RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer 17-080010-96
Beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 3 februari 2026 in de rechtbank Noord-
Nederland
in de zaak tegen
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , verblijvende in [instelling] ,
[adres] ,
hierna te noemen: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van veroordeelde zal verlengen met 2 jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026, waarbij aanwezig waren:
- de officier van justitie mr. S.G. Broekstra;
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het plaatsvervangend hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies d.d. 27 november 2025, van het behandelteam van de instelling waar veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd en de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van veroordeelde.
Motivering
De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij arrest van 18 februari 1997 heeft het gerechtshof te Leeuwarden veroordeelde ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, wegens de voortgezette handeling van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, het telkens met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam (meermalen gepleegd), diefstal door middel van braak en inklimming en diefstal door middel van valse sleutels.
De terbeschikkingstelling is aangevangen 27 januari 1998 en laatstelijk op 6 februari 2024 verlengd met twee jaren. Deze beslissing is op 8 augustus 2024 met aanvulling en verbetering van gronden door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Er is bij veroordeelde sprake van een stoornis in het autismespectrum. Daarnaast is sprake van een gokstoornis en een stoornis in alcoholgebruik, die beide in remissie zijn. In de afgelopen periode is na een herdiagnose ook de stoornis pedofilie (niet-exclusief) vastgesteld.
Sinds juli 2024 heeft veroordeelde begeleid verlof. Het begeleide verlof is na een machtiging in april 2025 uitgebreid met begeleid netwerkverlof. Veroordeelde komt daarbij zijn afspraken na en weet ook goed om te gaan met tegenslag, toen onverwacht geplande verloven moesten worden verzet. Tegelijkertijd wordt gezien dat de verloven veroordeelde veel energie kosten en dat nieuwe situaties hem spanningen geven. Veroordeelde (h)erkent dat niet en het lukt hem moeilijk hierop te reflecteren ondanks de vele gesprekken hierover met het behandelteam. Dit is wel van belang, aangezien het risico op delictgedrag nauw verbonden is met oplopende spanningen.
Sinds juni 2025 verblijft veroordeelde op een reguliere behandelafdeling zodat kan worden bekeken of hij om kan gaan met de oplopende behandeldruk en zicht op een nieuw resocialisatietraject. Tot op heden verloopt dit goed en zonder incidenten. Zichtbaar is dat de sociale druk, de druk rondom taken en het volgen van blokken veel van zijn draagkracht vragen. Echter, het lukt hem dit te reguleren.
Door de uitbreiding van het verlof en de overplaatsing naar een reguliere behandelafdeling kan stapsgewijs worden onderzocht of een nieuwe resocialisatiepoging haalbaar is.
Als het toezicht of de maatregel nu zou worden beëindigd, wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. Indien de maatregel voorwaardelijk zou worden beëindigd, wordt het recidiverisico ingeschat als matig tot hoog.
Aangezien het behandelplafond al jaren is bereikt, is het in de toekomst van belang dat de focus ligt op op het vinden van een passende setting waarin delictgedrag zo goed mogelijk kan worden voorkomen.
Gekeken zal worden naar een nieuw resocialisatietraject, waarbij rekening wordt gehouden met de beperkte draagkracht van veroordeelde. Het eerdere advies van uitstroom richting een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) zou hierin overwogen en gevolgd kunnen worden. Gelet op het feit dat dit traject nog doorlopen moet worden en dat dat langer dan een jaar zal duren, is het advies om de maatregel met twee jaren te verlengen.
De deskundige J.A. Thomsen heeft tijdens de terechtzitting van 20 januari 2026 het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Het resocialisatietraject moet stapsgewijs worden vormgegeven. De eerste passende tussenstap zou een verblijf in een portocabin op het terrein van de instelling kunnen zijn. Daar kan veroordeelde oefenen met meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Vervolgens kan hij doorstromen naar een FPA. Deze tussenstap geeft veroordeelde de mogelijkheid om zijn behandeltraject te bespoedigen omdat dat de kans op toekenning van een machtiging tot transmuraal verlof zal vergroten.
Het hele traject neemt veel tijd in beslag en we zullen in ieder geval de komende twee jaren hier mee bezig zijn.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
Veroordeelde en zijn raadsman hebben een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar bepleit. Aankomend jaar is een cruciale periode gelet op alle ontwikkelingen en dan met name de aanvraag voor onbegeleid verlof. Het is belangrijk om na een jaar te kijken wat de stand van zaken is. Na deze termijn is er beter zicht op een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Veroordeelde heeft ter zitting aangegeven dat hij er weliswaar van uitgaat dat het traject nog meer dan twee jaren in beslag zal nemen, maar dat hij belangrijk vindt dat de rechtbank vinger aan de pols houdt en over één jaar weer beoordeelt of de maatregel verlengd moet worden.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het onderliggende arrest vast dat de terbeschikkingstelling niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden.
De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de formele eisen om te komen tot een verlenging van de terbeschikkingstelling. Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd.
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met een termijn van één jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan de maatregel in een dergelijke situatie toch met één jaar wordt verlengd.
Bijvoorbeeld wanneer binnen afzienbare termijn bijzondere ontwikkelingen in de behandeling te verwachten zijn waardoor er bijvoorbeeld een reële kans is dat de maatregel al na het verloop van één
jaar kan worden beëindigd of bijvoorbeeld bij een dreigende impasse. In die situatie kan het nodig zijn dat de verlengingsrechter de situatie volgt.
De rechtbank ziet geen reden om in dit geval af te wijken van dit uitgangspunt. Uit het advies van de instelling en de toelichting van de deskundige volgt dat het behandel- en resocialisatietraject nog minimaal twee jaren zal duren, gelet op de stappen die nog moeten worden genomen en het gegeven dat die stappen juist niet te snel moeten worden genomen in verband met de beperkte draagkracht van veroordeelde. Er zijn dan ook geen gronden aanwezig om te verwachten dat de maatregel na één jaar voorwaardelijk zal worden beëindigd. Verder blijkt de rechtbank niet dat er een behandelimpasse is of dat er te trage stappen worden gezet in het traject. De rechtbank heeft de indruk gekregen dat de kliniek zich inzet voor een voortvarende behandeling, die past bij de draagkracht van veroordeelde.
De rechtbank zal daarom de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met twee jaren verlengen.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van veroordeelde met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. Dijkstra, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. A. de Jong, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Klungel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 februari 2026.