[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: [naam 1] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Coevorden, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: [naam 2] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 15 december 2025.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat overeenstemming is bereikt over de hoogte van de proceskosten, waarbij is een kostenvergoeding van € 400 overeen is gekomen. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar aangegeven dat het griffierecht aan verzoekster wordt vergoed.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling als kennelijk gegrond toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de heffingsambtenaar aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de heffingsambtenaar geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
Op 23 januari 2026 heeft verzoekster beroep ingesteld omdat zij het niet eens is met het besluit van de heffingsambtenaar van 15 december 2025. Nadat verzoekster beroep heeft ingesteld, hebben partijen een compromis bereikt over de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] voor het belastingjaar 2025 en over de proceskosten. Hiermee is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet de heffingsambtenaar aan verzoekster vergoeden?
5. Uit de berichten die partijen over en weer naar elkaar hebben verstuurd, leidt de rechtbank af dat zij overeenstemming hebben bereikt over de betaling van een bedrag van € 400 aan proceskosten. De rechtbank zal daarom overeenkomstig beslissen.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden. Uit de berichten die partijen over en weer naar elkaar hebben verstuurd, leidt de rechtbank af dat de heffingsambtenaar reeds heeft toegezegd het griffierecht van € 200 te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 400 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Sanna, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Veenstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.