RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beslissing
Wrakingskamer
zaaknummer: C 18/256646 KG RK 26/335
Beslissing van 20 mei 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. B.R. Tromp,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1. De procedure
1. Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van
14 mei 2026 en de schriftelijke reactie van de rechter van 19 mei 2026.
2. Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de behandeling van de zaken met
zaaknummers [nummer] en [nummer] .
In zijn schriftelijke verzoek tot wraking heeft verzoeker – onder meer en
samengevat – aangegeven dat een onafhankelijk oordeel niet meer gewaarborgd kan worden wanneer het juridische instrument dat voorzienbaar op verzoeker zal worden toegepast, publiekelijk is genormaliseerd via een same-day gepubliceerde beschikking met maximale media-aandacht. Hierbij heeft verzoeker aangegeven dat de schijn van partijdigheid door de rechterlijke organisatie zelf is gecreëerd.
3. De beoordeling
Naar het oordeel van de wrakingskamer is sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk verzoek en daarom laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub b, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Hierna legt de wrakingskamer uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek niet door een partij is ingediend.
De wrakingskamer overweegt dat verzoeker geen partij is in de zaken [nummer] en [nummer] . Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
4. De beslissing
De wrakingskamer:
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. M.A.M. Wolters en
mr. L. Mulder, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
de griffier de voorzitter
(de griffier is buiten staat deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.