RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.226909.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 mei 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Keijzer, advocaat te Emmen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Hoekman.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 mei 2025 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het over de kleding aanraken en/of strelen van de knie en/of het bovenbeen en/of het geslachtsdeel van die [slachtoffer] .
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd. Getuige [getuige] heeft bij de politie verklaard te hebben gezien dat verdachte met zijn hand over het bovenbeen van [slachtoffer] aan het wrijven is. Getuige [getuige] heeft niet gezien dat verdachte ook het geslachtsdeel van [slachtoffer] heeft aangeraakt. Het enkel aanraken van de knie of het bovenbeen is nog geen seksuele handeling. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat op de camerabeelden geen enkele aanraking of streling zichtbaar is.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 juni 2025, opgenomen op pagina 44 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025128398 d.d. 31 juli 2025, inhoudend als verklaring van [naam] :
V: Wij hebben begrepen dat jij voor de stichting [stichting] werkt en begeleidster bent van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, te [geboorteplaats] . Dat jij namens [slachtoffer] aangifte komt doen, Klopt dat?
A: Klopt.
V: Vertel eens alles wat jij weet wat [slachtoffer] is overkomen?
A: Volgens mij was het incident zelf op zondag 11 mei. Ik heb [slachtoffer] gevraagd of hij kon vertellen wat er was gebeurd. Hij vertelde dat die meneer naast hem ging zitten, best wel dichtbij hem. Uiteindelijk raakte die man hem aan. En toen vroeg ik waar die man hem heeft aangeraakt en toen wees [slachtoffer] naar zijn knie en naar de zijkant van zijn dijbeen.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 9 juli 2025, opgenomen op pagina 65 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige] :
V: Wat kun jij ons vertellen wat er op 11 mei 2025 is gebeurd op de voetbal in [plaats] ?
A: Wij zien dat [verdachte] met zijn hand over het bovenbeen aan het wrijven is van dat jongetje. Ik heb tegen [verdachte] gezegd: “Dit soort dingen doen we hier niet, wegwezen hier.” Waarbij [verdachte] mij vreemd in de ogen aan keek maar wel in de kantine ging zitten. Toen dachten we dat het klaar was. 10 minuten later liep [verdachte] echter weer naar het jongetje toe, die er nog zat, ging er naast zitten en hij deed eigenlijk precies hetzelfde. Hij zat vrij dicht naast het jongetje en wreef met zijn volledige hand, best wel hoog, over het bovenbeen van het jongetje heen. Dat jongetje stak de eerste keer dat ik [verdachte] weg stuurde een duimpje naar mij op, om mij te bedanken. Je kon zien dat hij aangeslagen was.
V: Wanneer jij in gesprek bent met hem na het incident, hoe is hij dan?
A: Tranen in zijn ogen, hij leek mij een beetje in shock. Hij wist niet zoveel te zeggen, het was zon rare
situatie. Ik weet nog dat hij zei: “Ik ben bang voor die meneer.”
V: Toen het gebeurde, waar stond jij?
A: Ik zat in de kantine. Ik had goed zicht op [verdachte] en het jongetje. V: Hoe laat was dat?
A: Ik denk tussen 17:00 en 19:00 uur.
V: Wat heb jij precies voor handelingen gezien?
A: Ik kijk naar links, [verdachte] en het jongetje zitten heel dicht naast elkaar. Het jongetje zit er bevroren naast. Het jongetje zit links naast [verdachte] . [verdachte] zit er geniepig bij, een beetje stiekem. Hij zit er met zijn hand onder zijn kin en die andere hand zit stiekem onder de tafel het been van het jongetje te wrijven. Platte hand, wrijven over het bovenbeen, vrij hoog op het bovenbeen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2025, opgenomen op pagina 23 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik ben belast met het onderzoek naar de camerabeelden, waarbij verdachte [verdachte] wordt verdacht van aanranding van [slachtoffer] .
Datum: 11 mei 2025. Omschrijving camerabeelden
15:57:35 uur: Bij picknickbank 2 zitten een man en een jongen. De jongen zit in het midden van de picknickbank met zijn gezicht naar de camera gericht. De man zit aan de linkerzijde van de picknickbank, met zijn gezicht naar de camera gericht.
15:57:55 uur: De man praat in de richting van de jongen en doet zijn linkeronderarm en -hand onder het tafeloppervlakte. Hij maakt een beweging met zijn linkerhand.
15:58:02 uur: De man praat in de richting van de jongen en doet zijn linkeronderarm
en -hand onder het tafeloppervlakte. Hij maakt nogmaals een beweging met zijn linkerhand. 15:58:05 uur: De jongen gaat dichterbij de man zitten.
15:58:13 uur: De man doet zijn linkeronderam en -hand onder het tafeloppervlakte.
15:58:14 uur: De man beweegt zijn linkerarm in de richting van het onderlichaam van de jongen. De jongen reageert hierop door zijn gezicht ineens in de richting van de man te bewegen. De man maakt een korte aaiende beweging bij het onderlichaam van de jongen en doet dan zijn linkerhand weer boven de tafel.
15:59:08 uur: De man doet zijn linkeronderarm en -hand onder de tafel en beweegt deze in de richting van het onderlichaam van de jongen. Hij houdt zijn hand daar.
15:59:44 uur: De man doet zijn linkeronderam en -hand weer onder het tafeloppervlakte. Hij kijkt om zich heen. En beweegt zijn hand dan in de richting van het onderlichaam van de jongen.
16:05:56 uur: De man draait zijn lichaam lichtjes naar rechts. Hij doet zijn linkeronderarm en -hand onder het tafeloppervlakte. Hij beweegt zijn linkerarm naar het onderlichaam van de jongen. De jongen beweegt zijn gezicht daarop in de richting van de man. Daarna kijkt de jongen voor zich.
16:08:03 uur: De man doet zijn linkerarm en -hand onder het tafeloppervlakte. Hij kijkt in de linker richting en beweegt langzaam zijn hand in de richting van het onderlichaam van de jongen. Ik zie zijn linkerarm zachtjes en langzaam heen en weer bewegen terwijl hij om zich heen kijkt.
16:08:25 uur: Er komt iemand langs picknicktafel 2 gelopen en de man trekt snel zijn hand weg van het onderlichaam van de jongen en weer boven de tafel.
17:26:21 uur: De man heeft zijn linkerarm weer boven de tafel. De man heeft steeds om zich heen gekeken of voor zich uitgekeken als hij zijn linkeronderarm en -hand in de richting van het onderlichaam van de jongen bewoog.
17:27:21 uur: De man schuift zijn linkerarm nog meer in de richting van de jongen.
17:27:22 uur: De man beweegt zijn hand nog eventjes zachtjes heen en weer en doet zijn hand dan weer boven de tafel.
17:28:02 uur: De man doet zijn linkerarm en -hand onder het tafeloppervlakte. Ik zie hem zijn linkerarm
in de richting van het onderlichaam van de jongen bewegen.
17:28:17 uur: Ik zie de man naar voren buigen. Ik zie de vingers van de man bij de rechterknie van de jongen. De man pakt de knie van de jongen even beet en haalt dan zijn hand weer omhoog. De jongen schuift een stukje van de man weg.
Op de camerabeelden die wij hebben gezien is te zien dat de man ten minste 15 keer zijn linkerhand in de richting van het onderlichaam van de jongen beweegt. Hierbij is 1 keer duidelijk op de camera te zien dat hij de jongen aanraakt, dit komt omdat je de hand van de man onder het tafeloppervlakte de knie van de jongen ziet aanraken.
Bewijsoverwegingen
Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het geslachtsdeel van [slachtoffer] heeft aangeraakt of gestreeld. Dat komt alleen naar voren in de verklaring van aangeefster [naam] , die [slachtoffer] heeft gevraagd of hij ook bij zijn geslachtsdeel was aangeraakt, hetgeen [slachtoffer] toen kennelijk bevestigde. Die verklaring wordt echter niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel uit het dossier. De rechtbank zal verdachte in zoverre partieel vrijspreken.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de verklaring van getuige [getuige] (hierna: [getuige] ) en de beschrijving van de camerabeelden wel vastgesteld kan worden dat verdachte de knie en het bovenbeen van [slachtoffer] meermalen over de kleding heeft aangeraakt en/of gestreeld. Uit de beschrijving van de camerabeelden volgt dat verdachte ten minste 15 keer zijn linkerhand in de richting van het onderlichaam van [slachtoffer] beweegt, waarbij verdachte in ieder geval één keer het slachtoffer op de knie aanraakt. Verder maakt de rechtbank uit de beschrijving van de beelden op dat te zien is dat de hand van verdachte heen en weer beweegt. Ook op basis van de op beeld zichtbare reactie van [slachtoffer] op de handelingen van verdachte kan volgens de rechtbank worden afgeleid dat er sprake is van aanrakingen van [slachtoffer] door verdachte. Bovendien heeft getuige [getuige] verklaard dat hij zag dat verdachte met zijn hand over het bovenbeen van [slachtoffer] aan het wrijven is. [getuige] verklaart eveneens dat hij zag dat verdachte ook tien minuten later vrij dicht naast het jongetje zat en met zijn volledige hand, best wel hoog, over het bovenbeen van het jongetje wreef. De rechtbank leest in de beschrijving van het wrijven door getuige [getuige] het ten laste gelegde strelen van de knie en/of het bovenbeen.
Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende bewijs dat verdachte meermalen de knie en het bovenbeen van [slachtoffer] over de kleding heeft aangeraakt en/of gestreeld.
Is er sprake geweest van een seksuele handeling?
Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of deze door verdachte verrichte handelingen aangemerkt kunnen worden als seksuele handelingen.
Juridisch kader
De strafzaak tegen verdachte gaat over de aanranding van een kind in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar, dat sinds de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven strafbaar is gesteld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht.
Vanaf 1 juli 2024 wordt in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht de term seksuele handelingen gebruikt in plaats van de term ontuchtige handelingen. Alle seksuele handelingen die vielen onder het oude criterium ontucht plegen zijn van zichzelf al in strijd met de sociaal-ethische norm en daarom strafbaar. Volgens de Memorie van Toelichting1 zijn seksuele handelingen, handelingen die bestaan uit een op een seksuele beleving gerichte aanraking(en) van lichaamsdelen. Hierbij kan het ook gaan om aanraking(en) over de kleding. Een precieze afbakening van wat wel en niet onder seksuele handelingen valt, kan niet worden gegeven. In de eerste plaats valt te denken aan aanraking(en) van seksuele lichaamsdelen als geslachtsdelen. In de tweede plaats kan worden gedacht aan aanraking(en) van andere
lichaamsdelen die in het licht van de context waarin zij plaatsvinden een seksuele strekking krijgen.
De rechtbank heeft op grond van de stukken in het dossier de overtuiging gekregen dat de aanrakingen van [slachtoffer] door verdachte op een seksuele beleving gerichte aanrakingen betroffen. De rechtbank acht de navolgende feiten en omstandigheden hierbij relevant.
Allereerst betrekt de rechtbank de hoeveelheid aanrakingen van verdachte op het (boven)been van [slachtoffer] bij dit oordeel, te weten in ieder geval 15 keer in een tijdsbestek van zon anderhalf uur. Daarnaast acht de rechtbank het aanmerkelijke leeftijdsverschil en de onderlinge relatie tussen verdachte en [slachtoffer] relevant. Ten tijde van het gepleegde feit was verdachte 60 jaar oud en [slachtoffer] 14 jaar oud. Verdachte is daarmee ruim 4 keer zo oud als [slachtoffer] en bovendien kenden zij elkaar nauwelijks. Voorts acht de rechtbank het heimelijke karakter van de aanrakingen van belang. Uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt immers dat verdachte, telkens wanneer er iemand in de buurt van verdachte en [slachtoffer] kwam, zijn hand terugtrok. Ook getuige [getuige] verklaart dat hij zag dat verdachte met zijn hand stiekem onder de tafel over het been van het jongetje zat te wrijven. Verder slaat de rechtbank acht op het ongemak dat zowel het [slachtoffer] als getuige [getuige] voelden bij de handelswijze van verdachte. Tot slot baseert de rechtbank haar oordeel op de hoogte van de plaatsing van de hand op het been van [slachtoffer] , waarbij getuige [getuige] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte met platte hand, vrij hoog op het bovenbeen van [slachtoffer] wreef.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank derhalve bewezen dat verdachte meermalen seksuele handelingen heeft verricht met [slachtoffer] , te weten het over de kleding aanraken en/of strelen van de knie en het bovenbeen van [slachtoffer] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
op 11 mei 2025 te [plaats] , meermalen, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het over de kleding aanraken en/of strelen van de knie en het bovenbeen van die [slachtoffer] .
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen omtrent een eventueel aan verdachte op te leggen straf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies van 1 december 2025, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft een jongen van destijds 14 jaar oud meermalen, in ieder geval 15 keer, in een tijdsbestek van zon anderhalf uur op zijn (boven)been aangeraakt en gestreeld. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan aanranding. De verdachte heeft daarmee niet alleen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] , maar ook misbruik gemaakt van zijn bijzonder kwetsbare positie ten gevolge van een bij hem vastgestelde verstandelijke beperking. Verdachte heeft met zijn handelen geen rekening gehouden met de geestelijke ontwikkeling van [slachtoffer] en de geringe mate waarin hij op dat moment in staat was de gevolgen van de hem opgedrongen seksuele handelingen te overzien. De handelingen vonden daarbij plaats op de voetbalvereniging waar [slachtoffer] veel kwam en dit had een plek moeten zijn waar hij zich veilig had moeten voelen. Als feit van algemene bekendheid geldt dat slachtoffers van dit soort delicten vaak nog lang nadelige (psychische) gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Dit blijkt ook uit de toelichting die gegeven is bij de vordering benadeelde partij. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.
De verdachte heeft over de aanranding verklaard dat hij zich enkel kan herinneren dat hij naar de voetbalvereniging is gegaan. Daarna zou verdachte tot de volgende ochtend een black-out hebben gehad. Hierdoor heeft verdachte, naar eigen zeggen, de aanranding op 11 mei 2025 moeten reconstrueren,
omdat hij zich door die black-out niets meer kan herinneren. Voor de oorzaak voor zijn black-out zou door zijn huisarts zijn gesproken over Transient Global Amnesia (hierna TGA), ofwel een tijdelijk algeheel geheugenverlies. Een eventuele black-out als gevolg van TGA is naar het oordeel van de rechtbank echter geen verklaring voor het gedrag van verdachte en doet ook niet af aan de strafwaardigheid van zijn handelen.
Verder houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft kennisgenomen van het advies van Reclassering Nederland van
1 december 2025. De reclassering heeft daarin opgenomen dat verdachte zijn leven op de rit heeft en in staat is om een taakstraf uit te voeren. De reclassering schrijft voorts dat verdachte ondersteuning heeft van een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige en hij vanwege onderhavige verdenking is verhuisd. Ook heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij van de voetbalvereniging is geroyeerd, hetgeen grote impact heeft op verdachte. Omdat verdachte zich onderhavige verdenking naar eigen zeggen niet kan herinneren, kan de reclassering vanuit haar professioneel oordeel geen inschatting maken van het risico op recidive. Op basis van de gecombineerde STATIC-99R en STABLE-2007 scores, wordt het recidiverisico echter ingeschat als laag. Gelet op het voorgaande adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.
De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank het aanraken of strelen van het geslachtsdeel niet bewezen heeft geacht en verdachte daarvan zal vrijspreken. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende sanctie in het onderhavige geval niet passend en geboden is. De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.
De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op wat in vergelijkbare gevallen is opgelegd, een taakstraf voor de duur van 150 uren passend en geboden.
Benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gehele gevorderde bedrag aan schadevergoeding voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gelet op de bepleite vrijspraak primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering gematigd dient te worden, omdat enkele aanrakingen van een knie of bovenbeen een schadevergoeding van 1.000,00 niet rechtvaardigt.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. De rechtbank overweegt hiertoe dat sprake is van een normschending door verdachte die naar haar aard ernstig is te noemen en die zeer ernstige gevolgen kan hebben voor de (geestelijke) gezondheid van de benadeelde partij, op grond waarvan de rechtbank aanneemt dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond hiervan heeft de benadeelde partij aanspraak op immateriële schadevergoeding. Rekening houdend met de aard en de ernst van het delict en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen, acht de rechtbank toekenning van een bedrag van 1.000,00 billijk. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 mei 2025.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f en 247 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 75 dagen zal worden toegepast.
Vordering van de benadeelde partij
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer] , te betalen:
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.000,00 euro (zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 10 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Ruijter, voorzitter, mr. H. Brouwer en mr. J. Faber, rechters, bijgestaan door mr. F.A. Bussman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2026.
1 Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 3, p. 78-79 en 94.