RECHTBANK Noord-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer hoofdzaak: C/19/147399 / HA ZA 24-51,
Zaaknummer vrijwaringszaak: C/19/148762 / HA ZA 24/122
Vonnis van 15 april 2026
in de hoofdzaak van
[eiser] . B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] .,
advocaat: mr. M.A. Schuring,
tegen
1. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] ,
te [plaats] , hierna te noemen: [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats] , hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,3. [gedaagde sub 3],
te [plaats] , hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,4. [gedaagde sub 4],
te [plaats] , hierna te noemen: [gedaagde sub 4] ,5. [gedaagde sub 5],
te [plaats] , hierna te noemen: [gedaagde sub 5] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaten: mr. J.K. Schoonhoven en mr. I.M. Peeperkorn.
en
in de vrijwaringszaak van
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] ,
te [plaats] ,
eiseres in vrijwaring,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] ,
advocaat: mr. J.K. Schoonhoven,
tegen
1. [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V.,
te [plaats] ,
2. [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V.,
te [plaats] ,
3. [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V.,
te [plaats] ,
4. [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V.,
te [plaats] ,
5. [gedaagde sub 5 in vrijwaring],
te [plaats] ,
6. [gedaagde sub 6 in vrijwaring],
te [plaats] ,
7. [gedaagde sub 7 in vrijwaring],
te [plaats] ,
gedaagden in vrijwaring,
hierna samen te noemen: [gedaagden in vrijwaring] ,
advocaat: mr. M. Schuring.
1. De verdere procedure in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 juli 2024;
- de dagvaardingen in vrijwaring van gedaagden sub 1 tot en met 7 met producties 1 tot en met 26;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 44;
- de conclusie van antwoord in vrijwaring met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van repliek tevens wijziging van eis met producties 27 tot en met 30;
- de conclusie van dupliek in vrijwaring tevens akte uitlating wijziging van eis;
- het verzoek van [eiser] . van 18 februari 2025 om een mondelinge behandeling te bepalen;
- de akte overlegging productie 4 van [eiser] .;
- de akte overlegging productie 45 van [gedaagden] ;
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van de advocaten van [gedaagden] ;
- de spreekaantekeningen van de advocaat van [eiser] .
Partijen hebben ter zitting verklaard dat alle processtukken integraal tot beide procedures behoren.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] en [gedaagde sub 4] zijn gehuwd. [gedaagde sub 5] is de moeder van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] .
Op 27 oktober 2014 heeft [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. de onderneming [bedrijf] C.V. – waarvan [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] de enig beherend vennoot was – overgenomen en [eiser] . opgericht. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] is per 1 november 2014 in dienst getreden als statutair directeur van [eiser] .
Ten tijde van de overname en aanstelling van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] als statutair directeur, dreef [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] nog een eenmanszaak, [gedaagde sub 2] . [eiser] . en [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] hebben in de overname overeenkomst – onder meer – opgenomen:
“Artikel 4 Verkoop overige activiteiten/kwijting stille vennoot
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] zal haar activiteiten onder de naam [gedaagde sub 2] zodanig afbouwen, liquideren of verkopen, dat zij binnen 6 maanden na ondertekening van deze overeenkomst daarvoor geen inhoudelijke activiteiten en/of werkzaamheden behoeft te verrichten.”
In de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] . en [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] is – onder meer – opgenomen:
“Artikel 10
“De directeur besteedt alle beschikbare tijd aan de vennootschap en verricht geen
nevenactiviteiten. Het specifieke geval [gedaagde sub 2] is een uitzondering. De directeur mag
wel aandeelhouder blijven, maar verder geen bemoeienis meer hebben met [gedaagde sub 2] .
Een en ander staat beschreven in de overeenkomst tussen [bedrijf]
en vennootschap.”
In de Kamer van Koophandel staat ingeschreven dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] vanaf 20 oktober 2015 tot 1 september 2018 bestuurder was van de op 20 oktober 2015 opgerichte besloten vennootschap [gedaagde sub 2] B.V. Daarna is [gedaagde sub 4] bestuurder geweest tot 30 juni 2023, waarna [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] opnieuw bestuurder is geworden. [gedaagde sub 2] is een handelsnaam van [gedaagde sub 2] B.V.
[gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zijn sinds respectievelijk 18 september 2018 en 11 januari 2019 bestuurders van [gedaagde sub 3] . Ook [naam 1] , de inmiddels overleden vader van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , was bij leven betrokken bij [gedaagde sub 3] .
Brick Detachering heeft in de jaren 2019 tot en met 2023 minimaal voor
€ 324.028,81 (inclusief btw) en maximaal voor € 330.674,55 (inclusief btw) aan [eiser] . gefactureerd en betaald gekregen. [gedaagde sub 3] heeft in de jaren 2016 tot en met 2023 voor minimaal € 162.441,43 (inclusief btw) en maximaal € 162.768,09 (inclusief btw) aan [eiser] . gefactureerd en betaald gekregen.
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] is per 31 juli 2023 uit dienst getreden als statutair directeur van [eiser] .
[eiser] . heeft conservatoir beslag gelegd op bankrekeningen van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] .
3. Het geschil
in de hoofdzaak
[eiser] . vordert dat de rechtbank, bij vonnis en uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk, des de één zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt tot:
I. betaling van € 330.674,55 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van betaling;
II. vergoeding van de buitengerechtelijke kosten tot een beloop van € 3.428,37;
III. betaling van de kosten van deze procedure, daaronder inbegrepen een bedrag aan salaris voor de advocaat van [eiser] ., alsmede alle na dit vonnis ontstane kosten.
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, des de één zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen tot:
I. betaling van € 162.768,09 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van betaling;
II. vergoeding van de buitengerechtelijke kosten tot een beloop van € 2.402,68;
III. betaling van de kosten van deze procedure, daaronder inbegrepen een bedrag aan salaris voor de advocaat van [eiser] ., alsmede alle na dit vonnis ontstane kosten.
[eiser] . legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij door [gedaagden] is bedrogen dan wel dat zij onrechtmatig hebben gehandeld. [gedaagden] hebben [eiser] . ertoe bewogen tot betaling over te gaan van de facturen van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] , ondernemingen die werden gerund door de echtgenoot en moeder van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , zonder dat aan deze facturen enige dienstverlening ten grondslag heeft gelegen. Deze komen derhalve voor vernietiging in aanmerking, waardoor [eiser] . een vordering uit onverschuldigde betaling dan wel onrechtmatig handelen krijgt op [gedaagde sub 2] ad € 273,284,75 (excl. btw)/
€ 330.674,55 (incl. btw) en op [gedaagde sub 3] ad € 134.519,08 (excl. btw)/€ 162.768,09 (incl. btw).
De (oud) bestuurders ( [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] ) van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn bestuurdersaansprakelijk. Zij hebben spookfacturen verzonden. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] is als toenmalig bestuurder van [eiser] . ook aansprakelijk omdat zij de facturen heeft geaccordeerd en laten uitbetalen terwijl zij wist dat de facturen niet betaald hadden mogen worden. [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] en [gedaagde sub 4] zijn hoofdelijk (mede) aansprakelijk voor terugbetaling van vorderingen van [eiser] . op [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] . [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de vordering van [eiser] . op [gedaagde sub 3] .
[gedaagden] voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] ., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] ., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] . in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[gedaagden] voeren aan dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] jarenlang in opdracht van [eiser] . substantiële werkzaamheden hebben uitgevoerd. Er is geen sprake van bedrog omdat er geen sprake is van een kunstgreep noch van opzet. [eiser] . was op de hoogte van de projecten en financiën en dus ook van de werkzaamheden en facturen van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] . Evenmin is er causaal verband tussen de kunstgreep en de rechtshandeling. Er kan daarom geen sprake zijn van onverschuldigde betaling. Er is ook geen sprake van onrechtmatig handelen omdat er geen sprake is van een onrechtmatige daad, toerekenbaarheid of schade. Een causaal verband tussen de vermeende onrechtmatige gedraging en de gestelde schade ontbreekt. Daarnaast is er niet voldaan aan het relativiteitsvereiste ex art. 6:163 BW. Mocht er wel sprake zijn van een onrechtmatige daad waarvoor [gedaagde sub 3] en/of [gedaagde sub 2] aansprakelijk zijn, dan hebben [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] niet ernstig verwijtbaar gehandeld. [gedaagde sub 5] bekleedde feitelijk een papieren functie, alle (bestuurs)taken van [gedaagde sub 3] werden door [gedaagde sub 4] uitgevoerd. Daarnaast zijn de vorderingen van [gedaagde sub 3] van 2017, 2018 en 4 maart 2019 ad € 26.224,27 verjaard. Bovendien is de hoogte van de vorderingen onjuist omdat er inclusief btw wordt teruggevorderd en [gedaagde sub 2] € 324.028,81 inclusief btw heeft gefactureerd en [gedaagde sub 3]
€ 162.441,43 inclusief btw in plaats van respectievelijk € 330.674,55 en € 162.768,09.
Voor het geval de vorderingen worden toegewezen, voeren [gedaagden] aan dat er sprake is van eigen schuld van 75% van [eiser] . omdat het meerhoofdige bestuur van [eiser] . over alle facturen en urenspecificaties beschikte en intensief communiceerde over de financiën, zodat de vermeende onregelmatigheden ontdekt hadden moeten worden. [gedaagden] voeren verweer tegen de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad. [gedaagden] hebben onvoldoende middelen om de gevorderde bedragen te kunnen voldoen. Bij een eventuele veroordeling zullen zij hoger beroep instellen en aangezien [eiser] . wellicht in zwaar weer verkeert, vormt dit een aanzienlijk restitutierisico. Ten slotte voeren [gedaagden] verweer tegen de gevorderde proces-, beslag- en buitengerechtelijke kosten.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in de vrijwaringszaak
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] vordert - na wijziging van eis - dat de rechtbank, bij vonnis en uitvoerbaar bij voorraad:
I. verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] , [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] , [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] gezamenlijk met [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser] . geleden schade over de periode van 12 mei 2017 tot 15 februari 2019, waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld;
II. verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] , [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] , [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] gezamenlijk aansprakelijk zijn voor in totaal 75% van het bedrag waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] over de periode van 12 mei 2017 tot 15 februari 2019 in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld;
III. [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. en/of [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] veroordeelt tot betaling binnen veertien dagen aan [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] van in totaal 75% van het bedrag waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] over de periode van 12 mei 2017 tot 15 februari 2019 in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld op het moment dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] dit bedrag zal hebben voldaan;
IV. verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] , [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] , [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] gezamenlijk met [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser] . geleden schade over de periode van 15 februari 2019 tot 1 april 2019 waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld;
V. verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] , [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] , [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] gezamenlijk aansprakelijk zijn voor in totaal 75% van het bedrag waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] over de periode van 15 februari 2019 tot 1 april 2019 in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld;
VI. [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. en/of [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] veroordeelt tot betaling binnen veertien dagen aan [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] van in totaal 75% van het bedrag waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] over de periode van 15 februari 2019 tot 1 april 2019 in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld op het moment dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] dit bedrag zal hebben voldaan;
VII. verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] , [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] gezamenlijk met [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser] . geleden schade over de periode van 1 april 2019 tot 31 juli 2023 waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld;
VIII. verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V., [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V., de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] , [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] gezamenlijk aansprakelijk zijn voor in totaal 2/3e van het bedrag waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] over de periode van 1 april 2019 tot 31 juli 2023 in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld;
IX. [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. en/of [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V. en/of [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] veroordeelt tot betaling binnen veertien dagen aan [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] van in totaal 2/3e van het bedrag waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] over de periode van 1 april 2019 tot 31 juli 2023 in de hoofdzaak eventueel mocht worden veroordeeld op het moment dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] dit bedrag zal hebben voldaan;
X. [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. en/of [gedaagde sub 2 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 4 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 6 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 3 in vrijwaring] B.V. en/of de heer [gedaagde sub 7 in vrijwaring] veroordeelt in de kosten van het geding in deze vrijwaring, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis en - voor het geval de voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] legt aan haar vordering ten grondslag dat er sprake is van feitelijk (indirect) bestuurderschap van [gedaagden in vrijwaring] , waardoor zij mede aansprakelijk zijn. Ook op grond van het collegialiteitsbeginsel zijn zij aansprakelijk. Er hebben vestigingsoverstijgende overleggen plaatsgevonden, waaraan [gedaagden in vrijwaring] deelnamen en daardoor als feitelijk leidinggevenden bestuurdersaansprakelijk zijn. Zelfs al zouden [gedaagden in vrijwaring] niet op de hoogte zijn geweest van de facturen, dan heeft disculpatie geen kans van slagen omdat de financiën onder de kerntaken van het bestuur vallen.
[gedaagden in vrijwaring] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , met veroordeling van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] in de kosten van deze procedure. Volgens [gedaagden in vrijwaring] heeft [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] het overige bestuur doelbewust buiten de betaling van de spookfacturen gehouden. Daardoor was het voor de andere bestuurder, [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., niet mogelijk om hierop in te grijpen. Bovendien lagen de uitvoerende taken binnen [eiser] . niet bij [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V of haar bestuurders, maar alleen bij [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] . [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] wist dat [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] geen werkzaamheden hadden verricht, maar heeft toch eigenmachtig de spookfacturen geaccordeerd zonder de andere bestuurder hiervan op de hoogte te brengen. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft als enige geprofiteerd van dit handelen, doordat de betalingen uiteindelijk in haar gezin terecht kwamen. Tijdens de vestigingsoverstijgende overleggen werden geen detailzaken, zoals facturen, besproken. Er is geen sprake van onvoldoende toezicht houden. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft doelbewust facturen geaccordeerd die niet op naam van [gedaagde sub 2] gesteld waren maar op diens handelsnaam Brick Detachering. De urenspecificaties heeft [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] niet in het administratiesysteem verwerkt maar pas tijdens de procedure verstrekt. Uit die specificaties blijkt dat alle gestelde werkzaamheden door “ [gedaagde sub 4] ”, [gedaagde sub 4] , de echtgenoot van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , zijn uitgevoerd en niet door de op de facturen genoemde personen. [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. kan zich als de andere bestuurder disculperen. Indien de rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid en [gedaagden in vrijwaring] zich niet kunnen disculperen, dan geldt dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] tot 15 februari 2019 de enige bestuurder was en dus als enige aansprakelijk is. De interne draagplicht van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] zou dan, ondanks de hoofdelijkheid, ten aanzien van de facturen van [gedaagde sub 2] 1/3e deel zijn en voor de facturen van [gedaagde sub 3] 1/4e deel zijn in. Vanaf
15 februari 2019 was [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. medebestuurder en voor de helft aansprakelijk. Indien de vrijwaring wordt toegewezen, zou de helft van het bedrag waartoe [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] hoofdelijk wordt veroordeeld, dat zij voldaan heeft en zij op basis van de interne draagplicht zou moeten voldoen, verhaald kunnen worden op de andere bestuurder. Nadat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V. toetrad tot het bestuur, zou [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] maximaal gevrijwaard kunnen worden tot 1/2e deel van 1/3e betreffende de facturen van [gedaagde sub 2] en tot 1/2e deel van 1/4e van het bedrag betreffende de facturen van [gedaagde sub 3] . De vrijwaring zal, indien deze wordt uitgesproken, enkel
betrekking hebben op de enige andere bestuurder, [gedaagde sub 1 in vrijwaring] B.V., en dient afgewezen te worden tegen de overige gedaagden. Zij zijn intern gehouden om bij te dragen, [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft geen rechtstreekse vordering op hen noch dient zij voor een groter deel gevrijwaard te worden.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in de hoofdzaak
[eiser] . stelt zich op het standpunt dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor (terug)betaling van de facturen die [eiser] . heeft voldaan aan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft volgens [eiser] ., terwijl zij in dienst was als statutair directeur bij [eiser] ., facturen van bedrijven van haar echtgenoot en haar moeder geaccordeerd en laten uitbetalen door [eiser] . Er was geen instemming van [eiser] . om familieleden van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] in de arm te nemen en bovendien zijn de gefactureerde werkzaamheden niet uitgevoerd. [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zijn bestuurdersaansprakelijk omdat zij [eiser] . hebben bedrogen door vanuit [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] spookfacturen te versturen, aldus [eiser] .
In deze zaak staat vast dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] tot 1 september 2018 bestuurder is gebleven van [gedaagde sub 2] , waarna [gedaagde sub 4] bestuurder is geweest tot 30 juni 2023. [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zijn sinds respectievelijk 18 september 2018 en 11 januari 2019 bestuurders van [gedaagde sub 3] . [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft daardoor een eigen belang bij omzet van Brick en [gedaagde sub 3] ; deze komt niet alleen haar naasten zoals haar moeder en vader, maar ook haar echtgenoot en haar eigen bedrijf en daardoor (indirect) haarzelf ten goede.
In deze zaak staat eveneens vast, gelet op het procesdossier en hetgeen partijen ter zitting hebben verklaard, dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] alle onderhavige door [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] verstuurde facturen zelf uploadde in het systeem van [eiser] ., eigenhandig heeft geaccordeerd voor betaling en heeft laten uitbetalen door de administratie. Ook staat vast dat op die facturen nooit de naam van [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 5] of [naam 1] (de vader van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] ) is vermeld. Enkel de handelsnaam van de bedrijven stond op de facturen en dan nimmer de naam [gedaagde sub 2] - voor welk bedrijf geldt dat partijen contractueel zijn overeengekomen dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] daar, behoudens aandeelhouder, geen bemoeienis meer mee mocht hebben - maar enkel één van de handelsnamen van [gedaagde sub 2] . Op de facturen van [gedaagde sub 2] stond bijvoorbeeld:
“Declaratie uren Dhr. [naam 2] inzake project [nummer] Afwegingskader NCG t.b.v aanpassingen bouwhistorie Periode juli t/m aug 2019 (zie bijgevoegde urenspecificatie)” of “Declaratie m.b.t. inzet [naam 3] (zie bijgevoegde urenspecificatie)” of
“Beleidsplan erfgoed Gemeente Enkhuizen door dhr. [naam 2] (zie bijgevoegde urenspecificatie)” of
“Factuur inzet [naam 4] inzake adviseur NCG implementatie werkproces. Week 5-6”. De facturen zelf waren dus niet te herleiden tot de echtgenoot, moeder of vader van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] . Dit blijkt enkel (enigszins) uit de bijbehorende urenspecificaties, waar staat: “medewerker: [gedaagde sub 4] ”, die [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] niet heeft geüpload in het systeem. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] stelt dat zij de urenspecificaties in een map bewaarde op haar kantoor, hetgeen [eiser] . gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft tijdens de procedure, bij conclusie van repliek, alle urenspecificaties behorend bij de facturen van Brick overgelegd. Uit die urenspecificaties blijkt dat alle gefactureerde werkzaamheden uitgevoerd zouden zijn door [gedaagde sub 4] . Terwijl op de facturen staat dat het gaat om uren gemaakt door bijvoorbeeld [naam 2] , [naam 3] of [naam 4] , allen gevestigde namen die werkzaam zijn in dezelfde branche als [eiser] . Uit de schriftelijke verklaringen van andere werknemers van [eiser] . blijkt dat zij [gedaagde sub 4] echter nooit hebben gezien bij de opdrachten die op de facturen staan vermeld. Daarnaast blijkt uit de door PD Recherche opgetekende verklaringen van de mensen die wél genoemd zijn op de facturen van Brick ( [naam 3] , [naam 4] , [naam 2] ) dat zij Brick niet kennen en nooit door [gedaagde sub 2] zijn gedetacheerd. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft hierover verklaard dat [naam 2] een afwegingskader heeft ontwikkeld en [naam 3] sleutels. [gedaagde sub 4] zou bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik hebben gemaakt van dat afwegingskader en die sleutels, vandaar de omschrijving op de facturen, aldus [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] . Die verklaring acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Op de facturen staat bijvoorbeeld ‘declaratie van de uren van de heer [naam 2] ’ en ‘factuur inzet [naam 4] ’. Dat wekt uitdrukkelijk de indruk dat deze personen de werkzaamheden zelf hebben verricht. Bovendien wordt daarmee niet verklaard dat niemand van de werknemers van [eiser] ., [gedaagde sub 4] ooit op de projecten heeft gezien. Dat valt niet te rijmen met het grote aantal uren dat [gedaagde sub 4] aan de projecten zou hebben besteed. Voor de facturen inzake [gedaagde sub 3] ontbreekt een urenspecificatie geheel en op de facturen staat evenmin wie de werkzaamheden zou hebben uitgevoerd. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft in haar conclusie van repliek verklaard dat de werkzaamheden van [gedaagde sub 3] zijn uitgevoerd door haar vader en door [gedaagde sub 4] . Waar die uren aan zijn besteed en of die werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht valt dus op geen enkele manier meer na te gaan.
Naar het oordeel van de rechtbank valt de contractuele afspraak dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] zich niet actief mocht bemoeien met [gedaagde sub 2] niet te rijmen met hetgeen [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft aangevoerd. Zo is er geen enkele overeenkomst met of opdracht aan [gedaagde sub 2] of [gedaagde sub 3] in het geding gebracht, bevat de door [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] overgelegde interne communicatie geen enkele verwijzing naar door [gedaagde sub 2] / [gedaagde sub 3] / [gedaagde sub 4] uitgevoerde opdrachten en zijn er bijvoorbeeld ook geen appjes overgelegd waarin wordt overlegd over of akkoord wordt gegeven voor onderhavige gefactureerde opdrachten aan/werkzaamheden van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] of [gedaagde sub 4] . Daarnaast ontbreekt elk spoor dat (alle van) de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd. [gedaagden] verwijzen naar een aantal producties die volgens hen aantonen dat er werkzaamheden zijn verricht (producties 18, 29, 31 en 32 bij conclusie van antwoord) maar die stukken betreffen voor het leeuwendeel e-mails van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] naar [gedaagde sub 4] of vice versa en daar blijkt niet uit welke werkzaamheden [gedaagde sub 4] precies heeft verricht voor [eiser] . Voor de overige stukken geldt dat [eiser] . ter zitting onbetwist heeft verklaard dat deze stukken nergens in de betreffende projecten zijn terug te vinden.
Het voorgaande leidt ertoe dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, door opdrachten te geven aan haar echtgenoot en familieleden en aan ondernemingen waarbij zij een direct (financieel) belang had, zonder dat is gebleken dat die werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht. Bovendien heeft het er alle schijn van dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft geprobeerd te verhullen dat opdrachten aan familieleden zijn verstrekt. Er was dus niet slechts sprake van evidente tegenstrijdige belangen, waarbij niet meer te achterhalen is of op zakelijke voorwaarden is gecontracteerd omdat alle gegevens om dat te beoordelen ontbreken, er is zelfs niet gebleken of [eiser] . enig voordeel heeft gehad bij hetgeen waarvoor zij heeft betaald aan de echtgenoot en familie van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] .
Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] als bestuurder een ernstig en persoonlijk verwijt valt te maken en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser] . door enerzijds misleidende facturen te sturen waarvan zij (via hun bestuurders) wisten dat de gefactureerde werkzaamheden niet waren uitgevoerd ( [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] ) en anderzijds deze misleidende spookfacturen te accorderen, de urenspecificatie achter te houden en de facturen door haar werkgever uit te laten betalen aan de bedrijven van haar echtgenoot en haar moeder ( [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] ). Dit kan hen worden toegerekend en zij zijn dan ook gehouden de schade van [eiser] . te vergoeden. De schade bestaat uit het bedrag dat [eiser] . ten onrechte heeft betaald aan [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] . Zij zullen hoofdelijk worden veroordeeld die schade te voldoen. Ook de bestuurders van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] ; [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zijn aansprakelijk en zullen hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van die bedragen. Zij hebben onrechtmatig gehandeld ten opzichte van [eiser] ., waarvan hen een ernstig en persoonlijk verwijt valt te maken, omdat zij misleidende facturen namens hun respectieve bedrijven hebben verzonden en op die wijze buitensporige bedragen hebben ontvangen van [eiser] . zonder dat is gebleken dat zij hier (tegen zakelijke voorwaarden) werkzaamheden voor hebben verricht.
Ten aanzien van de schade stelt de rechtbank vast dat [eiser] . niet heeft betwist dat de door [gedaagden] gestelde lagere bedragen juist zijn, zodat de rechtbank [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zal veroordelen tot betaling van die bedragen (vgl. r.o. 2.7).
De rechtbank verwerpt het beroep van [gedaagden] op verjaring. [eiser] . heeft toegelicht dat zij pas na het vertrek van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] bekend is geraakt met de schade. Dit ligt naar het oordeel van de rechtbank ook in de rede omdat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] de bij de spookfacturen behorende urenspecificaties aan het zicht van [eiser] . heeft onttrokken, nimmer toestemming heeft gekregen om bedrijven van haar moeder en/of echtgenoot in te schakelen en [eiser] . toch tot betaling van die facturen over liet gaan. De kennis van de zelf onrechtmatig handelende [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] kan niet aan [eiser] . worden toegerekend. Ook indien de rechtbank de kennis van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] wel aan [eiser] . zou toerekenen, dan zou naar het oordeel van de rechtbank de redelijkheid en billijkheid aan het beroep van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] op verjaring in de weg staan.
Er is naar het oordeel van de rechtbank evenmin sprake van eigen schuld van [eiser] . Gelet op de gedragingen van [gedaagden] gaat het niet aan om [eiser] . te verwijten dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden. [gedaagden] hebben zodanig verwijtbaar gehandeld en dat geprobeerd te verhullen, dat een beroep op eigen schuld vanwege het niet houden van voldoende toezicht reeds om die reden strandt. Bij deze mate van misleiding zou het naar het oordeel van de rechtbank niet billijk zijn om de vergoedingsplicht van [gedaagden] te verminderen. Overigens heeft [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] niet aannemelijk gemaakt dat [eiser] . onvoldoende toezicht heeft gehouden en eerder had moeten ontdekken dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] spookfacturen van de bedrijven van haar moeder en echtgenoot liet uitbetalen door [eiser] .
[eiser] . heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten voldoen aan het bedrag van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zodat ten aanzien van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] een bedrag van € 3.428,37 zal worden toegewezen en ten aanzien van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] een bedrag van € 2.402,68 zal worden toegewezen.
[eiser] . vordert [gedaagden] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op: € 2.514,99 voor kosten deurwaardersexploten, € 735,00 voor griffierecht en € 2.885,00 voor salaris advocaat (1,0 punt × € 2.885,00), totaal € 6.134,99.
De rechtbank zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Volgens [gedaagden] verkeert [eiser] . wellicht in zwaar weer, zodat er een aanzienlijk restitutierisico bestaat. [eiser] . heeft dit betwist en [gedaagden] hebben hun standpunt verder niet onderbouwd met stukken, zodat de rechtbank hier aan voorbij zal gaan.
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 5] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] . worden begroot op:
- dagvaarding € 112,37
- griffierecht € 6.617,00
- salaris advocaat € 5.770,00 (2 punten x tarief € 2.885,00)
- nakosten € 189,00
Totaal € 12.688,37
in de vrijwaringsprocedure
Omdat de vorderingen in de hoofdzaak zullen worden toegewezen, komt de rechtbank toe aan de inhoudelijke beoordeling van de vrijwaring. [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] stelt dat het beginsel van collegiaal bestuur geldt en dat [gedaagden in vrijwaring] zich als medebestuurders niet kunnen disculperen. [gedaagden in vrijwaring] hebben dit gemotiveerd betwist.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagden in vrijwaring] voldoende hebben aangetoond dat hen, mede gelet op de aan [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] toebedeelde taken, geen ernstig verwijt treft en dat zij niet nalatig zijn geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van de tekortkoming af te wenden. Zoals hiervoor uiteen is gezet, heeft [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] de betaling van de spookfacturen doelbewust buiten [gedaagden in vrijwaring] om verricht. De spookfacturen leken op het oog legitiem maar waren dit niet en dat wist [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] . [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft [gedaagden in vrijwaring] bewust een rad voor de ogen gedraaid door spookfacturen van in de branche bekende namen te laten boeken op haar bestaande projecten en dat is laakbaar. Er valt [gedaagden in vrijwaring] dit geval geen ernstig verwijt te maken. Evenmin zijn [gedaagden in vrijwaring] nalatig geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden. [gedaagden in vrijwaring] hebben onbetwist gesteld dat [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] heeft gezegd dat er veel derden ingeschakeld moesten worden voor haar projecten. De resultaten onderschreven dit, zodat dit geen aanleiding voor [gedaagden in vrijwaring] behoefde te zijn om uitvoerig toezicht te houden. Dat deze derden niet echt zijn ingeschakeld en dat de echtgenoot, moeder en [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] zelf profiteerden van de uitbetaalde spookfacturen, hadden [gedaagden in vrijwaring] niet behoeven te vermoeden. De vordering van [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] zal dan ook worden afgewezen.
[gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) van de vrijwaringsprocedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden in vrijwaring] worden begroot op:
- griffierecht € 6.617,00
- salaris advocaat € 4.102,00 (2 punten x tarief € 2.051,00)
- nakosten € 189,00
Totaal € 10.908,00
5. De beslissing
De rechtbank
in de hoofdzaak
veroordeelt [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk, des de één zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd, tot:
betaling van € 324.028,81 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van betaling;
vergoeding van de buitengerechtelijke kosten tot een beloop van € 3.428,37;
veroordeelt [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, des de één zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd, tot:
betaling van € 162.441,43 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van betaling;
vergoeding van de buitengerechtelijke kosten tot een beloop van € 2.402,68;
veroordeelt [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, des de één zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] . tot op heden vastgesteld op € 12.688,37 en indien de verschuldigde kosten niet binnen 14 dagen na aanschrijving worden betaald en het vonnis wordt betekend dit bedrag te vermeerderen met € 92,- aan salaris advocaat en de daadwerkelijke kosten van betekening en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 5] hoofdelijk, des de één zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de beslagkosten gemaakt door [eiser] ., vastgesteld op € 6.134,99;
wijst het meer of anders gevorderde af;
in de vrijwaringszaak
wijst de vordering af;
veroordeelt [gedaagde sub 1 en eiseres in vrijwaring] tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagden in vrijwaring] tot op heden vastgesteld op € 10.908,00 en indien de verschuldigde kosten niet binnen 14 dagen na aanschrijving worden betaald en het vonnis wordt betekend dit bedrag te vermeerderen met € 92,- aan salaris advocaat en de daadwerkelijke kosten van betekening en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten tot de dag der algehele voldoening;
in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op
15 april 2026.
547/TG