ECLI:NL:RBNNE:2026:2216

ECLI:NL:RBNNE:2026:2216

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 21-05-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 25/4352
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Beroep ongegrond. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Een beslissing over het al dan niet verrekenen van uit te betalen en te innen bedragen is niet aangemerkt als voor bezwaar vatbare beslissing.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen, de inspecteur(gemachtigde: [naam] ).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 23 september 2025 over de verrekening van een aanslag motorrijtuigenbelasting.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de verrekening van een bedrag van € 473 motorrijtuigenbelasting en het in rekening brengen van € 6 invorderingsrente.

De inspecteur heeft het bezwaar van eiser tegen de verrekening kennelijk nietontvankelijk verklaard.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank doet, met instemming van partijen, op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zonder zitting uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur het bezwaar van eiser terecht nietontvankelijk heeft verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld, omdat volgens hem ten onrechte niet is beslist op het bezwaar tegen de invorderingsrente. Tegen de invorderingsrente staat wel bezwaar open, aldus eiser.

De inspecteur heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat naar aanleiding van het beroep van eiser is geconstateerd dat ten onrechte geen uitspraak op bezwaar was gedaan ten aanzien van de invorderingsrente. De inspecteur geeft verder aan dat de verrekening is teruggedraaid, waarbij de in rekening gebrachte invorderingsrente van € 6 is hersteld. Op 19 januari 2026 heeft de inspecteur uitspraak op bezwaar gedaan ten aanzien van de invorderingsrente. De invorderingsrente is hierbij verlaagd tot nihil en aan eiser is een proceskostenvergoeding voor d(i)e bezwaarfase toegekend.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het door eiser ingestelde beroep voor de inspecteur aanleiding is geweest om alsnog te beslissen op het bezwaar tegen de invorderingsrente. De rechtbank overweegt dat eiser (alleen) beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 23 september 2025 waarin zijn bezwaar tegen de verrekening nietontvankelijk is verklaard. De rechtbank behandelt in deze uitspraak daarom (alleen) het beroep tegen die uitspraak op bezwaar en dus uitsluitend voor zover het de verrekening betreft. De uitspraak op bezwaar van 19 januari 2026 ten aanzien van de invorderingsrente valt buiten het bestek van dit beroep. Tegen die beslissing van de inspecteur stond een aparte rechtsgang naar de rechter open; uit het dossier blijkt niet of eiser daarvan gebruik heeft gemaakt/willen maken.

Heeft de inspecteur het bezwaar tegen de verrekening terecht niet-ontvankelijk verklaard?

4. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. Een beslissing over het al dan niet verrekenen van uit te betalen en te innen bedragen wordt genomen op grond van artikel 24 van de Invorderingswet 1990. Dit soort beslissingen zijn niet als voor bezwaar vatbaar aangemerkt. De inspecteur heeft het bezwaar tegen de verrekening dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard en ook terecht geen proceskostenvergoeding voor d(i)e bezwaarfase toegekend.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Sanna, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Veenstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026090706
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand