ECLI:NL:RBNNE:2026:2142

ECLI:NL:RBNNE:2026:2142

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer LEE 26/1356
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening over de omgevingsvergunningen voor het splitsen van gebouwen in 21 appartementen. BOPA. Bij de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet het college, als daar aanleiding voor bestaat, naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wel motiveren dat geen sprake is van evidente belemmeringen die aan de verwezenlijking van een bepaalde functie in de weg staan. Vastgesteld moet worden dat zich geen omstandigheden voordoen op grond waarvan het op voorhand aannemelijk is dat de vergunde buitenplanse omgevingsactiviteit niet kan worden gerealiseerd. College heeft niet kenbaar onderzocht en onderbouwd of op voorhand aannemelijk is dat de uitvoering van de vergunning onmogelijk is, maar dat kan naar voorlopig oordeel in bezwaar worden hersteld. De voorzieningenrechter ziet tenslotte ook in een belangenafweging geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Mede gelet op de geringe kans van slagen van het bezwaar wegen de belangen van verzoekers minder zwaar dan algemeen maatschappelijk belang bij het realiseren van woonruimte, de belangen van de toekomstige bewoners en de (financiële) belangen van vergunninghoudster.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 mei 2026 in de zaak tussen

[naam]

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 26/1356

en [naam]

en [naam],

[naam] ,

allen uit Assen, verzoekers.

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen (het college),

(gemachtigde: E.M. Venema).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Actium uit Assen (vergunninghoudster).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de omgevingsvergunningen voor het splitsen van gebouwen in 21 appartementen en het bouwen van bijbehorende bouwwerken aan de [adres] in Assen (de locatie).

Verzoekers zijn het niet eens met de omgevingsvergunningen. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of de bezwaren van verzoekers een redelijke kans van slagen hebben. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden die verzoekers bij het verzoek hebben gevoegd.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Het college heeft op 27 januari 2026 twee omgevingsvergunningen verleend voor het splitsen van gebouwen in 21 appartementen en het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de locatie.

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunningen en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers vragen de omgevingsvergunningen te schorsen tot op hun bezwaren is beslist.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker [naam] en zijn echtgenote, de gemachtigde van het college en [naam] namens vergunninghoudster.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

(Spoedeisend) belang

Vergunninghoudster is op 1 mei 2026, dus voor de zitting, al begonnen met de werkzaamheden en die werkzaamheden zijn nog steeds gaande. De hoorzitting voor de door verzoekers ingediende bezwaarschriften is op 9 juni 2026. Naar verwachting zal pas in juli 2026 een beslissing op bezwaar worden genomen, aldus het college ter zitting. Gelet op de duur van de bezwaarprocedure en de te verrichten bouwwerkzaamheden in die periode, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekers een voldoende spoedeisend belang hebben.

De voorzieningenrechter heeft niet onderzocht of alle verzoekers belanghebbenden zijn. Tussen partijen staat namelijk vast staat dat in ieder geval een aantal van hen belanghebbende is. Het college zal in de bezwaarprocedure voor verzoekers afzonderlijk moeten beoordelen of zij belanghebbenden zijn.

Toetsingskader

4. Op de bestreden besluiten zijn de Omgevingswet en (onder meer) het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing. Op grond van het Bkl wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gronden van verzoekers gaan vooral over deze evenwichtige toedeling. Zij zien alleen op de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsactiviteit. Verzoekers hebben geen gronden aangevoerd die specifiek zien op de omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit en de omgevingsvergunning voor de omgevingsplan-bouwactiviteit.

Voor de locatie geldt het Omgevingsplan gemeente Assen. Onderdeel daarvan is het bestemmingsplan Assen-Zuid, waarin de locatie de bestemming Woondoeleinden heeft. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan Assen-Zuid omdat daarin geen bovenwoningen zijn toegestaan en omdat de maximaal toegestane goothoogte van drie meter wordt overschreden bij de uitbouwen. Ook de facetbestemmingsplannen Woningsplitsing en woningomzetting en Parkeren zijn onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Assen. Het bouwplan is in strijd met het facetbestemmingsplan Woningsplitsing en woningomzetting, dat bouwen ten behoeve van woningsplitsing verbiedt. Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van deze regels. Uit rechtspraak volgt dat het college daarbij beleidsruimte heeft.

Onvoldoende aandacht voor flora en fauna en beschermde diersoorten

5. Verzoekers stellen dat ten onrechte geen ecologisch onderzoek of quickscan is uitgevoerd terwijl in de wijk onder andere vleermuizen, eekhoorns, egels, steenmarters en verschillende soorten muizen voorkomen. Zij vrezen verstoring van die beschermde diersoorten door het bouwplan en vinden dat niet duidelijk is of en welke mitigerende maatregelen zijn of worden getroffen om die verstoring te voorkomen. Als de werkzaamheden starten zonder nader onderzoek kan dat leiden tot onomkeerbare schade doordat beschermde diersoorten worden verstoord of gedood.

6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat onder de Omgevingswet voor verschillende activiteiten verschillende vergunningen kunnen worden verleend. Anders dan onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt niet het vereiste dat vergunningen voor verschillende activiteiten samen of tegelijk moeten worden aangevraagd, als die activiteiten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is aan de aanvrager om te bepalen wat wel en niet gelijktijdig met de buitenplanse omgevingsactiviteit wordt aangevraagd. Bij de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet het college, als daar aanleiding voor bestaat, naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wel motiveren dat geen sprake is van evidente belemmeringen die aan de verwezenlijking van een bepaalde functie in de weg staan. Vastgesteld moet worden dat zich geen omstandigheden voordoen op grond waarvan het op voorhand aannemelijk is dat de vergunde buitenplanse omgevingsactiviteit niet kan worden gerealiseerd. Daarvoor kan het college, als het gaat om flora en fauna, een ecologische quickscan of een kwalitatieve beoordeling uit (laten) voeren.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het college in de omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan niet kenbaar heeft onderzocht en onderbouwd of op voorhand aannemelijk is dat de uitvoering van de vergunning onmogelijk is. Nu het college dit niet heeft beoordeeld, kleeft er in zoverre een motiveringsgebrek aan het bestreden besluit. Dat geldt des te meer omdat in de onderbouwing bij de aanvraag, naar achteraf is gebleken ten onrechte, staat dat geen aanpassingen worden gedaan aan de buitengevel en dat er geen werkzaamheden worden verricht waarvoor onderzoek naar flora en fauna nodig is. De voorzieningenrechter ziet echter geen reden om het bestreden besluit vanwege dit gebrek te schorsen. Ter zitting is namelijk gebleken dat vergunninghoudster beschikt over een generieke ontheffing op grond van haar SoortenManagementPlan (SMP) en dat zij de werkzaamheden uitvoert overeenkomstig dat SMP. Vergunninghoudster heeft ter zitting toegelicht hoe dat in de praktijk gaat. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is gelet op deze werkwijze aannemelijk dat geen activiteiten zijn vergund, waarvan op voorhand aannemelijk is dat zij niet gerealiseerd kunnen worden. De voorzieningenrechter meent daarom dat het gebrek in de beslissing op bezwaar hersteld kan worden.

Participatie

7. Volgens verzoekers heeft het college de omwonenden ten onrechte niet betrokken bij het bouwplan. Zij stellen zich op het standpunt dat het in strijd is met de Omgevingswet en met de uitgangspunten van zorgvuldige besluitvorming en participatie dat is volstaan met de mededeling dat de bestaande wooneenheden worden omgebouwd naar 21 jongerenappartementen.

8. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan deze bezwaargrond niet slagen. Op grond van de Omgevingswet en de Omgevingsregeling heeft de aanvrager van een omgevingsvergunning de verplichting om bij de aanvraag kenbaar te maken of participatie heeft plaatsgevonden en, zo ja, op welke wijze en met welk resultaat. De Omgevingswet stelt geen inhoudelijke eisen aan (de vorm van) participatie. Ter zitting heeft het college uitgelegd dat vergunninghoudster aan die verplichting heeft voldaan. Er is een informatiebijeenkomst geweest en daarvan is een verslag is gemaakt. Daarom was de aanvraag volgens het college ontvankelijk. De voorzieningenrechter kan het college daarin volgen. Voor zover verzoekers menen dat voor dit bouwplan verplichte participatie van toepassing is, volgt de voorzieningenrechter hen daarin niet. Er geldt geen verplichte participatie voor een bouwplan dat voorziet in woningbouw op een locatie waar het Omgevingsplan de functie wonen toestaat.

Disproportionele woningtoename en onevenredige aantasting van de wijk

9. Volgens verzoekers neemt het aantal woningen als gevolg van het bouwplan substantieel toe. Door die toename en de doelgroep van jongeren zal het woon- en leefklimaat in de wijk ingrijpend en onevenredig veranderen. Verzoekers vrezen een ontwrichting voor de huidige bewoners van de wijk.

10. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan deze bezwaargrond niet slagen. Van een substantiële toename van het aantal woningen is naar zijn voorlopig oordeel geen sprake. De bestaande bestemming “Woondoeleinden” is ruim en laat veel verschillende woonvormen toe. In de gebouwen op de locatie waren eerder 13 woonzorgeenheden gevestigd en het bouwplan voorziet in de realisatie van 21 appartementen. De toename van het aantal wooneenheden is beperkt tot acht. Verder beperkt de omgevingsvergunning het gebruik van de woningen niet tot jongeren. De omgevingsvergunning regelt niet aan wie de appartementen verhuurd mogen worden. Het is de keuze van vergunninghoudster de appartementen te gaan verhuren aan starters op de woningmarkt en dat zullen in het algemeen jongeren zijn. De bestemming van de locatie blijft ongewijzigd regulier wonen (woondoeleinden), hetgeen door het college ter zitting ook is bevestigd. Door toevoeging van 21 (huur-)appartementen verandert mogelijk het karakter van de wijk enigszins, maar de voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat dat zal leiden tot een ingrijpende en onevenredige verandering van het woon- en leefklimaat en ontwrichting voor de huidige bewoners in de wijk.

Strijd met gemeentelijk beleid en afspraken over verkeersreductie

11. Volgens verzoekers leidt het bouwplan tot een toename van verkeersbewegingen in de wijk, terwijl van de zijde van de gemeente is toegezegd en in een amendement van 19 juni 2025 bevestigd, dat de verkeersdrukte en -overlast in de wijk zullen worden verminderd.

12. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan ook deze bezwaargrond niet slagen. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat de gevolgen van het bouwplan voor het verkeer dusdanig onevenredig zullen zijn dat de omgevingsvergunningen daardoor niet in stand kunnen blijven. Ter zitting is gebleken dat parkeer- en verkeersoverlast door auto’s in het overgrote deel van de wijk niet of nauwelijks valt te verwachten. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen op de locatie (19) ligt ruim boven de parkeernorm (10) en de afstand van de locatie naar de ‘uitgang’ van de wijk aan de Beilerstraat bedraagt slechts 100 meter. Voor wat betreft het loop- en fietsverkeer is ter zitting gebleken dat verzoekers in de bestaande situatie verkeersoverlast ervaren. Die verkeersoverlast wordt volgens hen veroorzaakt door bewoners van een nabijgelegen AZC en bewoners van de wijk Diepstroeten, die via de buurt van verzoekers van en naar het centrum van Assen lopen en fietsen. Hoewel de voorzieningenrechter kan begrijpen dat het vervelend is dat die situatie ondanks gestelde toezeggingen niet verbetert, ziet hij daarin geen aanleiding om aan te nemen dat de omgevingsvergunningen daarom niet in stand kunnen blijven. Daarbij overweegt hij dat de toename van het loop- en fietsverkeer door de wijk als gevolg van het bouwplan naar verwachting relatief beperkt zal blijven. Ook is van belang dat de bestaande bestemming “Woondoeleinden” ruim is en in beginsel veel verkeersbewegingen mogelijk maakt zodat de afwijking van het omgevingsplan voor wat betreft verkeersbewegingen relatief beperkt is.

13. De voorzieningenrechter ziet tenslotte ook in een belangenafweging geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De gronden van verzoekers zijn onvoldoende reden zijn om aan te nemen dat de omgevingsvergunningen in bezwaar geen stand houden. Het belang van verzoekers bij een voorziening is vooral gelegen in de bescherming van de flora en fauna en in het belang dat het loop- en fietsverkeer in de wijk verbetert. Die belangen wegen, mede gelet op de geringe kans van slagen van het bezwaar, niet op tegen het daartegenover staande algemeen maatschappelijk belang bij het realiseren van woonruimte, de belangen van de toekomstige bewoners en het de (financiële) belangen van vergunninghoudster.

Conclusie en gevolgen

14. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat vergunninghoudster gebruik mag (blijven) maken van de verleende omgevingsvergunning. Vergunninghoudster doet dit wel voor eigen rekening en risico zolang de verleende omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R. van der Velde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Volk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.J.J. Volk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand