ECLI:NL:RBNNE:2026:2222

ECLI:NL:RBNNE:2026:2222

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer LEE 26/1655
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Vovo afgewezen, bezwaar geen redelijke kans van slagen. Gemeentelijke opvang Oekraïners. Vergoeding kosten van zelfgekozen verblijfplaats. Gemeente bereid op andere opvang locatie te zoeken voor verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 26/1655

[naam] , verzoekster,

(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren, verweerder.

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 22 april 2026 is aan verzoekster een locatieverbod opgelegd voor de gemeentelijke opvanglocaties voor Oekraïense ontheemden en bijbehorende terreinen in de gemeente De Fryske Marren.

Met het bestreden besluit van 28 april 2026 heeft verweerder het recht van verzoekster op opvangvoorzieningen en verstrekkingen op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) beëindigd.

Op 6 mei 2026 heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen de besluiten.

Op 28 mei 2026 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen inhoudende dat aan verzoekster opvang moet worden geboden of dat zij middelen tot haar beschikking krijgt om zelf in haar onderdak te kunnen voorzien.

Verweerder heeft eerst op 3 juni 2026 gereageerd op het verzoek.

Op 4 juni 2026 heeft verweerder een aanvullende reactie toegezonden.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist en kan, als partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, ook uitspraak doen zonder dat een zitting plaatsvindt. De voorzieningenrechter beoordeelt bij een verzoek om een voorlopige voorziening hangende een procedure of deze procedure een redelijke kans van slagen heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

Is sprake van een spoedeisend belang?

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er sprake is van spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Uit de stukken blijkt dat verzoekster niet meer in de gemeentelijke opvang zit en momenteel zelf in haar onderdak voorziet. De kosten die hiermee gemoeid zijn, kan zij zelf niet dragen. Als verzoekster de kosten niet betaalt, zal zij op straat komen te staan. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter mee dat sprake is van een spoedeisend belang.

Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?

7. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

8. Verzoekster voert aan dat het recht van verzoekster op opvangvoorzieningen en verstrekkingen op grond van de RooO ten onrechte is beëindigd. Zij voert aan dat, nadat verweerder de opvang in Legemeer op 22 april 2026 had beëindigd, zij zich tijdig, in ieder geval binnen 48 uur, heeft gemeld bij de door verweerder aangeboden alternatieve opvang in Leeuwarden. Verzoekster beroept zich op artikel 3 van de RooO dat de mogelijkheid om alternatieve opvang aan te bieden als verblijf in de gemeentelijke opvang niet past. Verzoekster verzoekt in haar bezwaar om een vergoeding in de kosten voor de huur van haar onderkomen.

9. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, kan verweerder gevolgd worden in zijn stelling dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Verweerder heeft in zijn reactie van 3 juni 2026 gesteld dat hij geen wettelijke grondslag ziet voor vergoeding van de kosten van een door verzoekster zelf gekozen verblijfplaats. Verzoekster is niet verstoken gebleven van opvangmogelijkheden. Er zijn haar meerdere opvangplaatsen geboden, waarvan zij geen gebruik heeft gemaakt. De kosten van het verblijf van verzoekster in het door haar gehuurde verblijf vloeien dan ook niet voort uit het ontbreken van opvangmogelijkheden van gemeentewege, maar uit de keuze van verzoekster om zelf alternatieve huisvesting te regelen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat de reden voor de niet geslaagde plaatsing in Leeuwarden te maken heeft gehad met de geringe overschrijding van de 48 uur waarbinnen verzoekster zich diende te melden, maar dat dit verweerder niet ontslaat van zijn plicht om verzoekster alsnog een opvangplek aan te bieden. Dit heeft verweerder in zijn aanvulling op het verweerschrift van 4 juni 2026 ook bevestigd door te verklaren (nog steeds) bereid te zijn om te zoeken naar een andere opvanglocatie voor verzoekster.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. J. Dijkstra, griffier en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J. Dijkstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand