RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/274191-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 5 februari 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 januari 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.Th. van Jaarsveld, advocaat te Groningen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P. van der Vliet.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in de periode van 7 tot en met 8 oktober 2025 te Groningen en/of Slagharen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende;
2
hij in de periode van 7 tot en met 8 oktober 2025 te Groningen en/of Slagharen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, die onttrokken was of zich onttrokken had aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende, heeft verborgen en/of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken;
3
hij in de periode van 9 tot en met 16 oktober 2025 te Coevorden en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende;
4
hij in de periode van 9 tot en met 16 oktober 2025 te Coevorden en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, die onttrokken was of zich onttrokken had aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende, heeft verborgen en/of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin,
van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
Voortgezette handeling
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een voortgezette handeling ten aanzien van zowel feiten 1 en 2 als feiten 3 en 4. De gedragingen van feiten 1 en 2 alsmede van feiten 3 en 4 hangen zo nauw met elkaar samen dat zij in beide gevallen de uiting zijn van één ongeoorloofd wilsbesluit.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij in de periode van 7 tot en met 8 oktober 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, heeft onttrokken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende;
2
hij in de periode van 7 tot en met 8 oktober 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, die onttrokken was aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende, heeft verborgen en aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken;
3
hij in de periode van 9 tot en met 16 oktober 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, heeft onttrokken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende;
4
hij in de periode van 9 tot en met 16 oktober 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, een minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, die onttrokken was aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende, heeft verborgen en aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
de voortgezette handeling van:
de voortgezette handeling van:
3. medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent.
4. medeplegen van opzettelijk een minderjarige die onttrokken is aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, verbergen en aan de nasporing van de ambtenaren van justitie of politie onttrekken.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uur, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, en met daaraan een contactverbod met zijn zoon [slachtoffer] , tenzij er toestemming is voor contact van de
jeugdbescherming, als bijzondere voorwaarde verbonden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor de oplegging van een lagere taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich, samen met zijn ex-partner (medeverdachte), twee keer schuldig gemaakt aan onttrekking van zijn minderjarige zoon [slachtoffer] aan het opzicht van de jeugdbescherming. Ook heeft hij [slachtoffer] opzettelijk verborgen en onttrokken aan de nasporing van ambtenaren van justitie of politie. Hoewel de rechtbank begrijpt dat verdachte zijn zoon erg mist door de uithuisplaatsing en zich de emoties bij verdachte kan voorstellen, acht de rechtbank het handelen van verdachte onjuist en onverantwoordelijk. Verdachte heeft zijn zoon gestimuleerd om weg te lopen. Hij nam voor lief dat [slachtoffer] zich moest verstoppen, meerdere dagen alleen thuis is geweest en door de politie uit huis werd gehaald. Met zijn handelen heeft verdachte niet bijgedragen aan het welzijn en een positieve ontwikkeling van zijn zoon. De rechtbank rekent verdachte dit aan.
De reclassering heeft geen contact kunnen krijgen met verdachte en heeft daardoor geen advies kunnen uitbrengen. Ter zitting is de rechtbank gebleken dat verdachte zich heeft gerealiseerd dat hij verkeerd heeft gehandeld. Verdachte heeft een baan, krijgt ondersteuning van een Wmo-consulent en is op eigen kracht gestopt met het gebruiken van harddrugs. De rechtbank heeft acht geslagen op deze persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. Het voorwaardelijke strafdeel dient daarbij als waarschuwing aan verdachte, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten. De rechtbank ziet thans geen aanleiding om contact tussen verdachte en zijn zoon te verbieden en gaat ervan uit dat de omgangsregeling in het civielrechtelijk kader voldoende waarborgen biedt.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 56, 57, 279 en 280 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart de ten laste gelegde feiten bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
een taakstraf voor de duur van 80 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.
Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. C. Brouwer en
mr. K. Offerein-Hulshoff, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 februari 2026.
Mr. K. Offerein-Hulshoff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.