ECLI:NL:RBNNE:2026:2179

ECLI:NL:RBNNE:2026:2179

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 18/227752-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Veroordeling wegens een ontploffing veroorzaken, mishandeling, poging tot zware mishandeling en vernieling tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. Daarbij ook oplegging van de maatregel als bedoeld in 38v Sr, inhoudende een contact- en locatieverbod.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/227752-25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

thans gedetineerd te [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 mei 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.H. Kappelhof, advocaat te Delfzijl.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.D. van Essen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 23 augustus 2025 te Groningen in en/of aan een woning, gelegen aan [adres] opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door

-een cobra, in elk geval (knal)vuurwerk, met vuur aan in aanraking te brengen en/of

-aan te steken en/of

-door een brievenbus van voornoemde woning te duwen terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een deurmat en/of plafonniere en/of andere aanwezige goederen te duchten was;

2. hij op of omstreeks 23 augustus 2025 te Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

-die [slachtoffer] (eerdere malen) (met kracht) een klap heeft gegeven en/of heeft geslagen (met zijn vuist) en/of haar heeft geraakt op en/of aan haar hoofd en/of gezicht (jukbeen) en/of

- die [slachtoffer] met beide armen en/of handen (met kracht)in en/of tegen de keel van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of die keel van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en/of

-die [slachtoffer] (meerdere malen) een trap heeft gegeven en/of die [slachtoffer] heeft geslagen op en/of tegen haar lichaam en/of waarbij die [slachtoffer] is geraakt in haar maag en/of haar buik en/of haar ribben terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 23 augustus 2025 te Groningen [slachtoffer] heeft mishandeld, door

-die [slachtoffer] (eerdere malen) (met kracht) een klap te geven en/of te slaan (met zijn vuist) en/of haar te raken op en/of aan haar hoofd en/of gezicht (jukbeen) en/of

- die [slachtoffer] (meerdere malen) een trap heeft gegeven en/of die [slachtoffer] heeft geslagen op en/of tegen haar lichaam en/of waarbij die [slachtoffer] is geraakt in haar maag en/of haar buik en/of haar ribben, Tengevolge waarvan die [slachtoffer] pijn en/of letsel opliep aan haar gezicht (jukbeen) en/of haar buik;

3. hij op of omstreeks 23 augustus 2025 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon (een iphone) en/of een apple watch, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of heeft weggemaakt;

4. hij op of omstreeks 16 november 2025 te Appingedam in de gemeente Eemsdelta ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

-die [slachtoffer] (met kracht) met zijn vuist op en/of tegen het gezicht heeft geslagen en/of heeft gestompt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 16 november 2025 te Appingedam in de gemeente Eemsdelta [slachtoffer] heeft mishandeld, door

-die [slachtoffer] (met kracht) met zijn vuist op en/of tegen het gezicht te slaan en/of te stompen ten gevolge waarvan [slachtoffer] een dikke lip en/of een of meerdere afgebroken en/of uitgeslagen en/of los zittende tand(en) opliep;

5. hij op of omstreeks 16 november 2025 te Appingedam in de gemeente Eemsdelta opzettelijk en wederrechtelijk een voorruit van een Fiat 500 personenauto voorzien van het kenteken [kenteken] in elk

geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van de onder 2 primair en 4 primair ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte een keer heeft getrapt, maar dat dit is gebeurd om zich te verdedigen tegen aangeefster en dat daarmee dus sprake is geweest van noodweer.

Indien de rechtbank desondanks tot een bewezenverklaring komt, dan is sprake van eenvoudige mishandeling. Ten aanzien van feit 3 dient verdachte te worden vrijgesproken, nu de aangifte niet wordt ondersteund door ander bewijs. Ook voor de feiten 4 en 5 is volgens de raadsman geen sprake van voldoende ondersteunend bewijs. Verdachte ontkent de mishandeling met klem en er is niemand die iets gezien heeft. Het tapgesprek tussen aangeefster en verdachte op 16 november 2025 is zo warrig dat daaruit geen bewijs kan worden gehaald. Indien de rechtbank het feit bewezen acht dan is de medische behandeling niet zodanig dat dit te kwalificeren is als zwaar lichamelijk letsel, zodat bij een bewezenverklaring sprake is van eenvoudige mishandeling. Ten aanzien van de vernieling van de autoruit brengt de raadsman naar voren dat er op de hand van verdachte geen enkele verwonding is aangetroffen en dat voor de vernieling dan ook geen sprake is van wettig en overtuigend bewijs.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2 primair en feit 5

De rechtbank acht het onder feit 2 primair en feit 5 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Feit 1

Nu verdachte feit 1 duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank ten aanzien van dit feit met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek woning ( [adres] )

d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 88 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verbalisant.

Feit 2 subsidiair en feit 3

De rechtbank acht de feiten 2 subsidiair en 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte ter zitting van 21 mei 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Ik was die avond bij [slachtoffer] en ik heb haar een trap in de buik gegeven. Ik was boos en er ontstond een worsteling.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 augustus 2025, opgenomen op pagina 10 e.v. van het dossier met nummer 2025227643 van 10 september 2025, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Op 23 augustus 2025 wilde [verdachte] bij mij slapen omdat hij geen plek had om te slapen. Ik had het idee dat hij onder invloed was van cocaïne en alcohol. Hij bleef maar schreeuwen met wartaal. Ik wilde niet dat er gerookt werd in mijn huis en zei dit tegen hem. Ik zag dat hij boos reageerde. Ik zei geef hier die sigaret en hij gaf hem niet en hij kwam steeds dichter bij mij staan en vervolgens zag en voelde dat ik werd geslagen door hem. Ik voelde een klap rondom mijn neus en mond. Ik voelde hierdoor pijn en zag ook bloed op mijn gezicht komen van de klap rondom mijn neus. Door de klap viel ik achterover op de grond. Ik bleef eerst zitten en ik zag dat hij vervolgens mijn mobiele telefoon in zijn handen had, een IPhone 16 plus in het roze. Ik zag dat hij deze kapot kneep en daardoor door midden ging. Het mes wat ik in mijn handen had, had hij afgepakt en ik zag dat hij nu twee messen in zijn handen had en hiermee dreigde naar mij. Vervolgens zag en voelde ik dat hij mij met zijn rechtervuist keihard op mijn gezicht sloeg. Dit deed hij een paar keer en hierdoor had ik pijn en letsel op mijn rechterjukbeen. Wat later dik werd en blauw en rood. Vervolgens werd ik op meerdere plekken op mijn lichaam geslagen. In mijn maag, ribben, hoofd. Dit deed hij ook door te trappen op mij. Hij greep de Apple Watch. Deze had hij meegenomen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 september 2025, opgenomen op pagina 29 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 24 augustus 2025 sprak ik telefonisch met getuige, een vriendin van aangeefster [slachtoffer] . Zij vertelde dat zij vroeg in de ochtend van 23 augustus 2023 omstreeks 07.05 uur, door [verdachte] wakker werd gebeld. Verder vertelde zij dat zij gedurende de 23ste als ook op de 24ste augustus, was bestookt met berichtjes gestuurd door [verdachte] , met hierin dreigende teksten. Getuige heeft screenshots van deze berichten aan verbalisant gestuurd.

Uitwerking geluidsbestand:gesprek met [verdachte] ( [verdachte] ).

[verdachte] : Ik, ik heb iets te hard geslagen. Zij heeft ook een bobbel op haar botox, nee grapje...Een bobbel op haar eh.. jukbeen. Dus ja. Toen begon ze te janken. En vervolgens zie ik haar in haar eh., eh.. smartwatch spreekt ze wat in naar [getuige 1] . Dus ik, dus ik, dus ik trek die eh.. eh.. Ja ik was echt facking agressief hoor. Maar in ieder geval. Ik pak die eh.. eh.. die horloge van haar af, van haar pols af en ik, en ik luister het bericht terug..

[verdachte] : ik trap haar in haar buik. Jongen, ze valt op de grond en begint te janken. Ik pak die mes af, ik gooi die mes naar buiten.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 september 2025, opgenomen op pagina 67 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Onderstaand geluidsbestand betreft een opname van een telefoongesprek tussen een vriendin van aangeefster [slachtoffer] en [verdachte] . [verdachte] belde in de vroege ochtend van zaterdag 23 augustus 2025 omdat hij opzoek was naar [slachtoffer] .

[verdachte] : Het feit dat ik jou bel is alleen omdat zij., niemand kan bereiken, ja en ze loopt nou met één volle, volle kankerbult op haar kankerhoofd. Heb ze zelf naar gemaakt, moetje maar geen mes voor mij gaan trekken. Niemand trekt een mes voor mij! Ik heb haar gezegd: trek die mes, steek mij neer, alsjeblieft steek mij neer! Ja en als je mij wil gaan opnemen, dan gaat die telefoon gewoon naar de kanker! Heel simpel! Heel simpel!

Vervolgens wil zij eh.. eh.. Vervolgens zie ik dat ze me opneemt. En hé luister, je wil me opnemen? Ja eh.. hey, ik pakje telefoon, ik breek hem doormidden jongen! Niemand gaat mij opnemen! Niemand! Anders moetje mij niet vragen om te komen daar. Ik ben net naar haar huis gereden. Ze was dr niet. Ja... Nu heb ik alles weggegooid man. Ze mag zelf zoeken waar die kankertelefoon van haar is, sowieso niet daar. Die smartwatch waar eh...ze

zogenaamd van [naam] heeft gekregen, zelf zeggen dat ze ook nog zelf moest bijbetalen.

[verdachte] : Niemand weet waar ze is. Ik heb haar overal gezocht! Zij wil wegrijden, toch? Zij wil mij ... Zij wil mij slaan? Vervolgens geef ik haar een (onverstaanbaar) op haar bek!

Oké luister, ik zeg je wel heel eerlijk... Ik heb haar wel kankerhard terug geslagen! Y: Ja, dat.. Ik denk datje zelf ook wel weet, dat dat niet oké is...

[verdachte] : Ja, dat is misschien ook niet oké. Maar ik laat me niet slaan. Ook al sla je mij met je platte hand, ik sla je gewoon kankerhard terug weetje! Niemand slaat mij, niemand! Niemand niet. Dan mag je man, vrouw zijn, transgender, interesseert me niet, niemand slaat mij. Niemand. Ik laat me door niemand slaan.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 augustus 2025, opgenomen op pagina 106 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

Op 23 augustus 2025 bevond ik mij in de slaapkamer van mijn woning aan [adres] . Ik sliep nog, maar werd wakker van een ruzie die voor mijn woning gaande was. Ik hoorde dat de ruzie zich afspeelde tussen een man en een vrouw. Ik zag en hoorde dat mijn buurvrouw [slachtoffer] ruzie had met een voor mij onbekende man. Toen beiden bij deze auto stonden, hoorde ik [slachtoffer] zeggen: 'Ik wil mijn Apple Watch terug', of woorden van gelijke strekking. Hierop antwoordde de man met: 'Ga weg, of ik ga je neersteken', of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat [slachtoffer] en de man elkaar duwden.

Bewijsoverwegingen

Verdachte heeft kort een relatie met aangeefster gehad. Vast is komen te staan dat dit een heftige relatie is geweest waarin verschillende incidenten zijn voorgevallen. Aangeefster heeft op twee verschillende momenten aangifte tegen verdachte gedaan waarin zij heeft verklaard over verschillende incidenten. Op 23 augustus 2025 doet zij aangifte van mishandeling en vernieling. Ten aanzien van de mishandeling heeft verdachte verklaard dat het klopt dat hij haar heeft geschopt, maar dat dit is gebeurd om zichzelf te verdedigen. Dat aangeefster verwondingen heeft gehad in haar gezicht kan volgens verdachte komen door een worsteling die is ontstaan. Daarnaast heeft aangeefster verklaard dat verdachte tijdens deze ruzie haar telefoon kapot heeft gemaakt en haar Apple Watch heeft weggemaakt.

Feit 2 subsidiair Mishandeling

Voor de bewezenverklaring van mishandeling moet worden vastgesteld dat opzettelijk pijn of letsel aan een ander is toegebracht. Vereist is het opzet van verdachte om pijn of letsel toe te brengen. De rechtbank stelt vast dat het dossier voldoende aanknopingspunten bevat om te kunnen spreken van mishandeling. Er

ligt een aangifte en in het dossier zit een foto van verwondingen op het gezicht van aangeefster. Daarnaast heeft verdachte vlak na het incident verschillende mensen gebeld. Verbalisanten hebben de gesprekken tussen verdachte en deze personen uitgewerkt. Uit deze gesprekken volgt duidelijk dat verdachte zelf ook aangeeft haar heel hard geslagen te hebben en dat aangeefster nu met een bult op haar jukbeen loopt.

De rechtbank is van oordeel dat het hiermee niet anders kan dan dat verdachte het heeft over hetzelfde incident als waarvan aangeefster aangifte heeft gedaan en dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling. Dat verdachte een trap heeft gegeven tegen het lichaam van aangeefster ontkent hij niet, maar hij beroept zich ten aanzien van deze trap op noodweer.

Noodweer

Een beroep op noodweer komt erop neer dat de wederrechtelijkheid van het handelen van verdachte ontbreekt, zodat het feit niet kan worden bewezen en verdachte moet worden vrijgesproken van de mishandeling. De rechtbank stelt voorop dat van noodweer alleen sprake kan zijn als de gedraging van verdachte een verdediging is tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Dat betekent dat gedragingen die als aanvallend moeten worden gezien, gericht op een confrontatie of deelneming aan een gevecht, geen grondslag kunnen vormen voor een geslaagd beroep op noodweer.

De feiten en omstandigheden die ten grondslag zijn gelegd aan het beroep op noodweer te weten dat de verdachte eerst werd aangevallen omdat aangeefster een mes zou hebben gepakt en dat hij zich enkel heeft verdedigd tegen deze aanval zijn niet aannemelijk geworden, nu die geen steun vinden in (de rest van) het dossier. Uit de verklaring van aangeefster en uit de twee verschillende telefoongesprekken volgt immers dat het de verdachte is geweest die geweld toepaste en haar, naast het schoppen, ook heel hard heeft geslagen, zoals verdachte zelf meermalen noemt in de telefoongesprekken. Weliswaar kan het zijn dat aangeefster een mes in handen heeft gehad, maar de rechtbank acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar waarin zij heeft verklaard dat zij een mes pakte om zichzelf te verdedigen tegen verdachte. Volgens de rechtbank is niet vast komen te staan dat een wederrechtelijke aanranding van de kant van aangeefster dreigde waarbij verdachte zich had moeten verdedigen. Verdachte heeft daarbij verklaard dat hij sneetjes had op zijn handen door het mes dat aangeefster zou hebben vastgehad, maar dit past eveneens bij zijn eigen verklaring dat hij het mes van aangeefster heeft afgepakt. De rechtbank zal dit beroep op noodweer verwerpen en is van oordeel dat feit 2 subsidiair wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Feit 3

Vernieling telefoon en wegmaken Apple Watch

Verdachte ontkent de telefoon te hebben vernield en de Apple Watch te hebben meegenomen. Volgens de verdediging zit ten aanzien van dit feit geen ondersteunend bewijs in het dossier anders dan alleen de aangifte. De rechtbank deelt dit standpunt niet en is van oordeel dat ook voor dit feit voldoende bewijs in het dossier zit. Uit het telefoongesprek, uitgewerkt in het proces-verbaal bevindingen op pagina 67 e.v., blijkt dat verdachte zelf zegt dat hij de telefoon pakt en doormidden breekt omdat aangeefster hem zou willen opnemen. Vervolgens heeft hij het ook over een Apple Watch en dat hij nu alles heeft weggegooid. Daarnaast verklaart getuige Middel te hebben gehoord dat aangeefster tegen verdachte riep haar Apple Watch terug te willen. Verdachte heeft hierover geen andere geloofwaardige verklaring afgelegd waaruit kan blijken dat de vernieling dan wel het wegmaken niet is gebeurd, dan wel dat zijn opmerkingen zouden zijn te relateren aan een ander voorval en aan een andere telefoon en een andere Apple Watch dan die van aangeefster. De rechtbank stelt vast dat feit 3, op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in samenhang gezien, wettig en overtuigd kan worden bewezen.

Feit 4 primair

De rechtbank acht feit 4 primair eveneens wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Op 15 november 2025 werd ik wakker aan het einde van de ochtend. [verdachte] belde mij wakker. Hij gaf aan dat ik naar Appingedam moest komen en hem naar de kapper moest brengen. Hij bleef maar herhalen dat ik hem moest komen ophalen. Ik moest hem ophalen van een feestje van zijn neef. We zijn toen naar [bedrijf] gelopen. [verdachte] stapte uit de auto en gooide de autodeur heel hard dicht. Ik zag dat hij naar voren liep en toen zag ik dat hij met vuist op mijn voorruit van mijn auto sloeg. Ik schrok echt heel erg. Ik verstijfde eerst. Er zat een hele grote ster in mijn raam. Ik weet nog dat ik mij toen heel slecht voelde. Ik weet nog dat ik ook geroepen heb: "Nee, niet mijn auto" of woorden van gelijke strekking. Nadat ik verstijfde, kwam ik tot besef wat hij mij allemaal aan heeft gedaan. Het voelde even

of het allemaal niet meer uit maakte. Ik ben de auto uitgerend en ben achter [verdachte]

aangelopen. Toen ik bij hem was heb ik hem een duw gegeven. Ik duwde hem tegen de zijkant van zijn lichaam. Ik zag dat [verdachte] door de val in de bosjes terecht kwam. Ik voelde toen meteen dat mijn hele lijf verstijfde. Door mijn hoofd ging, heb ik dit echt gedaan. Ik voelde ook een beetje trots dat ik voor mijzelf was opgekomen. Ik stond alleen aan de grond genageld en mijn lijf wilde niet weg. Vervolgens zag ik dat [verdachte] op stond. Dit ging heel snel. Hij viel en stond eigenlijk meteen weer op en we keken in elkaars

ogen. Meteen zag ik ook dat hij met zijn vuist mij in mijn gezicht sloeg. Ik zie zijn vuist, dan voel ik meteen veel pijn aan mijn mond, vooral aan mijn tanden en mijn kaken. Ik weet dat ik toen naar achteren viel. Ik heb deze val niet tegen kunnen houden. Ik ben recht achterover gevallen op mijn achterhoofd.

Daarna was het licht uit. Ik kan mij dan even niet meer herinneren wat er gebeurde. Ik kan u vertellen dat ik het volgende letsel heb opgelopen:

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2025, opgenomen op pagina 42 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

In het lopende onderzoek heb ik de opname met de meldkamer uitgewerkt. Centralist: Hoe heet het cafe zei je?

NNV: [bedrijf] .

Centralist: Wat is daar aan de hand?

NNV: Er was net een flinke ruzie. En is nu een meisje hier binnen waarvan haar vriend of haar ex, de tanden uit haar mond heeft geslagen.

Centralist: je kent ze dus verder niet je zag het gewoon gebeuren?

NNV: Ja, ik zag het wel gebeuren. Maar ik weet wel de man die haar geslagen heeft. Centralist: Is die ook nog binnen?

NNV: Euh nee, nu momenteel niet. Ik weet niet of hij nu hier nog in de buurt is, maar die kans is er wel.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2025, opgenomen op pagina 45 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op 16 november 2026 waren wij belast met afhandeling incidenten. Op genoemde dag en datum kwamen wij ter plaatse en vervoegden ons bij het personeel van " [bedrijf] " en de vrouw (slachtoffer) welke mishandeld zou zijn. Wij zagen dat het slachtoffer erg emotioneel was. Wij hoorden het slachtoffer zeggen " [verdachte] heeft mijn tanden uit mijn bek geslagen" of woorden van gelijke strekking. Wij zagen dat het slachtoffer aan het huilen was en tegen het hyperventileren aan zat. Wij zagen dat het slachtoffer 1 schoen aan had. Wij zagen meerdere mensen aan de tafel zitten welke vertelden dat zij aangifte tegen [verdachte] moest doen.

Bewijsoverwegingen

Na de incidenten op 23 augustus 2025 is aan verdachte onder meer een contactverbod met aangeefster opgelegd. Uit het dossier is gebleken dat verdachte en aangeefster toch weer contact met elkaar hebben gehad, hetgeen verdachte ook niet heeft ontkend. Op 16 november 2025 hebben aangeefster en verdachte elkaar weer gezien. Aangeefster zou verdachte hebben opgehaald nadat hij haar meerdere keren had gebeld. Zij zijn naar een café in Appingedam gereden. Op het moment dat ze uit de auto stapten vinden opnieuw incidenten plaats tussen aangeefster en verdachte. Volgens aangeefster zou verdachte op de autoruit hebben geslagen, zij gaf hem daarom een duw, waarna verdachte met een vuist in het gezicht van aangeefster zou hebben geslagen.

Poging tot zware mishandeling

De rechtbank merkt vooraf op dat zij niet aannemelijk acht dat verdachte de betreffende avond niet met aangeefster is geweest en dat hij niets van de incidenten afweet. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij aangeefster die avond heeft gezien bij café [bedrijf] , hetgeen eveneens uit de nadien getapte gesprekken tussen hen is gebleken. Daarnaast heeft een anonieme melder verklaard het incident gezien te hebben, waarbij aangeefster de tanden uit de mond werd geslagen door een man die hij kennelijk herkende als haar vriend of ex. De melder verklaart te weten wie de man is, maar wil geen problemen met die man. De verbalisanten treffen aangeefster vervolgens emotioneel, en met gebroken tanden, aan in het café waar verdachte en aangeefster samen naar toe zijn gereden. Ze horen haar zeggen dat [verdachte] de tanden uit haar mond heeft geslagen. Gelet hierop staat het voor de rechtbank vast dat het verdachte is geweest die aangeefster de tanden uit de mond heeft geslagen. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor een alternatief scenario.

Om te komen tot een bewezenverklaring van (een poging tot) het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, moet allereerst worden beoordeeld of deze handelingen van verdachte een kans op zwaar lichamelijk letsel kunnen opleveren. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel, in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. Verdachte moet hebben beoogd dat door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, waarop hij vol opzet had dan wel opzet in voorwaardelijke zin.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte opzet heeft gehad op een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangeefster. Uit het dossier is gebleken dat er tanden van aangeefster zijn afgebroken en de rechtbank stelt vast dat de stomp op het gezicht van aangeefster dan ook met een aanzienlijke kracht moet zijn toegebracht. De rechtbank is daarmee van oordeel dat deze gedraging naar zijn uiterlijke verschijningsvorm dient te worden aangemerkt als zo zeer gericht op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op het intreden van zwaar lichamelijk letsel heeft aanvaard. De rechtbank is van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan

aangeefster. De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 primair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1, 2 subsidiair, 3 en 4 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. hij op 23 augustus 2025 te Groningen in een woning, gelegen aan [adres] opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door

-een cobra, in elk geval (knal)vuurwerk, met vuur aan in aanraking te brengen en

-aan te steken en

-door een brievenbus van voornoemde woning te duwen terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een deurmat en plafonniere en andere aanwezige goederen te duchten was;

2. hij op 23 augustus 2025 te Groningen [slachtoffer] heeft mishandeld, door

-die [slachtoffer] met kracht te slaan met zijn vuist op haar jukbeen en

- die [slachtoffer] een trap heeft gegeven tegen haar lichaam, tengevolge waarvan die [slachtoffer] pijn en letsel opliep aan haar gezicht (jukbeen) en haar buik;

3. hij op 23 augustus 2025 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon (een iphone) en een apple watch, die geheel aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft vernield en heeft weggemaakt;

4. hij op 16 november 2025 te Appingedam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

-die [slachtoffer] met kracht met zijn vuist tegen het gezicht heeft gestompt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; 2 subsidiair. mishandeling;

3. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en wegmaken;

4 primair. poging tot zware mishandeling.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 5 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.

Daarnaast vordert zij op grond van artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr) een dadelijk uitvoerbaar te verklaren contactverbod en locatieverbod voor de duur van 5 jaren, ten behoeve van [slachtoffer] . Het locatieverbod dient primair voor de gemeente Groningen te gelden en subsidiair voor de stad Groningen. Als het verbod wordt overtreden, dient er een hechtenisstraf van 2 weken te volgen. Op iedere volgende overtreding volgt daarna een hechtenisstraf van telkens 1 week langer tot een maximum van 6 maanden. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr zal worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies

d.d. 14 mei 2026, het pro-Justitiarapport van 20 maart 2026 en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, mishandeling, een poging tot zware mishandeling en vernieling. Dit alles ten aanzien van aangeefster, zijn ex-partner, waarmee hij een kortstondige, maar heftige relatie heeft gehad. Verdachte heeft haar hard tegen het gezicht geslagen. Een paar maanden later heeft hij haar zelfs zo hard geslagen dat er tanden uit haar mond zijn geslagen en zijn afgebroken. De rechtbank kan hierdoor niet anders dan vaststellen dat verdachte met heel veel kracht moet hebben geslagen. Uit het dossier blijkt eveneens dat aangeefster kort buiten bewustzijn is geweest na deze klap. Verdachte heeft met dit handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster en haar niet alleen fors letsel, maar ook psychische schade bezorgd. De psycholoog heeft vastgesteld dat aangeefster een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) heeft opgelopen. Zij heeft dagelijks last van extreme angsten, nachtmerries en slaapproblemen. De impact van het gedrag van verdachte op aangeefster is enorm geweest, zoals ook blijkt uit de door haar ter terechtzitting afgelegde verklaring.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport en op het psychologisch rapport betreffende verdachte. Er wordt in beide rapporten uitgegaan van een verhoogd risico op gewelddadig gedrag, in het bijzonder in situaties van relationele conflicten, frustratie of middelengebruik en wanneer onvoldoende structuur of toezicht aanwezig is. Daarnaast is verdachte meerdere malen veroordeeld voor geweldsdelicten. Zijn voorgeschiedenis maakt eveneens dat de reclassering een hoge kans op recidive inschat. Ook het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog. Er is sprake van een gebrek aan een hulpvraag en van beperkte ontvankelijkheid voor begeleiding en toezicht.

Ter terechtzitting heeft verdachte de feiten grotendeels ontkend. Hij heeft geen openheid van zaken gegeven en geen verantwoordelijkheid genomen voor hetgeen hij zijn ex-partner heeft aangedaan. Op dit moment lijkt hij zich niet te realiseren dat hij fout is geweest en wat hij met zijn handelen teweeg heeft gebracht bij aangeefster. De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsdelicten en dat hij het laatste bewezenverklaarde feit heeft gepleegd, terwijl hij nog in een schorsingstoezicht liep, waarin hij een contactverbod met het slachtoffer had. Het baart de rechtbank zorgen dat dit verbod verdachte er niet van heeft weerhouden om opnieuw het contact met aangeefster op te zoeken. Ook hiermee houdt de rechtbank rekening.

Gevangenisstraf

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr)

Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten ziet de rechtbank aanleiding aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte zich gedurende drie jaren niet zal ophouden in de stad Groningen, met uitzondering van de ringweg te Groningen, en op geen enkele wijze direct of indirect contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren te [geboortedatum] 1999. De rechtbank zal bepalen dat voor iedere keer dat verdachte voornoemde maatregel overtreedt, 2 weken vervangende hechtenis zal worden toegepast, tot een maximum van 6 maanden.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr)

De rechtbank zal de maatregel van artikel 38z Sr echter niet opleggen, omdat naar haar oordeel het risico op herhaling met de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr afdoende kan worden ingeperkt.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 38v lid 4 Sr zal de rechtbank de vrijheidsbeperkende maatregel en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren, nu er ernstig rekening mee moet worden

gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 43.680,83 ter vergoeding van materiële schade en 10.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De vordering is als volgt opgebouwd:

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van de materiële schade alle posten een rechtstreeks gevolg zijn van de strafbare feiten en dat de posten voldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de toekomstige schade brengt zij naar voren dat de prognose van de tanden op dit moment niet met zekerheid is vast te stellen. Een deel van de gevorderde kosten acht zij dermate aannemelijk, waarbij zij ten aanzien van de hoogte (nu begroot op ongeveer 27.000 euro) de rechtbank verzoekt gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid. De immateriële schade verzoekt de officier van justitie toe te wijzen.

Standpunt van de verdediging

Gelet op de bepleite vrijspraak ten aanzien van de mishandelingen is de raadsman primair van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen.

Subsidiair brengt de raadsman naar voren dat de tenaamstelling op de factuur van de voorruit van de auto is verwijderd. Ten aanzien van de kosten van de spoedeisende hulp, consult tandarts en de wortelkanaalbehandelingen brengt de raadsman naar voren dat dit mogelijk onder een verzekering valt.

De kosten van de orthodontist heeft volgens hem deels te maken met verfraaiing van het gebit. Ten aanzien van de toekomstige schade is hij van mening dat niet met zekerheid is te zeggen dat sprake is van noodzakelijkheid van de behandelingen, hetgeen ook geldt voor de kronen en implantaten. Tot slot is de raadsman van mening dat van noodgedwongen verhuizing geen sprake kan zijn nu verdachte in die periode vast zat.

Ten aanzien van de immateriële schade brengt de raadsman naar voren dat in vergelijkbare zaken wordt uitgegaan van ongeveer 3.000,00.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De vordering ter zake de kosten voorruit auto van 300,00 zal door de rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de rechtbank feit 5 waaruit de door de benadeelde partij gevorderde schade zou zijn ontstaan niet bewezen acht.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de overige gevorderde materiële kosten, met uitzondering van gedeeltelijk de kosten verhuizing en gedeeltelijk de toekomstige kosten kronen en implantaten, heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten.

De volgende schadeposten worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 november 2025:

in totaal een bedrag van 19.418,49.

Kosten verhuizing

Ten aanzien van de verhuiskosten acht de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partij schade heeft geleden. Dat aangeefster tijdelijk tegen betaling ergens anders heeft gewoond blijkt niet uit de stukken, waardoor niet beoordeeld kan worden of aangeefster door het doorbetalen van haar huur, gas en elektra extra kosten heeft gemaakt. De vordering zal in zoverre dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De kosten voor aanschaf van de videodeurbel worden wel toegewezen, zoals hiervoor benoemd.

Toekomstige kosten kronen en implantaten

Op grond van artikel 6:105 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter toekomstige schade toewijzen. De rechtbank merkt op dat de gevorderde toekomstige kosten nog onzeker zijn en het niet duidelijk is welke kosten daadwerkelijk gemaakt gaan worden. Dat de kosten voor de definitieve reparatie van de beschadigde voortanden nog gemaakt zullen worden, acht de rechtbank aannemelijk, zodat het bedrag van 2.690,20 toegewezen zal worden. Daarnaast zal de rechtbank ook het bedrag voor één volledige behandelronde ter vervanging van de twee voortanden toewijzen. Dit bedrag bedraagt 6.810,20. De rechtbank merkt daarbij op dat de gevorderde toekomstige kosten die zien op meerdere behandelrondes nog onzeker zijn en dat het niet duidelijk is hoeveel behandelrondes nodig zullen zijn en welke kosten dan ook daadwerkelijk gemaakt gaan worden.

De toekomstige kosten die zien op kronen en implantanten worden dan ook gedeeltelijk toegewezen

voor een bedrag van 9.500,40 en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezen verklaarde feiten immateriële schade heeft geleden. Aan de wettelijke vereisten genoemd in artikel 6:106 BW is voldaan. Door de gedragingen van verdachte is de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij geschonden. Gelet op alle omstandigheden van dit geval stelt de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast op een bedrag van 10.000,00. Bij de begroting heeft de rechtbank de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van de aan de verdachte te maken verwijten laten meewegen en voorts gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Verder is aansluiting gezocht bij de bedragen zoals opgenomen in de Rotterdamse schaal, met inachtneming van de Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art.

6:106 BW. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder acht geslagen op de bandbreedtes van de genoemde smartengeldbedragen en de aanbeveling met betrekking tot gezichtsletsel en geestelijk letsel (aanbeveling 9 en 14 bij de Rotterdamse schaal).

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade aldus

toewijzen tot een bedrag van 10.000,00.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

Veroordeling in de kosten

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 38v, 38w, 45, 57, 157, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 primair en feit 5 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 primair ten laste gelegde feiten bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Legt aan verdachte op de vrijheidsbeperkende maatregel, als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, voor een periode van 3 jaren, inhoudende:

- dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact opneemt, zoekt

of heeft met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1999;

- dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet in de stad Groningen bevindt, met uitzondering van de

ringweg van Groningen, zolang het openbaar ministerie en de reclassering dit verbod nodig vinden.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximale duur van 6 maanden.

Bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.

Beveelt dat de vrijheidsbeperkende maatregel, zoals bedoeld in artikel 38v Wetboek van Strafrecht, inhoudende het contact- en locatieverbod, en het hierop uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar is.

Benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer] te betalen:

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering die ziet op de kosten voorruit auto ( 300,00), een deel van de toekomstige kosten kronen en implantaten ( 20.430,60) en de verhuiskosten (met uitzondering van de toegewezen kosten voor de videodeurbel) niet-ontvankelijk. Deze delen van de vordering kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen een bedrag van 29.418,49 (zegge: negenentwintig duizend vierhonderd achttien euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 19.418,49 aan materiële schade en

10.000,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 156 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. van der Kuijl, voorzitter, mr. H. de Ruijter en mr. H.K. de Haan, rechters, bijgestaan door mr. J.H. Nieboer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juni 2026.

Mr. De Haan en mr. Nieboer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.S. van der Kuijl
  • mr. H. de Ruijter
  • mr. H.K. de Haan

Griffier

  • mr. J.H. Nieboer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand