ECLI:NL:RBNNE:2026:253

ECLI:NL:RBNNE:2026:253

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 26-218
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Woningsluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Mondelinge uitspraak. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. G. Vermeulen),

en

de burgemeester van de gemeente Meppel, de burgemeester

(gemachtigde: mr, E.S. Oskam).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de burgemeester van 19 januari 2026 over het sluiten van de woonunit aan [adres] in [woonplaats] (de woonunit) voor de duur van drie maanden.

Met het bestreden besluit van 19 januari 2026 heeft de burgemeester de woonunit van verzoeker gesloten voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b, eerste lid en onder a, van de Opiumwet. De burgemeester heeft bepaald dat de sluiting aanvangt op 21 januari 2026 om 12:00 uur. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De burgemeester heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij de uitspraak van de voorzieningenrechter niet wenst af te wachten alvorens tot sluiting van de woning wordt overgegaan.

De voorzieningenrechter heeft daarop bij wijze van ordemaatregel van 21 januari 2026 het bestreden besluit van 19 januari 2026 geschorst tot twee weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter.

De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. P. Susijn, waarnemer van de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van de burgemeester, J. Sikkes, namens de burgemeester, en G. Boersma, operationeel expert bij de politie.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat in de woonunit handelshoeveelheden hard- en softdrugs -waaronder ten minste 100 gram cocaïne, 80 gram 2-MMC en 60 gram hasj- zijn aangetroffen bij de instap op 9 december 2025. Ook zijn bij de instap attributen gevonden die wijzen op drugshandel, zoals gripzakjes en twee weegschaaltjes. Daarnaast zijn twee functionerende stroomstootwapens aangetroffen. Ook verder bestaan bezwaren ten aanzien van de openbare orde rondom en toeloop uit het drugscircuit naar de woonunit. Zo heeft verzoeker op 9 december 2025 zelf verklaard dat hij vanwege een recente inbraak bang was om in de woonunit te verblijven en dat hij om die reden in een hotel verbleef. Ook volgt uit een eerdere verklaring van een omwonende, werkzaam in de reclasseringssector, dat toeloop naar de woonunit bestond van ambtshalve bekenden van de omwonende uit het drugscircuit en dat als gevolg daarvan gevoelens van angst en onveiligheid bestaan in de omgeving van de woonunit.

5. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die in het licht van het voorgaande maken dat de sluiting van de woonunit onevenredig is.

6. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter dat sluiting van de woonunit voor de duur van drie maanden gerechtvaardigd is en dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woonunit mag sluiten. Ter zitting is namens de burgemeester verklaard dat de sluiting niet voor 30 januari 2026 om 11:00 uur zal worden geeffectueerd. De ordemaatregel van 21 januari 2026 komt dan te vervallen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- bepaalt dat de ordemaatregel van 21 januari 2026, waarbij het bestreden besluit is geschorst, eindigt op 30 januari 2026 om 11:00 uur.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026 door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.A. Bekking, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.A. Bekking

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?