 januari 2025 gegrond verklaard en de bestreden besluiten zijn vernietigd. Het Instituut is daarbij opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. De rechtbank oordeelde dat de verkoopprijzen het uitgangspunt hadden moeten zijn voor de berekening van de waardedalingsvergoeding, omdat de objecten onlangs verkocht en overgedragen zijn. De rechtbank heeft het Instituut opgedragen om te onderzoeken of de waardedalingsvergoeding berekend kan worden op basis van de verkoopprijzen. Aan eiser is opgedragen om hieraan medewerking te verlenen door inzicht te verschaffen in de taxatierapporten en de verkoopakte(n) waarbij het Instituut eiser hierin moest begeleiden. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat indien eiser zijn medewerking niet verleent, of indien de verkoopprijzen niet kunnen worden vastgesteld, het Instituut alsnog mag uitgaan van de WOZ-waarden zoals vastgesteld in de vernietigde besluiten van 3 januari 2023.

Eiser heeft vervolgens het volgende aangeleverd: kopieën van drie pagina’s uit het taxatierapport dat door Agri Vastgoed te Leeuwarden is opgesteld en een brief van de accountant van Flynth adviseurs accountants. In deze brief staat vermeld dat: “de objecten zijn overgedragen voor de getaxeerde bedragen”. Omdat volgens het Instituut de informatie uit deze stukken onvoldoende was om vast te stellen dat de objecten daadwerkelijk zijn overgegaan voor de taxatiebedragen, heeft het Instituut eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld om het volledige taxatierapport en aanvullende stukken aan te leveren. Eiser heeft geen verdere stukken aangeleverd.

Op 7 juli 2025 heeft het Instituut twee nieuwe besluiten op bezwaar genomen (de bestreden besluiten). Hierin is het bezwaar met betrekking tot [adres 2] wederom ongegrond verklaard en het bezwaar voor het object [adres 1] wederom gegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van het Instituut deelgenomen. Eiser was afwezig zonder bericht. De rechtbank heeft de brief met de uitnodiging op 5 februari 2026, per aangetekende post, naar het adres waarop eiser staat ingeschreven verzonden. Volgens de Track&Trace van PostNL is de uitnodiging op 6 februari 2026 bezorgd. De rechtbank heeft daarom de zitting door laten gaan.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt het beroep. Dit doet zij aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

De regeling voor waardedalingsvergoeding

5. De regeling voor de begroting van waardedaling van woningen (de regeling) is neergelegd in artikelen 3.2 tot en met 3.5 van de Procedure en werkwijze van het Instituut (de procedure en werkwijze). Het Instituut kent op aanvraag vergoedingen toe voor waardedaling van woningen als gevolg van aardbevingen en het risico daarop. In de regeling is neergelegd dat het Instituut de ontstane waardedaling in het aardbevingsgebied aan de hand van de methode van Atlas voor gemeenten begroot.

Artikel 3.4, tweede lid van de procedure en werkwijze bepaalt dat het Instituut voor de waarde van de woning met het effect van bodembeweging uitgaat van de WOZ-waarde zoals die is vastgesteld voor de peildatum. In het geval van eiser is die peildatum 1 januari 2019. Van het hiervoor genoemde kan volgens artikel 3.4, vierde lid van de procedure en werkwijze worden afgeweken, indien de aanvrager de betreffende woning voorafgaand aan de aanvraag heeft verkocht en overgedragen. In dat laatste geval wordt voor de waarde van de woning uitgegaan van de verkoopprijs van de woning. Indien de verkoopprijs niet kan worden vastgesteld aan de hand van de notariële akte, zal het Instituut (alsnog) uitgaan van de laatste WOZ-waarde voorafgaand aan de verkoop.

Wat was de uitkomst van de vorige procedure?

6. De rechtbank oordeelde in de uitspraak van 25 februari 2025 dat de verkoopprijzen het uitgangspunt hadden moeten zijn voor de berekening van de waardedalingsvergoeding nu de objecten zijn verkocht en overgedragen. De rechtbank heeft vervolgens het Instituut opgedragen om te onderzoeken of de waardedalingsvergoeding berekend kan worden op basis van die verkoopprijzen. Aan eiser is opgedragen om hieraan medewerking te verlenen door inzicht te verschaffen in de taxatierapporten en de verkoopakte(n) en het Instituut moet eiser hierin begeleiden. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat indien eiser zijn medewerking niet verleent, of indien de verkoopprijzen niet kunnen worden vastgesteld, het Instituut alsnog mag uitgaan van de WOZ-waarden zoals vastgesteld in de vernietigde besluiten van 3 januari 2023.

Hoe luiden de bestreden besluiten?

Het Instituut heeft het bezwaar met betrekking tot [adres 2] wederom ongegrond verklaard en het bezwaar voor het object [adres 1] in verband met waarde correctie door fysieke mijnbouwschade wederom gegrond verklaard. Met de overgelegde stukken kan het Instituut niet vaststellen voor welke waarden de objecten zijn verkocht en overgegaan. Er is onvoldoende aangetoond dat het gaat om de getaxeerde bedragen. Daarom is het Instituut wederom uitgegaan van de WOZ-waarden van peildatum 1 januari 2019.

Wat zijn de standpunten van partijen?

7. Eiser stelt dat het Instituut op grond van de aangeleverde kopieën uit het taxatierapport de waardedaling kan bepalen. Overigens vindt eiser ook dat de overdracht binnen de familie een verkeerd beeld geeft van de prijs. Op de vrije markt zouden de objecten voor andere waarden verkocht zijn. Door de waardedaling te baseren op de WOZ-waarden en niet op de taxatiewaarden doet het Instituut geen recht aan de morele verplichting om ruimhartig te vergoeden.

8. Het Instituut brengt naar voren dat het, in lijn met de uitspraak, om twee stukken heeft gevraagd: het taxatierapport en een stuk waaruit blijkt dat de objecten zijn verkocht voor de taxatiebedragen. Omdat eiser alleen een zeer beperkt deel van het taxatierapport en een brief van zijn accountant heeft overgelegd, is het niet controleerbaar dat de objecten ook daadwerkelijk zijn overgedragen voor de taxatiewaarden. Het Instituut stelt zich op het standpunt dat het eiser voldoende begeleid heeft, door hem te wijzen op de verschillende mogelijkheden om de overdrachtswaarden aan te tonen. Nu eiser onvoldoende heeft aangedragen, is nogmaals uitgegaan van de WOZ-waarden van 1 januari 2019 voor de berekening van de waardedalingsvergoeding. De rechtbank heeft in de uitspraak van 25 januari 2025 bepaald dat het Instituut daar vanuit mag gaan als de overdrachtswaarden niet kunnen worden vastgesteld of eiser zijn medewerking niet verleent.

Wat oordeelt de rechtbank?

De rechtbank oordeelt dat het Instituut terecht de WOZ-waarden met peildatum 1 januari 2019 ten grondslag aan de berekening van de waardedaling van de objecten van eiser heeft gelegd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank heeft in haar uitspraak van 25 februari 2025 partijen met een duidelijke opdracht heengezonden. Eiser heeft vervolgens kopieën van drie pagina’s uit het taxatierapport aan het Instituut overgelegd. Dit betreffen de voorkant van het rapport, zonder datum, en twee pagina’s waarop de waardering van de objecten op 1 mei 2020 en 1 mei 2021 berekend is. Het object met het adres [adres 1] wordt in het rapport op 1 mei 2020 en op 1 mei 2021gewaardeerd op € 225.000,-. Het object met het adres [adres 2] wordt op 1 mei 2020 en 1 mei 2021 gewaardeerd op € 35.000,-. In de brief van de accountant staat: ‘De basis van de bedrijfsoverdracht vormt de taxatie en waarde bepaling per 1 mei 2021 zoals deze op 10 maart 2022 is verstrekt door Agri Vastgoed te Leeuwarden. […] Met de bedrijf overdracht zijn de woningen aan [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] overgedragen tegen Waarde Economisch Verkeer zoals vastgesteld in taxatie rapport.’

De rechtbank is van oordeel dat met de overgelegde stukken niet is vast te stellen dat de waarden uit de pagina’s van een taxatierapport ook de waarden zijn waarvoor de objecten verkocht zijn. Weliswaar heeft een accountant in een brief geschreven dat de objecten tegen Waarde Economisch Verkeer zijn overgedragen, maar dit is onvoldoende. Bovendien ontbreekt een datum op de pagina’s van het taxatierapport waardoor niet is vast te stellen dat de accountant over hetzelfde taxatierapport beschikt. De rechtbank kan op geen enkele wijze vaststellen dat de objecten voor de getaxeerde waarden zijn overgedragen. Eiser heeft herhaaldelijk geweigerd een verkoopakte of transportakte over te leggen waaruit de verkoopwaarden blijkt. De rechtbank merkt op dat het eiser uiteraard vrij staat om ervoor te kiezen geen verdere stukken te overleggen, maar dat brengt wel mee dat de rechtbank de verkoopwaarden niet kan vaststellen.

De rechtbank overweegt verder dat de WOZ-waardes van de objecten met peildatum 1 januari 2019 niet in geschil zijn. Het Instituut mocht daarom van deze gegevens uitgaan voor het bepalen van de hoogte van de waardedalingsvergoeding. Ook vindt de rechtbank dat het Instituut zich voldoende heeft ingespannen om eiser te begeleiden.

Al met al komt de rechtbank tot de conclusie dat niet is vast te stellen voor welke verkoopwaarden de objecten zijn overgegaan en daarom mocht het Instituut uitgaan van de

WOZ-waarden met peildatum 1 januari 2019. Het beroep is ongegrond.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Praamstra, rechter, in aanwezigheid van mr. H.L. Brandes, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M. Praamstra

Griffier

  • mr. H.L. Brandes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand