ECLI:NL:RBNNE:2026:2205

ECLI:NL:RBNNE:2026:2205

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 18.036490.24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Vrijspraak t.a.v. feit 2. Partiële vrijspraak t.a.v. feit 1, misdrijfvariant. Bewezenverklaring t.a.v. feit 1, overtredingsvariant. Veroordeling tot taakstraf van 60 uren (met aftrek voorarrest).

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.036490.24

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 mei 2026 en 9 juni 2026 (sluiting onderzoek).

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. de Haan, advocaat te Koog aan de Zaan. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. drs. J. Hoekman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2024 tot en met 31 januari 2024 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid (van ongeveer 56,68 kilogram en/of 12 liter) metamfetamine HCI, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde methamfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 23 januari 2024 tot en met 31 januari 2024 te Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor beide feiten.

Ten aanzien van feit 1 is sprake van het medeplegen van het opzettelijk bereiden dan wel het opzettelijk aanwezig hebben van de ten laste gelegde hoeveelheden methamfetamine. Voor wat betreft feit 2 is

sprake van het medeplegen van het treffen van voorbereidingshandelingen voor de harddrugsproductie door de goederen en chemicaliën die in de loods zijn aangetroffen voorhanden te hebben.

Vastgesteld kan worden dat verdachte in de verweten periode wetenschap van het drugslab had en ook beschikkingsmacht over de in de door hem gehuurde loods aangetroffen goederen en chemicaliën had. Uit het berichtenverkeer met [naam] blijkt dat verdachte ruim een week voor de inval op de hoogte was van de drugsgerelateerde goederen in dat pand. Daaruit volgt bovendien dat meer mensen bij de productielocatie betrokken zijn, verdachte ervan profiteert en de huur van de loods door anderen wordt betaald. Ook de gebeurtenissen op de dag van de inval laten de betrokkenheid van anderen zien, die geruime tijd in de loods aanwezig waren en klaarblijkelijk ook toegang hadden tot die normaliter afgesloten loods, waarvan verdachte aangeeft dat alleen hij op dat moment een sleutel had. Daarbij is van belang dat allen de strafbare situatie in stand lieten en op geen enkel moment de autoriteiten hebben ingeschakeld waardoor de illegale toestand kon blijven voortduren. Een redelijk uitgangspunt bij labs is dat deze door meerdere mensen worden gerund. Dat de rol van verdachte eventueel een andere zou zijn blijkt uit het dossier niet. Hij zegt daar zelf ook niets over en dat gegeven mag ook meewegen bij de vaststelling dat er sprake van medeplegen is geweest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 ontbreekt direct bewijs tegen verdachte en zijn er juist een groot aantal contra-indicaties voor enige betrokkenheid en/of opzet van verdachte bij het synthetische drugslab dan wel enige samenwerking in dat verband.

Voor wat betreft feit 2 ontbreekt ook enig bewijs van de betrokkenheid van verdachte daarbij.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Op grond van de stukken in het dossier kan het volgende worden vastgesteld.

De onder 2 ten laste gelegde hoeveelheden stoffen en voorwerpen zijn op 31 januari 2024 verspreid aangetroffen, dat wil zeggen over twee verdiepingen in het bedrijfspand aan [adres] én in een vrachtwagen. Daarbij zijn de in dat voertuig gevonden goederen op diezelfde dag vanuit het vorenbedoelde pand naar die vrachtwagen verplaatst.

Verdachte is in de ten laste gelegde periode de huurder van het betreffende bedrijfspand geweest en hij heeft verklaard dat hij toentertijd de enige was die een sleutel hiervan heeft gehad.

Daarnaast heeft verdachte vanaf 23 januari 2024 chatberichten naar [naam] gestuurd, (onder andere) inhoudende: “All the cans with liquids, the barrels and everything you put there so that I don't need problems because of you.” Vervolgens heeft verdachte naar deze [naam] op 24, 25, 26 en 29 januari 2024 wederom berichten gestuurd met (onder meer) de volgende inhoud: “I don't want to be part of your dirty business and I don't want to go to jail because of you.”; “And I'm asking you one more time, come and pick up the mess you put in my place and bring back the tools you stole from me.”; “And please don't write to me again, just call me when you come to take your crap from me in the office.”; “Come and take all the cans and machines that are in my office. Which you put in my office. And do this as soon as possible if you don't want to have problems.”; “Once again, I tell you to come and take the machines and the mess you brought to my location. So that we don't have problems.”

Voorts heeft verdachte in zijn politieverklaring aangegeven dat hij in zijn bedrijfspand op enig moment een paar blauwe vaten en op de dag van zijn aanhouding een stalen ketel heeft gezien. Ter terechtzitting heeft verdachte blijk gegeven van de aanwezigheid van twee tot drie (witte) jerrycans (vermoedelijk in ruimte

B), maar heeft hij ook aangegeven dat hij niet wist wat erin heeft gezeten. Verdachte heeft steeds verklaard dat [naam] de goederen heeft achtergelaten.

Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat verdachte in de verweten periode van de aanwezigheid van de onder 2 ten laste gelegde goederen in het door hem gehuurde bedrijfspand op de hoogte is geweest en dat hij feitelijke macht hierover heeft kunnen uitoefenen, oftewel hij hierover heeft kunnen beschikken. Hij heeft in die periode die goederen dus voorhanden gehad.

Hieruit volgt echter niet dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in artikel 10, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet. Integendeel, uit de berichten aan [naam] volgt dat verdachte juist niets met deze “dirty business” te maken wilde hebben en dat hij eiste dat de aanwezige goederen door [naam] werden opgeruimd.

Ten aanzien van feit 1

Partiële vrijspraak ten aanzien van de misdrijfvariant

De rechtbank zal verdachte gedeeltelijk vrijspreken van feit 1, in die zin dat het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben (de misdrijfvariant) van de methamfetamine (HCI) niet kan worden bewezen.

Op basis van de stukken in het dossier kan de navolgende situatie worden vastgesteld. Op 31 januari 2024 is op de begane grond van het bedrijfspand een gedeelte van de methamfetamine in ruimte D aangetroffen en het andere deel van deze drugs heeft in (de hiernaast gelegen) ruimte B (direct) achter de sectionaaldeur gestaan. De in ruimte D gevonden drugs zijn opgeslagen in een witte (ondoorzichtige) kunststof bak, inhoudende witte/gele kristallen, en een witte jerrycan, gevuld met een bruine vloeistof en met als opschrift “1060”. De vanuit ruimte B naar de vrachtwagen verplaatste en in de in dat voertuig vervoerde drugs hebben zich in afgesloten witte (ondoorzichtige) emmers bevonden, waarbij op de buitenkant slechts het aantal kilogram per emmer stond vermeld.

Hoewel verdachte in de ten laste gelegde periode als huurder toegang tot alle ruimtes van het bedrijfspand heeft gehad, volgen uit het dossier geen indicaties dat verdachte zich heeft vergewist van de inhoud van de hiervoor vermelde kunststof bak, jerrycan en emmers. Het dossier biedt ook anderszins geen enkel aanknopingspunt dat verdachte wetenschap (ook niet via voorwaardelijk opzet) heeft gehad van de aanwezigheid van het eindproduct methamfetamine (HCI), laat staan van enige betrokkenheid van verdachte bij het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren daarvan.

Bewezenverklaring ten aanzien van de overtredingsvariant

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van de overtredingsvariant van feit 1 redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 12 mei 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Ik heb het bedrijfspand aan [adres] in Groningen gehuurd. Het klopt dat ik halverwege januari een nieuw slot op de voordeur heb gemonteerd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 januari 2024, opgenomen op pagina 259 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024027685 d.d. 13 juni 2024, inhoudend de verklaring van [verdachte] :

V: Daar waar de politie iets aangetroffen heeft is in [adres] in Groningen. V: Wat heeft u daar?

A: Daar heb ik een kantoor.

V: Wat is er vanmiddag gebeurd?

A: Ik was met mijn geliefde s middag gaan eten. Ik kwam terug naar het kantoor. Ik zag dat er een vrachtwagen kleur blauw met daarop “Te Huur” stond. Er waren vier mensen die wat aan het inladen waren in die vrachtwagen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 januari 2024, opgenomen op pagina 31 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :

Op 31 januari 2024 omstreeks 15.45 uur namen wij via het meldkamersysteem kennis dat bij [adres] in Groningen een voertuig was weggereden voorzien van het kenteken [kenteken] en lazen wij dat dit ging om een vrachtwagen blauw van kleur op naam van [bedrijf] uit Amsterdam.

Wij zagen dat de bestuurder van de vrachtwagen aan het stopteken voldeed en het voertuig stilzette tussen afrit 8 van de A6 (Almere Buiten-Oost) en de N702.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2024, opgenomen op pagina 114 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op de camerabeelden van [naam camera] zijn panden te zien gelegen op een bedrijventerrein, [naam bedrijventerrein] .

Op 31 januari 2024 omstreeks 11.28 uur komt een vrachtwagen in beeld. De vrachtwagen is blauw van kleur en heeft op de zijkant in letters de opdruk “ [opdruk] ”.

Vervolgens rijdt de vrachtwagen om 14.42 uur van het terrein af en slaat rechtsaf [adres] op.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2024, opgenomen op pagina 131 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op 31 januari 2024 werd het onderzochte toestel (iPhone 12 Pro Max) in beslag genomen onder verdachte: [verdachte] , [verdachte] , [geboortedatum] -1984 [geboorteplaats] .

Onderstaande chat werd aangetroffen op het onderzochte toestel.

[verdachte] | 23-1-2024 15:44:54 | "Come and take the mess from my place that you put there when I was away in Romania. All the cans with liquids, the barrels and everything you put there so that I don't need problems because of you.”

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 april 2024, opgenomen op pagina 428 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van inspecteurs van de politie [inspecteur] en [inspecteur] :

Wij hebben een onderzoek ingesteld naar de goederen en chemicaliën, welke op 31 januari 2024 waren aangetroffen in de laadruimte van een vrachtwagentje op de A6 Li afrit 8 Almere-Oostvaarders.

Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen. Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aangetroffen chemicaliën werd door ons onder andere gebruik gemaakt van identificatieapparatuur, de ThermoScientific First Defender (FD).

Interpretatie Landelijke Faciliteit Ontmantelen

In totaal werd minimaal circa 43,66 kg methamfetamine HCI aangetroffen. Methamfetamine staat vermeld op lijst I van de Opiumwet.

7. Een in een afzonderlijk proces-verbaal bijgevoegd deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.03.04.123, d.d. 8 april 2024 opgemaakt door ing. A.G.A. Sprong, op de door hem/haar algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:

Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat:

Conclusie:

Vraagstelling 1: “Bevat het onderzoeksmateriaal Opiumwetsubstanties?”

In het onderzoeksmateriaal is methamfetamine HCI aangetoond. Methamfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet. In artikel 1 lid 2 van de Opiumwet worden - voor toepassing van de Opiumwet en de daarop berustende bepalingen - zouten van methamfetamine gelijkgesteld aan methamfetamine zelf. Daarmee valt methamfetamine HCI als zout van methamfetamine onder lijst I van de Opiumwet.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 maart 2024, opgenomen op pagina 437 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van inspecteurs van de politie [inspecteur] en [inspecteur] :

Wij hebben een onderzoek ingesteld in een bedrijfspand aan [adres] te Groningen.

Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen. Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aangetroffen stoffen werd door ons onder andere gebruik gemaakt van identificatieapparatuur, de ThermoScientific First Defender (FD).

Interpretatie Landelijke Faciliteit Ontmantelen

In het bedrijfspand werden minimaal circa 13 kilogram methamfetamine kristallen en minimaal circa 12 liter methamfetamine-base aangetroffen. Methamfetamine is een middel genoemd op lijst I van de Opiumwet. Het maakt voor de Opiumwet niet uit in welke verschijningsvorm.

9. Een in een afzonderlijk proces-verbaal bijgevoegd deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.03.04.123, d.d. 17 mei 2024 opgemaakt door dr. J.D.J. van den Berg, op de door hem/haar algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:

Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat:

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 23 januari 2024 tot en met 31 januari 2024 te Groningen aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid (van ongeveer 56,68 kilogram en 12 liter) methamfetamine HCI, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde methamfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. handelen in strijd met een in artikel 2 van de Opiumwet gegeven verbod.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van de duur van de ondergane voorlopige hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit te volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie gedateerd op 30 april 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in een periode van negen dagen aanwezig hebben van 56,68 kilogram en 12 liter harddrugs, te weten methamfetamine. Deze hoeveelheden drugs stonden in het door verdachte gehuurde bedrijfspand opgeslagen.

Het voorgaande is in de Opiumwet als een overtreding strafbaar gesteld.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, laatstelijk in 2023 ter zake van diefstal.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport van 8 mei 2026.

De reclassering heeft het volgende gerapporteerd. Verdachte heeft zich, sinds juli 2024, aan het schorsingstoezicht en de gestelde bijzondere voorwaarden gehouden. Het recidiverisico kan niet adequaat worden ingeschat.

Geadviseerd wordt, bij een veroordeling, een straf zonder bijzondere voorwaarden nu interventies of toezicht niet nodig zijn/is.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank heeft rekening gehouden met de schending van de redelijke termijn in strafzaken. Verdachte is op 1 februari 2024 in verzekering gesteld, waardoor de overschrijding van redelijke termijn ruim drie maanden bedraagt.

Conclusie

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van zestig uren passend en geboden. Hierop zal de duur van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering worden gebracht, waardoor de taakstraf de facto al volledig is tenuitvoergelegd.

Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

Maatregel kostenverhaal

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel kostenverhaal dient te worden opgelegd ter hoogte van 27.985,47. De kosten die zijn gemaakt voor de ontmanteling van de productie-en opslaglocatie(s) ten bedrage van 111.941,89 dienen gelijkelijk op elk van de verdachten te worden verhaald.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering maatregel kostenverhaal af te wijzen, gelet op de bepleite vrijspraak.

Oordeel van de rechtbank

De maatregel van artikel 13d van de Opiumwet maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp.

Uit het rapport maatregel kostenverhaal d.d. 28 maart 2024 volgt dat werkzaamheden voor de ontmanteling van de productie-/opslaglocaties, inclusief afvoer ter vernietiging van de chemicaliën, het restafval en de hardware zijn uitgevoerd en hiervoor een factuur is opgesteld ten bedrage van 111.941,89.

Gelet op de vrijspraak voor feit 2 (en de partiële vrijspraak voor de misdrijfvariant van feit 1), de onduidelijke rol van verdachte bij elk van de locaties en de ten aanzien van de locaties onsplitsbare kostenomschrijvingen op de factuur is naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak niet aan de vereisten voor oplegging van de maatregel voldaan. De rechtbank wijst de vordering dan ook af.

Inbeslaggenomen goed

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de drone aan beslagene moet worden geretourneerd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de drone (goednummer: 1698979), moet worden teruggegeven aan beslagene [verdachte] nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 60 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Maatregel kostenverhaal

Wijst de vordering maatregel kostenverhaal af;

Beslag

Gelast de teruggave aan beslagene [verdachte] van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven drone (goednummer: 1698979).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. van der Kuijl, voorzitter, mr. L.M. Praamstra en

mr. H. de Ruijter, rechters, bijgestaan door mr. M. Huiskamp, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.S. van der Kuijl
  • mr. L.M. Praamstra
  • mr. H. de Ruijter

Griffier

  • mr. M. Huiskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand