ECLI:NL:RBNNE:2026:2195

ECLI:NL:RBNNE:2026:2195

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer C/18/252643
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Wijziging zorgmachtiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Leeuwarden

Zaak-/rekestnr.: C/18/252643 / FA RK 26-835

Wijziging zorgmachtiging

Beschikking van 10 februari 2026 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1996, [geboorteplaats] ,

wonende [adres] ,

thans verblijvende bij [verblijfadres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. F.H. Gart, kantoorhoudende te Drachten.

1. Procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de officier van justitie met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 9 februari 2026.

De moeder en tevens mentor van betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling een rapportage woonomstandigheden van de [zorginstantie] aan de rechter overhandigd. De rechter heeft dit stuk aan het dossier toegevoegd.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026, op het verblijfadres van betrokkene. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. F.H. Gart;

- [naam] , psychiater ;

- [naam] , moeder en tevens mentor van betrokkene.

De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Het verzoek

Bij beschikking van 16 september 2025 is ten behoeve van betrokkene door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, een (aansluitende) zorgmachtiging verleend tot en met 28 augustus 2026. De officier van justitie heeft met de indiening van het onderhavige verzoekschrift verzocht om deze afgegeven zorgmachtiging te wijzigen in die zin dat ook de verplichte zorg in de vormen van 'insluiten' en het 'uitoefenen van toezicht op betrokkene' kunnen worden toegepast tot en met het einde van de geldigheidsduur van de lopende zorgmachtiging.

3. Beoordeling

Ontvankelijkheid

Voordat de rechter toe komt aan een inhoudelijke beoordeling van de wijziging van de zorgmachtiging dient te worden getoetst of de officier van justitie ontvankelijk is.

De advocaat heeft als standpunt ingenomen dat het ingediende verzoek niet compleet is. De advocaat heeft hiertoe aangevoerd dat de voorgaande beschikking, te weten de beschikking waarin de (opvolgende) zorgmachtiging is verleend, ontbreekt bij de ingediende stukken. De advocaat heeft, naar de rechtbank begrijpt, primair dan ook gepleit tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de officier van justitie overweegt de rechtbank als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek is gebleken dat de advocaat betrokkene ook in de voorgaande procedure heeft bijgestaan, waardoor de advocaat in het bezit is van de voorgaande beschikking. Ook de rechtbank heeft toegang tot de voorgaande beschikking. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van de beschikking bij de stukken in dit geval niet leidt tot het niet-ontvankelijkheid verklaren van de officier van justitie.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank overgaan tot de inhoudelijke beoordeling

van het verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 16 september 2025 een zorgmachtiging afgegeven. In de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.

Namens en door betrokkene is subsidiair afwijzing van het verzoek bepleit. De advocaat heeft hiertoe aangevoerd dat de aangevraagde wijziging niet proportioneel is. Er is momenteel geen sprake meer van agressie, waardoor het niet langer nodig is dat betrokkene in de separeerruimte verblijft, aldus de advocaat. Daarnaast heeft de moeder, tevens mentor, van betrokkene aangegeven dat zij niet achter de verzochte wijziging van de zorgmachtiging staat. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat uit een verpleegkundige rapportage blijkt dat betrokkene momenteel goed in de samenwerking is en dat er geen sprake is van agressie, waardoor er geen sprake is van een acute situatie waarvoor insluiting noodzakelijk is.

Gebleken is dat de verzochte vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. Uit de overlegde stukken en de behandeling ter zitting is naar voren gekomen dat betrokkene bekend is met een schizo-affectieve stoornis, een licht verstandelijke beperking en middelengebruik. Betrokkene was opgenomen bij [GGZ-instelling] vanwege een psychotische decompensatie met agressie vermoedelijk geluxeerd door een toename in middelengebruik. Op 6 februari jl. is betrokkene via de IC tuin de afdeling ontvlucht. Betrokkene is na een melding van vermissing teruggekeerd naar de afdeling. In de avond was betrokkene niet bereid zijn mobiele telefoon in te leveren, waarna hij het gevecht aanging met verpleegkundigen en de IC deur 's nachts werd gesloten. Op 7 februari jl. was er geen aanleiding meer voor het sluiten van de deur. Later op de dag was betrokkene opnieuw verbaal dreigend, waarna de deur wederom werd gesloten. Aansluitend heeft betrokkene de IC kamer vernield en bleef hij dreigend richting de verpleging.

Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast: 'insluiten' en het 'uitoefenen van toezicht op betrokkene'. Nu niet kan worden uitgesloten dat deze vormen van verplichte zorg in de toekomst vaker nodig zullen zijn, is het geïndiceerd om de zorgvormen genoemd in de beschikking van 16 september 2025 aan te vullen zoals door de officier van justitie is verzocht.

Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek is gebleken dat betrokkene medicatie krijgt om hem te stabiliseren. Er is momenteel meer samenwerking, maar betrokkene is vanwege het psychotisch toestandsbeeld nog niet goed in te schatten. Momenteel wordt er gekeken welke afdeling het meest passend is voor betrokkene. Of betrokkene terug kan naar de afdeling op de [GGZ-instelling] is nog onduidelijk. Hiervoor zal eerst met het slachtoffer van het incident moeten worden gesproken, aldus de psychiater. Er wordt ook overwogen betrokkene eerst over te plaatsen naar de afdeling High Intensive Care (HIC).

Betrokkene verzet zich tegen deze (aanvullende) vorm van verplichte zorg. Betrokkene heeft aangegeven dat hij zich opgesloten voelt en hij wil uit de separeerruimte.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat voldoende is gebleken dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. Bij betrokkene is nog steeds sprake van een psychotisch toestandsbeeld, waarvoor hij behandeling en medicatie nodig heeft. Betrokkene is op dit moment nog niet goed in te schatten en de behandelaren hebben nog geen gesprek met hem kunnen voeren over de incidenten die op 6 en 7 februari jl hebben plaatsgevonden. Insluiten en het uitoefenen van toezicht is noodzakelijk om ernstig nadeel te voorkomen en om de juiste en adequate zorg te bieden. Daarnaast zullen deze vormen van zorg alleen worden ingezet op momenten dat de zorgverantwoordelijke dit nodig acht.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met de voorgestelde wijziging is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met 'insluiten' en ‘het uitoefenen van toezicht op betrokkene’, voor de duur van de resterende termijn van de reeds geldende zorgmachtiging, te weten tot en met 28 augustus 2026.

3. Beslissing

De rechtbank:

wijzigt de zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1996, [geboorteplaats] , inhoudende dat - in aanvulling op de daarin opgenomen vormen van verplichte zorg - bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

bepaalt dat deze gewijzigde machtiging geldt tot en met uiterlijk 28 augustus 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven op 10 februari 2026 door mr. F. Brekelmans, rechter, bijgestaan door de griffier en schriftelijk uitgewerkt op en ondertekend op 24 februari 2026. Bij afwezigheid van mr. F. Brekelmans is de beschikking getekend door

mr. J.M. Oude Lohuis, rechter.

..

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.M. Oude Lohuis
  • mr. F. Brekelmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand