ECLI:NL:RBNNE:2026:314

ECLI:NL:RBNNE:2026:314

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer 202171
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Afwijzing verzoek tot herroeping adoptie. De rechtbank heeft op basis van de ingediende stukken en de mondelinge behandeling niet kunnen vaststellen dat verzoeker een zwaarwegend belang heeft bij de herroeping van de adoptie en is ook niet overtuigd van de redelijkheid daarvan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rekestnummer: C/17/202171 / FA RK 25-2300

beschikking van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2026

in de zaak van

[naam] ,

wonend in [plaats] ,

hierna: verzoeker,

advocaat mr. J. Deenen te Leeuwarden.

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam] ,

en

[naam] ,

beiden wonend in [plaats] ,

hierna: de adoptiefouders.

1. Het procesverloop

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend, dat door de rechtbank is ontvangen op 2 oktober 2025.

De zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2025. Daarbij waren verzoeker, de advocaat van verzoeker en de adoptiefouders aanwezig.

2. De feiten

Verzoeker is op [datum] geboren in [plaats] , Zambia.

Bij beschikking van de High Court for Zambia (district [plaats] ) van 11 januari 1995 is (onder meer) bepaald dat de adoptiefouders geautoriseerd zijn om verzoeker te adopteren. In die beschikking is daarnaast bepaald dat verzoeker voortaan de naam ' [naam] ' zal dragen.

Verzoeker staat sinds [datum] 1995 ingeschreven op het adres van de adoptiefouders in Nederland.

Bij beschikking van de rechtbank Zutphen van 4 februari 1998 is de adoptie van verzoeker door de adoptiefouders uitgesproken en is vastgesteld dat de adoptiefouders hebben verklaard dat verzoeker de geslachtsnaam van de adoptiefvader zal dragen.

Op [datum] 2025 heeft verzoeker zijn naam gewijzigd van ' [voornaam] ' naar ' [voornaam] '.

3. Het verzoek, de standpunten en de beoordeling daarvan

Verzoeker verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat de adoptie van verzoeker door de adoptiefouders zoals uitgesproken bij de beschikking van de rechtbank te Zutphen van 4 februari 1998 wordt herroepen;

II. te bepalen dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de akte van de geboorte van verzoeker zal wijzigen, aldus dat de adoptie is herroepen en te verstaan dat de wijziging geschiedt doordat aan de desbetreffende akte een latere vermelding wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 1:20 BW;

III. te bepalen dat de griffier van de rechtbank een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag zal zenden, zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Verzoeker woont in Nederland. De Nederlandse rechter heeft daarom rechtsmacht ten aanzien van het verzoek. Aangezien verzoeker verzoekt om de herroeping van een in Nederland uitgesproken adoptie, is op dit verzoek Nederlands recht van toepassing.

Juridisch kader

Een adoptie kan worden herroepen op verzoek van een geadopteerde. Het verzoek kan alleen worden toegewezen als de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid van de herroeping is overtuigd en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden.

Ontvankelijkheid

Verzoeker was ten tijde van de indiening van het verzoek [X] jaar oud. Daarmee is de termijn voor herroeping van de adoptie verstreken. Verzoeker heeft in zijn verzoek echter gesteld dat het onverkort vasthouden aan de wettelijke termijn een ongerechtvaardigde inmenging vormt in zijn family life in de zin van artikel 8 EVRM.

Op grond van artikel 8 EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn privéleven en zijn familie- en gezinsleven. Inmenging van enig openbaar gezag in de uitoefening van dit recht is niet toegestaan, tenzij dit bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

De rechtbank is van oordeel dat het stellen van een termijn in beginsel geen ongerechtvaardigde inmenging oplevert in het door artikel 8 EVRM beschermde recht op family life. De termijn voor herroeping van een adoptie (en ook andere in de wet gestelde termijnen) is opgenomen om de rechtszekerheid te kunnen waarborgen en de belangen van betrokkenen te beschermen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wettelijke termijn vooral is opgenomen om te voorkomen dat enkel materiële en zelfs onedele motieven een rol spelen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in dit geval geen sprake. Ook is de rechtbank van oordeel dat de termijn van herroeping van een adoptie in dit geval niet noodzakelijk is ter bescherming van de rechten en vrijheden van andere betrokkenen. Degenen die rechtstreeks worden getroffen door het verzoek - in dit geval de adoptiefouders - zijn in de procedure betrokken en hebben zich ook over het verzoek kunnen uitlaten. De rechtbank is daarom van oordeel dat het in dit geval niet verenigbaar is met artikel 8 lid 2 EVRM om vast te houden aan de termijn die in de wet is gesteld om een adoptie te kunnen herroepen. Dit betekent dat verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Herroeping van een adoptie is een ingrijpende maatregel. Door herroeping houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde en de adoptieouders (en de juridische broers/zussen) op te bestaan en herleeft in beginsel de familierechtelijke betrekking met de oorspronkelijke juridische ouders. Dit heeft onder meer erfrechtelijke gevolgen. Gelet op deze ingrijpende gevolgen, is herroeping van een adoptie alleen mogelijk als het adoptiefkind hier een zwaarwegend belang bij heeft en als de rechtbank overtuigd is van de redelijkheid van de herroeping.

In dit geval kan de rechter niet voldoende vaststellen dat daarvan sprake is. De rechtbank zal het verzoek om de adoptie te herroepen daarom afwijzen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

De rechtbank heeft op basis van de overgelegde stukken niet kunnen vaststellen of en waarom herroeping van de adoptie in het belang van verzoeker is. Verzoeker heeft in het verzoekschrift enkel (kort en zonder voldoende onderbouwende stukken) gesteld dat de relatie met de adoptiefouders moeizaam is, dat verzoeker geen familiaire band met hen voelde, dat hij daarom therapie heeft gevolgd en dat er pogingen zijn gedaan om het contact te herstellen, maar dat dit niet is gelukt. Pas tijdens de zitting is duidelijk geworden hoe de adoptieprocedure is verlopen en hoe verzoeker zijn jeugd bij de adoptiefouders heeft ervaren. Zowel verzoeker als de adoptiefouders hebben aangegeven dat de adoptieprocedure lang heeft geduurd en voor alle betrokkenen ingrijpend is geweest. Zo is verzoeker bij de adoptiefouders geplaatst toen hij [X] maanden oud was, maar is de adoptie pas in 1995 uitgesproken in Zambia en in 1998 in Nederland. Volgens de adoptiefouders is verzoeker in die periode meerdere keren bij hen weggehaald om teruggeplaatst te worden in het weeshuis waar hij voorafgaand aan de adoptieprocedure verbleef. Zowel verzoeker als de adoptiefouders hebben aangegeven dat verzoeker - vermoedelijk door deze gang van zaken - gediagnosticeerd is met een hechtingsstoornis. Aangezien verzoeker tijdens zijn jeugd kampte met gedragsproblemen, hebben de adoptiefouders hulp gezocht bij Pactum, een hulpverleningsinstantie die onder meer begeleiding biedt aan adoptiegezinnen. Om een uithuisplaatsing te voorkomen verbleef verzoeker in die periode om het weekend bij een schoolvriendje. Daar kreeg hij naar eigen zeggen een andere vorm van omgang tussen een ouder en een kind te zien, die hij binnen het gezin van de adoptiefouders niet kende. In 2015 is verzoeker voor zijn studie naar [plaats] verhuisd. Hij heeft in 2018 nog een korte periode bij de adoptiefouders gewoond voor een stage in de regio, waarna hij begin 2019 weer terugging naar [plaats] . Sindsdien is het contact met de adoptiefouders volgens verzoeker drastisch verminderd en kwamen de adoptiefouders nauwelijks nog bij verzoeker langs. Toen verzoeker in 2023 een psycholoog inschakelde na een relatiebreuk, maakte dit zo veel los dat hij besefte dat er meer aan de hand was. Verzoeker heeft sindsdien in meerdere gesprekken met de adoptiefouders geprobeerd om hen duidelijk te maken wat hij tijdens zijn jeugd heeft gemist. Deze gesprekken hebben echter niet het effect gehad waar verzoeker op hoopte. In maart 2024 heeft er wederom een gesprek plaatsgevonden tussen verzoeker en de adoptiefouders. Dit gesprek is zodanig geëscaleerd dat het contact tussen verzoeker en de adoptiefouders sindsdien volledig is verbroken. Verzoeker heeft vervolgens in 2025 een voornaamswijziging verzocht en hoopt binnenkort ook zijn achternaam te kunnen wijzigen.

Verzoeker heeft tijdens de zitting meerdere keren aangegeven dat hij zich altijd 'anders voelde' en nooit volledig onderdeel uitmaakte van het gezin van de adoptiefouders. De adoptiefouders hebben dit tijdens de zitting ook erkend en daarbij aangegeven dat zij destijds door de betrokken hulpverleningsinstanties het advies hebben gekregen om niet te veel affectie naar verzoeker te tonen. De rechtbank wil benadrukken dat het invoelbaar is dat verzoeker daardoor niet altijd de warme familieband heeft ervaren waar hij wel behoefte aan had. Ook kan de rechtbank zich voorstellen dat de band tussen verzoeker en de adoptiefouders door het verschil in visie over de opvoeding verstoord is geraakt. Tegelijkertijd kan de rechtbank niet enkel op basis van dit visieverschil vaststellen dat herroeping van de adoptie kennelijk in het belang van verzoeker is. Herroeping van de adoptie heeft tot gevolg dat de familierechtelijke banden tussen verzoeker en de adoptiefouders volledig worden verbroken. Voor de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat dit een oplossing vormt voor de klachten waar verzoeker mee kampt. Er zijn ook geen stukken overgelegd waaruit wel voldoende blijkt dat dit het geval is. Verzoeker heeft weliswaar in het verzoekschrift gesteld dat hij de afgelopen jaren therapie heeft gevolgd, maar tijdens de zitting is duidelijk geworden dat deze therapie tot nu toe voornamelijk was gericht op het verhelpen van zijn slaapproblemen. Kort voor de indiening van het verzoekschrift heeft verzoeker daarnaast hulp gezocht voor eventuele klachten die voortkomen uit de adoptie, maar deze hulp is tot nu toe nog niet opgestart. Daarmee is het voor de rechtbank niet duidelijk of de klachten die verzoeker ervaart daadwerkelijk voortkomen uit de adoptie, of herroeping van de adoptie bijdraagt aan vermindering van die klachten en daarmee ook of herroeping van de adoptie wel in het belang van verzoeker is. Ook de door verzoeker overgelegde appberichten hebben de rechtbank niet van de redelijkheid van de herroeping van de adoptie overtuigd. Zo heeft verzoeker gesteld dat de adoptiefouders in een app-bericht aangeven dat zij hem niet zullen informeren als één van hen iets overkomt, maar blijkt dit niet uit de app-berichten die verzoeker aan de rechtbank heeft overgelegd. Bovendien hebben de adoptiefouders tijdens de zitting aangegeven dat zij het contact met verzoeker juist heel graag willen herstellen en dat zij er ook voor openstaan om daar hulp bij te krijgen.

Vaststaat dat er in het geval van verzoeker en de adoptiefouders sprake is van een verdrietige situatie. Hun onderlinge verstandhouding is door het verschil in visie en verwachtingen verstoord geraakt en ook hun wensen en behoeften kwamen niet altijd overeen. Op basis van de stukken die in deze procedure zijn ingediend en de toelichting daarop, kan de rechtbank echter niet vaststellen dat verzoeker daardoor een zwaarwegend belang heeft bij herroeping van de adoptie. De rechtbank zal het verzoek om de adoptie te herroepen daarom afwijzen. Daardoor komt de rechtbank niet meer toe aan de verzoeken die zien op de wijziging van de geboorteakte. Ook deze verzoeken worden daarom afgewezen.

4. Beslissing

De rechtbank:

wijst alle verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Oude Lohuis, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. I.Y. Demes, griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?